Samenvatting Sociologie : vragen, uitspraken, bevindingen

-
ISBN-10 9068905791 ISBN-13 9789068905793
120 Flashcards en notities
9 Studenten
  • Deze samenvatting

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

Dit is de samenvatting van het boek "Sociologie : vragen, uitspraken, bevindingen". De auteur(s) van het boek is/zijn Wout Ultee, Wil Arts, Henk Flap. Het ISBN van dit boek is 9789068905793 of 9068905791. Deze samenvatting is geschreven door studenten die effectief studeren met de studietool van Study Smart With Chris.

Samenvatting - Sociologie : vragen, uitspraken, bevindingen

  • 1.1 Sociologie: een probleemgerichte discipline

  • Een volwassen sociologie is volgens deze kenschets een probleemgerichte discipline die tegelijkertijd theoretisch en empirisch beoogt te zijn. 

    Het besluit een sociologische theorie te vormuleren en sociologisch onderzoek te doen valt nadat een bepaalde sociologische vraag is opgeworpen. Met andere woorden: de sociologie is probleemgericht. 

  • In een wetenschap worden problemen (P) gesteld, waarna theorieën (T) worden uitgedacht, die voorlopige oplossingen voor deze problemen bieden, welke vervolgens worden bekritiseerd met behulp van onderzoeksbevindingen (O).

    Dit vormt een patroon:

    P-->T-->O-->P-->T-->O-->etc.

  • 1.2 De drie hoofdvragen van de sociologie

  • De eerste hoofdvraag van de sociologie heeft betrekking op de ongelijkheden die zich tussen de leden van een samenleving kunnen voordoen. 

    Ook wel stratificatieproblematiek of ongelijkheidsprobleem genoemd. 

  • De tweede hoofdvraag van de sociologie betreft de mate van samenhang die samenlevingen vertonen.

    Ook wel het ordeprobleem of het cohesieprobleem genoemd. 

  • De derde hoofdvraag van de sociologie heeft betrekking op de mate waarin zich binnen samenlevingen rationaliseringsprocessen voltrekken. In sommige samenlevingen zijn techniek en wetenschap sterker tot ontwikkeling gekomen dan in andere. 

    Ook wel het moderniseringsprobleem of het vraagstuk van de sociale verandering genoemd. 

  • 1.3 Stellen van problemen

  • Het oplossen van sociologische problemen betekent hier hetzelfde als het verklaren van sociale verschijnselen. 

  • De logische volgorde bij het stellen van problemen is:

    1. Beschrijvingsvraag: hoe groot iets is

    2. Een trend vraag: hoe dit zich heeft ontwikkeld door de tijd?

    Of een Vergelijkingsvraag: Hoe dit in een ander gebied is

    3. Een verklaringsvraag: Vooronderstelt een antwoord op een beschrijvings-, trend-, of vergelijkingsvraag.

    4. Toetsingsvraag: Hier wordt het antwoord op de verklaringsvraag getoetst.

  • 1.4 Formuleren van theorieën

  • Het explanandum (E) heeft altijd betrekking op een bepaald verschijnsel of een empirische regelmaat welk(e) is of kan worden waargenomen of vastgesteld. Het explanans bestaat uit twee soorten uitspraken, namelijk Wetmatigheden (W) en specifieke omstandigheden of condities (C). 

  • De hypothesen die in een dergelijk stelsel geheel bovenaan staan, worden soms beginselen genoemd. De onderste hypothesen worden stellingen genoemd. 

  • 1.5 Verrichten van onderzoek

  • Confrontatie sociologisch onderzoek: de vaardigheid om sociale verschijnselen zo waar te nemen en vast te leggen dat ze iets zeggen over de houdbaarheid van sociologische theorieën. 

  • Zolang zich geen betere theorie aandient, is vasthoudendheid een goede spelregel. 

    Een regel bij het doen van onderzoek is het zoeken naar tegenvoorbeelden voor een theorie; een andere regel is het herzien van een aldus gefalsifieerde theorie. 

  • 1.7 Sociale en sociologische problemen

  • Sociale problemen ontstaan onder meer wanneer betrekkelijk algemeen gedeelde doeleinden niet worden bereikt en mensen dat als 'problematisch' ervaren. 

  • Bruggen tussen sociale en sociologische problemen:

    1. Sociale problemen kunnen de aanleiding vormen voor sociologische vragen. 

    2. Een sociaal probleem bestaat uit meerdere sociologische problemen. 

    3. Politici en beleidsvoerders kunnen als theoretici worden beschouwd. (levensechte expirimenten)

  • In de empirisch-theoretische sociologie wordt wel gesproken van onafhankelijke (verklarende) en afhankelijke (te verklaren) variabelen. In de toegepaste sociologie spreekt me over doel- en in-strumentvariabelen (na te streven en te manipuleren variabelen)

  • Soort onderzoek: doelbereikingsonderzoek, effectrapportage, effectiviteitsonderzoek en evaluatieonderzoek. 

  • 2.1 Wat zegt een naam?

  • De term sociologie is bedacht door Fransman Comte (1798-1857) in 1838, hij versmolt het Latijnse woord socius (medemens) met het Griekse woord logos (leer). 

  • 2.2 Het probleem van geweld of orde

  • Belangrijke personen:

    • Hobbes: vroeg zich af onder welke omstandigheden mensen vreedzaam samenleven; hij beweerde dat alleen staten een oorlog van allen tegen allen verhinderen. Verklaarde oorlog tussen staten op dezelfde wijze als burgeroorlog. 
    • Locke: vroeg zich af welke omstandigheden onderdrukking en corruptie verkleinen en daarmee de kans verminderen dat de inwoners van een land in opstand komen. Zorgde voor de scheiding van machten. 
    • Bentham: Stelde dat mensen lusten najagen en lasten vermijden. Ze voeren die handelingen uit waarvan de baten (lusten) het meest de kosten (lasten) overtreffen. 

    De uitspraken van Bentham en Hobbes lijken op elkaar omdat uitspraak (1) over mensen gaat, (2) en (4) over mensen én landen en (5) over landen. 

     De vragen van Hobbes en Locke gaan over massaal geweld, die van Bentham over geweld van een persoon tegen een andere.

Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Voorbeelden van vragen in deze samenvatting

Wat vroeg Hobbes zich af? 
3
Ongelijkheidsprobleem in zijn meest eenvoudige vorm:
3
Pagina 1 van 1