Sociale psychologie

by (2004)
ISBN-10 9001780008 ISBN-13 9789001780005
352 Flashcards en notities
7 Studenten

Studeer slimmer met eFaqt samenvattingen

  • Beschikbaar voor computer, tablet, telefoon en op papier
  • Vragen met antwoorden over de leerstof
  • Ongelimiteerde toegang tot 300.000 online samenvattingen
  • Tools voor slim studeren & timers voor betere resultaten

Bekijk deze samenvatting

PREMIUM samenvattingen zijn gecontroleerd op kwaliteit en speciaal geselecteerd om je leerdoelen nog sneller te kunnen bereiken!

Samenvatting - Sociale psychologie

  • 1 Sociale psychologie

  • Wat wordt bedoeld met de hindsight bias?
    Het "ik heb het altijd al geweten effect". Dus als je eenmaal iets weet, lijkt het of je het altijd al geweten hebt. 
  • Wat is een self-fullfilling prophecy?
    Deze "zichzelf bevestigende voorspelling"ontstaat doordat je onbedoeld bevestiging zoekt voor je eerste indruk. Je gaat er dus naar handelen.
  • Trekken tegenpolen elkaar echt aan?
    In tegenstelling van wat vaak beweerd wordt trekken juist mensen met gelijke trekken en eigenschappen elkaar aan hebben zij langduriger relaties dan tegenpolen.
  • Wat zijn de voordelen van fysieke aantrekkelijkheid?
    mensen met een fysieke aantrekkelijkheid hebben vaak betere sociale vaardigheden. Die kan een effect zijn van Self-fullfilling prophecy, men verwacht van mooie mensen vaak ook dat ze aardiger zijn. Zij worden van jongs af aan dan ook positiever bejegend dan minder aantrekkelijke mensen. Hierdoor groeit hun zelfvertrouwen en  het biedt ook meer gelegenheid tot sociale contacten en het oefenen van de bijbehorende vaardigheden.
  • Waarom is brainstormen niet altijd de oplossing voor het vinden van een oplossing?
    Omdat gebleken is dat in een groep mensen vaak minder goed hun best doen dan als je ieder apart tot een oplossing laat komen.  Er zijn verschillende sociale factoren die het uiten van een eigen idee kunnen verstoren. Denk aan angst voor evaluatie, verliezen van motivatie en interferentie.
  • Wat is het bystander effect?
    Hoe meer omstanders, hoe minder kans op hulp. Dit komt omdat in een groep mensen zich minder snel persoonlijk verantwoordelijk voelen om hulp te bieden. "Iemand anders zal zo wel wat doen". 
  • Diffusion of Responsibility
    Het idee van "iemand anders zal dat wel doen", dus verantwoordelijkheid wordt verspreid over anderen maakt dat het onduidelijk is wie er verantwoordelijk is.
  • Wat is het verschil tussen gehoorzaamheid en conformisme?
    In beide gevallen doet men wat geboden of verboden wordt echter bij gehoorzaamheid is er sprake van een machtsverschil, bij conformisme hoeft dit niet zo te zijn. 
  • Milgram's experiment:
    Alle proefpersonen gingen tot 300 volt
    22,5 % weigerde daarna
    12,5 wachtte nog iets langer om vervolgens toch te weigeren.
    65% ging gewoon door tot de gevaarlijke 400 volt!

    Echter alle deelnemers vonden het een vreselijke ervaring.
    De factoren die van invloed hierop waren zijn:

    - zelfverzekerdheid van de onderzoeker (hij zal het wel weten)
    - autoriteit (het dragen van een witte jas)
    - nabijheid van het slachtoffer of van de autoriteit
  • voet in de deur effect:
    Eerst een klein verzoek doen waarvan je zeker weet dat het ingewilligd wordt om vervolgens met het echte grote verzoek te komen. (Het blijkt dat als mensen al eerder ergens mee ingestemd hebben, ook al is het iets kleins, zij de volgende keer eerder toestemmen bij een verzoek).
  • Welke 3 soorten onderzoek zijn er?
    Correlationeel onderzoek, Experimenteel onderzoek en quasi-experimenteel onderzoek.

    Correlationeel, zoekt het verband tussen 2 of meer variabelen die allen worden gemeten. De oorzaak is dan niet duidelijk. Om tot een duidelijke oorzaak, causale verklaring te komen is experimenteel onderzoek nodig.Daarin worden de onafhankelijke variabelen gemanipuleerd en kan worden vastgesteld wat hun effecten zijn op de afhankelijke variabelen. Bij quasi-experimenteel onderzoek zijn de onafhankelijke variabelen niet echt  onafhankelijk, maar worden zij gemeten ipv gemanipuleerd.
  • Wat zijn intuitieven theoriën?
    Dat zijn sociaal-psychologische theorieen die het resultaat zijn van niet wetenschappelijk onderzoek, je hebt ze met de paplepel ingegegoten gekregen. (via ouders, school en eigen observaties)
  • Deze intuitieve kennis is te verdelen in 2 vormen? Welke?
    Expliciete kennis en Impliciete kennis.  Expliciete kennis is de kennis die je onder woorden kan brengen, je weet dat het op vrijdag leuker in de stad is als op maandag. Je weet dat je niet alleen talent nodig hebt voor een sport om tot een topprestatie te komen. Je weet dat wat in de roddelbladen staat niet perse waar is.

    Impliciete kennis, is onbewuste kennis, je bent je niet bewust van het feit dat je die kennis toepast. Bv. (associaties)  je ruikt een geur en er komt een jeugdherinnering boven, je ziet iemand en je voelt je daar toe aangetrokken maar kan niet onder woorden brengen waarom.
  • Wat is covariantie?
    Letterlijk: het al dan niet samengaan ( of een samenhang) van 2 gebeurtenissen. Deze kennis wordt opgedaan door eigen observatie. Eigenlijk intuitieve wetenschap. (niet altijd objectief en betrouwbaar)

    Voorbeeld: Jan geeft geen aandacht aan de vrouwen die om hem heen hangen op een feestje. Karin ziet dat en besluit om die reden geen contact met Jan op te nemen. Na een week belt Jan haar op en Karin komt tot de conclusie dat "hard to get" bij mannen meer effect heeft dan "aanbieden op een presenteerblaadje".
  • Wat is een empirisch wetenschap?
    Dat wil zeggen dat theorieën worden getoetst aan feiten in de werkelijkheid.
    Kennis wordt vergaard door een systematische verzameling van gegevens.
  • Wat is een lekentheorie?
    De opvatting van de mens hoe de wereld in elkaar zit.
  • Wat is reactance theorie en wanneer treedt dit op?
    Volgens Brehm hebben mensen behoefte aan keuzevrijheid. Als zij dit niet ervaren roept dit verzet op in een poging dit gevoel weer te herstellen.
    Een optie die niet tot mogelijkheden behoort wordt opeens veel aantrekkelijker, mensen willen (onbewust) een keuzeoptie hebben, ook al is die optie iets waar ze in feite geen belangstelling voor hebben, als het gevoel van keuze er maar is. 

    Het kan ontstaan als:

    - als een product in de winkel op is
    - als je onder druk gezet wordt een bepaalde baan te kiezen
    - als je geen partner kan vinden
  • Wat zijn constructen?
    Een wetenschappelijke theorie opgebouwd uit abstracte begrippen, deze begrippen worden constructen genoemd. Hiermee wordt geprobeerd de niet-meetbare en de  direct niet-zichtbare bouwstenen van een psychologisch systeem te vatten. 

    Een voorbeeld hiervan is de reactance theorie, mensen zijn zich hier vaak niet van bewust maar deze is af te leiden uit gegevens die wel waarneembaar zijn bv het gedrag van de persoon.
  • Wat zijn causale relaties?
    Dit is de "oorzaak-gevolg" relatie tussen constructen.

    Een theorie bestaat uit constructen die onderling verbonden zijn door causale relaties. Dit impliceert dan ook dat een verandering in het ene construct een verandering in een ander tot gevolg heeft.

    Voorbeeld, beperk iemands keuzevrijheid en er komt verzet.
  • Wat wil generaliseerbaarheid van een theorie zeggen?
    Dat wil zeggen dat een theorie breed toepasbaar is  in meerdere concrete situaties. Deze theorie is "spaarzaam", en kan met zo min mogelijk constructen zo veel mogelijk gedrag in zo veel mogelijke situaties verklaren.

    Deze brede toepasbaarheid wil overigens niet zeggen dat een theorie op alle situaties van toepassing is.
  • Waarom moet een theorie falsificeerbaar zijn en wat wil dat zeggen?
    Falsificeerbaar wil zeggen dat een theorie te ontkrachten is want als een theorie niet te ontkrachten is, is hij niet toetsbaar aan de werkelijkheid. En dat druist in tegen het empirische karakter van de wetenschap. Uit een theorie moeten uitspraken over de werkelijkheid kunnen worden afgeleid. als dit niet waar is moet de theorie worden bijgeschaafd. 

    Als de stelling echter overeind blijft is het geen theorie maar een uitgangspunt, dit noemt men axioma.

    Denk aan Freud, dat vrouwen penisnijd zouden hebben.
  • Beschrijf de empirische cyclus
    Uit een theorie moeten toetsbare hypotheses worden afgeleid, deze moeten vervolgens worden getoetst aan de werkelijkheid door empirisch onderzoek. De resultaten van dit onderzoek hebben weer implicaties/gevolgen voor de theorie.

    theorie ----  hypothese ---- empirische toets ---- theorie
  • Wat zijn variabelen?
    "Kenmerken die variëren". 
    Bv. schoenmaat, gewicht, lengte, leeftijd, sekse maar ook intelligentie of de hoeveelheid biertjes die iemand op een avond drinkt.
  • Operationaliseren van variabelen
    Het vertalen van algemene begrippen naar een specifieke situatie. Zodat ze onderzoekbaar worden. B.v. hard to get gedrag van Karin vs de interesse van mannen. Die interesse is op verschillende manieren te meten, o.a. oogpupilreflex van de mannen, door het simpelweg aan mannen te vragen, door te kijken hoe lang het duurt eer een man actie onderneemt of dat hij dat uberhaupt doet. Dus zo'n variabele is op meerdere manieren operationaliseerbaar te maken.
  • Spurieuze correlatie
    Bij een verband tussen 2 variabelen, a en b, weten we niet wat de oorzaak is van wat. a kan b veroorzaken, b kan a veroorzaken  maar het zou ook kunnen zijn dat een derde variabele c, beide veroorzaakt.
  • Goed voorbeeld van spurieuze correlatie
    Op basis van gegevens  is het volgende bekend: hoe meer brandweerlieden hoe groter de schade, de correlatie is positief. Toch is het niet zo dat de brandweerlieden de schade hebben veroorzaakt, er is dus duidelijk een derde variabele in het spel: de omvang van de brand. De positieve correlatie tussen A, de schade en B het aantal brandweermannen wordt een spurieuze correlatie genoemd. Want deze correlatie is uitsluitend een gevolg van de samenhang met C, de omvang van de brand!
  • Causale uitspraak
    Uitspraak over oorzaak en gevolg
  • Wat is het belang van causale uitspraken?
    - Om gedrag te kunnen verklaren en begrijpen
    - Om gedrag te kunnen voorspellen en beheersen
  • Wat is het verschil tussen een onafhankelijke en een afhankelijke variabele?
    De onafhankelijke variabele is de oorzaak variabele, de afhankelijk is de gevolg variabele. (Het gevolg is altijd afhankelijk van oorzaak).
  • Nulhypothese 
    Een niet bevestigde hypothese wordt in de statistiek een nulhypothese genoemd.
  • Manipuleren van een variabele wil zeggen dat de onderzoeker opzettelijk de onafhankelijke variabele variëert. Daarna wordt door middel van bijvoorbeeld een vragenlijst gemeten of de afhankelijke variabele daardoor is beïnvloedt.
  • Wat is het kameleoneffect?
    Dit houdt in dat mensen hun sociale omgeving willen imiteren. We zijn onbewust geneigd om na te doen wat anderen doen.
  • Een onderzoek moet valide zijn wat houdt dit in?
    Dit wil zeggen dat de resultaten van een onderzoek echt betekenen wat we denken dat ze betekenen, dus werkelijk bestaande relaties weerspiegelen. Hierdoor zijn de resultaten ook weer terug te koppelen naar de theorie.
  • Wat zijn de aspecten van validiteit?
    Constructvaliditeit
    Interne validiteit
    Externe validitiet
  • Wat is constructvaliditeit?
    Dat de in het onderzoek gebruikte manipulaties en metingen en goede weergave zijn van het construct dat zij vertegenwoordigen, en ook daadwerkelijk betrekking hebben op het geen  je probeert te meten of te manipuleren. 

    Voorbeeld, daadwerkelijk het zelfde drankje bestellen in de kroeg als je door imitatie iemand wilt versieren in de kroeg.
  • Interne validiteit?
    Wil zeggen dat alternatieve verklaringen zoveel mogelijk uitgesloten worden.
    De onderzoeksopzet is zodanig  dat de verkregen resultaten niet op allerlei andere manieren te verklaren zijn.
  • Externe validiteit?
    Dat wil zeggen dat de resultaten generaliseerbaar zijn, naar andere personen en situaties.
  • Waardoor komt constructvaliditeit in gevaar?
    Sociale wenselijkheid,  experimenter demand of screw the experimenter effect., en het gebrek aan inzicht in onze eigen drijfveren en gedrag.
  • Hoe kunnen we sociale wenselijkheid corrigeren?
    Door het afnemen van een speciale test, de sociale wenselijkheidsschalen. Als mensen die maken, is te te zien hoe vaak zij sociaal wenselijk antwoorden en dit afwijkingspercentage kan je dan ook terug laten komen in de resultaten van de daadwerkelijke vragenlijst.
  • Wat is het Hawthorne- effect?
    Is een specifieke vorm van reactiviteit op een onderzoek.  Enkel en alleen het feit dat ze onderwerp van onderzoek waren maakte dat ze meer gingen produceren, er was niets aan hun werksituatie veranderd.
  • Reactiviteit?
    Een meting is reactief als hij iets verandert aan wat er gemeten wordt. 
    Voorbeelden zijn experimenter demand of screw the experimenter demand, maar ook iets simpels als een kleine verandering in temperatuur als je een thermometer in een vloeistof steekt.
  • Zelfrapportages hebben nadelen, welke zijn dit en hoe kan je ze ontwijken?
    Sociale wenselijkheid, Gebrek aan inzicht in eigen gedrag en denken en reactiviteit. Dit is te voorkomen door of verborgen metingen, (observatie) of door impliciete metingen, men weet dan wel dat er iets gemeten wordt maar niet wat.
  • Wat is priming? 
    Met priming worden kennis en associaties in het geheugen van iemand geactiveerd. Door deze activering wordt het concept toegankelijk voor het bewustzijn. Bijvoorbeeld door mensen het woord eb-vloed te laten onthouden (in het engels is vloed tide) en dan later naar een wasmiddelmerk te vragen. Veel mensen zeiden toen Tide, een bekend Amerikaans merk, maar ze wisten niet waarom juist dat merk.

    Of zoals de vader van Jantje heeft 3 zonen, kwik, kwek en... (jantje maar bij het horen van kwik, kwek denk je automatisch kwak) . Of ork, ork, ork, soep eet je met een....
  • Wat is subliminale priming?
    Hiebij wordt een stimulus zo kort aangeboden dat hij alleen onbewust waargenomen wordt, dit gebeurd vanaf 15 milliseconden).

    Het voordeel hiervan is dat de onderzoeker zeker weet dat de effecten volledig buiten het bewustzijn van de deelnemer optreden.

    Denk aan deelnemers die allemaal negatieve woorden via de computer kregen voorgeschoteld en daarna een indruk moesten geven over een man die Donald heette.  De mensen met de negatieve woorden ook een veel negatievere indruk over Donald hadden. Zo is ook uit Nederlands onderzoek gebleken dat als men subliminaal een foto van een lachend gezicht aanbiedt de daarop volgende stimulus veel positiever wordt ontvangen.
  • Welke 3 aspecten van onderzoek wil men kunnen generaliseren?
    De deelnemers
    De stimulusomgeving
    De meetinstrumenten
  • Wat is de universele theorie?
    Een theorie, een wetmatigheid, betreffende sociaal gedrag van mensen die in alle tijden, in alle landen en culturen geldt.
  • Wat is deceptie en hoe is dit in experimenteel onderzoek aanvaardbaar te  maken?
    Deceptie wil zeggen misleiding, bij experiment wil men graag een stukje sociale werkelijkheid nabootsen, als je de deelnemers van te voren op de hoogte zou stellen van wat er daadwerkelijk gemeten wordt of wie er nu wel of niet in het complot zit zou dit de uitslag kunnen vertekenen.

    De onderzoeker moet zich natuurlijk wel afvragen of manipulatie ook mogelijk is zonder deceptie, en meot de mogelijke schade aan het welzijn van zijn deelnemer afwegen tegen het belang van het onderzoek. Een deelnemer dient na afloop zo snel mogelijk volledig geïnformeerd worden. Dit heet debriefing. Mocht de deelnemer dan bezwaar hebben tegen verkregen gegevens dan kan de onderzoeker het gebruik hiervan ontzegt worden.
  • Welke 3 hoofdvormen van zelfbewustzijn zijn er?
    Subjectief, objectief en extensief bewustzijn
  • Wat is subjectief bewustzijn?
    Dat is een rudimentair, niet talig bewustzijn. Het komt voor bij alle levende organisme. Het is nauw verbonden met de waarneming van het eigen lichaam, het wordt gebruikt voor ruimtelijke orientatie en coördinatie van motoriek.Het vermogen tot subjectief bewustzijn is altijd aanwezig.

    Een voorbeeld is bijvoorbeeld als iemand in je persoonlijke ruimte komt, dat je dan intuitief afstand neemt van de persoon die te dicht bij staat. Maar ook het inschatten van je plek in een drukke winkelstraat, staan in een volle lift, of een overvolle trein dit wordt als onprettig ervaren. 

    Ook is het subjectief bewustzijn verantwoordelijk voor het kameleoneffect.

    Nadeel van subjectief bewustzijn:  Egocentrisme, impulsiviteit.
  • Objectief bewustzijn?
    Het vermogen jezelf herkennen als een zelfstandig object. Dit wordt zo genoemd omdat deze vorm van bewustzijn gebaseerd is op het vermogen om op een objectiverende, afstandelijke manier naar jezelf te kijken. Alsof je vanuit een 3e persoon naar jezelf kijkt.

    Objectief bewustzijn wordt vaak verhoogd als je in de spiegel kijkt of als je een geluidsopname van je eigen stem hoort.

    Objectief bewustzijn is bij jonge kinderen en sommige dieren vast te stellen door een vlekkentest. (kinderen vanaf 9 maanden, primaten en dolfijnen herkende de vlek op de spiegel en probeerde het te verwijderen.)

    Objectief bewustzijn wordt gebruikt om gedrag af te stemmen op abstracte normen en waarden.

    Een verhoogd objectief zelfbewustzijn maakt dat mensen meer hun best doen te handelen naar hun eigen normen en waarden. (Studenten die voor een spiegel hun tentamen maken kijken minder af, of zullen minder snel discrimineren enz. enze.)

    Nadeel van objectief zelfbewustzijn: leidt af bij taken die je normaal gesproken automatisch afhandelt, dit verklaart waarom mensen minder goed presteren als ze onder druk gezet worden.
Lees volledige samenvatting
Maak nu je eigen eFaqt account aan voor toegang tot deze en duizenden andere hoge kwaliteit samenvattingen.

Voorbeelden van vragen in deze samenvatting

Wat wordt bedoeld met de hindsight bias?
4
Wat is een self-fullfilling prophecy?
4
Trekken tegenpolen elkaar echt aan?
4
Wat zijn de voordelen van fysieke aantrekkelijkheid?
4
Pagina 1 van 86