Samenvatting Portaal : praktische taaldidactiek voor het primair onderwijs

-
ISBN-10 9046901955 ISBN-13 9789046901953
623 Flashcards en notities
153 Studenten
  • Deze samenvatting

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

Dit is de samenvatting van het boek "Portaal : praktische taaldidactiek voor het primair onderwijs". De auteur(s) van het boek is/zijn Harry Paus ( ) Sylvia Bacchini. Het ISBN van dit boek is 9789046901953 of 9046901955. Deze samenvatting is geschreven door studenten die effectief studeren met de studietool van Study Smart With Chris.

PREMIUM samenvattingen zijn gecontroleerd op kwaliteit en speciaal geselecteerd om je leerdoelen nog sneller te kunnen bereiken!

Samenvatting - Portaal : praktische taaldidactiek voor het primair onderwijs

  • 1 Taal en taalonderwijs

  • Wat is receptief ?
    betekenis geven aan klanken en tekens 
  • Wat zijn de vier domeinen van taal?
                                      PRODUCTIEF                          RECEPTIEF
    MONDELING             Spreken                                 Luisteren
    SCHRIFTELIJK           Schrijven                               Lezen
  • wat is taalonderwijs?
    leren lezen, schrijven, beter spreken en luisteren
  • Neologisme
    Neologismen zijn nieuwe woorden en bestaande woorden met een nieuwe betekenis.
  • Vaktaalwoorden
    Vakterminologie die in vaklessen zoals aardrijkskunde, rekenen en biologie wordt gebruikt.
  • Wat is een productief proces ?
    Dat je bij het schrijven lettertekens produceert. 
  • Testvraag

    antwoord

  • Wat is receptief?

    Taal begrijpen.

  • Hoe definieer je taal?
    1. Taal heeft een functie: communiceren
    2. Taal gaat ergens over: taal heeft een betekenis
    3. Taal heeft een systeem: taal is gestructureerd volgens een systeem. klanken, tekens en woorden vormen zinnen
  • wat zijn de vier domeinen van taal?
    spreken -> productief en mondeling

    luisteren -> receptief en mondeling

    schrijven -> productief en schriftelijk

    lezen -> receptief en schriftelijk

    Productief: produceren van klanken en tekens
    Receptief: betekenis geven aan klanken en tekens

    spreken: het maken van klanken
    luisteren: vertalen van klanken naar betekenis
  • Noem de 4 domeinen van taal
    productief, receptief, mondeling en schriftelijk
  • Wat zijn de drie functies van taal?
    1. communicatiemiddel
    2. middel om greep te krijgen op de werkelijkheid
    3. expressiemiddel
  • Definities van taal
    Taal heeft functies:
    contact onderhouden met anderen (communicatieve functie)
    greep krijgen op de werkelijkheid (conceptualiserende functie)
    Jezelf uitdrukken (expressieve functie)

    Taal heeft betekenis:taal gaat ergens over -> je kunt vertellen, verwijzen naar de werkelijkheid die niet aanwezig hoeft te zijn.

    Taal heeft een systeem:gestructureerd volgens een systeem dat klanken tot tekens, tekens tot woorden, woorden tot zinnen combineert.
  • Hoe definieer je taal?
    Taal heeft een functie, taal gaat ergens over het heeft een betekenis, taal heeft een systeem
  • In communicatie onderscheiden we:
    1. het zakelijke aspect: de boodschap
    2. het appellerend aspect: het doel wat de zender wil bereiken
    3. de relatie tussen zender en ontvanger: de boodschap van leraar naar leerling is anders dan de boodschap van leraar naar de directeur
    4. Het expressie effect: je geeft een bepaalde indruk af van jezelf
  • Noem de drie functies van taal
    een communicatiemiddel, een middel om greep te krijgen op de werkelijkheid, een expressiemiddel
  • Wat zijn de 4 aspecten van de voortgezette communicatie?
    1. zender
    2. boodschap
    3. ontvanger
    4. feedback
    zie afbeelding pagina 21
  • Wat is het semantisch aspect van taal? 
    De semantiek houdt zich bezig met de relatie tussen teken en betekenis en kijkt in hoeverre het teken de beschreven werkelijkheid adequaat weergeeft.
  • Hoe kan taal een middel zijn om grip te krijgen op de werkelijkheid?
    Door te lezen of te luisteren kun je beelden krijgen over de werkelijkheid.
    vb: het lezen van een nieuwsbericht, een bezoek aan musea, voorlezen van boeken
  • Geef voorbeelden van taal als expressiemiddel
    1. dagboek bijhouden
    2. een vriend mailen
    3. gedicht schrijven
  • Wat betekent het semantische aspect van taal?
    Het verwijst naar de betekenis van taal en naar de werkelijkheid die buiten de taal ligt.
  • Wat zijn woorden met een afhankelijke betekenis?
    woorden als 'deze' en 'hij': 
    - deze vind ik mooi, waarbij de context een wijzend gebaar is. 
    - als het in de situatie al eerder is genoemd. thomas gaat op vakantie. Hij gaat naar Marokko. 
  • Wat zijn lexicale woorden?
    Dit zijn woorden met een eigen betekenis en niet afhankelijk van de context waarin het woord wordt gebruikt. vb: stoel of auto
  • Wat is een polysemie?
    Hetzelfde woord kan in verschillende contexten een andere betekenis hebben. 
  • Wat zijn homoniemen en synoniemen?
    Homoniemen zijn woorden met dezelfde klank en schriftelijke weergave, maar een andere betekenis hebben. vb: bank - je kunt er op zitten of geld op zetten.
    Synoniemen zijn woorden met ongeveer dezelfde betekenis, maar een andere schriftelijke weergave. vb: fiets en rijwiel.
  • Wat is een connotatie?
    Het geheel van bijbetekenissen van een woord. Dit is afhankelijk van de cultuur waarin iemand opgroeit, persoonlijke interesses en contacten en zijn kennis van de wereld
  • Wat is een foneem en welke kunnen we onderscheiden?
    Spraakklank:
    1. klinkers
    2. tweeklanken
    3. medeklinkers 
    Lees ook pagina's 28 en 29 
  • Wat betekent assimilatie
    De uitspraak van de klank hangt af van de klanken in de buurt:
    vb: beek en beer. Bij de uitspraak klinken ze beide anders. Dat komt doordat de k die volgt op de ee de vorming van de klank anders beinvloed dan de r dat doet
  • Noem de 10 woordsoorten (Morfologie)
    1. zelfstandig naamwoord (auto, land, liefde)
    2. bijvoeglijk naamwoord (groot, rood)
    3. telwoord (een, tweede, enkele)
    4. werkwoord (worden, hebben)
    5. voornaamwoord (hij, jullie, die, deze)
    6. bijwoord (erg, gisteren, misschien)
    7. voegwoord (en, maar, omdat, wanneer)
    8. voorzetsel (op, door, tegen, tot)
    9. lidwoord (de, het, een)
    10. tussenwerpsel (ja, bravo, helaas)
  • Wat is een morfeem?
    een woord heeft minstens 1 deel dat zelf als woord kan voorkomen.
    vb: huisdeurtjes - huis, deur, tje, s
  • Wat is een samenstelling?
    een woord dat bestaat uit delen die ook zelf als woord kunnen voorkomen.
    vb: opzoeken, viersprong, doofstom
  • Wat is een afleiding?
    een woord met een aanplaksel (affix) 
    vb: berijden, bespreken, olieachtig, boompje
    Het kan voor het woord staan = voorvoegsel
    Het kan achter het woord staan = achtervoegsel
  • Welke twee soorten werkwoorden kun je noemen?
    1. Regelmatige werkwoorden (zwakke werkwoorden)
    2. Onregelmatige werkwoorden (sterke werkwoorden)
  • Wat wordt er bij regelmatige werkwoorden voor de stam geplaatst als het een voltooid deelwoord is?
    ge 
    vb: gefietst 

    Uitzondering: regelmatige werkwoorden die beginnen met de voorvoegsels be, er, her, ver krijgen geen voorvoegsel ge
    vb: bespelen, erkennen
  • Wat wordt er bij regelmatige werkwoorden aan de stam toegevoegd als het verleden tijd wordt?
    te (n) of de (n)
    vb: fiets wordt fietste of leef wordt leefde
  • Wat veranderd er aan onregelmatige werkwoorden in de verleden tijd?
    De klinkerverandering veranderd in de verleden tijd, en het voltooid deelwoord eindigt meestal op en.
    kijken - keek - gekeken
    genieten- genoot - genoten
  • Welke woorden vallen onder de subgroep van onregelmatige werkwoorden? (zijn nog onregelmatiger)
    hebben, kunnen, mogen, willen, zijn, zullen
  • Wat is een redekundige ontleding?
    Een analyse van een zin waarbij de zinsdelen (woorden en woordgroepen) worden benoemd naar hun grammaticale functie.
  • Welke zinsdelen worden er onderscheiden?
    1. onderwerp
    2. (naamwoordelijk en werkwoordelijk) gezegde
    3. lijdend voorwerp
    4. meewerkend voorwerp
    5. voorzetselvoorwerp
    6. oorzakelijk voorwerp
    7. bijwoordelijke bepaling
    8. bepaling van gesteldheid
  • Noem drie bedoelingen van een tekst?
    1. een probleem aan de orde stellen
    2. maatregel bespreken
    3. een oordeel geven over een bepaalde kwestie
  • In welke componenten wordt de kennis over taal onderverdeeld?
    1. klanken (fonologische component)
    2. betekenis van woorden en zinnen (semantische component)
    3. opbouw van woorden (morfologische component)
    4. vorm van zinnen (grammaticale/syntactische component)
    5. structuur van teksten (tekstuele component)
    6. functies van taal/wat kun je met taal doen (pragmatische component)
    7. de schriftelijke weergave van taal (orthografie of spelling)
  • Noem redenen van taalonderwijs?
    1. kinderen beter te leren spreken, luisteren, schrijven en lezen
    2. kinderen kunnen gemakkelijker inhouden van andere vakken verwerven, ze vergroten hun kennis van de wereld door middel van taal.
    3. taal is een belangrijk element van onze cultuur.
  • Noem de zeven belangrijkste visies op taalonderwijs.
    1. traditioneel taalonderwijs
    2. thematisch- cursorisch taalonderwijs
    3. taal bij alle vakken
    4. communicatief taalonderwijs
    5. strategisch taalonderwijs
    6. taakgericht taalonderwijs
    7. interactief taalonderwijs
  • Wat zijn de kenmerken van traditioneel taalonderwijs?
    1. wordt gezien als belangrijke drager van onze cultuur
    2. nadruk op schriftelijke vaardigheden en nadruk op vormaspecten
    3. grammatica is belangrijk
    4. bij schrijven ligt een sterk accent op spelling
    5. bij lezen ligt de nadruk op de techniek van lezen
    6. weinig aandacht voor de domeinen spreken en luisteren
    7. de leraar is de overdrager van de leerstof

    voordeel: overzichtelijk
    nadeel: de aandacht voor de verschillende domeinen van het taalonderwijs is niet evenwichtig
  • Wat zijn de kenmerken van thematisch-cursorisch taalonderwijs?
    1. leren door taal te gebruiken
    2. werken zoveel mogelijk vanuit bepaalde thema's met taal
    3. bij thematische activiteiten als bijvoorbeeld ene poster maken is de leraar vooral begeleider
    4. cursorische activiteiten als technisch lezen, spelling en grammatica worden apart onderwezen (tenminste als ze niet binnen het kader van het thema kunnen worden geleerd)

    voordeel: de leerlingen ervaren het als zinvol
    nadeel: het kost veel tijd, waardoor de balans tussen thematisch en cursorisch werken moeilijk te vinden is
  • Wat zijn de kenmerken van communicatief onderwijs?
    1. leerlingen leren om goed mondeling en schriftelijk te communiceren
    2. minder aandacht voor correctheid en meer aandacht naar het tot stand komen van de communicatie en het overbrengen van de bedoeling.
    3. creëren van reële communicatieve situaties zoals die zich ook buiten de school kunnen voordoen.

    voordeel: leerlingen raken gemotiveerd door de situaties
    nadeel: wanneer de situaties steeds door de leraar gekozen wordt het na verloop van tijd geknutseld kan worden
  • Wat zijn de kenmerken van strategisch taalonderwijs?
    1. voor het uitvoeren van communicatieve taken moeten leerlingen strategieën leren beheersen
    vb: een stappenplan voor het schrijven van een brief

    voordeel: de leerlingen krijgen door dit middel greep op de taal
    nadeel: steeds hetzelfde stappenplan laten toepassen kan verveling opwekken
  • Wat zijn de kenmerken van taakgericht taalonderwijs?
    1. onderwijs vindt plaats vanuit taken die leerlingen zelf inhoudelijk interessant vinden
    2. de nadruk ligt op het verwerven van schools, academisch taalgebruik
    vb: leerlingen maken een folder of organiseren een tentoonstelling

    voordeel: leerlingen raken gemotiveerd
    nadeel: doordat de leerlingen steeds de situaties kiezen kan het ook geknutseld overkomen
  • Wat zijn de kenmerken van interactief taalonderwijs?
    1. leerlingen leren in een krachtige leeromgeving die authentiek, sociaal en strategisch leren bevordert
    2. het zet kinderen aan tot zelfstandig leren en rekening houdt met individuele verschillen tussen kinderen
  • Wat zijn de 10 uitgangspunten van taalonderwijs?
    1. taalontwikkeling is een emancipatorisch proces
    2. taalontwikkeling is een sociaal proces
    3. aandacht voor coöperatief leren
    4. taalontwikkeling is een actief proces
    5. metacognitie is belangrijk
    6. wederkerend onderwijs
    7. flexibel onderwijsrepertoire
    8. adaptieve instructie
    9. effectieve schoolorganisatie
    10. afstemming school, buurt en gezin
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Voorbeelden van vragen in deze samenvatting

Wat zijn de 7 visies op taalonderwijs
19
Vertel wat over de visie traditioneel taalonderwijs
19
Vertel wat over het thematisch-cursorisch taalonderwijs
19
Vertel wat over taal bij alle vakken
19
Pagina 1 van 116