Publieke Organisatie en verandering Class notes

by
261 Flashcards en notities
2 Studenten
  • Deze samenvatting: GRATIS
  • +380.000 andere samenvattingen: GRATIS
  • Een mini bootcamp effectief studeren: GRATIS
  • Een unieke studietool: GRATIS
  • Een oefentool voor deze samenvatting: GRATIS

PREMIUM samenvattingen zijn gecontroleerd op kwaliteit en speciaal geselecteerd om je leerdoelen nog sneller te kunnen bereiken!

Samenvatting - Publieke Organisatie en verandering Class notes

  • 1 Publiek Management verandering in Nederland (vanaf oorlog tot jaren 90)

  • Wat was de voornaamste bestuurlijke indeling direct na de oorlog?
    Primaat van de politiek. College maakte de beslissingen, ambtelijk apparaat was zeer klein
  • Wat was de bestuurlijke verandering in de jaren 50 en 60?
    Gemeentesecretaris kreeg een prominente rol naast de wethouders en burgemeester.
  • Wat was de bestuurlijke verandering in de jaren 60?
    Door groeiende verzorgingsstaat groeide het takenpakket van de lokale overheid. Directoraat kreeg een belangrijke rol en kon onafhankelijk van de gemeentesecretaris werken aan beleid. Dit veroorzaakte spanningen. 
  • Wat was de bestuurlijke verandering in de jaren 60 en 70?
    De lokale overheid bleef groeien en werd steeds complexer. Er waren problemen met de controleerbaarheid van beleid en er was geen centraal toezicht. De samenleving politiseert en democratiseert. 
  • Wat was de bestuurlijke verandering in de jaren 80?
    De verhouding tussen bestuur en politiek kwam op de agenda te staan. Veel bezuinigingen en de overheid trekt zich terug. Taken worden geprivatiseerd en overheid wordt uitgedund. 
  • Wat waren de 5 ontwikkelingen dat het kenmerk waren van de veranderingen bij de lokale overheid?
    - Horizontale ontwikkeling: uitbreidend takenpakket en dus nieuwe afdelingen
    - Verticale ontwikkeling: Ondersteuning en coördinatie afdelingen voor toezicht en controle
    - Betrokkenheid van de omgeving: Samenleving raakt betrokken bij de besluitvorming door politisering en democratisering. Veel protesten in die tijd waren hier het symptoom van. 
    - Heroverweging functies en taken: Door bezuinigingen werden overheidstaken geprivatiseerd en werd er ingezet op effectiviteit en efficiëntie
    - Oriëntatie op omgeving: Coproductie van beleid. Legitimiteit van lokale politiek lag onder vuur door lage opkomst. 
  • Welke 5 reorganisatiemodellen worden benoemd?
    • Department model: Er was geen secretariaat. De uitvoerende diensten stonden onder direct toezicht van de wethouders
    • Functioneel model: Verdeling van de kerntaken met aan het hoofd een directoraat. Het directoraat vormde een bestuurlijk team. Het college was volledig collegiaal met een interne taakverdeling
    • Staf model: Wethouders kregen beleidsondersteuning van staf afdelingen. Secretariaat bestaat in dit model wel maar staat niet boven deze stafafdelingen. Zij heeft slechts als taak de functionele aspecten van beleid en bestuur te coördineren. 
    • Open systeem model: De overheid wordt gezien als organisatie dat sterk verbonden is met zijn omgeving. Zij heeft als taak producten en diensten te leveren. Secretariaat legt focus op lange termijn beleidscontrole.
    • Klein secretarieel model: uitvoerende taken worden overgelaten aan diensten. Secretariaat heeft als taak het bestuurlijk ondersteunen van de wethouders en uitstippelen van algemeen beleidslijnen. Checks and balances systeem
    • Bestuurlijk marktmodel: Drie onafhankelijke partijen: Politiek, bestuur en samenleving. Zij zitten in een driehoeksverhouding. Primaat ligt bij de politiek, bestuur tast samenleving af naar interventies op eigen professionaliteit
  • Wat zijn de onderliggende referentiekaders van deze reorganisatiemodellen?
    • Driehoeksverhoudingen: wethouder, diensten, gemeentesecretaris. Door uitbreiding diensten werd span of control voor 1 persoon te groot. Wethouders sterk betrokken bij diensten. 
    • Taakverdeling en coördinatie: scientific management. 
    • Open systeem model: Betrokkenheid van de omgeving
    • Rationele beleidsvorming: wetenschappelijke ondersteuning
  • Wat is een belangrijke reden voor de organisatieverandering in de jaren 80?
    Overheidstekorten en oplopende bezuinigingen (gemeenten mogen geen tekorten hebben; balans moet sluitend zijn
  • Wat zijn de 3 E's met betrekking tot de bezuinigingen en de tekorten?
    • Economisering
    • Effectiviteit
    • Efficiëntie
  • Wat zijn de inkomsten van gemeenten?
    • Eigen inkomsten: belastingen en heffingen
    • Algemene middelen: gemeentefonds; mag vrij besteed worden
    • Specifieke middelen: uitkering van de rijksoverheid bedoelt voor specifiek gedefinieerde taken
  • Wat was een belangrijk kenmerk van de reorganisatie van de lokale overheid?
    Een meer bedrijfsmatige invulling op gebied van management en dienstverlening. Effectief en efficiënt waarbij veel taken werden geprivatiseerd. 
  • Wat was een paradox met betrekking tot de flinke bezuinigingen bij de lokale overheid?
    De nationale overheid had de mogelijkheid om een anticyclische Keynesiaans model aan te houden. Zij konden de tekorten op laten lopen. De lokale overheden kunnen dit niet en krijgen hierdoor dus de rekening gepresenteerd. Zij kwamen in grote financiële problemen omdat zij de begroting wel sluitend moeten maken. Bezuinigingen op rijksniveau waren nauwelijks merkbaar bij de ministeries. 
  • Waarom was het zo'n probleem om de tekorten terug te brengen binnen de lokale overheid?
    - in economisch zwaar weer nemen de inkomsten af maar stijgen de uitgaven i.v.m. sociale zekerheid
    - De lokale overheid had weinig financiële autonomie; alleen eigen inkomsten en gemeentefonds waren vrij besteedbaar. Echter komt het meeste geld van de Rijksoverheid (voor specifieke taken). Hierop werd bezuinigd en bovendien heeft de lokale overheid weinig te zeggen over de hoogte van belastingen in de gemeente
    - Ook binnen de vrij besteedbare inkomsten wordt de lokale overheid beperkt door financiële, juridische en bestuurlijke inflexibiliteit. 
    - De financiële problemen waren zowel horizontaal als verticaal merkbaar
  • Wat hield het BBI in (beleid en- beheersinstrumentarium)? 
    Doordat er weinig inzicht was in de financiële middelen van de lokale overheid werd er een nieuw informatiesysteem opgezet met betrekking tot planning en control.
  • Waarop was de BBI gebaseerd?
    - Informatie op maat; minder maar betere informatie
    - Informatie over beleid en de financiën over beleid: welke producten tegen welke kosten
    - Van doelen naar taken; taakspecificatie: effectiever beleid
  • Wat wordt er verstaan onder het sectorenmodel?
    In dit model wordt er sterk ingezet op scheiding van taken en beleidsterreinen en het decentraliseren van de verantwoordelijkheid.
  • Welke drie taken werden gezien als taken voor het 'concern' in het sectorenmodel?
    - Concern planning en control
    - Concern strategie; voorbereiding en implementatie van lange termijn beleid
    - Beleidscoördinatie; afstemming tussen beleidsterreinen
  • Welke 4 soorten rollen voor het college en de gemeentesecretaris worden aangeduid binnen het sectorenmodel?
    - Staf rol: Het college bestuurt en coördineert de uitvoerende diensten. De gemeentesecretaris dient als ondersteuning
    - Primus-inter-paris: De uitvoerende diensten zijn autonoom. Het college en het secretariaat blijven op afstand.
    - Controller: zowel het college als het secretariaat sturen de diensten aan.
    - President -directeur: De gemeentesecretaris stuurt de diensten aan. Het college houdt zich op afstand.
  • Welke vier concern controllers onderscheid de gemeentesecretaris de Vries van Leiden (1995)
    - de betrokken controller: betrokken bij de besluitvorming, verantwoordelijk voor het management, weinig aandacht voor financiële administratie
    - de onafhankelijke controller: Nadruk op financiële administratie, weinig invloed op besluitvorming.
    - de splitcontroller: Enerzijds analyserende-adviserende rol, anderzijds voor de financiële rol. Meerdere controllers --> coördinatieproblemen.
    - Strong controller: Verantwoordelijk over het gehele management en administratie. Span of control problemen, verwarring tussen lijn en staffuncties.
  • Wat was een belangrijke ontwikkeling begin 20ste eeuw voor de overheid?
    Progressive Era: De professionalisering van de lokale bureaucratie (professional city managers)
  • Wat was de voornaamste ontwikkeling in het lokale bestuur rond 1930?
    Scientific management van Gulick en Taylor. Focus op taakverdeling.
  • Wat zijn typische kenmerken van de uitvoerende diensten in de hervormingen van de jaren 80 (tijdens sectoralisering)?
    - Grote mate van autonomie
    - Integrale management verantwoordelijkheden
    - Contract management
  • Wat zijn de belangrijkste onderliggende referentiekaders voor NPM?
    - Bedrijfsmatige managementconstructies: nadruk op efficiëntie. Dit had verkleining van het openbaar bestuur tot gevolg
    - Resultaatgericht management (output criteria)
    - Marginalisatie van taken van de gemeentesecretaris
    - Rol van politici verkleinen
    - Bron van ideeën uit de bedrijfsbestuur
    - Decentralisatie van taken. Diensten en agentschappen meer autonomie.
  • Wat waren belangrijke kenmerken voor de hervormingen in de jaren 90?
    - Door bezuinigingen stonden externe relaties onder spanning
    - Steden probeerden bedrijfsgerelateerde relaties op te bouwen
    - Publiek private samenwerking was het nieuwe toverwoord
    - output criteria werd ontwikkeld, ofwel prestatiegericht management
  • Welke 3 overheidsrollen nam de gemeente Tilburg aan bij de hervormingen?
    - De participerende overheid
    - Een dienstverlenende overheid
    - De interactieve overheid
  • Wat hield de sociale hervorming in?
    Dat er meer een bottom up benadering wordt gehanteerd voor de beleidsvorming en waar dus burgers meer bij de besluitvorming worden betrokken. Bovendien kwam er een transitie van een verzorgingsstaat naar een vrije markt systeem, voor meer klantgerichtheid en concurrentie. De overheid staat niet meer hiërarchisch boven de burger 
  • Voorgestelde hervormingen (meer efficiëntie en productiviteit) werden gebaseerd op kwantitatieve gegevens van budget en personeel n.a.v. de financiële tekorten. Wat voor problemen zijn er met deze gegevens?
    - Multi interpretabel
    - Technisch probleem: sommige gegevens worden niet meegenomen
    - spending departments: budget omvat niet alleen personeel en huisvesting
    - Er wordt alleen gekeken naar de concern ambtenaren en niet naar de uitvoerende ambtenaren
  • Wanneer is er ruimte voor hervorming, kijkende naar budget?
    Indien de onkosten (personeel, huisvesting, materieel) veel te hoog zijn
  • Tussen '82-'89 domineerde het kabinet Lubbers (CDA-VVD). Wat waren de hoofddoelen van dit kabinet?
    - terugdringen van budgettaire tekorten
    - Verzorgingsstaat inkrimpen
    - Stimuleren van markteconomie
  • Wat waren belangrijke uitgangspunten binnen de hervormingen die kabinet Lubbers voorstelde in 1982?
    De overheidshervorming kwam onder de naam 'De grote operaties':
    - decentralisatie (
    - deregulering (minder kosten, echter werd ingezet op kwaliteit regelgeving)
    - privatisering (stimulering marktsector en verlaging personeelsomvang)
    - heroverweging van interne taken en coördinatie
    - reorganisatie van de burgerservice
    - korten in personeelsbestand
  • Wat was de belangrijkste hervorming begin jaren 90 in het kabinet Lubbers III?
    De sociale vernieuwing. De aandacht verschoof naar de burger door bottom up benaderingen. De kwaliteit van de dienstverlening stond centraal wat als gevolg had dat vele diensten geautonomiseerd werden.
  • Welke 4 onderwerpen werden onderzocht over bestuurlijke vernieuwing door de installatie van 4 commissies?
    - relatie tussen autonomie en ministeriële verantwoordelijkheid
    - meer coördinerende rol voor de MP
    - het direct verkiezen van burgemeesters
    - het samenbrengen van verschillende onderdelen van ministeries.
  • Met welke 2 benaderingen kwam de WRR in 1983 als oplossing voor de overheidssturing?
    - technocratische benadering: een actieve overheid waarbij vooral de aandacht ligt bij uitvoerende diensten en prestatie georiënteerde zaken
    - de sociocratische benadering: de overheid als mediator. Meer zelfsturing van de maatschappij.
  • Wat was de voornaamste hervorming in Kabinet Kok?
    Van verzelfstandiging en privatisering naar management efficiency (zelfbewuste topambtenaar en veel autonomie aan diensten ivm primaire taken)
  • Welke manieren werden o.a. gebruikt om de begrotingstekort terug te dringen bij de centrale overheid op gebied van financieel en personeelsmanagement?
    - stoppen met open-end regelingen: geen budgetplafond
    - simpelweg minder uitgeven

  • Welke 3 speerpunten waren er nadat de financiële administratie op orde was zodat de overheid effectief en efficiënter kon werken?
    - Marktmechanisme
    - Resultaatgericht management
    - Gebruik van lange termijn boekhoudsysteem (dit geeft ook ontwikkelingen in de toekomst weer naast de gebruikelijke transacties)
  • Wat werd er verstaan onder resultaat gericht management?
    diensten kregen veel autonomie. Er werden agentschappen opgericht die werden gecontroleerd op de outputs. Dit werd transparant voor een stimulering van efficiency. Door middel van contractmanagement werden er duidelijke afspraken gemaakt over levering van producten en diensten, de hoeveelheid en de prijs.
  • Wat was een belangrijke maatregel op gebied van personeelsmanagement in de jaren 80?
    - De periodieke salarisverhoging af te schaffen en te betalen op basis van prestaties en resultaten. Tevens was dit om het personeel vast te houden want buiten de overheid konden ze meer verdienen.

    - De normalisering van arbeidsrelaties. De arbeidsrelaties nam vormen aan zoals die in de private sector worden gehanteerd.
  • Wat waren mogelijkheden om de verkokering tegen te gaan, of in ieder geval bruggen te slaan tussen de verschillende beleidssectoren?
    - Bestuursraden
    - Algemene bestuursdienst
    - Integraal management
  • Wat hielden bestuursraden in begin jaren 90?
    Dit waren raden met daarin de secretaris generaal en de directoraten-generaal met als doel de sectorale fragmentatie tussen de ministeries te verkleinen, de coördinatie op beleid te verhogen en het verbeteren van strategische sturing op ministeries.
  • Wat was de kritiek op de bestuursraden?
    Het was onduidelijk waar de SG en de DG verantwoordelijk voor waren.
  • Wat hield de Algemene bestuursdienst in, die in 1995 werd opgericht?
    Deze dienst bestond uit alle topambtenaren die door verschillende trainingen mobiel inzetbaar waren op verschillende ministeries (om de 5 jaar)
  • Wat wordt verstaan onder integraal management?
    Taken moesten zo ver mogelijk beneden in de organisatie worden geplaatst. De integratie tussen deze taken werd beheert via contractmanagement, outputfinanciën en resultaatgericht plannen.
  • Op welke 3 manieren zijn de taken van de overheid in Nederland verzelfstandigd?
    - Privatisering: Organisatorisch extern, juridisch privaat.
    - ZBO's: Organisatorisch extern, juridisch publiek
    - Agentschappen: organisatorisch intern,  juridisch publiek.
  • Wat wordt er verstaan onder privatisering?
    Het overhevelen van publieke taken naar het private domein ter stimulering van de markteconomie en het budget en de grootte van de overheid te verlagen.
  • In het begin van jaren 80 kwam het begrip zelfbeheer. Wat wordt hiermee bedoeld?
    De autonomie van een agentschap verhoogd maar blijft onder ministeriële verantwoordelijkheid staan (contractmanagement)
  • Wat wordt er verstaan onder een zelfstandig bestuursorgaan?
    Een organisatie die is opgericht door publieksrechtelijke lichamen die openbare taken uitvoert maar niet ondergeschikt is aan de minister.
  • Welke 3 motieven waren er voor het oprichten van ZBO's?
    - Onafhankelijkheid
    - Expertise
    - Belang
  • Aan welke 6 voorwaarden moest een organisatie voldoen om als agentschap te kunnen worden beschouwd?
    - aangeboden producten en diensten zijn meetbaar
    - in bezit van een auditors certificaat
    - realistische mogelijkheid tot meetbare efficiëntie verbeteringen
    - productieprocessen zijn omschreven in producten en diensten
    - moet aangeven wanneer zij verwachte efficiëntie verbeteringen kunnen meten
    - aanwezigheid van een extern resultaatgericht, controle beheer en interne planning
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting: GRATIS. +380.000 andere samenvattingen: GRATIS. Een mini bootcamp effectief studeren: GRATIS. Een unieke studietool: GRATIS. Een oefentool voor deze samenvatting: GRATIS

Voorbeelden van vragen in deze samenvatting

Wat was de voornaamste bestuurlijke indeling direct na de oorlog?
1
Wat was de bestuurlijke verandering in de jaren 50 en 60?
1
Wat was de bestuurlijke verandering in de jaren 60?
1
Wat was de bestuurlijke verandering in de jaren 60 en 70?
1
Pagina 1 van 66