Op niveau : tweede fase : taalvaardigheid Nederlands.

by (1e dr.)
ISBN-10 9006104604 ISBN-13 9789006104608
237 Flashcards en notities
32 Studenten

Studeer slimmer met eFaqt samenvattingen

  • Beschikbaar voor computer, tablet, telefoon en op papier
  • Vragen met antwoorden over de leerstof
  • Ongelimiteerde toegang tot 300.000 online samenvattingen
  • Tools voor slim studeren & timers voor betere resultaten

Bekijk deze samenvatting

PREMIUM samenvattingen zijn gecontroleerd op kwaliteit en speciaal geselecteerd om je leerdoelen nog sneller te kunnen bereiken!

Samenvatting - Op niveau : tweede fase : taalvaardigheid Nederlands.

  • 1 hoofdstuk 6 argumenteren

  • verschillende soorten argumenten;

    - voorbeeld

    - empirisch

    - gezagsargument

    - vergelijking

    - moreel argument

    -emotioneel argument

  • voorbeeld
    na de stelling wordt gedemostreerd met voorbeelden
  • feiten
    mening word bewezen met behulp van controleerbare feiten
  • gezagsargument

    als argument kan een autoriteit worden opgevoerd. een autoriteit is iemand van wie iedereen aanneemt dat hij veel verstand van de desbetreffende zaak heeft. zo iemand spreekt met gezag: als hij het zegt moet het wel zo zijn.

  • empirisch argument
    als argument kan een voorval dienen dat je zelf hebt beleefd, een ervaringsfeit

  • gezagsargument
    als argument kan een autoriteit worden opgevoerd. een autoriteit is iemand van wie iedereen aanneemt dat hij veel verstand van de desbetreffende zaak heeft. zo iemand spreekt met gezag: als hij het zegt moet het wel zo zijn.
  • vergelijkingsargument
    als argument kan een vergelijking dienen. ze vergelijken het met iets anders. hierbij dreigt een drogreden, zoals de valse vergelijking
  • moreleargumenten
    het argument wordt dan ontleend aan een persoonlijke overtuiging, aan idealen, aan een religie of een andre levensbeschouwing.
  • emoitioneel argument
    zeer persoonlijke argumenten. ze je voelt dat nu eenmaal zo

  • redering op basis van feiten
    feiten
  • redering op basis van geloof
    morele argumenten
  • redenering op basis van intuitie
    emotionele argumenten
  • redenering op basis van gezag
    autoriteit en gezagsargumenten

  • redenering op basis van vergelijking of overeenkomst
    voorbeeld of empirisch argument

  • redenering op basis van (voorspelde ) gevolgen
    voorbeeld, empirisch argument, feiten
  • redering op basis van voorspelde nut
    voorbeeld, empirisch, feiten

  • redenering op basis van voorbeelden
    voorbeelden
  • redenering op basis van kenmerken
    feiten

  • de voor-nadeel rederning
    feiten, empirische, morele en emotionele argumenten
  • oorzaak-gevolg-redenering
    feiten, empirisch argument
  • verschijnsel-reden-redenering
    vooral feiten
  • de als-dan-redenering
    1 het eerste deel is een veronderstelling, het tweede deel een gevolg 2 het eerste deel is een voorwaarde, het tweede deel een gevolg
  • zuiver redeneren is gebaseerd op logica.

    een redenering wordt vaak zo opgebouwd:

    - stelling (van regen worden de straten nat)

    - waarneming (het regent)

    - conclusie (de straten worden nat)

    je hebt ook foutieve redenering, dat is wanneer de stelling niet correct is en de conclusie dus ook niet. de stelling is dan meestal niet exclusief genoeg.

    een redenering is opgebouwd uit 2 hoofdtypen

    1 want-type ( tussen de delen van de redenering kun je het signaalwoord 'want' plaatsen) tussen de beide delen past een signaalwoord dat een redengevend of oorzakelijk verband geeft

    2 dus- type (tussen twee delen kun je het signaalwoord 'dus' zetten) hier begint de schrijver meestal eerst met zijn argumenten en daarna komt de conclusie. tussen de beide delen bestaat een concluderend verband.

  • nevengeschikte argumentatie ; bij meervoudige argumentatie waar de argumenten gelijkwaardig worden gebruikt. nevergeschikte argumenten kun je onderling van plaats wisselen. hoofdargumenten kunnen nevengeschikt zijn, maar subargumenten ook. een hoofdargument word dan ondersteund door twee of meer gelijkwaardige subargumenten.

    ondergeschikt argument of subargument ; hier is een argument een ondersteuning bij een eerder genoemd argument. hier is plaatswisseling niet mogelijk.

    we spreken van een reden als de mens zelf een keus heeft gemaakt, misschien wel zonder dat hij dat goed in de gaten had.

    we spreken van een oorzaak als de mens er zelf niet aan kan doen.

  • persoonlijke aanval of op-de-man-spelen = persoon richt zich op de ander met persoonlijke kritiek om toch zijn zin te kunne ndoordrijven

    meelopersmotief = beroep op een algemene mening of verschijnsel

    dreigement = spreker gebruikt zijn macht om zijn zin te kunnen doorzetten

    ontduiking van de bewijslaast = spreker weet geen echte bewijzen te noemen. daarom probeert hij de zak te overbluffen

    hellend vlak = men beweert dat een bepaalde actie een reeks opeenvolgende gebeurtenissen zal veroorzaken die vervolgens tot een meestal ongewenst einde zal eindigen.

    vals dilemma = er wordt gesuggereerd dat er maar twee oplossingen zijn, het is of het een of het ander. maar vaak zijn er natuurlijk allerlei tussenoplossingen denkbaar

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

  • wat is tautologie?
    om iets te benadrukken zeg je twee keer hetzelfde met verschillende woorden. Deze woorden behoren tot dezelfde woordsoort.

  • wat is pleonasme?
    door middel van een bijvoeglijk naamwoord een eigenschap herhaalt die al in het znw zit. die eigenschap krijgt zo extra veel aandacht

  • wat is antithese?
    Een antithese is een tegenstelling. door woorden met een tegengestelde betekenis tegenover elkaar te plaatsen vallen ze meer op.

  • wat is een paradox?
    een paradox is een stijlfiguur die een innerlijk tegenspraak bevat. de uitspraak lijkt bij de eerste lezing logisch, maar even later blijkt dat er iets niet klopt.

  • wat is een hyperbool?
    een overdreven manier van zeggen.
  • wat is een understatement?
    wanneer zeer grote of belangrijke personen of zaken en dingen worden afgezwakt, ofwel de omvang van datgenen in de werkelijkheid waarnaar wordt verwezen wordt kleiner voorgesteld dan in feite het geval is.
  • wat is eufemisme?
    dan wordt iet wat minder aangenaam of netjes is op een verzachtende manier onder woorden gebracht. in tegenstelling tot een understatement is een eufenisme nooit spottend bedoeld

  • wat is woordspeling?
    een taalgrapje.

  • wat is een retorische vraag?
    de schrijver maakt een bewering sterker door deze als vraag te formuleren
  • wat is een jargon?
    ook wel vaktaal genoemd. hiermee willen ze indruk wekken dat ze veel van het onderwerp afweten.

  • wat is ironie
    een milde vorm van spot. veel stijlmiddelen kunnen een ironisch effect hebben.
Lees volledige samenvatting
Maak nu je eigen eFaqt account aan voor toegang tot deze en duizenden andere hoge kwaliteit samenvattingen.

Voorbeelden van vragen in deze samenvatting

gezagsargument
6
voorbeeld
4
feiten
4
empirisch argument
4
Pagina 1 van 53