Samenvatting klinische

by
134 Flashcards en notities
1 Studenten

Studeer slimmer met eFaqt samenvattingen

  • Beschikbaar voor computer, tablet, telefoon en op papier
  • Vragen met antwoorden over de leerstof
  • Ongelimiteerde toegang tot 300.000 online samenvattingen
  • Tools voor slim studeren & timers voor betere resultaten

Bekijk deze samenvatting

PREMIUM samenvattingen zijn gecontroleerd op kwaliteit en speciaal geselecteerd om je leerdoelen nog sneller te kunnen bereiken!

Samenvatting - Samenvatting klinische

  • 1 Samenvatting klinische

  • ❗️Wanneer is er sprake van een psychische stoornis?
    Wanneer er een geheel van afwijkende emoties, gedachten of gedragspatronen zijn die worden gekenmerkt door
    • onder andere een storing in het functioneren 
    • en (persoonlijk) lijden.
  • ❗️Wat is uitzonderlijk of afwijkend gedrag?
    Deskundigen gebruiken verschillende criteria om te beoordelen of gedrag, emoties en gedachten afwijkend zijn. De meest gebruikelijke criteria zijn:
    • Uitzonderlijkheid (intense paniek in winkel of lift)
    • Foute perceptie of interpretatie van de realiteit (dingen zien/horen/wanen)
    • Ongepast of contraproductief gedrag (alcoholgebruik, agorafobie, gedrag dat onprettige gevoelens oproept ipv bevrediging, onaangepast gedrag)
    • Sociaal afwijkend (Normen bepalen acceptabel gedrag in een samenleving: verschilt per samenleving/generatie.)
    • Aanzienlijk emotioneel lijden van de persoon (angst, depressie of juist afwezigheid van emoties, heftige emoties die lang aan blijven houden)
    • Gevaar (voor eigen leven of anderen)
  • ❗️Wat zijn belangrijke vragen bij onderzoek naar psychische stoornissen?
    1. Welke criteria is er voor afwijkend? (Wat wordt als afwijkend gedrag beschouwd en welke karakteristieken heeft dit gedrag?)
    2. Welke oorzaken zijn er voor het afwijkende gedrag?
    3. Hoe wordt iemand er omgegaan/behandeld met afwijkend gedrag?
    4. Heeft de cultuur een bijdrage aan het afwijkende gedrag? Zoja, hoe?
  • ❗️Waarom is het belangrijk om de culturele aspecten in acht te nemen?
    Per cultuur verschillende concepten over gezondheid en ziekte. 
    Angst kan bijvoorbeeld in de ene cultuur geaccepteerd worden en in een cultuur waar dit niet het geval is zal dit meer resulteren in lichamelijke klachten.
  • Welke verschuiving heeft er plaatsgevonden in de visie op afwijkend gedrag?
    • rond 400 v Chr Hypocrates > naturalistische verklaring (humores: verstoring van lichaamssappen geeft afwijkend gedrag.) Lang overheerste het geloof in bovennatuurlijke krachtenwaardoor mensen gestraft of bezeten werden >exorcisme
    • rond 1600 waren er degekkenhuizen 
    • vanaf 1800 hervormingen: 
    1. nieuw therapeutische behandelingen (morele therapie) > recht op menswaardige behandeling
    2. nieuwe behandel filosofie > genezing bij rust en respectvolle behandeling. 
    3. introductie effectieve medicatie
    • 1950 geloof in de wetenschap en rede.
    • 1970 antipsychatrische beweging > psychiatrische stoornissen bestaan niet dus behandeling hoeft niet
    • Vandaag > vermaatschappelijking van de zorg > zoveel mogelijk participeren in de samenleving. Ook wordt afwijkend gedrag steeds meer gezien als een product van biologische en psychosociale factorenEvidence based medicine/practice > steeds meer gebruik gemaakt van het beschikbare medisch wetenschappelijke bewijs bij het maken van een keuze voor de behandeling (Kritiek: voor groepen en niet individu specifiek)
  • Welke factoren zijn van invloed geweest op de huidige ontwikkelingen in de geestelijke gezondheidszorg?
    Inhoudelijke factoren:
    •  toename kennis (hersenfuncties in relatie tot emoties, gedachten en gedrag)
    • evidencedbased werken
    • specialisering zorg 
    • ontwikkeling kenniscentra
    • ontwikkeling effectieve behandelingen
    • toenemend inzicht interactie mens/omgeving
    • ontwikkeling van behandelrichtlijnen.

    Financieel-economische factoren:
    • de vraag van de client wordt steeds belangrijker
    • en oordeel over de zorg wordt steeds belangrijker. 
    • grootte van gezondheidsorganisaties neemt toe

    Cultureel-maatschappelijke factoren:
    • wissellende tolerantie van de maatschappij tenopzichte van psychische ziekten/verslavingen
    • invloed van immigratie
    • veranderende positie van patiënt naar zorgconsument.
  • Er zijn verschillende perspectieven waar vanuit je oorzaken en gevolgen van psychische stoornissen kunt bekijken. Welke zijn dit?
    • Biologisch perspectief : zenuwstelsel, genen
    • Psychologisch perspectief: psychodynamische modellen, leermodellen, humanistische modellen, cognitieve modellen
    • Sociaal-culturele perspectief
    • Biopsychosociale perspectief: diathese-stressmodel
  • Wat is het biologische perspectief op afwijkend gedrag?
    Theorie: gedrag is te verklaren adhv het zenuwstelsel en genetica.
    Steeds grotere invloed vanwege:
    • verbeterde technieken (meten van hersenen/lich. processen)
    • veranderde ideeën over de invloed van het lichaam op gedrag/gedachten/emoties
    • toename kennis van
    1. biologische fundamenten van gedrag
    2. genetica
  • Waarom is het belangrijk om te weten hoe het werkt met zenuwen, hersenen en neurotransmitters voor een psycholoog?
    Omdat een verstoring in de neurotransmitters afwijkend gedrag kan geven. Er is een verband tussen bepaalde afwijkingen in specifieke hersengebieden en bepaalde afwijkingen in gedrag; bv schizofrenie is een afwijking in de voorhersenen.
  • Kunnen biologische processen en hersenfuncties afwijkend gedrag verklaren?
    Deels, er is nu ook onderzoek naar hoe DNA een rol speelt in stoornissen. Ook omgevingsfactoren kunnen van belang zijn. (nature vs nurture debat)
    • Genen schrijven géén gedragsmatige eigenschappen voor.
    • Genen scheppen aanleg, geen zekerheid.
    • Multigenetisch determinisme. Gedrag word nooit om één gen bepaald.
    • Interactie tussen genen/omgeving bepaald hoe gevoelig we zijn voor stoornissen.
  • Vanuit verschillende psychologische perspectieven kijken naar afwijkend gedrag, zijn er verschillende modellen ontwikkeld?
    1. psychodynamische model
    2. behavioristische model
    3. humanistische model
    4. cognitieve model
  • Hoe ziet het psychodynamisch model eruit?
    • bewuste: op dit moment onder onze aandacht is.
    • voorbewuste: buiten het bewustzijnmaar oproepbaar als we de aandacht erop richten.
    • onbewuste: buiten het normale bewustzijn en zijn de instinctieve drijfveren. Het 'id' is het onbewuste, instinctieve wat aangestuurd wordt door 'lustprincipe'.
    • ego: rede en gezond verstand, en bedwingt id. Het gaat uit van het 'realiteitsprincipe'; wat is haalbaar/ sociaal geaccepteerd en praktisch?
    • superego: geïnternaliseerde waarden en normen van opvoeders, het morele geweten.
    • Het ego gebruikt 'afweermechanismen' (psychologische beschermingsmechanismen) om te voorkomen dat sociaal onacceptabele impulsen in het bewuste terechtkomen. 
  • Welke afweermechanismen van het ego zijn er volgens de psychodynamische theorie?
    Verdringing: Verdrijving van angstaanjagende ideeën uit het bewustzijn. 
    Regressie: Terugkeer, tijdens stress, naar een vorm van gedrag die kenmerkend is voor een eerder ontwikkelingsstadium.
    Rationalisatie: Gebruik van misleidende rechtvaardiging voor onacceptabel gedrag. 
    Verplaatsing: Verplaatsing van ideeën en impulsen over bedreigende of ongeschikte objecten naar minder bedreigende objecten.
    Projectie: Toeschrijven van de eigen onacceptabele impulsen aan anderen, zodat het lijkt of het andermans impulsen zijn.
    Reactieformatie: Gedrag dat tegengesteld is aan de werkelijke impulsen om die impulsen te onderdrukken.
    Ontkenning: Weigeren om de werkelijke aard van een bedreiging onder ogen te zien.
    Sublimatie: Ombuigen van primitieve impulsen in positieve, constructieve acties.
  • Welke ander psychodynamische perspectieven zijn er?
    • Archetypen; Carl Jung Naast een persoonlijk onbewuste bestaat er ook een collectief onbewuste.
    • Egopsychologie; Heinz Hartman Gedrag is een keuze, niet puur onderdrukken driften.
    • Objectrelatietheorie; Margaret Mahler Onderscheidt tussen eigen idee en wat is overgenomen van ouders?
    • Hechtingstheorie; John Bowlby Alleen veilige interactie maakt hechting aan iemand mogelijk, dit beïnvloed goede ontwikkeling.
  • Welk kritiek is er op de psychodynamische modellen?
    • De modellen zijn een bedenksel, niet wetenschappelijk onderbouwd.
    • Teveel nadruk op impulsen, 
    • te weinig nadruk op sociale relaties.
  • Wat is het perspectief van de leermodellen (behaviorisme) over afwijkend gedrag?
    Behaviorisme: is de studie van het observeerbare gedrag.
    Visie op afwijkend gedrag: het gedrag is verkeerd geleerd/verworven. Het gedrag zèlf is het probleem (in tegenstelling tot het biologisch en psychodynamisch perspectief waarbij het om onderliggende problemen gaat.) Hier is dus het gedrag een gevolg van genetica èn de omgeving.
    Vormen van leren binnen het behaviorisme:
    1. Klassieke conditionering (Pavlov) associaties geven een reflex, rasponsen zijn dus aan te leren(te conditioneren)
    2. Operante conditionering (Skinner) leren dmv bekrachtiging. (beloning of straf)
    3. Sociaal-cognitieve leertheorie (Bandura) denken (cognitie) en observatie (modelling) zijn essentieel voor gedrag. 
    Therapeutisch model: Gedragstherapie > op basis van bekrachtiging gedrag veranderen.
    Kritiek: Ervaringen teveel beperkt, er is te weinig aandacht voor de veelzijdigheid van menselijk gedrag (gedachten/dromen) en genetica.
    Verschil met Freud: Freud legt de nadruk op irrationele krachten, de behavioristen kijken naar waarneembaar gedrag, niet motivaties.
  • ❗️Welke termen kan je noemen uit de klassieke conditionering?
    • Geconditioneerde respons: Dit is een geleerde respons op een voorheen neutrale stimulus.
    • Ongeconditioneerde stimulus: Een stimulus die een niet-aangeleerde respons oproept. 
    • Ongeconditioneerde respons: Een niet aangeleerde natuurlijke respons.
    • Geconditioneerde stimulus: Een stimulus die voorheen neutraal was maar nu een geconditioneerde respons oproept omdat deze vaak gekoppeld is aan de ongeconditioneerde stimulus  die eerder respons heeft opgeroepen. 
  • ❗️Wat wordt bedoeld binnen de operante-conditionering met bekrachtiging/beloning?
    • Bekrachtiging: stimulus die ervoor zorgt dat het gedrag vaker voorkomt
    • Beloning/positieve bekrachtiging: aangename stimulus die ervoor zorgt dat het gedrag vaker voorkomt.
    • Negatieve bekrachtiging: dit is een stimulus die wanneer deze verwijdert wordt dat het voorafgaande gedrag toeneemt. 
    • Straf: toepassing van een pijnlijke of nare stimuli zodat de frequentie van het gedrag afneemt.
  • Wat is het perspectief van de humanistische psychologie (Rogers, Maslov) op afwijkend gedrag?
    • Humanistische therapiehelpt bij zelfacceptatie en zelfontdekking.
    • De humanistische leer: mensen zijn van nature geneigd tot zelfactualisatie;het erkennen van gevoelens en behoeften geeft authenticiteit. 
    • Afwijkend gedrag: door barrières in zelfactualisatie/authenticiteit      
    • Verstoord zelfconcept / barrière: voorwaardelijke positieve ouder waardering Eigen behoeften en gevoelens worden onderdrukt om anderen tevreden te stellen. 
    • Verschil met andere theorieën: sprake van een vrije keuze en persoonlijk verantwoordelijkheid.
    • Kritiek: bewuste ervaring staat centraal, en zelfactualisatie is moeilijk te bewijzen, het is niet waarneembaar.
  • ❗️Wat kan je vertellen over de cognitieve modellen?
    Aaron Beck (bedenker cognitieve therapie): afwijkend gedrag is het gevolg van verkeerd denken. (denkfout of cognitieve vervormingen.)
    Hij onderscheidt 4 typen cognitieve vervorming:
    1. Absoluut denken (zwart/wit)
    2. Overgeneralisatie (na 1 afwijzing, het zal nooit meer lukken)
    3. Selectieve abstractie (tegenbewijzen negeren, blindstaren op 1 fout)
    4. Uitvergroting (overdrijving; na 1 fout eind van carrière)
    De cognitieve modellen hebben veel invloed gehad op kennis over abnormaal gedrag. Er is veel overlap tussen op leren gebaseerde benaderingen en cognitieve modellen.

    Albert Ellis: niet de nare gebeurtenissen zelf leiden tot angst depressie of gestoord gedrag, maar de irrationele gedachten die ermee samengaan. Het is dus de interpretatie van gebeurtenissen die onze emoties bepaald, niet de gebeurtenissen zelf. 
    Hij bedacht de ABC benadering:
    A staat voor activerende gebeurtenis (bv ontslag)
    B staat voor beoordeling/opvattingen (ik vind nooit meer zo een goede baan)
    C staat voor consequenties/emotioneel lijden (angst en moedeloosheid)
    • De therapie op basis van dit model is de RET (Rationeel Emotieve gedragstherapie) hierbij worden irrationele gedachten vervangen voor rationele.
    • Door een hapering in dit proces ontstaat een psychische stoornis. (bv. verkeerde verwerking of opvragen)
    • Kritiek op het model: bv depressie oorzaak of gevolg?
  • Wat is het sociaal-culturele perspectief op afwijkend gedrag?
    TheorieAfwijkend gedrag moet bestudeerd worden in de context van culturele en sociale factoren. (etniciteit, sociale klasse en zender)
    • 'maatschappelijke ziektes ' als armoede, racisme, en gebrek aan kansen spelen een rol bij het ontstaan van abnormale gedragspatronen
  • Wat is kenmerkend voor het biopsychosociale perspectief?
    Theorie: afwijkend gedrag ontstaat vanuit een combinatie van factoren, een interactie tussen 
    • biologische, 
    • psychologische, 
    • en sociaal-culturele factoren. 
  • Wat is de theorie van het diathese-stressmodel over afwijkend gedrag?
    Stoornissen ontstaan door een combinatie van interactie tussen aanleg/kwetsbaarheid (diathese) en stress. 
  • ❗️Wat kan je vertellen over de DSM?

    Waar staat DSM-IV voor? Diagnostic Mental Disorders 
    Waarom is classificatie belangrijk?
    1. om verloop vd ziekte te voorspellen.
    2. helpt bij belangrijke beslissingen (therapie/medicijnen).
    3. maakt onderscheiding/herkenning mogelijk.
    4. maakt toename van kennis mogelijk.
    Uitgangspunt DSM:  
    Er is sprake van 
    • emotioneel lijden, 
    • belemmeringen in het functioneren 
    • of gevaar 
    • Dus: niet gebaseerd op theorie of model! (theoretisch)
    • beschrijft symptomen geen verklaring.
    • (Pas als er sprake is van een oorzaak kan er een diagnose gesteld)
    Visie DSM over afwijkend gedrag: 
    • oorzaak afwijkend gedrag is onderliggende stoornissen/ziektes. 
    • Het kan ook een interactie zijn van verschillende factoren. (genetica/omgeving)
    Het DSM-IV bestaat uit vijf classificatieassen:
    1. As I: klinische syndromen
    2. As II: persoonlijkheidsstoornissen en zwakzinnigheid
    3. As III: Somatische aandoeningen
    4. As IV: psychosociale en omgevingsproblemen
    5. As V: globale beoordeling van het functioneren: GAF-score.
    Kritiek op DSM: 
    • soms twijfelachtig, meer onderzoek nodig
    • aandacht op interne oorzaken, te weinig voor sociale, culturele en fysieke omgevingsfactoren.
    • Stigmatisering: mensen worden in een hokje geplaatst.
  • Om tot een beoordeling te komen moet men verder gaan dan de classificatie. Wat moet er gebeuren?
    Er moet inzicht komen in de persoonlijkheid en het functioneren van de persoon. Dit kan dmv een onderzoek of interview zoals:
    • klinische interview: gesprekken tussen de client en behandelaar > gestructureerde, ongestructureerde en semi gestructureerde interview.
    • psychologische tests:beoordelingstests om stabiele trekken te meten zoals het intellectueel vermogen en persoonlijkheid > intelligentie: WAIS-III, GIT, Stanford-Binet Intelligente Scale, Raven Matrixen >zelfbeoordelings-vragenlijst: MMPI-2, MCMI, NPV 
    • neuropsychologische beoordeling: gedragsobservaties en psychologische tests om neurologische afwijkingen op te sporen
    • gedragsbeoordeling: objectief vastleggen of beschrijven van problematisch gedrag >Testresultaten worden opgevat als voorbeelden van gedrag en niet als indicatoren van onderliggende trekken of aanleg met als doel de stimulus en bekrachtiging te vinden voor afwijkend gedrag. (Ook zelfwaarneming: ATQ Automatic Thought Questionnaire)  
    • fysiologische beoordeling en beeldende technieken: Bij het fysiologisch functioneren wordt er gekeken naar onder meer: hartslag, bloeddruk, zweten, spierspanning en hersenactiviteit. Technieken om de hersenen in beeld te brengen zoals EEG, CT-scan, PET-scan, MRI, en BEAM geven een indruk van van de structuur en functioneren van de hersenen.
  • Welke drie vormen van interview zijn er?
    1. Het gestructureerde interview (van te voren vastgestelde vragen; meest betrouwbaar en consistent)
    2. Het ongestructureerde interview (spontane vragen, kan belangrijke info missen)
    3. Het semi gestructureerde interview (globale vragenlijst, uitstapje maken acceptabel)
  • Welke elementen worden bevraagd bij psychiatrisch/psychologisch onderzoek?
    • Uiterlijk: Maakt de patiënt een verzorgde indruk?
    • Psychomotoriek: Hoe is houding/spraak van patiënt? Is er oog contact?
    • Bewustzijn: Is de patiënt helder?Reageert deze op prikkels uit de omgeving?
    • Oriëntatie: Weet de patiënt wie hij is en waar hij is?Of welke dag het is?
    • Aandacht: Kan de patiënt zich concentreren?
    • Waarneming: Ziet hoort voelt ruikt de patiënt die met realiteit overeenkomen? (hallucinaties)
    • Denkprocessen: Kan de patiënt een helder en consistent verhaal vertellen? Is het realiteit/fantasie? (Wanen)
    • Stemming: Welke emotie toont de patiënt tijdens het interview? Komt dit overeen met de inhoud van wat er gezegd wordt? (congruent)
    • Oordeelvermogen: Kan de patient in het dagelijks leven weloverwogen beslissingen nemen?
  • Hoewel de opzet varieert, komen de volgende (5) onderwerpen in bijna elk interview aan de orde:
    1. gegevensverzameling
    2. probleembeschrijving
    3. psychosociale geschiedenis
    4. medische/psychiatrische geschiedenis
    5. somatische problemen inclusief medicijngebruik
  • ❗️Welke soorten therapie zijn er?
    Psychotherapie:
    • psychoanalyse: inzicht te verwerven in, en oplossingen te vinden voor onbewuste conflicten (Freud): vrije associaties, droomanalyse, analyse van overdrachtsrelatie.Rogers) non directief, reflectie zonder oordeel
    • humanistische: gericht op nu, persoonsgericht (
    • gedragstherapie: op een systematische manier principes toegepast van leren bijgebracht > methodes: geleidelijke blootstellen, modeling, positieve feedback en bekrachtiging, systematische desensitisatie, aversieve conditionering, zelfcontrole-technieken, sociale vaardigheidstraining 
    • cognitieve therapie: irrationele gedachten vervangen en bijstellen RET, cognitieve vertekening
    • cognitieve gedragstherapie: niet enkel gedrag veranderen maar het denken omdat het gedrag vanuit het denken voortkomt, dus combi gedragstherapie en cognitieve therapie.
    • groeps/ gezin/ relatie therapie: therapie in groepssetting

    Biologisch georiënteerde therapie:
    • medicatie: psychofarmacologie, angstremmers, antipschychotica
    • lichttherapie: synchroniseren slaap en waak ritme 
    • ECT Electric Convulsie Therapie: elektrische schok om hersenschors te stimuleren
  • Wat moet een psychotherapeut kunnen? En wat zijn niet specifieke behandelfactoren?
    Een psychotherapeut moet:
    • actief zijn
    • goed kunnen luisteren
    • empathisch zijn
    • gevoel overbrengen dat er verbetering mogelijk is
    Dit betekent dat de effectiviteit van de therapie deels afhankelijk is van niet specifieke  behandelfactoren
    Niet specifieke behandelfactoren: Dit zijn de factoren die niet specifiek zijn voor een bepaalde vorm van psychotherapie, zoals aandacht en steun van de therapeut, maar die wel positieve verwachtingen oproepen over mogelijke veranderingen.
  • Wat gebeurt er bij psychoanalyse en psychodynamische therapie?
    Psychoanalyse: Methode van psychotherapie die is ontwikkeld door Freud.
    Psychodynamische therapie: Therapie die mensen helpt om inzicht te verwerven in, en oplossingen te vinden voor onbewuste conflicten (Freud). 
    Verschillende methodes komen aan bod:
    • vrije associaties (afbreken afweermechanismen)
    • droomanalyse (afweer minimaal)
    • analyse van overdrachtsrelatie (gevoelens van de ene persoon op de andere reflecteren bv therapeut als vaderfiguur zien en woedend/liefdevol reageren)
    • therapeut kan ook reflecteren op de patiënt: tegenoverdracht 
    De hedendaagse psychodynamische therapie is meer gericht op huidige relaties (minder op het verleden) èn gedragsveranderingen die het functioneren verbeteren.
  • Wat is humanistische therapie en waar beschikt een effectieve persoonsgerichte therapeut over?
    • Humanistische therapeuten (gedragstherapeuten) richten zich op het nu, maar erkennen wel dat verleden een belangrijke invloed is op huidig gedrag. (psychodynamisch) 
    • De persoonsgerichte therapie (Rogers) is non directief (dwz de patiënt leidt, niet de therapeut) en is gericht op bewustwording van innerlijke gevoelens die de cliënt door sociale veroordeling heeft leren negeren.
    • De therapeut doet dit door middel van reflectie; namelijk herhalen of herformuleren wat de client zei, zonder interpretatie of beoordeling. (itt psychodynamisch)
    • Een effectieve persoonsgerichte therapeut beschikt over de volgende kwaliteiten: onvoorwaardelijke positieve waardering, empathie, oprechtheid en congruentie. Hij moet de patiënt kunnen stimuleren om eigen gevoelens uit te diepen.
  • Wat is gedragstherapie? En welke methodes worden er toegepast?
    • Bij gedragstherapie worden bij de behandeling op een systematische manier principes toegepast van leren. 
    • Deze therapie is relatief kortdurend omdat het gericht is op veranderen van gedrag (ipv verleden of persoonlijkheid)
    Methodes die gebruikt worden zijn:
    • geleidelijke blootstelling (levensechte confrontatie met angstwekkende stimulus)
    • modeling (gedrag observeren en nabootsen); positieve feedback en bekrachtiging (token economy: fiches ter beloning, in te ruilen voor iets anders)
    • systematische desensitisatie (doorgaande blootstelling aan angstwekkende stimulus (gedachte/foto); ontspanning moeten leren
    • aversieve conditionering
    • zelfcontrole-technieken
    • sociale vaardigheidstraining 
  • Wat is cognitieve therapie?
    Een therapievorm waarbij de therapeut de patiënt helpt bij het identificeren en corrigeren van inefficiente cognities (gedachten, opvattingen en attitudes) waarvan men denkt dat ze ten grondslag liggen aan de emotionele problemen en aan het contraproductieve gedrag van de patiënt. (interpretaties van de gebeurtenissen staat centraal).
    • Albert Ellis stelt dat stoornissen veroorzaakt worden door irrationele, contraproductieve opvattingen, doordat de betekenis van gebeurtenissen worden vervormd. Zijn oplossing: RET (Rationeel-emotieve therapie
    • Aaron Beck wil met zijn cognitieve therapie de denkfouten (cognitieve vertekeningenonder ogen laten zien en deze corrigeren, het realiteitsbesef toetsen en eventueel bijstellen. Dus ook hier verkeerde opvattingen vervangen voor rationele alternatieven. 
  • Wat is het verschil tussen de RET-therapie van Ellis en de cognitieve therapie van Beck?
    Beck concentreert zich, nog sterker dan RET, op de contraproductieve cognities van de patiënt die zijn stemming beïnvloeden en gedrag verstoren. Voorbeelden van deze denkfouten (cognitieve vertekeningen) zijn de neiging om negatieve gebeurtenissen uit te vergroten en persoonlijke prestaties te minimaliseren. Toetsen van realiteitsbesef. bv drie vrienden bellen, toont niemand belangstelling? Selectieve perceptie van eigen fouten en de fout om altijd het ergste te verwachten.
  • Wat is groepstherapie?
    In groepstherapie proberen mensen onder leiding van een therapeut hun eigen psychologische problemen te overwinnen en gepaster gedrag te ontwikkelen. De groepssetting biedt de mogelijkheid tot wederzijdse steun en gedeelde leerervaringen. 
    Voordelen:
    • soms effectiever door meerdere mensen met zelfde problemen. 
    • meer steun mogelijk door groep
    • groepsverband geeft mogelijkheid om problemen in relatie met anderen uit te werken.
    • sociale vaardigheden kunnen geoefend worden
    • goedkoper
    Sommige mensen willen niet in een groep maar volledige aandacht van de therapeut, ze voelen zich ongemakkelijk of sociaal beperkt.
  • Wat is de effectiviteit van psychotherapeutische methoden?
    De effectiviteit is altijd afhankelijk van de specifieke persoon en specifiek probleem. Dus de combinatie van specifieke factoren en niet specifieke factoren is belangrijk. 
    De effectiviteit van de psychotherapeutische methoden zijn niet te betwijfelen een succes (wetenschappelijke bewezen). Ook andere vormen blijken effectief.
    • gedragstherapie vooral effectief bij angst, seksuele stoornissen en slaapstoornissen
    • psychodynamische en humanistische benadering effectief voor zelfinzicht en persoonlijke groei
    • cognitieve therapie is effectief bij depressie en angststoornissen
  • Wat is psychofarmacologie?
    Dit zijn medicijnen die inwerken op neorotransmittersystemen (door transport door de zenuwimpulsen van de ene naar de andere beïnvloeden.
  • Wat kan je vertellen over anxiolitica (angstremmers en slaapmiddelen)?
    • Anxiolitica verminderen activiteit in het centrale zenuwstelsel waardoor er minder activiteit is in het sympathisch zenuwstelsel. Dit zorgt voor een lagere hartslag en minder transpiratie.
    • (bestrijden angst, wekken slaap op, ontspant spieren)  
    •  hebben een verslavende werking 
    • zijn gevaarlijk in combinatie met alcohol. 
    • Tolerantie treedt op (meer nodig voor zelfde effect) 
    • of onttrekkingsangst dwz na stoppen verergeren de klachten 
    • Nadeel: bijwerkingen zoals vermoeidheid, slaperigheid, slechtere motorische coördinatie) 
    • Medicijnen alleen lossen geen psychische problemen op, daarom is de kans op terugval groter.
  • Wat kan je vertellen over neuroleptica (antipsychsotische medicijnen)?
    • symptomen van oa schizofrenie en andere psychotische stoornissen in toom houden. 
    • Gericht op neurotransmitter (typische antipsychotica) en transmitter-systemen (atypisch) 
    • Dankzij antipsychotica minder noodzaak voor langdurige opnamen (dwangbuizen/isoleercel) 
    • een redelijk normaal leven wordt mogelijk. 
    • Veel gebruikt voor verschillende stoornissen: antidepressiva. Nadeel: bijwerkingen: stijfheid en na langdurig gebruik motorische stoornis of metaboolsyndroom (gewichtstoename, diabetes, hoge bloeddruk. 
    • Voor manische depressie (bipolaire stoornis) worden stemmingsstabilisatoren gebruikt (Litium)
  • Noem de drie belangrijke klassen antidepressiva
    1. Tricyclische verbindingen (TCA's): imipramine (tofranil), amitriptyline (Elavil) en doxipine (Sinequan) 
    2. MAO ( monamine oxidase)-remmers: phenilzine (Nardin) en tranylcypromine (Pernate) 1 en 2 vergroten de beschikbaarheid van neurotransmitters norepinefrine en serotonine in de hersenen. Alleen TCA's hebben minder ernstige bijwerkingen.
    3. SSRI's: selective serotonine heropname remmers hebben vooral invloed op het functioneren van serotonine in de hersenen.: fluoxetine (prozac) en sertraline (Zoloft). Ze vergroten de beschikbaarheid van serotonine in de hersenen door de heropname ervan door de uitzendende neuron tegen te gaan.
  • Wat is het verschil tussen Typische en Atypische antipsychotica?
    Typische middelen richten zich vooral op dopamine, terwijl de atypische middelen zich meer richten op belangrijke transmittersystemen als serotonine en noradrenaline. De atypische antipsychotica heeft minder bijwerkingen zoals tardieve dyskinesie, maar weer als bijwerking metaboolsyndroom; gewichtstoename, kans op diabetes, en hoge bloeddruk.
  • Wat is een aanpassingsstoornis?
    Ongepaste reacties op stressoren. Negatieve emoties zijn normaal, maar als deze langer duren en het dagelijks functioneren belemmert kan het een aanpassingsstoornis zijn. 
    Kenmerkend:
    • emotionele reacties extremer zijn dan je in die omstandigheden zou verwachten
    • belemmeringen in het dagelijks functioneren. 
    • ontwikkelt binnen 3 maanden na stressor
    • volgens de DSM IV zijn de klachten na het weghalen van de stressor binnen 6 maanden over. 
    • Oplossing: stressor weghalen of leren aanpassen.
    • Burnout is een aanpassingsstoornis met werkgerelateerde stressor
  • Wat is het verband tussen stress en lichamelijke ziekten en welke psychologische factoren kunnen een invloed hierop uitoefenen?
    • verminderd functioneren van het immuunsysteem
    • verhoogde gevoeligheid voor lichamelijke ziekten
    • bewijzen correlationeel, oorzaak/gevolg?
    psychologiche factoren:
    • coping-stijlen
    • interne/externe locus of control
    • psychologische weerbaarheid
    • optimisme/negativisme
    • (gebrek) sociale steun
  • ❗️Wat is het verschil tussen correlationeel verband en causaal verband?
    Bij een correctioneel verband is er sprake van een samenhang, maar niet direct van oorzaak of gevolg. Bij een causaal verband is er sprake van een aangetoond oorzaak gevolg.
  • Wat kan je vertellen over de invloed van stress op ziekte?

    Stress: er is een bron (stressor) die drukt kracht uit op het lichaam/geest om zich aan te passen
    Verband tussen stress en ziekte: langdurige stress verminderd functioneren van het immuunsysteem, dit geeft verhoogde gevoeligheid voor ziekten (bewijzen correlationeel)Stress en de hypothalamus: stress zorgt ervoor dat ACTH (hormoon de bijnieren stimuleert, deze scheid hormonen af, als stress lang duurt raken voorraden uitgeput en kan gezondheid in gevaar komen, dit kan schade aan het hart, bloedvaten, immuunsysteem en de frontale hersenschors geven.
    Stress en het immuunsysteem: stress verzwakt lichaam, negatieve emoties ontstaan, opnieuw bron van stress, nog meer verzwakking (minder snelle genezing wondjes/ontstekingen)
    Stress en het aanpassingingssyndroom: response patroon: (1) Alarmfase (vecht/vlucht, stress hormonen) (2) weerstand stadium: hulpbronnen op peil houden (3) uitputtingsstadium: bronnen uitgeput, ziektes van aanpassing ontstaan: hartkwalen, allergische reacties)
    Acculturatie stress: Druk ervaren om aan te passen in cultuur van gastland of van de meerderheid (hogere kans op stoornissen als schizofrenie
    Factoren die invloed hebben: Hoe iemand op stress reageert/stress ervaart hang van factoren af: copingvaardigheden, optimisme, sociaal netwerk, interne/ externe locus of control, psychologische weerbaarheid
    Psychosomatische aandoeningen: Lichamelijke aandoening met psychologische factoren met een causale of ondersteunende rol: maagzweer (niet altijd psychologisch!), hoofdpijn, hart en vaatziekten (verharding in de aderen kan bloedprop geven), kanker (correlatie, niet direct causaal)
  • Wat is psychoneuro-immunologie?
    De psychoneuro-immunologie bestudeert de relatie tussen psychologische factoren en de werking van het endocrien systeem. (zenuwstelsel/immuunsysteem)
  • Wat is het algemeen aanpassingssyndroom en uit welke drie stadia bestaat het?
    Deze naam gaf Hans Seyle (1976) aan het algemene responspatroon van het lichaam op aanhoudende of steeds terugkerende stress. Het bestaat uit drie stadia:
    1. Alarmreactie: mobilisatie om te verdedigen (vecht/vluchtreactie) veel stresshormonen worden in de bloedbaan gebracht.
    2. Weestandstadium: Lichaam probeert langdurige stress te doorstaan en de hulpbronnen op peil te houden. Stresshormonen blijven afgescheiden worden. 
    3. Uitputtingsstadium: hulpbronnen zijn uitgeput, bij stressoor ontstaan ziektes van aanpassing: hartkwalen, allergische reacties
  • Wat wordt bedoeld met psychologische weerbaarheid? 
    Bij het onderzoek van Suzanne Kobasa (1979) werden zakenlieden die nooit ziek waren en wel onder zware druk stonden drie opvallende kenmerken van psychologische weerbaarheid:
    1. Betrokkenheid (geloof in wat ze deden)
    2. Uitdaging (geloof dat verandering de normale gang van zaken is ipv stabiliteit)
    3. Controle over hun leven. (beïnvloeden van beloningen en straffen in het leven) 
  • Wat is biofeedbacktraining?
    (BFT) Methode waarbij de patiënt informatie krijgt over bepaalde lichaamsfuncties zodat hij daar een zekere controle over kan ontwikkelen met als doel ontspannen. (zeer functioneel bij spanningshoofdpijnen)
Lees volledige samenvatting
Maak nu je eigen eFaqt account aan voor toegang tot deze en duizenden andere hoge kwaliteit samenvattingen.

Voorbeelden van vragen in deze samenvatting

❗️Wanneer is er sprake van een psychische stoornis?
1
❗️Wat is uitzonderlijk of afwijkend gedrag?
1
❗️Wat zijn belangrijke vragen bij onderzoek naar psychische stoornissen?
1
❗️Waarom is het belangrijk om de culturele aspecten in acht te nemen?
1
Pagina 1 van 34