Samenvatting Schrijfdelicten Hoe spoor je spel- formuleer- en interpunctiefouten op?

-
ISBN-10 9081854704 ISBN-13 9789081854702
267 Flashcards en notities
8 Studenten
  • Deze samenvatting

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

Dit is de samenvatting van het boek "Schrijfdelicten Hoe spoor je spel- formuleer- en interpunctiefouten op?". De auteur(s) van het boek is/zijn Jantien Dhont. Het ISBN van dit boek is 9789081854702 of 9081854704. Deze samenvatting is geschreven door studenten die effectief studeren met de studietool van Study Smart With Chris.

PREMIUM samenvattingen zijn gecontroleerd op kwaliteit en speciaal geselecteerd om je leerdoelen nog sneller te kunnen bereiken!

Samenvatting - Schrijfdelicten Hoe spoor je spel- formuleer- en interpunctiefouten op?

  • 1.1 Spelling werkwoorden

  • Wat is de pv en wat is het ow? En hoe vindt je die?
    ow: iets of iemand
    pv: het geen gedaan wordt

    Hoe vindt je die?
    ow: is altijd duidelijk (iets of iemand)
    pv: zin in een andere tijd zetten, het woord dat veranderd is de pv. 
  • Wanneer schrijf je de IK vorm van een pv (de stam)?
    1. Als IK voor of achter de pv staat;
    2. Als JE of JIJ achter de pv staan en voor elkaar vervangbaar zijn. 
    3. Als er sprake is van een bevel. 
    In alle andere gevallen schrijf je stam + T
  • Wat is belangrijk bij de verleden tijd van een pv?
    Dat je onderscheid maakt tussen sterke werkwoorden (die veranderen) en zwakke werkwoorden (regelmatig). 
    Sterke werkwoorden is een kwestie van taalgevoel. 
    Zwakke werkwoorden spel je met stam +te(n) of + de(n). 
  • Hoe weet je of je een zwak werkwoord in verleden tijd met stam +te(n) of stam +de(n) schrijft?
    Het hele werkwoord  - en. Zit de laatste letter in het 'T eX-KoFSCHIP? dan schrijf je stam +te(n). Anders stam + de(n). 
  • Hoe schrijf je een voltooid deelwoord?
    Het hele werkwoord  - en. 
    Zit de laatste letter in het 'T eX-KoFSCHIP? dan schrijf je ge/be + stam +t. Anders ge/be stam + d.
  • Hoe werkt ea met Engelse werkwoorden?
    Het zelfde als met Nederlandse. Bij toepassing van het ex kofschip geld alleen dat het niet gaat om wat er feitelijke staat maar om wat je hoort. 
  • 1.1.1 Tegenwoordige tijd van de persoonsvorm

  • Een zin bevat altijd een onderwerp (ow) en een persoonsvorm (pv):
    er is 'iets of iemand die iets doet'. 
  • Onderwerp en persoonsvorm veranderen met elkaar mee
  • De persoonsvorm is altijd een afgeleide van het werkwoord. Je vindt de pv door de zin in een andere tijd te zette. Het woord dat verandert, is de persoonsvorm. 
  • In drie gevallen schrijf je de ik-vorm:
    1. als 'ik' voor of achter de pv staat, dus als 'ik' het onderwerp is
    2. als 'je' of 'jij' achter de pv staat én ze door elkaar vervangbaar zijn
    3. als er sprake is van een bevel
  • Je vindt de ik=vorm door van het hele werkwoord -en af te halen
  • In de overige gevallen schrijf je 'stam+T'. Dit is de 'jij-', 'zij-', 'hij-', 'Henk-vorm'
  • De combinatie -dt ontstaat, doordat de stam van het werkwoord eindigt met een -d.
  • 1.1.2 Verleden tijd van de persoonsvorm

  • Bij sterke (=onrechtmatige) werkwoorden verschilt de stam van de tegenwoordige tijd van de stam van de verleden tijd. Er treedt klankverandering op.
  • Er zijn geen regels voor sterke werkwoorden.
  • Bij zwakke (=regelmatige) werkwoorden is het noodzakelijk dat je de regels van de verleden tijd kent:
    • voor het enkelvoud is de regel stam + te of de
    • voor het meervoud is de regel stam + ten of den
  • Je weet of je na de stam een te of de moet nemen, als je de stam neemt en hier -en vanaf haalt. Staat de laatste letter (=medeklinker) in 'T eX- KoFSCHiP, of xtc-koffieshop, dan schrijf je te(n), anders de(n).
    Neem nooit de ik-vorm om de verleden tijd te vinden, maar het hele werkwoord minus -en
  • 1.1.3 Voltooid deelwoord

  • In een zin kun je te maken hebben met drie soorten werkwoorden:
    persoonsvormen, hele werkwoorden en voltooid deelwoorden. 
  • Wanneer een zin in de voltooid tegenwoordige tijd staat, bevat de zin naast een persoonsvorm ook een voltooid deelwoord (volt. dw.). Je kunt ze herkennen doordat ze beginnen met ge-/be-/ver-/ont-.
  • Bij een aantal werkwoorden hoort ge-/be-/ver-/ont- bij het hele werkwoord. Bij dit soort werkwooden heb je dus niet automatisch te maken met een voltooid deelwoord wanneer je een vorm met ge-/be-/ver-/ont- ziet, maar kan het net zo goed een persoonsvorm zijn.
  • Bij zwakke werkwoorden wordt het voltooid deelwoord gevormd door (ge/be) + stam + t of d. Om te weten of de laatste letter een -t of een -d moet zijn, gebruik je weer 'T eX-KoFSCHiP of xtc-koffieshop: neem het hele werkwoord en haal er -en vanaf. Eindigt de laatste letter op een medeklinker uit 'T eX-KoFSCHiP, dan schrijf je een -t. Eindigt de laatste letter op een andere medeklinker, dan eindigt het voltooid deelwoord op een -d
  • Ook bij het voltooid deelwoord zijn er geen regels bij sterke werkwoorden.
  • Een voltooid deelwoord kan ook bijvoeglijk worden gebruikt.
  • Een bijvoeglijk gebruikt voltooid deelwoord krijgt een -e erbij, wanneer het voltooid deelwoord op een -d of -t eindigt. 
  • Wanneer het voltooid deelwoord op -en eindigt, krijgt de bijvoeglijke vorm ook -en
  • In principe is de regel dat we de bijvoeglijke vorm eindigend op een -e zo kort mogelijk schrijven. Wanneer dit echter leidt tot uitspraakproblemen, moet de medeklinker worden verdubbeld. 
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Voorbeelden van vragen in deze samenvatting

Wat is de pv en wat is het ow? En hoe vindt je die?
3
Wanneer schrijf je de IK vorm van een pv (de stam)?
3
Wat is belangrijk bij de verleden tijd van een pv?
3
Hoe weet je of je een zwak werkwoord in verleden tijd met stam +te(n) of stam +de(n) schrijft?
3
Pagina 1 van 6