periode 2

by
108 Flashcards en notities
2 Studenten

Studeer slimmer met eFaqt samenvattingen

  • Beschikbaar voor computer, tablet, telefoon en op papier
  • Vragen met antwoorden over de leerstof
  • Ongelimiteerde toegang tot 300.000 online samenvattingen
  • Tools voor slim studeren & timers voor betere resultaten

Bekijk deze samenvatting

PREMIUM samenvattingen zijn gecontroleerd op kwaliteit en speciaal geselecteerd om je leerdoelen nog sneller te kunnen bereiken!

Samenvatting - periode 2

  • 1 periode 2

  • wat is assimilatie?
    nieuwe informatie wordt ingepast bij bestaande kennis. Een peuter weet wat huis is en noemt ieder gebouw huis.
  • wat is accomodatie?
    nieuwe kennis wordt toegevoegd aan bestaande kennis. De peuter weet nu dat een gebouw ook school kan zijn
  • objectpermanentie?
    het besef dat dingen blijven bestaan ook al zijn ze niet meer zichtbaar. 
    kiekeboe bij kinderen.
  • egocentrisme bij de cognitieve ontwikkeling?
    een kind dat ja knikt aan de telefoon, het kind kan zich nog niet verplaatsten in een ander.
  • beschrijf de taalontwikkeling bij jonge kinderen?
    het begint met huilen, kirren brabbelen. het produceren van klanken noemen we vocaliseren en intonatie wanneer de baby taal een communicatieve functie heeft
  • wat is vocaliseren?
    produceren van allerlei klanken
  • de differentiatieperiode bij kinderen?
    in deze periode worden woorden gecombineerd tot goed lopende zinnen, die worden bedoeld om iets mee te beschrijven of mededelen. Het kind weet wat de bedoeling is met zijn of haar gebruik van de woorden.
  • Wat wordt onder hechting verstaan en wat is het belang hiervan?
    hechting is de manier waarop de verzorgers in het eerste levensjaar met hun kind omgaan dat bepaalt de emotionele band met de verzorgers. 
    hoe er met het kind werd omgegaan als baby zegt veel over de relaties die het persoon in de toekomst zal hebben. als er niet adequaat werd gereageerd op de signalen van de baby zal zich dat later kunnen ontwikkelen als wantrouw en onzekerheid.
  • ontwikkeling van hechting?
    • eerste fase: 0-4 maanden huilen glimlachen en oogcontact voornamelijke rol voor nabijheid, deze signalen worden naar alle personen in de omgeving uitgezonden
    • tweede fase: 5-7 maanden de baby begint onderscheid te maken tussen bekende en onbekende personen hij laat zich vooral troosten door bekende mensen.
    • derde fase: 8-10 maanden de baby raakt echt gehecht aan 1 bepaalde persoon dat komt omdat de baby nu gezichten kan onderscheiden.
  • wat is zelfbeeld en zelfbesef?
    • zelfbesef het kind heeft steeds meer het idee een eigen IK te zijn
    • zelfbeeld de kennis die het kind ontwikkelt over zichzelf( dat het een jongen is van 3 jaar met donker haar)
  • stadia bij morele ontwikkeling
    • Inwilligen: het kind doet pas wat de ander zegt als de andere genoeg controle uitvoert want anders is er sprake van straf.
    • identificatie: het kind doet wat iemand anders wilt omdat die persoon als rolmodel functioneert  
    • internalisatie: het kind heeft de regels over goed en kwaad eigen gemaakt en past die op zichzelf toe zonder dat iemand daar controle op uitoefent 
  • 3 niveau's bij morele ontwikkeling
    • Preconventioneel niveau: de naleving van regels berust nog erg veel op op het vermijden van straf. regels worden door andere bepaald en er is nog geen moraal besef.
    • conventineel niveau: er ontstaat besef van regels en het belang ervan. er wordt rekening gehouden met belang van anderen dus hierbij bestaat de eerste vorm van moreel besef.
    • postconventioneel: inzicht in de manier waarop regels tot stand zijn gekomen er worden eigen standpunten ingenomen deze worden eigen gemaakt 
  • leg uit wat de psychosociale crisis identiteit vs. identiteitsverwarring in de adolescentie/puber fase inhoud?
    eigen identiteit staat in deze fase centraal, het zoeken naar het juiste evenwicht en naar wie je werkelijk bent. als dat niet goed lukt dan praten we over een identiteitsverwarring.
  • geef 3 kenmerken van de adolescentie/puber fase?
    • maakt zich los van het gezin en ontwikkelt nieuwe relaties met mensen buiten die kring 
    • grote interesse in seksualiteit en gaat hiermee experimenteren 
    • experimenteert met roken, alcohol en drugs 
  • wat kunnen problemen in de puberteit zijn?
    school kan een tijdje als minder belangrijk gezien worden doordat de puber zo bezig is met zijn eigen identiteit, de motivatie neemt af en dat kan leiden tot spijbelen of schoolverlaters. 
    het streven naar onafhankelijkheid kan botsen met de opvoeders, de puber voelt zich beperkt en zorgt voor irritatie
  • 3 kenmerken van volwassenheid?
    • Het aangaan van een stabiele intieme relatie in de vorm van huwelijk 
    • vorming van gezin en zorg van kinderen 
    • het vinden van werk maken van carriere 
  • waarom stabiliteit en eenzaamheid een rol spelen in volwassenheid?
    Het opbouwen van een stabiele relatie kan bijdragen aan het welzijn van een persoon. maar niet iedereen slaagt erin een stabiele relatie op te bouwen. soms wordt daarvoor gekozen maar als dat geen keuze is kan dat leiden tot eenzaamheid
  • de 3 opvoedingsstijlen?
    • autoritaire opvoedingsstijl: duidelijke regels duidelijke gezagsverhouding veel controle en veel straffen 
    • permissieve opvoedingsstijl: gebrek aan eisen weinig controle het kind bepaald veel zelf bijna geen sprake van opvoeden
    • ondersteunende opvoedingsstijl: het uitleggen van de regels die worden gesteld, dat geeft mogelijkheid aan het kind om een eigen mening te hebben er wordt veel beloond ipv straf
  • loyaliteits conflict?
    Het kind heeft het gevoel dat het partij moet kiezen tussen de ouders en dat kan zorgen voor emotionele problemen bij het kind
  • lichamelijk als psychische gevolgen ouder worden?
    • Lichamelijk zie je dat het functioneren van lichaamsdelen wegvalt denk aan de zintuigen slecht horen slechte ademhaling enzovoort
    • psychisch is het geheugen , ze kunnen niet op namen komen en gaan steeds minder herinneren. 
  • het begrip persoonlijkheid en de 2 benaderingen?
    karakter, gedrag gevoelens en gedachten wat een persoon onderscheidt en dat constant hetzelfde blijft in verschillende situaties noemen we persoonlijkheid. 


    benadering 1 beschrijft hoe mensen in elkaar zitten en welke drijfveren hun gedrag bepaald
    benadering 2 beschrijft de vraag welke specifieke persoonskenmerken er zijn en hoe we daarin verschillen 
  • wat is het verschil tussen id, ego en superego? leg uit wat het verband is met lustprincipe en realiteitsprincipe?
    • het id (es) het onbewuste bevat seksualiteit en agressie die mensen aanzetten tot gedrag het es streeft naar onmiddellijk bevrediging van deze energieen ongeacht wat de gevolgen zijn daarvan. dat noemen we het lustprincipe het ontladen van die energie.
    • ego (ich) het bewuste deel van de geest dat leert om lustprincipe uiting te geven op een manier dat ook aangenaam is voor de omgeving. of dat bevrediging soms uitgesteld moet worden dat is de realiteitsprincipe.
    • superego (uber-ich) deel van de geest heeft met moraliteit te maken.            bestaat uit geweten dat onderscheid maakt tussen goed en kwaad en het streven naar een ideaal zelf 
  • verdringing?
    pijnlijke gedachten of herinneringen die geen leuk gevoel oproepen worden door verdring in het onbewuste gehouden zo hoef je niet aan de pijn te denken
  • ontkenning ?
    pijnlijke ervaring die helemaal wordt ontkent zodat het lijkt alsof het nooit is gebeurd.
  • rationalisering?
    pijnlijke aspecten van een situatie worden weggepraat door met de zakelijke feitelijke kant ermee om te gaan( maar goed dat ik ben gezakt want ik had toch nooit een baan gevonden)
  • projectie?
    dan verplaatsen we eigen negatief gedrag of gevoelens naar anderen, zodat het niet meer aan jouw ligt maar bij de ander als het ware
  • reactievorming?
    opgekropte woede naar een ander veroorzaakt zoveel angst dat het leidt tot overdreven positief gedrag tegen de persoon wie je eigenlijk zo veracht.
  • verplaatsing?
    de woede naar een persoon wordt omgezet naar gedrag wat minder schadelijk is. dus bijvoorbeeld vernielen van een voorwerp
  • sublimatie ?
    onaanvaardbare verlangens worden omgezet naar positieve activiteiten
  • zelfactualisatie?
    men wil zich graag ontwikkelen, en het beste halen uit zichzelf
  • actuele zelf en ideale zelf?
    actuele zelf: hoe we over onszelf denken 
    ideale zelf: hoe we graag willen zijn
  • waar is ons psychologisch zelfbeeld van afhankelijk?
    Van een positief zelfbeeld. als je het gevoel hebt dat je niks kan dan kan dat leiden tot depressie en vermoeidheid.
  • trekkenbenadering?
    het vaststellen van de stabiele persoonskenmerken die uniek zijn voor elk individu. mensen verschillen en al die variaties in gedrag en gevoel komt voor uit de persoonskenmerken dat wordt ook wel trekken genoemd. trekken moeten worden gezien als aangeboren kenmerken.
  • benoem de dimensies uit de big 5?
    • introversie vs extraversie: stille geremde introvert met spraakzaam spontane extravert
    • mildheid vs eigengereid: vriendelijke meewerkende soepel met koele onvriendelijk tegenwerkend
    • plichtsgetrouw vs gemakzuchtig: naukkeurige zorgvuldig ijverige met nalatig luie gemakzuchtig
    • emotioneel stabiel vs rusteloos: ontspannen kalme standvastig met nerveus opvliegend gespannen 
    • openheid vs starheid: intelligent fantasierijk leergierig met fantasieloos oncreatieve 
  • tekortkomingen van de big 5 ?
    de theorie houdt geen rekening met de verschillende situaties waarin iemand zich kan gedragen.
  • temperament theorie?
    net als bij de trekkenbenadering gaat temperamenttheorie ervan uit dat mensen geboren worden met een aantal eigenschappen. deze worden temperamenten genoemd. je hebt 3 verschillende temperamenten. 
    • Activiteit: mate van energie die iemand heeft. actieve mensen pakken van alles aan en non-actieve mensen ondernemen weinig.
    • Emotionaliteit: de mate waarin iemand gevoelsmatig reageert. iemand met sterke emotionaliteit reageert erg emotioneel , waar de ander vrij weinig bij voelt. 
    • sociabiliteit: de ene persoon zoekt graag mensen op en de ander persoon is meer terughoudend.
  • wat is dispositie?
    dat situaties invloed hebben op het gedrag en dat je je dan ook niet altijd hetzelfde hoeft te gedragen.
  • drie stromingen in nature nurture debat?
    1. Tabula rasa: je komt ter wereld als een onbeschreven blad hoe jij je ontwikkeld is afhankelijk door de omgeving 
    2. one-way model: ieder mens komt met een beperkt aantal eigenschappen ter wereld, deze stijl kan door de omgeving worden beïnvoed
    3. interaction temperament model: ieder mens komt ter wereld met een beperkt aantal eigenschappen dit kan door de omgeving worden beïnvloed maar deze stijl beïnvloed ook de omgeving waarin iemand verkeert/
  • wat is motivatie?
    Motivatie is een drijvende kracht die mensen activiteiten laat uitvoeren of vermijden. motivatie is ook een kracht die alleen uitgevoerd kan worden als die persoon het ook daadwerkelijk wilt.
  • deprivatie activatie principe?
    een tekort aan een behoefte (honger) zal aanzetten tot gedrag (eten)
  • welke type behoeften zijn er?
    1. existeniële behoeften: behoefte aan materiële zekerheid dat komt overeen met de fysiologische en veiligheidsbehoeften van Maslow.
    2. relationele behoeften: dit is de behoefte aan goede relaties met anderen, liefde, vriendschap waardering status dat komt overeen met de sociale en erkenning behoeften van Maslow
    3. Groeibehoeften: behoeften aan persoonlijke groei komt overeen met de zelfverwerkelijking van Maslow
  • intrinsieke motivatie en extrinsieke motivatie?
    • intrinsieke motivatie: men zet zich ergens voor in omdat ze plezier hebben in de activiteit. het gaat hen om het spel en niet de knikkers. 
    • extrinsieke motivatie: men zet zich ergens voor in omdat ze er iets mee verdienen, geld, status het gaat ze niet om het spel maar om de knikkers 
  • verwachtingstheorie?
    in welke mate men zich ergens voor inspant wordt bepaald door een aantal factoren. 
    • verwachting: mate waarin iemand verwacht dat met de inspanning het goed resultaat zal opleveren 
    •  instrumentaliteit: de kans dat de geleverde prestatie daadwerkelijk tot gewenst resultaat zal leiden 
    • Valentie: de waarde van de verwachte opbrengst 
  • attributie?
    een proces waarin iemand probeert na te gaan wat de oorzaken zijn van het eigen gedrag. je kan dat toeschrijven aan interne of externe factoren.
  • Interne en externe attributie?
    Chanaika is slecht in rekenen.

    Interne attributie: Chanaika heeft dyscalculie, de oorzaak ligt bij mij
    Externe attributie: rekenen is een erg moeilijk vak, de oorzaak ligt buiten mij
  • consensus, distinctiviteit en consistentie
    om erachter te komen als het om externe of interne attributie gaat gebruiken we d 3 begrippen. 

    • consensus: is Chanaika de enige die zo lang doet over reken opgaven en veel fouten maakt? als dat zo is dan is er sprake van een lage consensus. 
    • distinctiviteit: maakt zij altijd zoveel fouten of is het een uitzondering? Als dat altijd zo is dan is er sprake van een lage disinctiviteit 
    consistentie: in vergelijking met anderen altijd zo slecht in rekenen, of soms? als het altijd het geval is dan praten we over een hoge consistentie.
  • belang van zelfvertrouwen bij uitvoeren van taken?
    mensen met veel zelfvertrouwen zullen meer gemotiveerd zijn om goede prestaties te leveren dan mensen met weinig zelfvertrouwen.
  • aangeleerde hulpeloosheid?
    Herhaalde ervaring dat inspanning niks doet en daarom denken dat alles wat hun overkomt zij daar geen grip op hebben.
  • wat is een emotie?
    een emotie is een reactie op een gebeurtenis waarbij de gebeurtenis wordt beoordeeld, een emotie kan aanzetten tot activiteiten.
  • tweecomponententheorie?
    Volgens deze theorie leidt een emotionele gebeurtenis enerzijds tot lichamelijke reacties en anderzijds tot een interpretatie van de reacties en de emotionele gebeurtenis.
Lees volledige samenvatting
Maak nu je eigen eFaqt account aan voor toegang tot deze en duizenden andere hoge kwaliteit samenvattingen.

Voorbeelden van vragen in deze samenvatting

wat is assimilatie?
1
wat is accomodatie?
1
objectpermanentie?
1
egocentrisme bij de cognitieve ontwikkeling?
1
Pagina 1 van 27