Werkboek Overeenkomstenrecht

by (7th)
307 Flashcards en notities
8 Studenten

Studeer slimmer met eFaqt samenvattingen

  • Beschikbaar voor computer, tablet, telefoon en op papier
  • Vragen met antwoorden over de leerstof
  • Ongelimiteerde toegang tot 300.000 online samenvattingen
  • Tools voor slim studeren & timers voor betere resultaten

Bekijk deze samenvatting

PREMIUM samenvattingen zijn gecontroleerd op kwaliteit en speciaal geselecteerd om je leerdoelen nog sneller te kunnen bereiken!

Samenvatting - Werkboek Overeenkomstenrecht

  • 1 Inleiding in het overeenkomstenrecht

  • Wat zijn de leerdoelen van deel 1?
    • Het rechtsbegrip overeenkomst te kunnen definiëren;
    • Inzicht te hebben in de vereisten voor een geldige totstandkoming en inhoud van de overeenkomst;
    • Inzicht te hebben in de gronden waarop een overeenkomst nietig/vernietigbaar kan zijn en de wijzen waarop een overeenkomst kan worden vernietigd;
    • Inzicht te hebben in de gevolgen van de overeenkomst t.a.v. derden;
    • Het overeenkomstenrecht (m.n. de koopovereenkomst) in casusposities te kunnen toepassen.
  • Wat is een rechtshandeling?
    Een rechtshandeling is een handeling met beoogd rechtsgevolg. Een rechtshandeling vereist een op een rechtsgevolg gerichte wil die zich door een verklaring heeft geopenbaard (art. 3:33 BW).
  • Wat zijn de leerdoelen van deel 2?
    • Inzicht te hebben in het ontstaan en de kenmerken van de verbintenis;
    • Inzicht te hebben in de wijzen waarop een verbintenis kan worden nagekomen;
    • Inzicht te hebben in de gevolgen van niet-nakoming van een verbintenis (schadevergoeding en ontbinding);
    • Inzicht te hebben in de verbintenisrechtelijke gevolgen van de overgang van schulden en vorderingen en de wijzen waarop een verbintenis tenietgaat. 
  • Wat is een overeenkomst?
    Een overeenkomst is een meerzijdige rechtshandeling die tot stand is gekomen door de overeenstemmende en onderlinge afhankelijke wilsverklaring van twee of meer partijen, gericht op het teweegbrengen van een rechtsgevolg ten behoeve van een der partijen en ten laste van de andere partij (niet-wederkerige of eenzijdige overeenkomst), of ten behoeve en ten laste van beide (of alle) partijen over en weer (wederkerige overeenkomst) (art. 6:261 BW).
  • Rechtshandelingen kun je onderverdelen in eenzijdige en meerzijdige rechtshandelingen. 

    Bij een eenzijdige rechtshandeling treedt het rechtsgevolg in door de wilsverklaring van een persoon. Dit is onder te verdelen in ongerichte (bv. testament) en gerichte (bv. opzegging) eenzijdige rechtshandelingen.

    Bij een meerzijdige rechtshandeling zijn daarvoor 2 of meer personen nodig (bv. huwelijk, overeenkomst). Zijn te onderscheiden in overeenkomsten en andere meerzijdige rechtshandelingen (bv. besluiten vergadering vereniging). 
  • Wat zijn de kenmerken voor het begrip overeenkomst?
    Een overeenkomst komt tot stand door samenwerking van twee of meer personen.
    De wilsverklaring van beide partijen zijn gericht op het tot stand brengen van bepaalde rechtsgevolgen (vgl. art. 3:33 BW).
    Elk rechtsgevolg wordt teweeggebracht ten behoeve van de ene partij en ten laste van de andere partij (rechten en verplichtingen over en weer indien het om een wederkerige overeenkomst gaat (art. 6:261, lid 1, BW)
  • Benoemde overeenkomsten zijn afzonderlijk in de wet geregeld. Onbenoemde overeenkomsten niet, deze wordt alleen behelst door de algemene regels van de titels 3.2 en 6.5.
  • Wat is het verschil tussen een eenzijdige en een meerzijdige rechtshandeling?
    Bij een eenzijdige rechtshandeling komt de rechtshandeling tot stand door de wilsverklaring van een persoon. Bij een meerzijdige rechtshandeling is voor de realisatie van de rechtshandeling de wilsverklaring van twee of meer personen vereist. Door aanvaarding van een aanbod (beide eenzijdige gerichte rechtshandelingen) komt een overeenkomst (een meerzijdige rechtshandeling tot stand).
  • Gemengde overeenkomsten hebben typische kenmerken van 2 of meer benoemde overeenkomsten. 

    Voorbeeld: pensionovereenkomst, kan zowel huur-, koop- en opdrachtovereenkomst omvatten. 

    De wetgever heeft in art. 6:215 BW als hoofdregel voor de cumulatieleer gekozen: in beginsel moeten regels van benoemde contracten naast elkaar worden toegepast. Hierop wordt een uitzondering voor zover als:
    • de bepalingen niet verenigbaar zijn;
    • de strekking van de bepalingen -i.v.m. de aard van de overeenkomst - zich tegen toepassing verzet: dan wordt de keuze aan de rechter overgelaten.
  • Wat zijn de rechtsgevolgen van het onderscheid tussen gerichte en ongerichte eenzijdige rechtshandelingen?
    De wet verbindt aan dit onderscheid in de artikelen 3:32 lid 2 BW en 3:34 lid 2 BW consequenties met betrekking tot nietigheid en vernietigbaarheid van rechtshandelingen (en daarmee ex art. 6:213 lid 1 BW van overeenkomsten). Een ander gevolg van dit onderscheid is dat in het geval van een gerichte eenzijdige rechtshandeling de wederpartij van de handelende persoon een beroep kan doen op artikel 3:35 BW. Bij een ongerichte eenzijdige rechtshandeling dient de wederpartij zich op art. 3:36 BW te beroepen.
  • Is het opstellen van een uiterste wil een aan de erfgena(a)m(en) gerichte eenzijdige rechtshandeling?
    Onjuist
  • Is het maken van een schilderij is het verrichten van een rechtshandeling?
    Onjuist
  • Is een obligatoire overeenkomst de rechtsbetrekking die voortvloeit uit de afspraak van partijen om zich tot bepaalde rechtsgevolgen te verbinden?
    De rechtsbegrippen 'overeenkomst' en 'verbintenis' worden door elkaar gehaald.
  • Is een liberatoire overeenkomst tevens een obligatoire overeenkomst?
    Een liberatoire overeenkomst is een overeenkomst waarbij partijen een of meer tussen hen bepaalde verbintenissen tenietdoen. De liberatoire overeenkomst is geen obligatoire overeenkomst, omdat er geen verbintenissen ontstaan.
  • Is opzettelijk een auto beschadigen een rechtshandeling?
    Nee, er is geen sprake van een op rechtsgevolg gerichte handeling zoals artikel 3:33 BW vereist, maar van een op een feitelijk gevolg gerichte handeling waaraan de wet rechtsgevolgen verbindt. Er is hier immers sprake van een onrechtmatige daad (art. 6:162 BW) waaruit door de dader een verbintenis tot schadevergoeding voortvloeit.
  • Voor de totstandkoming van een overeenkomst zijn twee of meer wilsverklaringen vereist. Afdeling 6.5.2 heeft als opschrift: het totstandkomen van overeenkomsten. Waarom staat dan toch titel 3.2 centraal bij de bespreking van de wilsovereenstemming als ontstaanvereiste voor een overeenkomst?
    Het BW heeft als uitgangspunt dat leerstukken zo veel mogelijk daar worden behandeld, waar zij qua betekenis thuishoren en is daartoe van algemeen naar bijzonder opgebouwd (gelaagde structuur).
    Een overeenkomst vormt als meerzijdige rechtshandeling een species van het genus rechtshandeling. Onderwerpen die voor alle vermogensrechtelijke rechtshandelingen van belang zijn, worden geregeld in titel 3.2. Voor de totstandkoming van een rechtshandeling (en dus voor een overeenkomst) is vereist dat de verklaring - de geopenbaarde wil - overeenstemt met de werkelijke wil van de declarant, zie de artikelen 3.33, 3.34 en 3.35 BW in titel 3.2. Voor wat betreft de totstandkoming van de overeenkomst wordt in titel 6.5 Overeenkomsten in het algemeen voortgebouwd op titel 3.2. In titel 6.5 vinden wij derhalve ten aanzien van de totstandkoming van de overeenkomst slechts aanvullende, dan wel afwijkende regels.
  • Wat is het belangrijkste artikel dat door artikel 6:216 BW van overeenkomstige toepassing op andere meerzijdige vermogensrechtelijke rechtshandelingen wordt verklaard?
    Het gaat in het bijzonder om artikel 6:248 BW (redelijkheid en billijkheid), waarvan de werking via artikel 6:216 BW wordt uitgebreid tot alle meerzijdige vermogensrechtelijke rechtshandelingen. Dit wordt de aanvullende werking van de redelijkheid en billijkheid genoemd.
  • Waarin verschilt een besluit van een vergadering van andere meerzijdige rechtshandelingen zoals een overeenkomst?
    Bij een besluit van een vergadering worden de overeenstemmende wilsverklaringen niet afhankelijk van elkaar afgelegd. Men spreekt wel van een Gesamtakt.
  • Door welke drie beginselen wordt het contractenrecht beheerst?
    Het consensualisme.
    Overeenkomsten komen in de regel niet formeel, maar vormvrij door de wilsovereenstemming (consensus) van partijen tot stand (art. 3:37 lid 1 BW)
    De verbindende kracht van de overeenkomst.
    Partijen moeten de verbintenissen nakomen die ze bij het sluiten van de overeenkomst op zich hebben genomen. Dit beginsel ligt opgesloten in artikel 6:248 lid 1 BW: een overeenkomst heeft niet alleen de door de partijen overeengekomen rechtsgevolgen, maar ook die welke, naar aard van de overeenkomst, uit de wet, de gewoonte of de eisen van redelijkheid en billijkheid voortvloeien.
    De contractsvrijheid betreft niet alleen de inhoud van de overeenkomst maar heeft ook betrekking op de bij de overeenkomst betrokken partijen.
    Het staat een ieder in beginsel vrij om al dan niet een overeenkomst aan te gaan, om de inhoud, werking en de voorwaarden van een overeenkomst naar eigen inzicht te bepalen en deze al dan niet aan een vorm te binden. Dit beginsel is ten dele verwoord in artikel 6:248 lid 1 BW (dit artikel stelt immers de door partijen overeengekomen rechtsgevolgen voorop), maar ons gehele privaatrecht is op de autonomie van het rechtssubject (natuurlijk dan wel de rechtspersoon) gegrond. De contractsvrijheid wordt door artikel 3:40 BW ingeperkt. Ook artikel 6:162 BW bakent de contractvrijheid nader af.
  • Waarom is schenking wel een overeenkomst en het maken van een testament niet?
    Een testament (een uiterste wilsbeschikking) komt tot stand door een wilsverklaring van de erflater zonder dat aanvaarding van een wederpartij/geadresseerde vereist is (art 4:42 BW). Het is een eenzijdige niet-gerichte rechtshandeling. Schenking (art. 7:175 BW) is een overeenkomst en derhalve een meerzijdige rechtshandeling. Schenking is echter een eenzijdige, dat wil zeggen niet-wederkerige, overeenkomst. Een eenzijdige overeenkomst is een overeenkomst waarbij door het totstandkomen van de overeenkomst slechts een van de partijen tot een of meer prestaties jegens de andere verplicht wordt. Uit de schenkingsovereenkomst vloeit uitsluitend voor de schenker een verbintenis voort. De begiftigde hoeft zelf niets te presteren tegenover de schenker. Aangezien schenking een overeenkomst is dient degene die een schenking krijgt aangeboden, de schenking te aanvaarden, wil de obligatoire overeenkomst tot stand komen. Bij schenking dienen derhalve twee of meer partijen toestemming te geven voor het intreden van het rechtsgevolg (een aanbod tot schenking dient te worden gevolgd door een aanvaarding door de begiftigde wederpartij (art. 6:217 BW)).
    Een eenzijdige overeenkomst dient van een wederkerige te worden onderscheiden. Een wederkerige overeenkomst (art 2:261 lid 1 BW) is een overeenkomst waaruit voor partijen jegens elkaar onderling afhankelijke verplichtingen (d.w.z. verbintenissen) voortvloeien, bijvoorbeeld bij een huurovereenkomst het leveren van het huurgenot door de verhuurder tegenover het betalen van de huurpenningen door de huurder (art. 7:201 lid 1 BW)
  • Welke soort overeenkomsten zijn aan een vorm gebonden en welke niet?
    De concensuele overeenkomst is niet aan een vorm gebonden. Bij formele overeenkomsten (bijv. art 7:2 lid 1 BW) stelt de wet een vormvereiste voor de geldigheid. Wordt niet aan het vormvereiste voldaan, dan is artikel 3:40 lid 2 BW van toepassing.
    Reele overeenkomsten zoals bruikleen (art. 7A:1777 BW) komen pas tot stand door de overhandiging van de zaak waarop de overeenkomst betrekking heeft. Voor de afgifte van de zaak bestaat een onbenoemde voorovereenkomst tot bruikleen; de wettelijke bepalingen van bruikleen worden eerst bij overhandiging van de in bruikleen gegeven zaak van toepassing.
  • Indien een overeenkomst aan een bepaalde vorm is gebonden, is de voorovereenkomst hieraan dan ook gebonden?
    In principe is de voorovereenkomst dan ook aan een bepaalde vorm gebonden, tenzij uit de strekking van het voorschrift anders voortvloeit (art 6:226 BW).
  • Noem twee vormen van hulpovereenkomsten en geef daarvan een definitie
    De voortbouwende overeenkomst is afhankelijk van bestaande rechtsverhouding.
    Een tweede vorm van hulpovereenkomst is de voorovereenkomst waarin partijen zich verbinden tot het in de toekomst tot stand brengen van een andere overeenkomst, waarvan de inhoud althans in hoofdzaken voldoende bepaald of bepaalbaar is.
  • De 23-jarige W treedt voor de periode van één jaar in dienst bij verhuisbedrijf V. Deze overeenkomst is te karakteriseren als?
    Een consensuele duurovereenkomst
    Voor de totstandkoming van een overeenkomst gelden in beginsel geen vormvereisten (art. 3:37 BW lid 1 BW). In casu is sprake van een arbeidsovereenkomst (art. 7:610 BW). Ook de totstandkoming van een arbeidsovereenkomst is niet gebonden aan een formeel (d.w.z. aan een bepaalde vorm) vereiste. het is wettelijk niet vereist dat arbeidsovereenkomsten schriftelijk tot stand worden gebracht, ook mondeling tot stand gekomen arbeidsovereenkomsten zijn geldig. De arbeidsovereenkomst is derhalve een consensuele overeenkomst. Het enige vereiste voor totstandkoming van een arbeidsovereenkomst is wilsovereenstemming (consensus) tussen werkgever en werknemer. De arbeidsovereenkomst is wel een 'bijzondere overeenkomst', de arbeidsovereenkomst is immers geregeld in boek 7 titel 10 van het BW. Boek 7 BW is getiteld 'bijzondere overeenkomsten'. De arbeidsovereenkomst is geen reele overeenkomst. Bij reele overeenkomsten komt de overeenkomst als zodanig pas tot stand bij overhandiging van de zaak/goed waarop de overeenkomst betrekking heeft.

  • Schakelbepalingen.
    Artikelen 3:59, 3:78, 3:98, 6:216 en 6:261 lid 2 BW.
  • Benoemde overeenkomst.
    Bepaalde overeenkomsten worden in de wet uitdrukkelijk geregeld wanneer zij zo vaak voorkomen, dat een afzonderlijke regeling in de wet gewenst is of ter bescherming van een van beide partijen.
  • Onbenoemde overeenkomt.
    Een overeenkomst die niet uitdrukkelijk in de wet is geregeld. Wordt enkel beheerst door de algemene regels van titels 3.2 en 6.5.
  • Gemengde overeenkomst.
    Vertonen typische kenmerken van twee of meer benoemde overeenkomsten. Het standaardvoorbeeld is de pensioenovereenkomst.
  • Hoofdovereenkomst.
    Heeft een zelfstandig reden van bestaan, zoals bijvoorbeeld alle benoemde overeenkomsten.
  • Hulpovereenkomst.
    Een overeenkomst die wordt aangegaan in afhankelijkheid van een buiten haar liggende rechtsverhouding. Het doel van een hulpovereenkomst kan zijn het voorbereiden, versterken, bevestigen, regelen of afwikkelen van een buiten haar liggende dienstbetrekking.
  • Voorovereenkomst.
    Is een hulpovereenkomst waarin een partij zich verbindt (of beide partijen zich verbinden) tot het tot stand brengen van een andere overeenkomst in de toekomst en waarvan de inhoud althans in hoofdzaken voldoende bepaald of bepaalbaar is. Een eventueel vormvereiste voor de hoofdovereenkomst dient in principe ook voor de voorovereenkomst te gelden (art. 6:226 BW).
  • Voortbouwende overeenkomst.
    een hulpovereenkomst die afhankelijk is van een bestaande rechtsverhouding.
Lees volledige samenvatting
Maak nu je eigen eFaqt account aan voor toegang tot deze en duizenden andere hoge kwaliteit samenvattingen.

Voorbeelden van vragen in deze samenvatting

Welke 2 stellingen kunnen worden afgeleid uit het arrest Baris-Riezenkamp?
5
N.a.v. het arrest Plas-Valburg zijn 3 onderhandelingsfases te onderscheiden:
5
Wat is de essentie van het arrest Vogelaar-Skil (1991)?
5
Wat is de essentie van het arrest Ruiterij-MBO (1997)?
5
Pagina 1 van 47