Samenvatting Tentamen 1 - Sociale psychologie H7-11 (jaar 1)

-
39 Flashcards en notities
18 Studenten
  • Deze samenvatting

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

Samenvatting Tentamen 1 - Sociale psychologie H7-11 (jaar 1)

JJ van Ackooij

Samenvatting - Tentamen 1 - Sociale psychologie H7-11 (jaar 1)

  • 1 Tentamen 1 - Sociale psychologie H7-11 (jaar 1)

  • Wat is communicatie?
    De overdracht van verbale en non-verbale boodschappen (informatie) tussen twee of meer personen. Zenders en ontvangers voorzien de informatie van een persoonlijke betekenis.

    Communicatie is effectief wanneer de ontvanger niet alleen begrijpt wat de zender bedoelt, maar ook de reactie laat zien waar de zender op gerekend heeft.
  • Wat is non-verbale communicatie?
    Het uitwisselen van boodschappen zonder woorden (oogcontact, gezichtsuitdrukking, geluiden enz.).
  • Wat is interpersoonlijke communicatie?
    Communicatie waarbij mensen elkaar rechtstreeks kunnen beïnvloeden. 
    (versus massacommunicatie)
  • Wat is massacommunicatie?
    Communicatie waarbij meestal sprake is van eenrichtingsverkeer. Een partij geeft informatie via een onpersoonlijk medium, waarop de ander niet direct kan reageren (tv, kranten, bladen).
  • Wat is de interne en externe communicatie van een organisatie?
    Interne communicatie is gericht op medewerkers van de organisatie.
    Externe communicatie is de communicatie tussen de organisatie en de buitenwereld.
  • Noem vier aspecten van de communicatieboodschap.
    - appellerend aspect (dat wat aanspreekt, appèl)
    - expressief aspect (uitstraling, humeur, gedrag)
    - zakelijk aspect (inhoud)
    - relationeel aspect (hoe is de relatie met de ontvanger
  • Wat is feedback?
    De reactie die de zender krijgt van de ontvanger.

    Door deze feedback kan de zender vaststellen hoe de boodschap is overgekomen.
  • Noem een aantal kenmerken van een 'wij-cultuur'.
    - verbondenheid met groep is belangrijker dan autonomie individu
    - loyaliteit aan tradities, normen
    - behoefte aan regels en rangen
    - relaties belangrijker dan geld
    - beleefdheid, gehoorzaamheid
    - bescheidenheid, ingetogenheid
    - man is de baas
    - respect voor ouderen
  • Noem een aantal kenmerken van een 'ik-cultuur'.
    - onafhankelijkheid, autonomie individu
    - eigen geweten, verantwoordelijkheid
    - globale regels, geen behoefte aan rangen
    - eerlijkheid, duidelijkheid
    - assertiviteit, jezelf goed presenteren
    - man/vrouw gelijke rechten
    - accent op jong en dynamisch
  • Hoe verloopt het communicatieproces?
    Een zender of bron stuurt een boodschap naar een ontvanger. De ontvanger kan aangeven dat hij de boodschap heeft ontvangen, hij geeft feedback. Ook geeft hij aan hoe hij de boodschap heeft begrepen.

    Kernwoorden zender: coderen - boodschap - medium.
    Kernwoorden ontvanger: decoderen - interpreteren (vanuit referentiekader en context) - reflecteren en (re)actie produceren - feedback.

    Zie communicatiecyclus op pag. 159.
  • Wat betekent de term circulariteit?
    Het rondgaan van communicatie: er ontbreekt een duidelijk begin en een duidelijk eind aan de communicatie. Beide personen zijn bezig met zenden en ontvangen.
  • Wat is een interactiepatroon?
    Een serie gedragingen of uitingen die kenmerkend is voor de (sub)groep.
  • Wat betekent interpunctie?
    Letterlijk: scheiding van woorden door punten. 
    Figuurlijk: ieder mens zet 'de punt' anders; ieder mens heeft een andere kijk op de werkelijkheid. Wat de een als oorzaak ziet, ziet de ander als gevolg.
  • Wat is metacommunicatie?
    Praten over de communicatie.
    Je geeft aan hoe de boodschap geïnterpreteerd wordt of moet worden. Een soort feedback met toevoeging van de bedoelingen.
  • Waardoor kunnen misverstanden of storingen in de communicatie ontstaan?
    - iemand kan onduidelijk of verwarrend zenden
    - de andere partij kan niet goed luisteren
    - er kan ruis zijn op het communicatiekanaal
    - feedback kan ontbreken
    - selectieve perceptie
    - diskwalificaties
  • Wat zijn diskwalificaties (in de communicatie)?
    Tactieken die mensen gebruiken om zaken te verhullen, om niet direct aan te geven wat ze bedoelen. Het kan een meer of minder bewuste strategie zijn.
  • Noem vier voorwaarden voor effectieve communicatie.
    1. Technische voorwaarde (elkaar kunnen verstaan, dezelfde taal)
    2. Cognitieve voorwaarde (elkaar kunnen begrijpen)
    3. Interpretatieve voorwaarde (weten wat de interpretatie van jezelf en de 
        ander is)
    4. Affectieve voorwaarde (begrijpen welke emoties worden opgeroepen)
  • Wat verstaan we onder een groep?
    Een begrensde eenheid van twee of meer personen die (in zekere mate) van elkaar afhankelijk zijn, gemeenschappelijke uitgangspunten of waarden hebben en elkaar wederzijds beïnvloeden. 
  • Noem drie essentiële kenmerken van een groep.
    1. directe interactie
    2. gezamenlijke waarden, doelen en normen
    3. groepsstructuur
  • Noem verschillende indelingen van groepen.
    - formele en informele groepen
    - primaire en secundaire groepen
    - taakgerichte en relatiegerichte groepen

    Blz. 198.

    En verschillende groepsstructuren:
    - sociale categorieën
    - collectiviteit
    - togetherness-situatie

    Blz. 197.
  • Wat is een referentiegroep?
    De referentiegroep dient als een vergelijkingspunt bij het vormen van bepaalde algemene of specifieke waarden of attitudes en het ontwikkelen van bepaalde gedragingen. Je hoeft niet per se lid te zijn van een referentiegroep.

    Heeft bijvoorbeeld een normatieve of vergelijkende functie.

    Er bestaan ook negatieve referentiegroepen (daar zet je je juist tegen af, gaat je anders gedragen).
  • Wat is een aspiratiegroep?
    Een referentiegroep waarvan je graag lid wilt zijn.
  • Welke fasen zijn er in de ontwikkeling van een (taakgerichte) groep?
    1. testfase
    2. stormfase
    3. normfase
    4. uitvoeringsfase
    5. oplosfase
  • Wat is een groepsstructuur?
    Een netwerk van relaties tussen personen in bepaalde situaties.
  • Wat zijn rollen?
    Verwachtingen die mensen hebben over gedrag dat iemand in een bepaalde positie moet vertonen. Als je gedrag laat zien dat past bij je rol, vertoon je rolgedrag.

    Enkele begrippen:
    - rolgrenzen
    - roldistantie
    - rol-overidentificatie
    - taakrollen
    - relatiegerichte rollen
    - formele rollen

    Blz. 207.
  • Wat is een rolconflict?
    Tegenstrijdige eisen of verwachtingen met betrekking tot de rollen die iemand heeft of moet hebben in een of meer posities.

    - Intern rolconflict (binnen één positie)
    - Extern rolconflict (spanningen rond twee posities)
  • Wat zijn rolpatronen?
    Gevestigde ideeën in de maatschappij over de rollen van mannen en vrouwen.
  • Wat zijn groepsnormen?
    Geschreven en ongeschreven regels waaraan de groepsleden zich dienen te houden.

    - taaknormen
    - omgangsnormen
  • Wat is een sociogram?
    Een overzicht (figuur) dat aangeeft tot welke mensen groepsleden zich wel of juist niet aangetrokken voelen. Het brengt positieve en negatieve voorkeursrelaties in kaart.
  • Wat is leidinggeven?
    Een sociaal proces, waarbij het gedrag van een individu of een groep beïnvloed wordt om een bepaald doel te bereiken in een specifieke situatie.
  • Wat zijn groepsfuncties?
    Gedragingen die bijdragen tot het bereiken van de gewenste resultaten of groepsdoelen.
  • Welke twee dimensies in leiderschapsstijlen onderscheiden Blake en Mouton?
    Productiviteit en mensgerichtheid.
  • Met welke aspecten houden Hersey en Blanchard rekening bij hun leiderschapstheorie (situationeel leidinggeven)?
    De capaciteiten, mate van zelfvertrouwen en motivatie van medewerkers.
  • Noem twee belangrijke oorzaken van sociale beïnvloeding.
    - informatieafhankelijkheid
    - effectafhankelijkheid

    Sociale beïnvloeding is dus mogelijk als er sprake is van een afhankelijkheidsrelatie.
  • Wat houdt sociale controle in?
    Bij sociale controle gaat het om allerlei vormen van sancties (beloningen en straffen) die ingezet worden om gedrag van individuen af te stemmen op belangrijke sociale normen en waarden.
  • Wat is conformeren?
    Toegeven aan een bepaalde norm van anderen zonder dat die anderen daarom expliciet verzoeken.

    Een vorm van indirecte sociale beïnvloeding. 
  • Wat is macht?
    Macht is de kracht waarmee een partij de opvattingen, gevoelens en/of het gedrag van een andere partij kan beïnvloeden. 

    Meest voorkomende vormen van macht:
    - dwang
    - gezag (legitieme macht)
    - manipulatie
  • Noem verschillende machtsmiddelen.
    - economische middelen
    - fysieke middelen
    - informationele middelen
    - deskundigheid
    - relationele middelen, persoonlijke kwaliteiten
  • Noem twee experimenten waarmee sociale beïnvloeding en gehoorzaamheid/macht werden onderzocht.
    - het gevangenisexperiment van Zimbardo (blz. 238)
    - het experiment van Milgram (blz. 246)
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Voorbeelden van vragen in deze samenvatting

Wat is communicatie?
4
Wat is non-verbale communicatie?
4
Wat is interpersoonlijke communicatie?
4
Wat is massacommunicatie?
4
Pagina 1 van 10