Virale ziekten, prionziekten & zoönosen bij de hond

by (2013)
170 Flashcards en notities
2 Studenten

Studeer slimmer met eFaqt samenvattingen

  • Beschikbaar voor computer, tablet, telefoon en op papier
  • Vragen met antwoorden over de leerstof
  • Ongelimiteerde toegang tot 300.000 online samenvattingen
  • Tools voor slim studeren & timers voor betere resultaten

Bekijk deze samenvatting

PREMIUM samenvattingen zijn gecontroleerd op kwaliteit en speciaal geselecteerd om je leerdoelen nog sneller te kunnen bereiken!

Samenvatting - Virale ziekten, prionziekten & zoönosen bij de hond

  • 2.1.1 Kennelhoest

  • Welke virussen hebben ENKEL tropisme voor ADH stelsel?
    • caniene para-influenzavirus type 2(CPIV2)
    • caniene adenovirus type 2(CAV2)
  • Welke virussen hebben ONDER ANDERE een tropisme voor het ADH stelsel?
    • hondenziekte virus
    • caniene adenovirus type 1
    • caniene herpesvirus type 1
  • Wat is mogelijk een bacteriële oorzaak van kennelhoest?
    Bordetella bronchiseptica
  • Wat zijn nog andere niet infectieuze oorzaken van kennelhoest?
    • hoge diersoort concentratie
    • ventilatie
    • prikkelende gassen(ammoniak)
  • Waar in het lichaam vormen CPIV2 en CAV2 problemen?
    In de ademhalingswegen
  • Waar zit het virus de eerst 1-3 dagen?
    in de cellen van het respiratoir epitheel
  • Wat gebeurt er op dag 3-6?
    Neutro's en macro's zetten de aanval in, het epitheel is/wordt vernietigd.
  • Wat gebeurd er na 7 dagen?
    Epitheel wordt terug opgebouwd en antistoffen worden gevormd IgA en IgG
  • Wanneer kan er een bacteriële superinfectie komen?
    3-6 dagen daar waar het epitheel verdwenen is
  • Waar resulteert een bacteriële super infectie in?
    Ontsteking
  • Op welke dag zie je de hoogste virus titers?
    dag 4
  • Welke immuunreactie treed er op na infectie in chronologisch volgorde?
    cytotoxische T lymfocyt > eindigt na 1-2 maand
    IgA > eindigt na 4-6 maanden
    IgG > eindigt na 1-3 jaar
  • Wat zijn de symptomen?
    • paroxysmale hoest
    • tonsillitis
    • koorts
    • ooguitvloei
    • neusuitvloei
  • Hoe is de morbiditeit en mortaliteit?
    morbiditeit = hoog
    mortaliteit = laag
  • Hoe gebeurd de overdracht?
    aërogeen of direct
  • Welk virus kan ook via de omgeving overdragen?
    Caniene adenovirus type 2
  • Hoe hoger de infectie druk, hoe groter de problemen!!
  • Wat is er van belang voor bescherming van de pups?
    Colostrale immuniteit, hoe hoger de antistoffentiter hoe langer de pups beschermd zijn.
  • Hoe hou je de infectie druk zo laag mogelijk?
    - geen contact met uitscheiders
    - reinigen en ontsmetten omgeving
    - Maternale immuniteit verbeteren door vaccinatie(nog voor het kweken!!) hier door krijg je hoge antistoftiters in het colostrum
  • Hoe is het vaccinatieschema?
    Vaccinatie op 9 weken en 12 weken, niet vroeger anders is er interferentie met maternale immuniteit.
  • 2.2 Spijsverteringsstoornissen

  • Welke virussen geven een lokaal type infectie in het SVS?
    caniene rotavirus
    caniene coronavirus
  • Welk virus geeft een algemeen type infectie waar ook het SVS bij is betrokken?
    caniene parvovirus
Lees volledige samenvatting
Maak nu je eigen eFaqt account aan voor toegang tot deze en duizenden andere hoge kwaliteit samenvattingen.

Voorbeelden van vragen in deze samenvatting

Welke virussen hebben ENKEL tropisme voor ADH stelsel?
1
Welke virussen hebben ONDER ANDERE een tropisme voor het ADH stelsel?
1
Wat is mogelijk een bacteriële oorzaak van kennelhoest?
1
Wat zijn nog andere niet infectieuze oorzaken van kennelhoest?
1
Pagina 1 van 41