Samenvatting tentamen geneeskunde vorm&functie

-
128 Flashcards en notities
15 Studenten
  • Deze samenvatting

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

PREMIUM samenvattingen zijn gecontroleerd op kwaliteit en speciaal geselecteerd om je leerdoelen nog sneller te kunnen bereiken!

Samenvatting - tentamen geneeskunde vorm&functie

  • 1 tentamen geneeskunde vorm&functie

  • wat gebeurt er als je spieren groter worden?
    dan worden de aanhechtingspunten groter, dus ook je skeletmassa wordt groter
  • hoe heet de thorax holte?
    cavitas thoracis
  • hoe heet de buikholte?
    cavitas abdominis
  • wat is een ander woord voor transversaal?
    axiaal
  • wat is een ander woord voor frontaal?
    coronaal
  • wat is een ander woord voor gewricht?
    een junctura. voor een bepaalde vorm vindt je vooral de term articulatio
  • welke verschillende soorten junctura's zijn er?
    • junctura fibrosa: bindweefselverbinding (schedelnaad; stuur of syndesmose)
    • junctura cartilaginea: kraakbeenverbinding (discus intervertebralis)
    • junctura synovialis: ruimte tussen botstukken met synovia (bedoel je meestal met articulatio)
  • wat is de algemene bouw van synoviale gewrichten?
    • kop (caput)
    • kom (beide bedekt met hyaline kraakbeen)
    • dit is niet zo stevig, dus voor buitenste laag membrana fibrose
    • ruimte tussen de botten: cavum articulare (hierin synovia)
    • ligamenten: capsular of extracapsulair
    • kraakbeen (hulp) structuren: discus
  • waarin kan je gewrichten indelen?
    • 1 assig -> scharniergewricht (lengte of dwars)
    • 2 assig -> zadelgewricht (condyloid (ei) gewricht)
    • 3 assig -> kogelgewricht: anatomisch (doet denken aan kogel) of functioneel (functioneert als een kogel)
  • welke beweging is specifiek voor schouder en heup?
    ipv flexie en extensie gebruik je antiflexie en retroflexie. om de longitudinale as: exo- en endorotatie. 
  • wat zijn kenmerken van de 1-assige gewrichten?
    • lengtescharnier (onderarm)
    • dwarsscharnier (elleboog)
  • wat zijn kenmerken van de 2-assige gewrichten?
    • zadelgewricht
    • condyloid (ellipsoid; vingers)
  • hoe noem je de aanhechtingsplekken van spieren?
    origo en insertie. origo ligt altijd dichter bij het lichaam. 
  • wat is de functie van spieren tov gewrichten?
    spieren stabiliseren, ook al sta je stil, je hebt spieren die langs 1 gewricht lopen, of langs meerdere: mono-, bi-, polyarticulair. 
  • wat is het verschil tussen het schoudergewricht en de schoudergordel?
    • schoudergewricht: tussen scapula en humerus
    • schoudergordel = clavicula en scapula
  • wat zijn de gewrichten in de schoudergordel?
    • tussen de clavicula en het sternum: articulatie Sternoclavicularis
    • tussen clavicula en scapula: articulatie acromioclavicularis
    • tussen humerus en scapula (schoudergewricht): art. humeri = art. glenohumeralis. 
  • beschrijf het art. sternoclavicularis:
    functioneel kogelgewricht. er zit een discus in, die beweging verzorgt. drie bewegingsassen:
    • clavicula omhoog/omlaag
    • clavicula voren/achter
    • om zijn eigen as
  • beschrijf het art. acromioclavicularis:
    matige beweeglijkheid door ligamenten. caritas glenoidalis (ondiepe kom schoudergewricht, de art. humeri). als je aan de scapula trekt, zal de clavicula volgen. dus uiteindelijk vindt de beweging plaats tussen de clavicula en het sternuk, dus sternoclaviculaire gewricht.
  • welke bewegingen kunnen plaatsvinden bij de schouder?
    dit refereer je naar wat er met de scapula gebeurt:
    • elevatie / depressie
    • protractie / retractie
    • laterorotatie / mediorotatie (upward en downward rotation)
  • waardoor wordt de stabiliteit in de schouder verzorgd en waardoor niet?
    niet door de kop, het kapsel, de vorm van de botten of de ligamenten, maar wel door de spieren. vooral de rotator cuff spieren. 
  • wat is het scapulohumerale ritme?
    zijwaarts heffen arm = obductie in schoudergewricht en laterorotatie scapula. dit is de samenwerking tussen schoudergordel en -gewricht 
  • wat zijn de veelvoorkomende ziekenhuisinfecties?
    • longontsteking
    • postoperatieve wondinfectie
    • urineweginfectie
    • lijnsepsis
  • wanneer moet je allemaal handen wassen?
    • voor contact met mensen
    • voordat je iets bij iemand uitvoert
    • nadat er mogelijk vloeistof blootstelling gevaar is 
    • na het contact met een persoon
    • na contact met de omgving van de patient
  • waar ligt het lichaamszwaartepunt van de man?
    bij S2. dit is het bot van het os sarcoom. kan veranderen als je dikker wordt. 
  • hoe zit het heupgewricht in elkaar?
    de kop en de kom een beetje lateraal, wat betekent dat tussen de hals van het femur (collum femoris) en de schacht van het femur (corpus femoris) een hoek moet bestaan van 125 graden, zodat de demora convergeren naar de knieën. hierdoor is er weer een hoek nodig tussen het femur en de tibia (tibiofemorale hoek) van 174 graden. 
  • waaruit bestaat de bekkengordel?
    3 botten in totaal;
    • rechter- en linker os coxae (heupbeen)
    • os sacrum aan de achterzijde 
  • waaruit bestaat de os coxae (heupbeen)?
    • os pubis (voorzijde; schaambeen)
    • os ischii (achter onder; zitbeen)
    • os ilium (vleugel)

    komen samen in het acetabulum (diepe kom van het heupgewricht)
  • wat is de symphysis pubica?
    een kraakbeenschijf -> junctuurs cartilaginea (gewricht met weinig bewegingsmogelijkheden
  • je hebt 2x het art. sacroiliaca, ook wel SI gewricht:
    synoviaal gewricht, met veel beweging dus, maar heeft in dit geval de neiging tot fibroseren door de gewrichtsoppervlakken. dus alsnog weinig beweging. ook doordat de kapsels en banden aardig stevig zijn.
  • wat gebeurt er met de symphysis pubica bij de bevalling?
    verbindende elementen van het kapsel en het kraakbeen van de symphyse gaat meer water opnemen, waardoor het soepeler wordt voor de baring. bindweefsel staat onder de invloed van hormonen
  • beschrijf de bekkeningang:
    verdeelt bekken in grote en kleine bekken (resp. boven en onder). dit is de pelvis major en minor. organen die in de pelvis minor liggen: blaas, prostaat, baarmoeder, interne genitaliën en endeldarm
  • beschrijf de bekkenbodem:
    geeft ondersteuning aan de bekkenorganen en voorkomt verzakking. is een spiering schot, zoals het diafragma. als de druk in de buikholte verhoogt (bijv. door persen), dan moet je deze druk weerstaan om niet je organen eruit te persen

    bekken vrouw: laag en breed
    bekken man: hoog en smal
  • beschrijf het heupgewricht:
    stevig kapsel en de kom is veel dieper dan het schoudergewricht. dus veel inherente stabiliteit.er loopt een ligament van de kom naar de kop, zonder belangrijke biochemische functie, maar heeft een voedende functie bij de ontwikkeling van de heupkop. bij sommige volwassenen loopt hier nog steeds een bloedvat door
  • beschrijf het kniegewricht:
    grootste en moeilijke gewricht. erg kwetsbaar, doordat het krachtenspel groot is (hoe lager, hoe groter de krachten) en het ligt vrij oppervlakkig. het is primair een dwars-scharnier gewricht: flexie/ extensie. maar ook met geringe rotatie. 
    het is een synoviaal gewricht, dus met een kop en een kom, maar hier zijn er 2 paar:
    • 2 koppen -> 2 femurcondylen
    • 2 kommen -> 2 tibiacondylen (=tibiaplateau's)
  • waarmee articuleert de patella?
    met het femur
  • waarvoor zijn de menisci?
    omdat de koppen en kommen dyscongruente gewrichtsoppervlakken zijn
    • mediale meniscus is groter en heeft meer bevestigingsplekken (hierdoor kwetsbaarder)
    • laterale meniscus
  • waarvoor dienen collaterale banden?
    zorgen ervoor dat verschillende onderdelen bij elkaar blijven, maar je wil ook geen ab- of adductie van de tibia en fibula. dit wordt voorkomen door de collaterale baden.
    • lig. collaterale tibiale
    • lig. collaterale fibulare 
  • wat zijn kruisbanden?
    zitten binnen het gewricht. ze zitten alleen niet in de gewrichtsholte. niet direct in contact met het gewrichtssmeer (synovia)
    • lig. cruciatum anterius
    • lig. cruciatum posterius

    spelen een rol bij flexie/extensie. zorgen ervoor dat femur en tibia goed gepositioneerd blijven tov elkaar. als er een scheur zit in de kruisbanden van de voorste, kan je het onderbeen een stukje naar voren trekken in liggende toestand -> schuifladefenomeen. kan ook naar achter
  • wat is de toestand van de banden wanneer de knie in extensie staat?
    dan zijn alle banden gespannen (geeft een stabiele situatie)
  • wat gebeurt er wanneer de knie in flexie gaat?
    dan zijn de banden slapper en is er dus een beetje rotatie mogelijk in het kniegewricht
  • wat is slotrotatie?
    rotatie die toch kan optreden bij extensie
  • wat gebeurt er met de tibia bij een vrij been?
    die draait een beetje naar buiten: ecorotatie. is fysiologisch en heeft niks te maken met een knie die op slot zit
  • wat gebeurt er met het femur bij stand?
    endorotatie, omdat de tibia dan 'vast' zit aan de grond
  • wat is de quadrilles?
    komt voornamelijk van het femur en gaat naar de tibia en is een belangrijke sterker van het been. bij de patella moet hij om het kniegewricht heen, dat is gunstig omdat het moment zo groter wordt. 
  • wat is de functie van de patella?
    de lengte van de trekpees optimaliseren, geeft een grotere kracht bij het strekken van de knie
  • wat is een bursa?
    een zakje met synovia, maar die niet altijd in contact staan met de gewrichtsholte. kan ook tussen bot en huid. deze bursae kunnen overbelast worden, bijvoorbeeld op de patella. dan krijg je bursitis
  • beschrijf de enkel:
    dwarsscharnier. laesies aan het enkelgewricht komen vaak voor. SI gewricht, dus een kop en een kom
  • wat is de kop van de enkel?
    trochlea tali (bovenzijde van de talis)
  • wat is de kom van de enkel?
    tibia-fibula vork (verend)
  • wat is de functie van de fibula?
    geen dragende functie, maar er hechten wel spieren aan. draagt ook bij aan een verende kom. 
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Voorbeelden van vragen in deze samenvatting

wat gebeurt er als je spieren groter worden?
5
hoe heet de thorax holte?
5
hoe heet de buikholte?
5
wat is een ander woord voor transversaal?
5
Pagina 1 van 32