Samenvatting Spelling

-
258 Flashcards en notities
5 Studenten
  • Deze samenvatting

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

Samenvatting Spelling

Bollaert

(2014)

PREMIUM samenvattingen zijn gecontroleerd op kwaliteit en speciaal geselecteerd om je leerdoelen nog sneller te kunnen bereiken!

Samenvatting - Spelling

  • 1 Klinkers

  • Bas of baas?
    Baas
    Ongedekte klinkers (lange klinkend) schrijf je met twee lettertekens in een gesloten syllabe (een syllabe is de voorstelling van een klankgroep, een gesloten syllabe eindigt op een medeklinker)
  • puure of pure?
    Pure
    Ongedekte klinkers schrijf je met een letterteken in een open syllabe (een open syllabe eindigt op een linker of tweeklank)
  • abonnenummer of abonneenummer?
    abonneenummer
    De ongedekte -ee aan het einde van een woord (open syllabe) schrijf je met twee lettertekens. Dit geldt ook voor samenstellingen en afleidingen.
  • Overzese of overzeese?
    overzeese
    De ongedekte -ee aan het einde van een woord (open syllabe) schrijf je met twee lettertekens. Dit geldt ook voor samenstellingen en afleidingen.
  • lochenen of loochenen?
    Loochenen
    De ongedekte -oo voor -ch (=open syllabe) schrijf je met twee lettertekens.
  • zwaluuw of zwaluw?
    zwaluw
    De ongedekte -u voor -w schrijf je ook in gesloten syllaben met 1 letterteken.
  • mariene of marine?
    Marine
    In veel woorden van vreemde oorsprong schrijf je de ie-klank met -i
  • babie of baby?
    baby
    veel woorden van Engelse afkomst eindigen op -y
    MAAR:
    -caddie
    -hippie
    -kerrie
  • academieën of academiën?
    academiën
    Valt de klemtoon niet op de -ie, dan schrijf je -iën.
  • Caloriën of Calorieën?
    calorieën
    Valt de klemtoon op die -ie, dan schrijf je -ieën.
  • Vervoeg het werkwoord neuriën
    ik neurie
    hij neuriet
    ik neuriede
    ik heb geneuried
  • Genieaal of geniaal?
    geniaal
    Woorden met -ie in de laatste syllabe krijgen dikwijls -i in hun afleidingen.
  • toffeetje of toffetje?
    toffeetje
    De ongedekte klinkers schrijf je met twee lettertekens voor het achtervoegsel -tje in verkleinwoorden.
  • aspirinetje of aspirientje?
    Bij woorden van Franse herkomst die eindigen op -ine, schrijf je vaak -ien voor het achtervoegsel -tje
  • kiwitje of kiwietje?
    kiwietje
    Bij woorden die eindigen op -i schrijf je -ie voor het achtervoegsel -tje.
  • arrive of arrivé
    arrivé

    De ongedekte e-klank wordt in woorden van Franse oorsprong. (é nooit in de eerste syllabe)
  • etage of étage?
    etage
    De ongedekte e-klank wordt in woorden van Franse oorsprong  geschreven als -e in de eerste syllabe. 
    MAAR
    éloge
  • atelier of ateler?
    atelier
    De ongedekte e-klank wordt in woorden van Franse oorsprong geschreven als er in de laatste syllabe.
  • 2 Tweeklanken

  • aardighijd of aardigheid?
    aardigheid
    je schrijft -ei in de achtervoegsels -heid, -lei en -teit
  • verlijding of verleiding?
    verleiding
    Je schrijft -ei in veel regelmatige werkwoorden en in woorden die ervan afgeleid zijn.
    MAAR
    er zijn ook veel werkenwoorden met -ij
  • adellijk of adeleik?
    adellijk
    je schrijft -ij in de achtervoegsels -ij, -erij, -nij, -rijk en -lijk.
  • Bewijzen of beweizen?
    Bewijzen
    je schrijft -ij in veel onregelmatige werkwoorden en in woorden die ervan afgeleid zijn.
    -bewijzen
    -bewees
    -bewijsbaar
  • bei of bij?
    beiden!
    bei= bes
    bij = insect
  • beleid of belijd?
    Beleid = aanpak
    belijd = van belijden, bekenen
  • bereiden of berijden?
    bereiden = klaarmaken
    berijden = rijden op
  • brei of brij?
    brei = breiwerk
    brij = pap
  • eiken of ijken?
    eiken = meervoud van eik
    ijken = van een merkteken voorzien
  • eis of ijs?
    eis = krachtig verzoek
    ijs = bevroren water
  • feit of fijt?
    feit = gebeurtenis
    fijt = ontsteking aan de nagel
  • gerei of gerij?
    gerei = gereedschap
    gerij = het rijden
  • hei of hij?
    hei = heide
    hij = persoonlijk voornaamwoord
  • karwei of karwij?
    karwei = klus, taak
    karwij = specerijgewas
  • lei of lij
    lei = leisteen
    lij = kant van een schip die geen wind vangt
  • leiden of lijden?
    leiden = leiding nemen
    lijden = afzien
  • mei of mij?
    mei = maand
    mij = persoonlijk voornaamwoord
  • meid of mijt?
    Meid = meisje
    mijt = hooimijt
  • neigen of nijgen?
    neigen = overhellen
    nijgen = buigen als groet
  • peil of pijl?
    peil = stand, hoogte
    pijl = pijl en boog
  • peiler of pijler
    peiler = iemand die peilt
    pijler = steunpilaar
  • rei of rij?
    rei = koor
    rij = reeks, rang
  • rein of rijn?
    rein = netjes, proper
    rijn = rivier
  • reizen of rijzen?
    reizen = op reis gaan
    rijzen = omhooggaan
  • steiger of stijger?
    steiger = stelling, aanlegplaats
    stijger = van stijgen
  • steil of stijl?
    steil = sterk hellend
    stijl = wijze van uitvoeren
  • uitweiden of uitwijden?
    uitweiden = uitvoerig spreken
    uitwijden = wijder maken
  • veilen of vijlen?
    veilen = openbaar te koop bieden
    vijlen = met een vijl bewerken
  • verleiden of verlijden?
    verleiden = verlokken
    verlijden = een akte opmaken
  • vleien of vlijen?
    vleien = loven, prijzen
    vlijen = neerleggen, schikken
  • wei of wij?
    wei = weide
    wij = persoonlijk voornaamwoord
  • weiden of wijden?
    weiden = grazen
    wijden = zegenen, zich in dienst stellen
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Voorbeelden van vragen in deze samenvatting

Bas of baas?
2
puure of pure?
2
abonnenummer of abonneenummer?
2
Overzese of overzeese?
2
Pagina 1 van 65