Pitlo 3 goederenrecht

by (13e herz. en aangevulde dr.)
ISBN-10 9013052770 ISBN-13 9789013052770
580 Flashcards en notities
42 Studenten

Studeer slimmer met eFaqt samenvattingen

  • Beschikbaar voor computer, tablet, telefoon en op papier
  • Vragen met antwoorden over de leerstof
  • Ongelimiteerde toegang tot 300.000 online samenvattingen
  • Tools voor slim studeren & timers voor betere resultaten

Bekijk deze samenvatting

PREMIUM samenvattingen zijn gecontroleerd op kwaliteit en speciaal geselecteerd om je leerdoelen nog sneller te kunnen bereiken!

Samenvatting - Pitlo 3 goederenrecht

  • 1 Algemene inleiding

  • Waar bestaat vermogensrecht uit?

    Goederenrecht, verbintenissenrecht, erfrecht en huwelijksvermogensrecht.

  • Goederen zijn alle zaken en alle vermogensrechten.

    Vermogen is iemands op geld waardeerbare rechten en plichten.

    Zaken zijn voor menselijke beheersing vatbare stoffelijke objecten (art. 3:2).

     

  • Gedachten, merken en energie zijn geen stoffelijke objecten. Uitvindingen, een model of verhaal zijn geen zaken maar men kan er wel absolute rechten op verkrijgen. 

    Voor menselijke beheersing vatbaar --> zee en lucht bijvoorbeeld niet. 

    Zaken = concrete voorwerpen, door natuur of menselijk toedoen ontstaan. 

  • 1.1 Goederenrecht

  • Goederenrecht: recht ten aanzien van zakelijke rechten en vermogensbestandelen.
  • Wat is het verschil tussen goederen- en zakenrecht?
    Het goederenrecht werd vroeger gebruikt, met de nieuwe wetgeving is het ruimere goederenrecht een betere keuze.
  • Waar vinden zich de relevante algemene bepaling ook?
    Boek 3, eerste afdeling
  • 1.1.2 186

  • Onroerende zaken staan in 3:3 jo. 3:2, registergoederen staan in 3:10.

    Kenmerkend voor een registergoed is dat voor de overdracht of de vestiging daarvan inschrijving in daartoe openbare registers noodzakelijk is.

  • Hoe geschiedt levering van roerende, niet-registergoederen, zaken.

    Middels bezitverschaffing 3:90 lid 1.

  • Hoewel bezitsverschaffing bezitsoverdracht insluit, zijn beide termen geen synomien voor elkaar.

  • corporele bezitsverschaffing: feitelijke verschaffing.

    niet corporeal: cp, brevi en longa.

  • Hoe kan men macht uitoefenen op een zaak?

    Diverse manieren; wonen in een huis, rijden op een fiets, schrijven met een pen etc.

  • Macht uit oefenen over een zaak kan zonder dat men daar de eigenaar van is en zonder het bijvoorbeeld in handen te hebben. Teniet gaan van het goed is ook een optie.

  •  

    383: verlies bezit. Art 3:117; bezit verlies je door het kennelijk prijs te geven of door het verkrijgen van bezit door een ander.

  • Verkrijging bezit: andermans goed toe-eigenen (dief, oneerlijke vinder), andermans zaak overgedragen of verschaft krijgen door een bezitter of houder en men kan onder algemene titel bezitter worden.

  • Corporele bezitsverschaffing

    De meest simpele en meest voorkomende wijze van bezitsverschaffing is het feitelijk overgeven van het goed of een ander goed waarmee de verkrijger de feitelijke macht over het over te dragen goed uit kan oefenen. De levering van een fiets geschiedt door de terhandstelling van de fiets. Ook de symbolische overgave valt onder de corporele wijzen van bezitsverschaffing. Een voorbeeld is de overgave van de sleutels bij de levering van een auto. Door de overgave van de sleutels stelt de vervreemder de verkrijger in staat de feitelijke macht uit te oefenen over de over te dragen auto.

    Niet-corporele bezitsoverdracht

    In een aantal gevallen is het (met name bij roerende zaken) mogelijk dat de levering indirect plaatsvindt. Dit is met name van toepassing als de zaak momenteel door een ander dan de eigenaar wordt gehouden.

    Levering met de korte hand (Traditio brevi manu)

    Bij een levering met de korte hand (Latijn: "traditio brevi manu") geregeld in art. 3:115 sub b BW is de verkrijger reeds de houder (namens de eigenaar/bezitter), en kan levering dus geschieden zonder feitelijke overgave van de zaak. Een voorbeeld: A huurt een fiets bij B. A besluit dat hij de fiets eigenlijk wel wil houden en wil de fiets van B kopen. B gaat akkoord met de koop. Bij een normale levering zou A de fiets eerst terug moeten geven aan B, waarna B hem aan A kan leveren. Bij de levering met de korte hand blijft de fiets bij houder A en wordt A door een tweezijdige verklaring bezitter van de fiets.

    Levering met de lange hand (Traditio longa manu)

    Tegenhanger van de hierboven genoemde levering met de korte hand is de levering over de lange hand (Latijn: "traditio longa manu"), geregeld in art. 3:115 sub c BW. Bij een levering met de lange hand wordt een zaak overgedragen die zich op het moment van levering onder een derde bevindt. Een voorbeeld is als A zijn fiets laat repareren bij fietsenmaker F en ondertussen zijn fiets verkoopt aan B. Met een levering over de lange hand is niet nodig dat A eerst zijn fiets bij F weghaalt, vervolgens aan B levert, waarna B de fiets weer bij F terugbrengt, maar kan A de fiets aan B leveren via F. Hiervoor is enkel een tweezijdige verklaring nodig en een mededeling aan F. In plaats van voor A houdt F de fiets nu voor B, en B kan de fiets dus na de reparatie bij F ophalen. Het bezit gaat over zodra F de overdracht erkent of zodra A of B de overdracht aan F mededeelt.

    Levering "constitutum possessorium"

    De derde vorm van indirecte levering is de levering "constitutum possessorium", vaak afgekort tot c.p. (letterlijk "houderschapsverklaring"). Deze vorm van levering is geregeld in art. 3:115 sub a BW. Bij een levering c.p. wordt het bezit overgedragen, maar blijft de zaak onder de vervreemder. De nieuwe bezitter wordt dan middellijk bezitter via de vervreemder en de vervreemder verandert van bezitter naar houder namens de nieuwe bezitter. Een voorbeeld: A koopt een fiets van B, maar B wil de fiets eigenlijk nog twee weken gebruiken. A en B komen overeen dat B de fiets nog twee weken onder zich mag houden, maar A wil wel dat B de fiets direct aan hem levert. In een situatie zonder c.p. zou het volgende gebeuren: A koopt de fiets van B. B levert de fiets aan A, waarna A de fiets weer aan B geeft op grond van een bruikleenovereenkomst. Bij c.p. blijft de fiets dus in de feitelijke macht van B, maar gaat de eigendom wel vast over op A. B is hierdoor houder, onmiddellijk bezitter en A is eigenaar, middellijk bezitter.

    Bij een levering c.p. komt ook het verschil tussen de termen 'bezitsverschaffing' en 'bezitsoverdracht' weer naar boven. Een levering c.p. is een vorm van bezitsoverdracht, een term die, zoals we hierboven gezien hebben, minder ruim is dan bezitsverschaffing. Voor c.p. geldt dat de vervreemder het bezit van het goed moet hebben. Een houder kan daarom niet c.p. leveren buiten de bezitter om. Een houder kan immers wel het bezit van een goed verschaffen, maar kan dit niet overdragen omdat hij zelf geen bezitter is.

Lees volledige samenvatting
Maak nu je eigen eFaqt account aan voor toegang tot deze en duizenden andere hoge kwaliteit samenvattingen.

Voorbeelden van vragen in deze samenvatting

Eigenschappen pand/hypotheek?
3
Wat is het verschil tussen goederen- en zakenrecht?
2
Waar vinden zich de relevante algemene bepaling ook?
2
Waar vind je de definitie van goederen?
2
Pagina 1 van 102