Sociaal werk in nederland vijfhonderd jaar verheffen en verbinden

by
ISBN-10 9046903257 ISBN-13 9789046903254
916 Flashcards en notities
50 Studenten

Studeer slimmer met eFaqt samenvattingen

  • Beschikbaar voor computer, tablet, telefoon en op papier
  • Vragen met antwoorden over de leerstof
  • Ongelimiteerde toegang tot 300.000 online samenvattingen
  • Tools voor slim studeren & timers voor betere resultaten

Bekijk deze samenvatting

PREMIUM samenvattingen zijn gecontroleerd op kwaliteit en speciaal geselecteerd om je leerdoelen nog sneller te kunnen bereiken!

Samenvatting - Sociaal werk in nederland vijfhonderd jaar verheffen en verbinden

  • 1 De Nederlandse verzorgingsstaat

  • De socioloog Piet Thoenes introduceerde het begrip verzorgingsstaat vanuit het Engelse ‘Welfare State’. Zijn definitie was : ‘Een maatschappijvorm, die gekenmerkt wordt door een democratisch leest geschoeid systeem van overheidszorg, dat zich – bij handhaving van het kapitalistisch productiesysteem- garant stelt voor het collectieve sociale welzijn van haar onderdanen.’

  • Deze kapitalistische en democratische definitie was na het einde van de Koude Oorlog niet meer nodig. De definitie ging over naar : ‘Een stelsel waarin de overheid zich garant stelt voor noodzakelijk geachte materiële en immateriële voorzieningen voor alle burgers’.

  • De introductie van arbeidswetgeving (Kinderwetje van Houten, 1874) en sociale zekerheidswetgeving ( de Ongevallenwet, 1901) wordt vaak als het startpunt gezien van de Nederlandse verzorgingsstaat.

  • Ongevallenwet: Voor werknemers betrof het hier risque professionel. Dat wil zeggen dat werknemers alleen verzekerd zijn tegen de risico’s die ze op het werk liepen. In 1921 kwam de Nieuwe Ongevallenwet, waarin alle werknemers in de particuliere sector werden verzekerd.

  • Armenwet: van 1912 regelde dat de overheid niet, of alleen in laatste instantie, ingreep bij armoede. De verantwoordelijkheid bleef liggen bij de charitieve instellingen.

  • Ziektewet: Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd ook een kinderbijslag ingevoerd alleen voor mensen die in de Ziektewet zaten. Uiteindelijk werd in 1952 de Werkloosheidswet (WW) ingevoerd. Dit was ook een werknemersverzekering.

  •  

    Tijdens deze fasen hadden we een bismarckiaans zekerheidsmodel. Dit betekent een stelsel gebaseerd op met name werknemersverzekeringen, waarbij het evaquilentiebeginsel geldt. Dit betekent een relatie tussen de betaalde premie en de te ontvangen uitkering.
  • Na WO II kwam de Commissie-Van Rhijn met een rapport over de ideeën van de Britse Lord Beveridge. Dit is een stelsel met volksverzekeringen en voorzieningen voor iedere burger. Het evaquiliteitsbeginsel maakt plaats voor het solidariteitsbeginsel. Via premies en belastingen betaalt iedereen een vast percentage mee, maar de uitkering is voor iedereen gelijk.
  • - Algemene Ouderdomswet (AOW) mensen van 65 jaar en ouder. Solidariteitsprincipe.
    - Algemene Weduwen en Wezenwet (AWW) Na het verlies van de kostwinnaar.
    - Algemene Bijstandswet (ABW) vervanging van Armenwet. Vangnet voor iedereen.
    - Wet op arbeidsongeschiktheidverzekering (WAO) t.v.v. de Ongevallenwet. Risque Proffesionel wordt vervangen voor Risque Social. Voor elke werknemer en de oorzaak van arbeidsongeschiktheid is niet meer van belang.
    - Algemene Arbeidsongeschiktenwet (AWW) een volksverzekering die de risico’s van arbeidsongeschiktheid afdekt voor niet-werkenden, zoals zelfstandigen.

  • Een stijging van de uitkering van werknemersverzekeringen (80%) en een stijging van de cao-lonen, zorgden voor hogere uitkeringen.

  • De overheid ging zich meer bemoeien met de gezondheidszorg. Zij begonnen subsidies te geven en de verzuiling werd minder. 
  • - Ziekenfondswet (ZFW) ziektekosten voor arme en middeninkomens worden gedekt.
    - Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ). Medische behandelingen die te duur waren om te verzekeren.
    - In de jaren 60 verschuiving van het herstel en verdeling van de welvaart naar verhogen van het welzijn. Maatschappelijk Werk werd belangrijker en het ministerie van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk ontstond (CRM). Professionalisering van het werkveld.

     

  • In 1973 onstond de verslechtering van de economie door de oliecrisis. Het sociale stelsel kwam onder druk en vele mensen verloren hun baan.

  • Maatschappelijke patronen leidden ook tot problemen in de sociale zekerheid. Individualisering en emancipatie gaven grote problemen. Gezinnen werden kleiner en vrouwen gingen ook aan het werk. Ook in de welzijnssector ontstonden problemen door de crisis en kritiek op het welzijnswerk. Het zou de zelfstandigheid van de mensen juist aantasten.

  • Begin jaren ’80 kwam er een herziening van het stelsel. Uitkeringniveaus werden verlaagd en de toegang daartoe selectiever. Dit kwam tot uiting in de vorm van incentives en disincentives. (financiele) prikkels die het gedrag van mensen sturen.

  • De WAO werd WIA(2005), de ZW werd WULBZ(1996), de ABW werd de Wwb(2004), de ZFW werd vervangen door een verplichte basisverzekering.

  • Welzijnswerk ging meer bezuinigen en effectiever werken. Van verzorgen naar mensen activeren.

  • 2007 : Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO) niet leunen, maar steunen.
  • Als gevolg van sociale strijd. Door de industrialisering kwamen er meer arbeiders en daar waren wetten en voorziening voor nodig. Vakbonden en politiek partijen voor arbeiders ontstonden. 

  • Als gevolg van een burgerlijk beschavingsoffensief. Verheffing van het arme volk. Het aanleren van fatsoensnormen en bijbrengen van goede zeden. Leerplichtwet (1901).

  • Als gevolg van keynesiaans economisch beleid. Keynes vond dat werkloosheid het gevolg was van een tekort aan vraag naar goederen en diensten.  Dit kan opgelost worden door de uitgaven van de overheid te vergroten of de vraag naar goederen en diensten van burgers stimuleren door belastingverlaging. De overheid houdt eigenlijk de economie in stand en daarom is het belangrijk dat de koopkracht op peil wordt gehouden. Dit is het tegengestelde van de Wet van Say: elk aanbod, schept zijn eigen vraag. Inkomen van burgers wat zij omzetten in goederen en diensten.

  • Visie van Abram de Swaan. Hij werkt volgens de begrippen externe effecten, toegenomen interpedentie en het doorbreken van het dilemma van collectieve actie.

  • Externe effecten : de gevolgen van een tegenslag of gebrek voor anderen dan de direct getroffene.

  • Interpedentie : onderlinge of wederzijde afhankelijkheid, die onontkoombaar is voor mensen.

  • Dilemma van collectieve actie : individuele acties leiden tot collectief ongewenste gevolgen. Het voorbeeld van de dijk. 1 iemand wil een dijk niet bouwen, maar een dijk met een gat heeft geen nut, dus maak je hem toch maar, maar die ene persoon weigert te betalen. Wel de lusten niet de lasten.(zwartrijdersgedrag).
  • Doelstellingen
    Een garantie van (een zekere mate) van sociale zekerheid voor alle leden van de samenleving. Solidariteit en sociale rust. Het houdt de koopkracht op peil.

  • Doelstellingen
    Een reductie van willekeur in de verdeling van levenskansen. 

  • Doelstellingen
    De wenselijkheid van maatschappelijke integratie van alle leden van de samenleving (economisch, politiek en moreel).

  • Functies
    Verzorgen. Mensen die niet meer voor zichzelf kunnen zorgen (zieken, zwakken etc)

  • Functies
    Verzekeren. Een minimuminkomen als inkomen wegvalt (ziekte, werkloosheid etc)

  • Functies
    Verheffen. Iedereen de kans geven om te ontplooien.

  • Functies 
    Verbinden. Verbondenheid tussen mensen en groepen mensen.

Lees volledige samenvatting
Maak nu je eigen eFaqt account aan voor toegang tot deze en duizenden andere hoge kwaliteit samenvattingen.

Voorbeelden van vragen in deze samenvatting

Voor welke doorbraak hebben de Kinderwetten van 1901 gezorgd?
12
Wat bedoelden kritische jongeren in de jaren ’60 en ’70 met de kreet dat er ‘structureel’ iets veranderd moest worden?
12
Wat zijn de kerntaken van de Centra voor Jeugd en Gezin?
12
 Binnen weeshuizen was de opvoeding gericht op: 
12
Pagina 1 van 150