Pincode.

by (2007)
ISBN-10 9001161626 ISBN-13 9789001161620
334 Flashcards en notities
52 Studenten
  • Deze samenvatting
  • +380.000 andere samenvattingen
  • Een unieke studietool
  • Een oefentool voor deze samenvatting
  • Studiecoaching met filmpjes
Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

PREMIUM samenvattingen zijn gecontroleerd op kwaliteit en speciaal geselecteerd om je leerdoelen nog sneller te kunnen bereiken!

Samenvatting - Pincode.

  • 1 inkomsten of uitgaven?

  • aandelen dit kun je kopen bij een bedrijf je hebt dan een paar % van een bedrijf maar dit hankt af van hoeveel geld jij er in inversteerd als je een aantal % van een bedrijf hebt gekocht ben je dus eigenlijk mede eigenaar van een bedrijf.

    dus als het bedrijf winst maar krijg jij het percentage dat je hebt geinfesteerd.

     

  • je kunt voor verschillend dingen sparen voor de rent,voor voorzorg of voor een bepaald doel

  • Geef de formule van vreemd geld kopen?

    bedrag aan vreemd geld x  hoge koers (: 100) + provisie= bedrag in euro's

  • Geef de formule van vreemd geld inwisselen?

    bedrag aan vreemd geld x lage koers (: 100) _ provisie = bedrag in euro's

  • Wat is saldo?

    Het bedrag dat je op je rekening staat.

  • Waar staat cr voor?

    credit.

  • Wat is credit?

    Een positief bedrag, je hebt nog geld, je staat in de plus.

  • Waar staat D voor?

     

    Debet.

  • Wat is debet?

    Geld dat je teveel hebt uitgegeven, je staat in de min, je staat rood.

  • Wat is directe ruil? En geef vb.

    Je ruilt goederen of diensten tegen andere goederen of diensten.

  • Wat is indirecte ruil en geef een vb.?

    Goederen en diensten ruilen tegen geld.

  • Welke geldfuncties zijn er?

    ruilmiddel : je ruilt goederen of diensten voor geld, je koopt iets.

    rekenmiddel : je geeft aan hoeveel iets waard is.

    spaarmiddel : je geeft geld niet uit maar bewaart het voor later.

  • Wat is chartaal geld?

    Alle euromunten en bankbiljetten die in omloop zijn.

  • Wat is giraal geld?

    Is direct opvraagbare banktegoeden ( niet de tegoeden op spaargeld)

  • Wat is de eurozone?

    Alle  eurolanden die de euro als wettig betaalmiddel gebruiken.

     

  • Wat is vreemde valuta?

    buitenlands geld.

  • Wat betaal je als je buitenlands geld koopt?

    De hoge koers en vaak ook nog provisie.

  • Wat betaal je als je buitenlands geld verkoopt?

    Dan ontvang je de lage koers en vaak nog de provisie.

  • 1.1 Hoe betaal jij

  • saldo dat is het bedrag wat op je rekening staat.

    CR  staat voor credit dat betekent dat je rekening een positief saldo heeft.

    als je rood staat of in de min dat wordt met de d van debet aangegeven.

  • Aantekeningen H1.1:

    Directe ruil: als je goederen of diensten tegen andere goederen of diensten ruilt.

    Indirecte ruil: goederen en diensten ruilen tegen geld.

    Geldfuncties: 

    Ruilmiddel:  je ruilt goederen of diensten voor geld je koopt iets.

    Rekenmiddelje geeft aan hoeveel iets waard is.

    Spaarmiddel: je geeft het geld niet uit maar bewaart het voor later.

    Chartaal geld: bestaat uit alle euromunten en bankbiljetten.

    Giraal geld: bestaat uit direct opvraagbare banktegoeden.

    Eurozone: De EU-landen die de euro als wettig betaalmiddel gebruiken.

    Vreemde Valuta: is vreemd geld, buitenlands geld.

  • Saldo

    het bedrag dat op je rekening staat

  • wat is saldo?

    bedrag dat op je rekening staat.

  • wat is directe ruil?

    Goederen of diensten ruilen tegen andere goederen of diensten.

  • directe ruil is dat je b.v goeder ruilt tegen goederen of diensten.

    indirecte ruil is dat je b.v goederen ruilt met geld.

     

    tegen woordig woorden diensten en goederen het meest geruilt tegen goederen en diensten geld hebben verschillende functies.

    ruilmiddel

    spaarmiddel

    rekenmiddel 

     

  • Aantekeningen H1.2:

    Sparen: het niet uitgeven van een deel van je inkomen.

    er zijn verschillende spaarmotieven (redenen om te sparen):

    Sparen voor de rente

    Sparen voor een bepaald doel 

    Sparen uit voorzorg

    Rente: een vergoeding voor iemand die zijn geld beschikbaar stelt.

    Inflatie: een algemene stijging van de prijzen.

    Spaardeposito: een spaarrekening waarop je een groot bedrag voor een bepaalde tijd vastzet.

    Beleggen: Geld steken in bijvoorbeeld aandelen waarbij je verwacht dat die meer waard zullen worden,beleggen moet je alleen doen met geld dat je wel kan missen.

  • waar staat CR voor?

    credit (dan heeft je rekening een positief saldo)

  • wat is indirecte ruil?

    Goederen of diensten ruilen tegen geld

  • je kunt bij geld ook onderscheid maken tussen giraal en chartaal geld.

    chartaal geld bestaat uit alle euro munten en bank biljetten die in de omloop zijn.

    dit moet vervolgens eerst worden goed gekeurd door de wet.

     

    heir naast word steeds meer giraal geld gebruikt dit bestaat uit alle opvraagbare bank tegoeden (tegoeden op spaarrekeningen vallen hier dus niet onder).

  • Aantekeningen H1.3

    Lenen: geld lenen betekent dat je gebruik maakt van geld van een ander, een lening noem je ook wel krediet.

    Consumptief krediet: een lening voor de aankoop van een consumptiegoed.

    Hypothecaire lening: kun je gebruiken voor een huis of een stuk grond.

  • De drie geldfuncties:

    • Ruilmiddel: Je ruilt goederen of diensten tegen geld.
    • Rekenmiddel: Je geeft aan hoeveel iets waard is.
    • Spaarmiddel: Je geeft het geld niet uit maar bewaart het voor later.
  • waar staat D voor en  wat betekent het?

    dat je rood staat dus in de min en het staat voor debet.

  • Aantekeningen H1.4

    Inkomensvormen: zijn manieren om een inkomen te verdienen.

    Inkomen uit arbeid: loon of salaris

    Inkomen uit bezit: zoals de huuropbrengst van een woning, rente op je spaargeld en inkomsten uit beleggingen.

    Overdrachtsinkomen: dit betekent dat je geld ontvangt zonder dat je er iets voor hoeft te doen. bijvoorbeeld: zakgeld en kleedgeld.

    Budgetteren: om je inkomsten en uitgaven op elkaar af te laten stemmen.

    Begroting:  is een overzicht van alle verwachte inkomsten en uitgaven voor de komende periode.

    Dagelijkse uitgaven: de gewone dagelijkse uitgaven bijv. voeding .

    Vaste lasten: uitgaven die elke keer weer terug komen zoals woonlasten,verzekeringen en abonnementen.

    Incidentele uitgaven: grote uitgaven die af en toe voorkomen.

    Reserveren: voor de incidentele uitgaven moet je reserveren of sparen: je zet geld opzij om hier later grote of onverwachte aankopen mee te doen.

  • wat is directe ruil?

  • Waar bestaat chartaal geld uit?

    Munten en bankbiljetten.

  • wat is indirecte ruil?

  • Waar bestaat giraal geld uit?

    opvraagbare banktegoeden.

  • noem 3 geldfuncties?

    - ruilmiddel (goederen of diensten voor geld)

    - rekenmiddel ( je geeft aan hoeveel iets waard is )

    - spaarmiddel  ( je geeft het geld niet uit maar bewaart het voor later )

  • Wat is vreemde valuta?

    vreemdgeld, buitenlandsgeld

  • Vreemd geld kopen:

    bedrag aan vreemdgeld * hoge koers (:100) + provisie

  • wat is chartaal geld?

    dat bestaat uit euromunten en bankbiljetten.

  • Vreemdgeld in wisselen:

    bedrag aan vreemdgeld * lage koers (:100) _ provisie

  • wat is giraal geld?

    dit bestaat uit directe opvraagbare banktegoeden.

  • Hoeveel vreemd geld je kan kopen:

    wisselkoers * bedrag in euro's

  • formule  vreemd geld kopen?

    bedrag aan vreemd geld x hoge koers (:100) + provisie = bedrag in euro's

  • formule vreemd geld inwisselen?

    bedrag aan vreemd geld x lage koers (:100) - provisie = bedrag in euro's

Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Voorbeelden van vragen in deze samenvatting

importeren oftewel invoeren
5
doorvoerhandel (wederuitvoer)
5
exporteren oftewel uitvoer
5
betalingsbalans
5
Pagina 1 van 69