Samenvatting Opvoeding over de grens : gehechtheid, trauma en veerkracht

-
ISBN-10 9047300718 ISBN-13 9789047300717
119 Flashcards en notities
7 Studenten
  • Deze samenvatting

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

Dit is de samenvatting van het boek "Opvoeding over de grens : gehechtheid, trauma en veerkracht". De auteur(s) van het boek is/zijn M H van IJzendoorn. Het ISBN van dit boek is 9789047300717 of 9047300718. Deze samenvatting is geschreven door studenten die effectief studeren met de studietool van Study Smart With Chris.

PREMIUM samenvattingen zijn gecontroleerd op kwaliteit en speciaal geselecteerd om je leerdoelen nog sneller te kunnen bereiken!

Samenvatting - Opvoeding over de grens : gehechtheid, trauma en veerkracht

  • 2.1 Licht, lucht en liefde

  • Gedragsgenetica tracht grootte invloed genen (nature) en omgeving (nurture) op fenotype in te schatten.
  • Ouders bij eerste kind vaak overtuigd dat opvoeding kind vormt, totdat zij tweede kind krijgen die totaal anders is. Gevolg is dat ouders opschuiven naar andere uiterste.
  • Francis Galton (1822-1911) = grondlegger gedragsgenetica. Na lezen boek Charles Darwin kwam de vraag: Hoe beinvloeden factoren menselijk gedrag?

    Suggereerde dat onderzoek families, tweelingen en adoptiekinderen nodig was.

    Hij kwam met het begrip 'correlatie'.

    Hij ging uit van iemand 'reputatie' bij het onderzoeken van intelligentie. Reputatie = iemands bekendheid als leider, belangrijk persoon/uitvinder, wereld is bewust dat deze veel te danken heeft aan deze persoon.

    Onderzoek 1000 mannen met dergelijke reputatie. Deze mannen behoorden tot 300 families. Mannen met reputatie naaste familieleden, hoe verder ervan af hoe minder de reputatie.

    Uit onderzoek leidde Galton af dat erfelijkheid belangrijker was dan de omgeving, zich bewust van het tegenargument dat status en bevoorrechte financiele posities van de families ten grondslag konden liggen. Hij merkte op dat veel van zijn personen onderaan de sociale lader waren begonnen. Ander tegenargument: in dit onderzoek konden genen en omgeving niet los van elkaar gezien worden.

  • Welk percentage van de variatie in gedrag kan worden verklaard door genetische invloed, naast de invloed van omgeving en de invloed van toeval en/of meetfouten?

    Is genetische invloed hetzelfde op verschillende leeftijden, geslachten en typen omgeving?

    Kunnen genen die een bepaald fenotype hebben beinvloed worden gelokaliseerd?

  • Culturele overdracht = gewoonten etc. die vanzelfsprekend over worden genomen.

    Gedeelde omgeving = omgeving die kind deelt met anderen.

    Niet-gedeelde /  unieke omgeving = unieke ervaringen individu.

  • 2.2 Genen of omgeving?

  • Rowe, 1994: betoogd dat veel studies zijn uitgevoerd in gezinnen waarin ouders en kinderen biologisch gerelateerd zijn en de invloed van genen en omgeving niet los van elkaar gezien kan worden.

    Gevonden verbanden zouden worden veroorzaakt door enkele extreme gevallen in een studie.

     

  • Genetische bagage = in chromosoom ligt info opgeslagen in DNA (DeoxyriboNucleicAcid), een molecuul met structuur 2 om elkaar gestrengelde strengen die verbonden zijn met waterstofbruggen tussen basenparen (adenine, thymine, guanine en cytosine).

    Mensen 30.000 genen en 3 miljard basenparen: elke cel bevat ingerold DNA (is zo'n 2 meter lang). 0,2 % verantwoordelijk voor type polymorf (verantwoordelijk voor verschil genotype).

    DNA: aanmaak aminozuren --> opbouw eiwitten (rol bij functioneren: opbouw skelet, spiermassa, immuunsysteem en zenuwstelsel).

    Variaties in DNA zorgen voor verschillen in fysiologische systemen (gedragingen, lichaamsbouw / gezondheid).  

  • 2.3 Genen voor gehechtheid en sensitiviteit?

  • Neiging kind zich te hechten aan opvoeder (d.m.v. repertoire van gehechtheidsgedrag) is aangeboren. Evolutionaire waarde. Naast mensen ook jonge apen vastklampen aan moeder wanneer gevaar dreigt. Denk aan: Aapjes van Harlow.

    Hechtingsgedrag volgens Bowlby = huilen, vastklampen, volgen en zuigen.

     

  • Ook vanuit perspectief ouder evolutionair belang: parental investment.

    Zoogdieren: zwangerschap en lactatie (geven van melk) vragen investering moeder. Aantal nakomelingen moeder beperkt, aantal van vader niet. Aan andere kant is moeder er wel zeker van dat kind van haarzelf is, vader niet.

    Hrdy, 2000 in boek 'Moederschap. Een natuurlijke geschiedenis,': moeders maken gebruik van principe. Bescherming jongen maximaliseren door de indruk te wekken bij mannelijke groepsgenoten die hoog op de sociale lader staan, dat zij de vader zouden kunnen zijn.

     

  • Belsky: verschillende typen ouderschap als strategieën om in bepaalde omstandigheden in te zetten op kwaliteit of juist kwantiteit nageslacht.

    Individuen die als kind ouderlijke zorg en aandacht als schaars ervaren hebben en hebben geleerd dat anderen niet te vertrouwen zijn en dat relaties van korte duur zijn en ook op jonge leeftijd geslachtsrijp zijn --> gaan instabiele relaties aan en krijgen vroeg kinderen (investeren kwantiteit). 

    Individuen minder stressvolle jeugd rijpen lichamelijk later --> meer geneigd een langdurige, stabiele relatie aan te gaan voor er kinderen komen (investering kwaliteit).  

  • Niet alle kinderen laten hetzelfde hechtingsgedrag zien en niet alle ouders reageren even sensitief op (gehechtheids)signalen kind.
  • 2.4 Tweelingen en adoptiekinderen

  • 2 kinderen uit 1 gezin 50% hetzelfde genenpakket, chromosomen van vader en moeder. Theoretisch kunnen ouders beide kinderen toevallig precies dezelfde genen meegeven (identiek genenpakket) of is er geen enkele overlap.

    Deel gemeenschappelijke omgeving.

    Deel omgeving uniek (door leeftijdsverschil, ouders met meer/minder opvoedingservaring, meer/minder stressvolle gebeurtenissen in leven van ouder als kinderen klein zijn).

  • Gezinnen met 2lingen: verschil geboortemoment valt weg. Gevolg: gedeelde omgeving groter en unieke omgeving kleiner.
  • 1/3 2lingen monozygoot en 2/3 dizygoot.

    Helft dizygoot hetzelfde geslacht, helft jongen en meisje.

  • Als monozygote 2lingen voor bepaald kenmerk veel sterker op elkaar lijken dan dizygoot --> genetische gelijkheid rol.

     

  • 3 factoren fenotype:

    1. genetische invloeden.

    2. gedeelde omgevingsfactoren.

    3. unieke omgevingsfactoren.

     

    Delen van variantie die door elk van de factoren wordt verklaard uitdrukken als proportie of percentage verklaarde variantie.

  • Voor gedragsgenetica groep monozygote 2lingen gescheiden na geboorte interessant en adoptiegezinnen (gelijkenis adoptiefouder en adoptiefkind / tussen 2 niet-gerelateerde adoptiefkinderen).
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.