Staatssteun in de decentrale praktijk

by (2008)
ISBN-10 901304364X ISBN-13 9789013043648
204 Flashcards en notities
7 Studenten

Studeer slimmer met eFaqt samenvattingen

  • Beschikbaar voor computer, tablet, telefoon en op papier
  • Vragen met antwoorden over de leerstof
  • Ongelimiteerde toegang tot 300.000 online samenvattingen
  • Tools voor slim studeren & timers voor betere resultaten

Bekijk deze samenvatting

PREMIUM samenvattingen zijn gecontroleerd op kwaliteit en speciaal geselecteerd om je leerdoelen nog sneller te kunnen bereiken!

Samenvatting - Staatssteun in de decentrale praktijk

  • 1 Overzicht en achtergronden van het staatssteunrecht

  • Waar wordt naar gekeken bij het vaststellen of er sprake is van staatssteun?

    • de vorm waarin steun wordt verleend
    • effect dat een bepaalde overheidsmaatregel of overheidshandeling teweeg brengt
  • Wat is het gevolg van staatssteun?

    Overheden versterken de concurrentiepositie van hun eigen ondernemingen ten opzichte van ondernemingen in andere lidstaten.

  • Wat zijn kenmerken van staatssteun?

    art. 107 lid 1 VwEU
    • staatsmiddelen
    • voordeel
    • onderneming
    • selectiviteit
    • vervalsing mededinging
    • beïnvloeding tussenstaatse handel
  • Welke vormen van staatssteun zijn er?

    • schenking
    • subsidie
    • lening
    • belasting
    • lagere premies
    • betaling indirecte kosten
  • Motieven staatssteun?

    • bescherming zwakke sector
    • ontwikkeling achtergebleven gebied
    • steun facet overheidsbeleid (milieu)
    • steun publieke taken (trein, post)
  • Wat zijn de risico's wanneer staatssteun onrechtmatig is verschaft?

    • terugbetalen
    • procederen
    • indruk 'onbetrouwbare overheid'
  • Wat zijn gevolgen van staatssteun?

    • concurrentievervalsing tussen lidstaten
    • concurrentiekracht neemt af
    • subsidie-afhankelijkheid
    • houdt slechte bedrijven overeind (inefficiëntie)
    • geen prikkel tot innovatie
    • andere regeringen gaan ook steunen
    • rijke landen trekken economische activiteit elders weg
  • Wat houdt het stanstill-beginsel in?

    Art. 108 lid 3 VwEU, de lidstaten zijn verplicht steunmaatregelen te melden bij de Europese Commissie voordat zij in werking treden.

  • Wat zijn de toezichtinstrumenten van de Europese Commissie wanneer er sprake is van inbreuk op art. 108 VwEU?

    • informatieve
    • preventieve
    • repressieve
  • Wat houdt een vrijstellingsverordening in?

    Geen melding vooraf, wel achter af. Met betrekking tot MKB, O&O, Milieu, werkgelegenheid + opleiding en regionale steun arme gebieden. 

  • Welke elementen moeten worden benoemd bij het lezen van de uitspraak?

    1. Is er sprake van staatssteun? (criteria nalopen)
    2. Wat is standpunt Amsterdam/Appingedam?
    3. Wat is standpunt UPC/Essent?
    4. Wat zegt nationale rechter?
    5. Wat zegt Europese Commissie?
  • Welke twee risico's staan er bij het niet naleven van het staatssteunrecht?

    • financieel: de steunverlenende instantie dient bij terugvordering van steun er voor te zorgen dat de steunontvanger in de situatie wordt gebracht die zou hebben bestaan zonder dat de steun zou zijn verleend.
    • politiek: de provincie of gemeente laat in de eerste plaats bij de onderneming die subsidie of andere voordelen van de desbetreffende overheid heeft gekregen een slechte indruk achter -> negatieve publiciteit/imagoschade
  • Criteria staatssteun, art. 107 VwEU?

    1. Zijn bij de maatregelen staatsmiddelen betrokken? (dominerende invloed/afzien van bepaalde inkomsten)
    2. Wordt door middel van de maatregel een voordeel verschaft? (markt economy investor principle/markt economy creditor principle)
    3. Wordt dit voordeel verschaft aan bepaalde ondernemingen of een bepaalde productie?
    4. Wordt hierdoor de mededinging vervalst? (verstoring van de markt)
    5. Wordt hierdoor de tussenstaatse handel beïnvloed? (markt waarin buitenlandse ondernemingen opereren)
  • 1.1 Overzicht en systematiek

  • De regels voor staatssteun staan in art. 87 en 88 EG-Verdrag.

    87 => materiële bepalingen

    88 => procedurele bepalingen

     

    Staatssteun kent 5 criteria:

      1. Sprake van voordeel met staatsmiddellen bekostigd,

      2. Voor een onderneming, niet langs gewone commerciële bemachtigd kan worden

      3. Voordeel is selectief,

      4. Het vervalst de mededinging, of dreigt dit te vervalsen

      5. En heeft een ongunstig effect op het handelsverkeer tussen de staten

     

    Staatssteun kan in allerlei vormen voorkomen. Er moet dan ook niet gekeken worden naar de vorm, maar naar het effect dat het meebrengt.

     

     

     

  • Regels voor staatssteun zijn neergelegd in art. 107 (bevat materiële bepalingen) jo. 108 (bevat procedurele bepalingen) VWEU. Gaat daarbij om basisbepalingen die in secundaire regelgeving nader zijn uitgewerkt. art. 107 lid 1 VWEU geeft in wezen aan dat staatssteun verboden is en geeft in zelfde lid ook definitie van staatssteun, hieruit kunnen vijf criteria worden onderscheiden wil er sprake zijn van steun:

    1. moet sprake zijn van voordeel dat met staatsmiddelen is bekostigd;
    2. moet gaan om voordeel voor onderneming dat niet langs normale commerciële weg zou zijn bemachtigd;
    3. moet sprake zijn van selectief voordeel;
    4. mededinging moet worden vervalst of er is dreiging tot vervalsing, en;
    5. voordeel heeft ongunstig effect op handelsverkeer tussen lidstaten.
  • De staatssteun regels stellen grenzen aan de handelingsbevoegdheden van regionale en lokale overheden. 

     

    Wanneer overheden steun verlenen aan ondernemingen,versterken zij op korte termijn de concurrentiepositie van hun eigen ondernemingen ten opzichte van ondernemingen van andere lidstaten. 

     

    Nadelen van staatssteun op de lange termijn zijn:

    1. Afhankelijkheid van ondernemingen van subsidies

    2. Minder marktgeoriënteerde ondernemingen

    3. Minder innovatief

    4. Minder efficiënt

    5. Afnemen van de concurrentiekracht 

     

     

     

  • Het idee achter de staatssteunregels brengt met zich mee dat niet naar vorm wordt gekeken waarin steun wordt verleent, maar naar het effect dat een bepaalde overheidsmaatregel of overheidshandeling teweeg brengt.

  • Staatssteun is o.g.v. 87 lid 1 in beginsel verboden. leden 2 en 3 geven uitzonderingen waarvoor de EC een steunmaatregel verenigbaar kan verklaren met het verdrag (markt).

     

    Bij lid 2 is er weinig beoordelingsvrijheid voor de commissie, bij lid 3 wel veel. Het beleid, volgend uit lid 3, heeft de commissie proberen vast te leggen in richtsnoeren, kaderrichtlijnen en mededelingen. 

     (voor Ned. is alleen lid 2 van toepassing)

     

    Art. 88 lid 3 verplicht de lidstaten de steunmaatregelen, voordat zij inwerking treden, te melden bij de EC. Zolang de EC geen oordeel heeft gegeven mag de steun niet worden verleend => standstill-bepaling.  

    (deze bepaling is voor de nationale rechter inroepbaar)

     

  • Verdragsregels op gebied van staatssteun en benadering van EU Commissie hebben ook grote betekenis voor regionale en lokale overheden. Zij stellen grenzen aan handelingsbevoegdheid van decentrale overheden. Maatregelen van overheid, ongeacht of het nationale, regionale, lokale overheid is, om eigen bedrijfsleven te bevoordelen, kunnen interne markt verstoren en dat is in beginsel niet toegestaan.

     

    Staatssteunregels, die vaak worden ervaren als beperking van vrijheid om nieuwe ondernemingsactiviteiten aan te trekken, bestaande bedrijvigheid te stimuleren of ondernemingen in moeilijkheden te helpen, beschermen ook tegen oneigenlijke concurrentie van andere lidstaten of regio's, die misschien bereid zouden zijn net iets meer steun te verlenen.

  • De commissie heeft een vrijstellingverordening bevoegdheid voor horizontale steunmaatregelen (=> hebben betrekking op alle sectoren).  De verordening houdt in dat wanneer aan de voorwaarden is voldaan, de steunmaatregel is vrijgesteld van de meldingsplicht van 88 lid 3.  De verordeningsbevoegdheid geld voor steunmaatregelen voor:

    - midden en kleinbedrijf

    - onderzoek en ontwikkeling

    - milieubescherming

    - werkgelegenheid en opleiding

     

    De de-minimisverordening is ook zoon vrijstellingsverordening. => hierin is steun tot 200.000 per drie belasting jaren toegestaan, zonder dat de commissie op de hoogte gesteld moet worden. 

     

  • Staatssteun in beginsel verboden ingevolge art. 107 lid 1 VWEU, maar EU Commissie kan steunmaatregel op grond van lid 2 jo. lid 3 verenigbaar verklaren met Verdrag. Uitzonderingen op verbod zijn dus mogelijk. Is echter aan Commissie - behoudens toetding door HvJ - om te bepalen of steun onder uitzonderingen valt en dus verenigbaar is met Verdrag.

  • Regiospecifieke maatregelen => 87 lid 3, maatregelen die ontwikkeling van bepaalde economische activiteiten of regionale economieën ondersteunen. dergelijke steun moet wel proportioneel zijn. 

     

    Sectorspecifieke maatregelen => maatregelen voor een aantal specifieke sectoren.

  • Om te kunnen bepalen of steun verenigbaar is met gemeenschappelijke markt, is het noodzakelijk m voorgenomen steun/steunmaatregel van tevoren ter beoordeling voor te leggen aan Commissie. Art. 108 lid 3 VWEU verplicht lidstaten steunmaatregelen te melden bij de Commissie voordat zij in werking treden. Zolang deze geen eindbeslissing heeft genomen, mag steun niet worden verleend, deze standstill-bepaling is voor nationale rechter direct inroepbaar). In art. 107 lid 2 en 3 wordt aangegeven welke steunmaatregelen verenigbaar zijn en welke dan wel verenigbaar kunnen zijn. 

     

    Bij lid 2 heeft Commissie nauwelijks beoordelingsvrijheid, maar lid 3 geeft Commissie veel ruimte om te bepalen welke steunmaatregelen wel en welke niet verenigbaar zijn met het Verdrag. Lid 3 geeft binnen in lid genoemde kader ruime beleidsvrijheid. Steun kan verenigbaar worden verklaard, maar hoeft niet. Anderzijds kan Commissie steunmaatregel goedkeuren op basis van art. 107 lid 3 sub c VWEU, zelfs als steunmaatregel niet valt binnen de aders van één van de richtsnoeren, mededelingen of kaderregelingen.

  • Commissie heeft bevoegdheid zogenaamde vrijstellingsverordeningen vast te stellen voor horizontale steunmaatregelen, deze hebben in beginsel betrekking op alle sectoren. Vrijstellingsverordeningen ouden in, dat wanneer aan voorwaarden van verordening is voldaan, de betreffende steunmaatregel is vrijgesteld van melding art. 108 lid 3 VWEU. Bevoegdheid om vrijstellingsverordeningen vast te stelling in Raadsverordening beperkt tot steunmaatregelen voor:

    • midden- en kleinbedrijf (MKB);
    • onderzoek en ontwikkeling;
    • milieubescherming;
    • werkgelegenheid en opleiding;
    • steunmaatregelen op grond van de door Comissie goedgekeurde regionale steunkaart (steun voor arme(re) gebieden in EU).
  • De-minimisverordening is gebaseerd op verordening 994/98. In deze verordening is steun tot €200.000,- per drie belastingjaren toegestaan (enkele sectoren uitgezonderd) zonder dat Commissie hiervan vooraf of achteraf van op de hoogte wordt gesteld. Commissie beoogt met de-minimissteun, dat de bedragen zo gering zijn en kans op verstoring tussenstaatse handel zo minimaal is, dat bij de-minimissteun geen sprake is van steun

  • Regiospecifieke maatregelen: (art. 107 lid 3 sub c VWEU) wordt gesproken over maatregel die de ontwikkelingen van bepaalde economische activiteiten of van regionale economieën ondersteunen. Dergelijke steun moet wel proportioneel zijn en niet tot dusdanige verandering in handelsverkeer leiden dat problemen bij andere lidstaten ontstaan.

  • Horizontale steunmaatregelen: Commissie maakt door haar kaderregelingen, richtsnoeren en mededelingen duidelijk welke vormen van economische bedrijvigheid gestimuleerd mogen worden met staatssteun. Kan dus gaan om zogenaamde horizontale steunmaatregelen, betrekking hebbend op alle sectoren in gehele gebied van EU, zoals voor MKB, milieu of onderzoek en ontwikkeling.

  • Sectorspecifieke steunmaatregelen: Commissie heeft, naast twee bovengenoemde, ook aantal maatregelen voor specifieke sectoren. Deze sectoren zijn niet willekeurig gekozen, maar zijn door Commissie geselecteerd omdat deze in moeilijkheden verkeren als gevolg van veranderde marktomstandigheden. Deze regels zijn vaak strenger dan de regels voor horizontale steun.

Lees volledige samenvatting
Maak nu je eigen eFaqt account aan voor toegang tot deze en duizenden andere hoge kwaliteit samenvattingen.

Voorbeelden van vragen in deze samenvatting

Waar wordt naar gekeken bij het vaststellen of er sprake is van staatssteun?
1
Wat is het gevolg van staatssteun?
1
Wat zijn kenmerken van staatssteun?
1
Welke vormen van staatssteun zijn er?
1
Pagina 1 van 10