Samenvatting Taal Class notes

11 Flashcards en notities
1 Studenten
  • Deze samenvatting

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

Samenvatting - Taal Class notes

  • 1334613600 Taal; bijeenkomst 1

  • Ontwikkeling van geletterdheid: begint als een kind belangstelling krijgt voor geschreven taal (ver voor groep 3). De aspecten die hiervoor belangrijk zijn: Kunnen produceren van geschreven taal, navertellen van verhalen en spelen met klanken.<?xml:namespace prefix = o ns = "urn:schemas-microsoft-com:office:office" />

  • Experimenteren met materiaal<?xml:namespace prefix = o ns = "urn:schemas-microsoft-com:office:office" />

    Fase 1: Spelen met letters.

    Fase 2: Onzinwoorden maken.

    Fase 3: Woorden namaken.

    Fase 4: Zelf woorden maken.

    Fase 5: Steeds moeilijkere woorden lezen.

    Fase 6: Steeds moeilijkere zinnen lezen.

    Fase 7: Leren voorlezen.

    Ontwikkeling van schrijven van letters en woorden:

    Fase 1: Tekenen van woorden.

    Fase 2: Gebruik maken van krabbelschrift.

    Fase 3: Gebruikmaken van letterachtige tekens.

    Fase 4: Gebruik maken van een of meer letters uit een woord.

    Fase 5: Woorden schrijven met een zelfbedachte spelling.

     

    Klankzuiver woord: Je spreekt de klanken in het woord precies zo uit, als dat je ze los zou uitspreken. Je leest het woord PRECIES zoals je het uitspreekt.

    à Reep is klankzuiver, maar beer niet (je leest bi/eer).

  • Interactief taalonderwijs<?xml:namespace prefix = o ns = "urn:schemas-microsoft-com:office:office" />

    1. Betekenisvol à een postkantoor

    2. Sociaal leren à samen een brief maken, brieven uitwisselen

    3. Strategisch leren à hoe komt deze kaart naar oma?

  • Een stimulerende omgeving, stimuleert het lezen: lettermuur, lettertafel, leeshoek etc.<?xml:namespace prefix = o ns = "urn:schemas-microsoft-com:office:office" />

    Een stimulerende omgeving, stimuleert het schrijven: stempelen, naschrijven, letter kleien, eigen naam schrijven etc.

  • 1334700000 Taal; bijeenkomst 2

  • Anker: een betekenisvolle context waarin je (al) je lessen kan geven (een thema).

  • Routine: een terugkerend onderdeel (planbord, voorlezen etc).

    Bijvoorbeeld bij de tussendoelen

    - Boekoriëntatie: voorlezen - zelf lezen.

    - Verhaalbegrip: vragen stellen - navertellen.

    - Functie van geschreven taal: dagritme kaarten - takenbord - zelf schrijven.

    - Relaties tussen gesproken en geschreven taal: centrale letters – daghulpjes - zelf schrijven - stempelen.

    - Taalbewustzijn: klankkast - oefeningen bij een thema.

    - Alfabetisch principe: letterboeken - centrale letter.
  • 1334786400 Taal; bijeenkomst 3

  • Taalbewustzijn bestaat uit:

    1. Fonologische ontwikkeling: kunnen uitvoeren van activiteiten met klankstructuren als woorden en zinnen.

    à woorden in zinnen kunnen onderscheiden, onderscheid kunnen maken tussen lange en korte woorden (reus – kabouter), woorden in stukjes kunnen verdelen, kunnen rijmen.

    2. Fonemische ontwikkeling: de vaardigheid om binnen gesproken woorden klanken te onderscheiden, daarover na te denken en ze te manipuleren. à uitvoeren van activiteiten met losse klanken: wat hoor je vooraan bij sinterklaas; steek je vinger op als je de o hoort, plakken en hakken, een klank weglaten, toevoegen of vervangen.

  • Indicatoren voor onvoldoende ontwikkeld fonemisch bewustzijn:<?xml:namespace prefix = o ns = "urn:schemas-microsoft-com:office:office" />

    - Niet kunnen klappen van woorden in een zin of lettergrepen in een woord.

    - Niet kunnen herkennen of produceren van woordparen die beginnen of eindigen met eenzelfde klank, of rijmen.

    - Het aantal klanken in een woord niet kunnen tellen.

    - Geen klanken kunnen toevoegen of weglaten in een woord.

    - Geen klanken kunnen toevoegen of weglaten in een bepaald woord om vervolgens hiervan met een andere klank een nieuw woord te maken.

     

    De elementaire leeshandeling/ fonologische route: de meest effectieve manier om te leren lezen is om de koppeling tussen tekens en klanken te maken en dan vervolgens die klanken samen te voegen tot een woord (Nederland).

    Globale route: leren lezen door inprenting van woorden (buitenland).

  • Deelvaardigheden van het aanvankelijk lezen en spellen<?xml:namespace prefix = o ns = "urn:schemas-microsoft-com:office:office" />

    Auditieve objectivatie:

    Vaardigheid om iets te zeggen over de klankvorm van een woord, maar de betekenis van het woord kan nog niet los worden gezien van de klank.

    à Welk woord is langer: trein of vrachtwagen’ Antwoorden: trein.

     Auditieve discriminatie:

    Het horen van overeenkomsten en verschillen tussen klanken en woorden.

    à Hoor je verschil tussen bot en boot -  pak en bak? Welke letter hoort er niet bij/ is anders? Als het kind het verschil hoort/ weet, kan het goed auditief discrimineren.

    Visuele discriminatie:

    Het kunnen onderscheiden van lettervormen, die veel op elkaar lijken.

    à Veel voorkomende verwisselingen: b en d of b en d.

    Auditieve analyse (hakken):

    Het kunnen ontleden van woorden in de afzonderlijke klanken (in stukjes hakken).

    à Hak het woord kast. Antwoord: k-a-s-t

    Hak het woord kabouter in stukjes. Antwoord: ka-bou-ter.

    Visuele analyse:

    Het kunnen onderscheiden van afzonderlijke grafemen in een woord.

    à In staat zijn om in het woord mier drie grafemen te onderscheiden. Dat betekent dat het de letters i en e als één grafeem moet herkennen.

    Auditieve synthese (plakken):

    Het samen voegen van losse klanken tot een woord en/of het samenvoegen van klanken of klankstructuren.

    à Welk woord zeg ik: b-oo-m? Antwoord: boom.

    Visuele synthese:

    Het samenvoegen van losse grafemen tot een woord.

    Er wordt niet meer spellend gelezen.

    à Het lezen van wisselrijtjes (spaar, spook, speel, spijt) bevordert de visuele synthese.

    Temporeel ordenen:

    Het kind weet de geanalyseerde klanken in de juiste volgorde te onthouden.

    à Drop blijft drop en wordt niet dorp.

    Spatieel ordenen:

    Het onthouden van letters in de juiste volgorde. Hiervoor moet je een woordbeeld in je geheugen vast kunnen houden.

    àeen probleem bij spatieel ordenen: het verwarren van op elkaar lijkende woorden als mier en riem.

    Klankpositie bepalen:

    Het aangeven van de plaats van een klank in een woord.

    à Wat hoor je vooraan in /huis/? of wat hoor je achteraan in /bloem/?

    Letterpositie bepalen:

    In staat zijn aan te wijzen op welke plaats de letter in een woord te vinden is.

  • Leren lezen in groep 3<?xml:namespace prefix = o ns = "urn:schemas-microsoft-com:office:office" />

    Leren lezen gaat meestal niet vanzelf. De meeste kinderen hebben een stapsgewijze uitleg nodig van het alfabetische principe en systematische oefening volgens een leesmethode. Bekende leesmethodes zijn Veilig leren lezen, Leeslijn/Leesweg en De leessleutel.

    1e semester
    In het eerste half jaar van groep 3 ligt de nadruk op het aanleren van alle klank-letterkoppelingen en de elementaire leeshandelingen die nodig zijn om met die letters woorden te maken en terug te lezen (letterkennis en 'hakken en plakken' van woorden).

    Dit betekent dat kinderen rond februari de meeste letters kennen en klankzuivere woorden kunnen lezen en schrijven, bijvoorbeeld ‘kat’.

    2e semester
    In de tweede helft van groep 3 leert het kind woorden met medeklinkerclusters, meerlettergrepige woorden en woorden met afwijkende spelling (bijvoorbeeld eindigend op -eer en -eur of -eeuw en -ieuw). Als ondersteuning van het leren lezen, leren kinderen ook woorden schrijven.

    De nadruk ligt nu ook op het toenemen van de leessnelheid door een toenemende automatisering van de letter-klank koppeling en woordherkenning. Daarnaast is er al veel aandacht voor begrijpend lezen.

    In plaats van hakken wordt er tegenwoordig ook vaak gezongen, terwijl de leerlingen met de vinger de woorden aanwijst.

    Risicoleerlingen:

    - Leerlingen met een andere moedertaal.

    - Leerlingen uit een taalarm milieu.

  • Het verschil tussen fonologisch- en fonemisch bewustzijn<?xml:namespace prefix = o ns = "urn:schemas-microsoft-com:office:office" />

    Het fonemisch bewustzijn is een specifieke gevorderde fase van het fonologisch bewustzijn waarbij kinderen in staat zijn eenlettergrepige woorden in afzonderlijke klanken op te delen.

    - Het fonologisch bewustzijn is veel breder dan het fonemisch bewustzijn. Er vallen zaken als auditieve discriminatie, auditieve synthese en rijmen onder. Deze aspecten worden in de kleutergroepen geoefend.

    - Het fonemisch bewustzijn richt zich op de auditieve analyse van woorden in klanken en de synthese van klanken in woorden. Wordt het fonologisch bewustzijn geoefend in groep 1 en 2, een aantal aspecten van het fonemisch bewustzijn (met name het opdelen van woorden in afzonderlijke klanken)wordt door veel kinderen pas tijdens het aanvankelijk lezen bereikt en niet ervoor.

Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.