Thema 8: Degeneratie

by (2016)
122 Flashcards en notities
2 Studenten

Studeer slimmer met eFaqt samenvattingen

  • Beschikbaar voor computer, tablet, telefoon en op papier
  • Vragen met antwoorden over de leerstof
  • Ongelimiteerde toegang tot 300.000 online samenvattingen
  • Tools voor slim studeren & timers voor betere resultaten

Bekijk deze samenvatting

PREMIUM samenvattingen zijn gecontroleerd op kwaliteit en speciaal geselecteerd om je leerdoelen nog sneller te kunnen bereiken!

Samenvatting - Thema 8: Degeneratie

  • 1 Week 32

  • Vraag.
    Antwoord.
  • 1.1 Fysiologie

  • Hoe ontstaan herinneringen? Waar worden deze opgeslagen?
    Herinneringen ontstaan doordat een sensorisch signaal verschillende keren door de synaps wordt doorgegeven. De synaps wordt steeds beter in het doorgeven van dit signaal. Op een gegeven moment hebben de synapsen zo vaak dit sensorische signaal verwerkt dat dit signaal ook opgewekt kan worden zonder de daadwerkelijke sensorische signaal. Dit noemt men facilitering
    Herinneringen worden opgeslagen in de cerebrale cortex.
  • Wat zijn de functies van het ruggenmerg, naast het doorgeven van impulsen?
    • loopbewegingen opwekken
    • reflexen opwekken die zorgen dat je bv. je arm weg trekt bij pijnsensatie
    • reflexen die de benen stijf maken zodat je er niet doorheen zakt
    • reflexen opwekken die lokale bloedvaten, gastro-intestinale bewegingen of urine uitscheiding aansturen.
  • Wat is de functie van de lagere hersenen/het subcorticale niveau?
    Bijna alle onbewuste activiteiten in het lichaam worden aangestuurd vanuit de lagere hersenen. Hieronder vallen het handhaven van de arteriële bloeddruk, ademhaling en emotionele patronen.
    Onder de lagere gebieden vallen: medulla, pons, mesencefalon, hypothalamus, thalamus, cerebellum en de basale ganglia.
  • Wat is de functie van het hogere brein ofwel het corticale niveau?
    De cerebrale cortex is, in combinatie met de lagere hersenen betrokken bij de meeste denkprocessen, maar met name bij herinneringen.
  • Hoe komt de neurotransmitter vrij uit de pre-synaptische uiteinden?
    De neurotransmitter bevindt zich in blaasjes in de pre-synaptische uiteinden. Het pre-synaptische membraan bevat veel voltage-gated Ca2+ kanalen, welke open gaan wanneer het membraan depolariseert door een actiepotentiaal. Wanneer deze voltage-gated Ca2+ kanalen open gaan, stroomt er Ca2+ en neurotransmitter de synaptische spleet in. De hoeveelheid neurotransmitter die naar binnen stroomt is afhankelijk van de hoeveelheid Ca2+.
    Het exacte mechanisme is nog niet duidelijk.
  • Uit welke twee delen bestaan de receptor proteïnen die op het post-synaptische membraan zitten?
    • een bindingsplek voor de neurotransmitter
    • intra-cellulair gedeelte welke naar binnenkant neuron steekt
  • Hoe worden receptoren genoemd die bij activatie direct zorgen voor opening van ionkanalen?
    Iontropische receptoren.
  • Hoe worden receptoren genoemd die bij activatie d.m.v. second messenger eiwitten zorgen voor de opening van ionkanalen?
    Metabotropische receptoren.
  • Wat is het verschil tussen cation- en anionkanalen?
    Cationkanalen zijn negatief geladen en laten vooral Na+ door.
    Anionkanalen zijn positief geladen en laten vooral Cl- door. Ze stoten Na+, K+ en Ca2+ af omdat deze te groot zijn.
  • Wat is het verschil in werking tussen inhiberende en exciterende neurotransmitters?
    Inhiberende transmitters openen de anion kanalen en exciterende transmitters openen de kationkanalen.
  • Hoe zorgen exciterende receptoren voor hun exciterende effect op het post-synaptische neuron?
    • Openen Na+ kanalen: binnen cel meer positief dus richting drempelwaarde
    • Verminderde geleiding voor Cl- en/of K+ kanalen: minder negatieve instroom en minder positieve uitstroom
    • Verandering in metabolisme neuron (vb. meer exciterende prikkels)
  • Hoe zorgen inhiberende receptoren voor hun inhiberende effect op het post-synaptische neuron?
    • Openen van Cl- kanalen: cel minder positief)
    • Vergroot K+ uitstroom: binnenkant minder positief
    • Activatie van receptor enzymen die metabole functies van de cel verminderen waardoor minder andere receptoren worden geactiveerd
  • Waar wordt glutamaat uitgescheiden?
    Glutamaat wordt uitgescheiden aan de presynaptische uiteinden in de sensorische paden van het zenuwstelsel.
  • Waar wordt acetylcholine uitgescheiden?
    Acetylcholine wordt uitgescheiden door de piramidiale cellen van verschillende hersengebieden, motorneuronen in skeletspieren en in verschillende ganglia.
  • Hoe verschillen de concentraties van Na+, K+ en Cl- aan de binnen- en buitenkant van een neuron gedurende het rustpotentiaal?
    Zie foto!
  • Hoe wordt de potentiaalverandering als gevolg van een exciterende neurotransmitter genoemd? En van een inhiberende transmitter?
    De potentiaalverandering als gevolg van een exciterende neurotransmitter wordt het excitory postsynaptic potential (EPSP) genoemd. Die van een inhiberende neurotransmitter wordt het inhibitory postsynaptic potential (IPSP) genoemd.
  • Worden neuronen meer of minder prikkelbaar bij een alkalose? En bij een acidose?
    Bij een alkalose worden de neuronen meer prikkelbaar, terwijl ze bij een acidose juist minder prikkelbaar worden.
  • Welke kanalen zorgen voor het ontstaan van de refractaire periode?
    De voltage-gated natrium kanalen veroorzaken de refractaire periode doordat ze tijdelijk niet kunnen openen.
  • Hoe wordt het eiwit genoemd die de myosine-filamenten op zijn plaats houdt?
    Titine.
  • Hoe wordt de vloeistof tussen de myofibrillen genoemd?
    Sarcoplasma.
  • Uit welke kiemlaag zijn de spieren, het zenuwstelsel en het klierweefsel afkomstig?
    Spieren: mesoderm
    Zenuwstelsel: ectoderm
    Klierweefsel: alle lagen
  • Waardoor kan de myosineknop binden aan de normaal geblokkeerde bindingsplaats op actine?
    Doordat er een actiepotentiaal ontstaat, is er een grote influx van Ca2+. Deze Ca2+ bindt aan de troponine-tropomyosinecomplex welke normaal de bindingsplaats blokkeerd. Hierdoor kan myosine binden.
  • Via welke neuronen zorgt het CZS voor het op spanning houden van de spierspoeltjes?
    Het CZS zorgt hiervoor via de y-neuronen.
  • Wat is de functie van de primaire uiteinde van een receptorgebied? Bij welke reflex speelt deze een rol?
    In een receptorgebied bevindt het primaire uiteinde zich in het midden. Dit primaire uiteinde is gevoelig voor veranderingen in rek. De 'vuurfrequentie' gaat omhoog bij het uitrekken van de spier.
    Het primaire uiteinde speelt een belangrijke rol in de dynamische reflex.
  • Wat is de functie van de secundaire uiteinden van een receptorgebied? Bij welke reflex spelen deze een rol?
    In een receptorgebied bevinden de secundaire uiteinden zich aan de uiteinden. Deze zijn gevoelig voor veranderingen is spanning in de spier.
    De secundaire uiteinden spelen een rol bij de statische reflex.
  • Bevinden de motorische neuronen zich in de voor- of achterhoorns van het ruggenmerg?
    De motorische neuronen bevinden zich in de voorhoorns.
  • Hoe wordt de reflex van een agonist genoemd? En die van een antagonist?
    De reflex van een agonist wordt ipsilateraal genoemd. Die van de antagonist wordt contralateraal genoemd.
  • Wat is het verschil tussen een propriotieve en een exteroreceptieve prikkeling genoemd?
    Een proprioceptieve prikkeling is afkomstig van een receptor binnen het lichaam. Een exteroreceptieve prikkeling is afkomstig van de huid.
  • Wat is de functie van de dynamische reflex?
    De dynamische relfex reageert sterk op uitrekking van de spier door zich hiertegen te verzetten.
  • Wat is de functie van de statische reflex?
    De statische reflex reageert zwak maar langwerkend als reactie op veranderingen in spierspanning en zorgt dat deze constant blijft.
  • Wat is de functie van een Golgi-peesreflex?
    De Golgi-peesreflex is volledig inhiberend, waardoor de reflex zorgt voor een negatief feedbackmechanisme dat zorgt dat er niet te veel spanning wordt opgebouwd in de spier.
  • Wat is het verschil tussen de flexorreflex en de nociceptieve reflex?
    Een flexorreflex is een reflex waarbij bij bijna elk type cutane sensorische stimulatie van een ledemaat, ervoor zorgt dat deze wordt ingetrokken (stimulatie flexoren).
    Een nociceptieve reflex verschilt hier enkel van in het feit dat het een reactie is op pijn ipv sensorische stimulatie.
  • Wat is de functie van de gekruiste extensorreflex?
    Deze reflex treeft binnen een halve sec. na stimulatie van de flexorreflex op en zorgt dat het lichaam wordt weggestrekt van de sensorische input/pijn.
  • Van welke soort sensitiviteit spreekt men bij het proprioceptieve gevoel?
    Gnostische sensitiviteit.
  • Van welke soort sensiviteit spreekt men bij het exteroreceptieve gevoel?
    Vitale sensitiviteit.
  • Hoe kan men uit de spiertonus afleiden in welk systeem het mis gaat?
    Wanneer er sprake is van hypertonie, zit de stoornis in het CZS, terwijl als er sprake is van hypotonie, zit de stoornis in de periferie.
  • Bij storingen in welk hersen-systeem ontstaat rigiditeit?
    Bij storingen in het extrapiramidale systeem ontstaat rigiditeit. Hierdoor wordt weerstand gedurende het gehele bewegingstraject gevoeld. In combinatie met een tremor ontstaat het tandradfenomeen.
  • Hoe lopen de directe en indirecte route in de hersenen? Welke werkt remmend en welke juist onremmend op de thalamus?
    • Directe route: striatum->glubus pallidus->substantia nigra->thalamus
    • Indirecte route: striatum->globus pallidus->nucleus subthalamicus->thalamus


    De directe route werkt ontremmend op de thalamus, terwijl de indirecte route juist remmend werkt.
  • Waardoor wordt rigiditeit veroorzaakt?
    Rigiditeit is het gevolg van het uitvallen van dalende banen uit de hersenstam. Hierdoor worden motorneuronen die spierspoeltjes besturen ontremd. Het 'set-point' van de spierspoeltjes veranderd. Hierdoor worden de antagonist en agonist tegelijk aangespannen. Hierdoor gaan bewegingen erg moeizaam.
  • Wat is het verschil tussen temporale en spatiële summatie?
    Bij temporale summatie is er sprake van een verhoging van de frequentie van een neuron waardoor een actiepotentiaal wordt bereikt, terwijl bij spatiële summatie meer neuronen een impuls geven waardoor een actiepotentiaal wordt bereikt.
  • Welke drie somatische sensoren kent ons lichaam?
    • thermoreceptieve sensoren
    • mechanoreceptieve sensoren
    • pijnsensoren
  • Welke functies heeft het somatosensorische gebied I?
    • sensorische prikkels aanwijzen
    • verschillende gradaties van druk onderscheiden
    • gewicht van objecten beoordelen
    • vormen van objecten beoordelen
    • texturen/materialen onderscheiden
  • Via welke twee wegen gaan pijnsignalen via het ruggenmerg naar de hersenen?
    • neospinothalamische route; snelle pijn; lange zenuwbanen; goede lokalisatie
    • paleospinothalamische route: langzame pijn: korte zenuwbanen
  • Welke receptoren vallen onder de tonische ofwel langzame receptoren?
    • baroreceptoren
    • pijnreceptoren
    • chemoreceptoren
    • receptoren van macula densa
    • receptoren in spierspoeltjes
  • Via welke weg transporteert het dorsale kolom-mediale lemniscale systeem signalen?
    Het dorsale kolom-mediale lemniscale systeem transporteert signalen naar de medulla van de hersenen via de dorsale kolommen van het ruggenmerg.
    Hier in de medulla kruisen de zenuwen naar de andere helft, waarna ze verder omhoog lopen langs de hersenstam en de mediale lemniscus naar de thalamus.
  • Via welke weg transporteert het anterolaterale systeem signalen?
    Het anterolaterle systeem transporteert signalen die binnenkomen in het ruggenmerg. Deze signalen gaan vanuit de dorsale spinale zwenuwwortels in de dorsale wortels van de grijze stof, waarna ze kruisen en verder gaan naar de andere kant van het ruggenmerg. Deze zenuwen komen uit bij de hersenstam en thalamus.
  • Welke neurotransmitter is vaak betrokken bij presynaptische inhibitie?
    GABA>
Lees volledige samenvatting
Maak nu je eigen eFaqt account aan voor toegang tot deze en duizenden andere hoge kwaliteit samenvattingen.

Voorbeelden van vragen in deze samenvatting

Vraag.
2
Hoe ontstaan herinneringen? Waar worden deze opgeslagen?
2
Wat zijn de functies van het ruggenmerg, naast het doorgeven van impulsen?
2
Wat is de functie van de lagere hersenen/het subcorticale niveau?
2
Pagina 1 van 31