Samenvatting Voedingsdeskundige

-
752 Flashcards en notities
12 Studenten
  • Deze samenvatting

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

PREMIUM samenvattingen zijn gecontroleerd op kwaliteit en speciaal geselecteerd om je leerdoelen nog sneller te kunnen bereiken!

Samenvatting - Voedingsdeskundige

  • 1 Grondbeginselen van de natuurwetenschap

  • Welke verschijnselen behoren tot de karakteristieke levensverschijnselen?
    1. Voeding
    2. Voortplanting
    3. Uitscheiding
    4. Groei
    5. Waarneming
    6. Ademhaling
    7. Beweging



    Vvugwab 
  • Levensverschijnselen kunnen alleen plaatsvinden als er sprake is van metabolisme. Waar staat dit begrip voor?
    Alle gebeurtenissen in een levend organisme waarbij stoffen verbruikt of veranderd worden. Ook wel stofwisseling genoemd.
  • Waaruit zijn moleculen opgebouwd?
    Atomen, die in een vaste rangschikking met elkaar verbonden zijn.
  • Waaruit bestaat een atoom?
    1. Atoomkern, opgebouwd uit protonen (positief geladen deeltjes) en neutronen ( neutrale deeltjes).
    2. Elektronen (negatief geladen deeltjes) die om de atoomkern 'hangen'. 
  • Wat is een neutraal atoom?
    Het aantal protonen is gelijk aan het aantal elektronen.
  • Wat is een ion?
    Een ion is een atoom met een verschillend aantal protonen en elektronen. Het is een elektrisch geladen atoom met een overschot of tekort aan elektronen.
  • Wat is een kation
    Ion met een tekort aan elektronen.
    k=ite
  • Wat is een anion?
    Ion met overschot aan elektronen.
    a=ioe
  • Waaruit bestaat een zuurstofatoom?
    Een atoom met in de kern 8 protonen (+)
    Daarom heen bevinden zich 8 elektronen (-)
    Maar de elektronen zijn verdeeld over 2 schillen, waarvan de buitenste niet helemaal gevuld, hierdoor is het zuurstofatoom NIET in balans en dus reactief.
  • Waarom is het zuurstofatoom instabiel?
    Omdat het bestaat uit een volle eerste schil, de K-schil gevuld met 2 elektronen en een tweede schil L schil met 6 elektronen. Het zuurstofatoom voelt zich op zijn best als de L schil gevuld zou zijn met 8 elektronen. Het is daarom opzoek naar 2 extra elektronen. Omdat het zuurstof atoom niet in balans is, deinst het er niet voor terug om een elektron van een in evenwicht verkerend molecuul af te pikken. Daarom is het reactief en instabiel, want het kan veel schade aanrichten aan een ander molecuul, want als die andere molecuul ontdaan wordt van een elektron kan het uitelkaar vallen, omdat het beschadigd is. Dit wordt oxidatie genoemd.
  • Wat betekent oxidatie?
    Uitelkaar vallen of ten gronde gaan oiv een reactie met zuurstof.
  • Wat zijn elementen oftewel klein moleculaire stoffen?
    Moleculen met uitsluitend gelijksoortige atomen.
  • Wat zijn groot moleculaire stoffen?
    Moleculen met ongelijksoortige atomen, oftewel samengestelde atomen, deze stoffen kunnen zich weer splitsen in hun oorspronkelijke klein moleculaire onderdelen. Maar kunnen ook opgebouwd worden tot samengestelde atomen.
  • Geef een voorbeeld van een groot moleculaire stof.
    Water bestaat uit het element 'waterstof' en 'zuurstof'
  • Welke aggregatievorm kan een dode stof aannemen?
    1. Vast
    2. Vloeibaar
    3. Gas
  • Deze aggregatievorm kan tijdelijk van toestand veranderen. Welke van deze natuurkundige verschijnsels ken je?
    1. Smelten, bij temperatuurverhoging gaat vaste vorm over in vloeibare vorm.
    2. Stollen, bij temperatuurverlaging gaat vloeibare vorm over in vaste vorm. 
    3. Verdampen, bij temperatuurverhoging gaat vloeibare vorm over in gasvorm.
    4. Condenseren, bij temperatuurverlaging verdicht gas tot vloeibare vorm.

  • Wat zijn microben?

    Levende wezens van lagere orde.
    Alleen met microscoop zichtbaar.
    Zij staan onmiddellijk in contact met hun leefmilieu. 
    Voorbeelden zijn, schimmels, bacteriën, virussen. 
  • Wat is een bacterie?
    Eencelligen, soms in kolonies levende micro-organismen. Een bacterie is een prokaryoot en heeft geen celkern. Het erfelijke materiaal zweeft rond in het cytoplasma. 
    Ze komen overal voor en leveren mens, dier en plant voordeel op. Zitten in darminhoud en zijn noodzakelijk voor de spijsvertering.
  • Wat zijn schimmels?
    Dit zijn eukaryote micro-organismen (in het bezit van een celkern, mitochondriën en een endoplasmatisch reticulum ) waardoor ze zich onderscheiden van de bacteriën.  
    Eencelligen als meercellig, kunnen dierlijk als plantaardige kenmerken hebben.
  • Wat is een virus?
    Een virus is een superklein organisme (veel kleiner dan een bacterie).
    Virussen kunnen zich niet zelfstandig voortplanten, zij hebben een gastheer nodig. Ze koppelen zich aan een cel en injecteren hun erfelijk materiaal. Alleen zo kunnen zij zich vermenigvuldigen.
  • Wat zijn eencelligen?
    Dierlijk, amoeben
    Plantaardig, bacteriën 
  • Wat zijn meercelligen?
    Dierlijk, mens en dier
    Plantaardige, planten 

  • Wat is emulsie?
    Dat is een homogene, niet moleculaire dooreenmenging van twee of meer stoffen, die met elkaar niet in oplossing te brengen zijn, zoals bijvoorbeeld water en vetten. Er is dan een een emulgator nodig om ervoor te zorgen dat het een echte homogene emulsie wordt. Eigeel dient bv als emulgator voor het maken van mayonaise.
  • Wat zijn voorbeelden van organische stoffen?
    De belangrijkste voedingsstoffen van ons lichaam, koolhydraat, vetten en eiwitten.
    =Vek 
  • Uit welke elementen zijn koolhydraten opgebouwd?
    Koolstof, waterstof en zuurstof.

    =wazuko
  • Uit welke elementen bestaan eiwitten?
    Uit minstens 5 elementen in de meest verschillende verhoudingen. Ze bevatten altijd koolstof, waterstof, stikstof, zuurstof en zwavel.

    Wazuko + stikstof en zwavel 
  • Uit welke elementen zijn vetten opgebouwd?
    Koolstof, waterstof en zuurstof.

    Wazuko
  • Wat is adhesie?
    Aantrekkingskracht tussen 2 ongelijke moleculen, zonder dat er sprake is van een chemische binding.
    a=o
  • Wat is cohesie?
    Onderlinge aantrekkingskracht van gelijke moleculen. 
    In vaste stoffen, met de geringste beweeglijkheid van de deeltjes, is de cohesie het grootst.
    c=g
  • Wat is diffusie?
    Passief transport, waarbij deeltjes zich verplaatsen van een hoge concentratie naar een lage concentratie, totdat er een gelijke concentratie is. Diffusie vindt plaats bij vloeistoffen en gassen.
  • Waarom is osmose een belangrijk proces in de biologie?
    Omdat celmembranen van onze cellen semi permeabel zijn. Waardoor water vrijelijk een cel in en uit kan stromen, maar opgeloste zouten, proteïne en andere stoffen niet.
  • Wat is osmose?
    Natuurkundig proces op basis van diffusie.
    Een vloeistof waarin stoffen zijn opgelost, stroomt door een semi-permeabel membraan (half doorlatend) dat wel vloeistof doorlaat maar geen opgeloste stoffen. Bij osmose stroomt de vloeistof vd zijde waar de concentratie opgeloste stoffen lager is naar de zijde waar deze hoger is.
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Voorbeelden van vragen in deze samenvatting

Waar bestaat bloed uit?
2
Wat is bloedplasma?
2
Wat zijn rode bloedlichaampjes of erytrocyten?
2
Wat zijn bloedplaatjes?
2
Pagina 1 van 126