Samenvatting Nova nieuwe nask-2 3 vmbo-gt

-
ISBN-10 9034560252 ISBN-13 9789034560254
437 Flashcards en notities
92 Studenten
  • Deze samenvatting

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

Samenvatting Nova nieuwe nask-2 3 vmbo-gt

auteurs: J. Geertzen, T. de Valk ; [ill.: Zanzara Illustrations ; cartoons: Het Geel Punt ; foto's: Akzo Nobel Industrial Chemicals ... et al.].

(3e dr.)

ISBN-10 9034560252

ISBN-13 9789034560254

PREMIUM samenvattingen zijn gecontroleerd op kwaliteit en speciaal geselecteerd om je leerdoelen nog sneller te kunnen bereiken!

Samenvatting - Nova nieuwe nask-2 3 vmbo-gt

  • 1 scheikunde, een wetenschap

  • In scheikunde spreken we van verschillende stoffen
  • Hoe wordt scheikunde ook wel genoemd ?
    chemie
  • In de scheikunde of chemie heb je altijd met stoffen te maken.

    Een scheikundige (chemicus) probeert vaak stoffen uit de natuur na te maken.

    Een voordeel is dat deze chemisch vervaardigde stoffen vaak goedkoper zijn.
  • Stofeigenschappen zijn de eigenschappen van stoffen.
    Bekende stofeigenschappen zijn: kleur, geur, smaak, kookpunt, smeltpunt, en brandbaarheid.

    Elke stof heeft een unieke combinatie van stofeigenschappen. 
  • Als je met stoffen gaat werken is het belangrijk dat je vooraf de stofeigenschappen weet.

    Een deel van die eigenschappen staan in de vorm van gevarensymbolen of pictogrammen op de potten of flessen met chemicaliën (chemicaliën is de chemische naam voor stoffen)

    Op een chemiekaart staan allerlei eigenschappen van een stof. Er staat op hoe je veilig met die stof kan werken en wat je moet doen als je de stofhebt ingeslikt of ingeademd  
  • gevarensymbolen zie boek blz 9
  • 1.1 stoffen

  • stoffen kunnen vast, vloeibaar of gasvormig zijn.

     

    scheikunde = chemie

    scheikundige aka chemicus hij probeert zo veel mogelijk stoffen uit de natuur na te maken. want het is goed koop en hij kan de juiste eigenschappen bepalen. 

    stofeigenschappen:

    • kleur
    • geur
    • smaak
    • kookpunt
    • smeltpunt
    • brandbaarheid 

    elke stof heeft zijn eigen combinatie stofeigenschappen.

     je moet van te voren weten van de stoffen waar je mee gaat werken wat de stofeigenschappen zijn. op potten en flessen staan gevaren symbolen aka pictogrammen (foto blz 9). werk je met chemische stoffen dan moet je de chemiekaart lezen. daar op staat wat je moet doen bij een ongeluk. 

     

  • Wat is een ander woord voor scheikunde?
    Chemie
  • noem 6 stofeigenschappen?

    kleur, geur, smaak, kookpunt, smeltpunt en brandbaarheid 

  • Naar welke 3 dingen zoekt een scheikundige (chemicus)?
    1. nieuwe stoffen
    2. stoffen met betere eigenschappen
    3. onderzoeken waarvoor men een stof kan gebruiken
  • ander woord voor scheikunde

    chemie

  • Wat zijn 2 voordelen van chemisch gemaakte stoffen?
    1. Ze zijn vaak goedkoper dan stoffen uit de natuur.
    2. De scheikundige kan stoffen maken met precies de juiste eigenschappen die je nodig hebt.
  •   waar op kun je de verschillende stofeigenschappen van een stof vinden?

    op de verpakking en op de chemiekaart

  • Noem  stofeigenschappen.
    1. kleur
    2. geur
    3. smaak
    4. kookpunt
    5. smeltpunt
    6. brandbaarheid
  • Wat is het bijzondere aan stoffen?
    Elke stof heeft een unieke combnatie van stofeigenschappen; er zijn er geen 2 hetzelfde!
  • Welke 4 stofeigenschappen zou je moeten weten voordat je met een stof gaat werken?


    Is een stof:1. brandbaar
    2. explosief
    3. buitend
    4. giftig
  • Waar vind je informatie over belangrijke stofeigenschappen van producten die we in het dagelijks leven gebruiken zoals schoonmaakmiddelen?
    1. Op de verpakking staan gevarensymbolen (of pictogrammen)
    2. Op de chemiekaart

    Leren Pictogrammen blz. 9 boek!
  • 1.2 scheikunde, een natuurwetenschap

  • biologie, natuurkunde en scheikunde zijn natuurwetenschappen. biologie gaat over de levende natuur. bij natuurkunde gaat het om processen die je steeds kunt herhalen. is omkeerbare veranderingen. bij scheikunde gaat het om blijvende veranderingen van stoffen. dat zijn chemische veranderingen. 

    fasen:

    • vast (S) solid
    • vloeibaar (L) liquid
    • gasvormig (G) gaseous

    een chemische reactie is als de beginstoffen verdwijnen en er nieuwe stoffen (reactieproducten) gevormd worden. 

    een reactieschema is een weergave van een chemische reactie. links de beginstoffen en rechts de reactieproducten. 

    (afbeelding 10)

    reactieschema:

    ijzererts(S)+houtskool(S)+lucht(G)-->ijzer(L)+koolstofdioxide(G)

  • De natuurkundige houdt zich bezig met processen die je steeds kunt herhalen.

    Natuurkundige processen noem je ook wel omkeerbare veranderingen. 
  • Welke 3 vakken vormen samen de natuurwetenschappen?
    1. Biologie; je leert over de levende natuur: planten, dieren en de mens
    2. Scheikunde; je leert over stoffen en scheikundige processen (deze zijn onomkeerbaar)
    3.Natuurkunde; je leert over natuurkundige processen (deze zijn omkeerbaar)
  • Bij scheikunde is een blijvende verandering van stoffen dat noem je chemische reacties.


  • Hoe noem je een blijvende verandering van stoffen?
    Chemische reacties

    Voorbeeld: een lucifer die je afstrijkt is daarna niet meer te gebruiken.
  • Biologie hoort eigenlijk ook bij de scheikunde en natuurkunde deze 3 dingen noemen we natuurwetenschappen
  • In welke 3 toestanden (fasen) kunnen stoffen voorkomen?
    1. vast (= s/ solid)
    2. vloeibaar (= l/ liquid)
    3.gasvormig (=g/ gaseous)
  • Stoffen kunnen in drie toestanden voorkomen: vast, vloeibaar en gasvormig
    Deze toestanden worden ook wel de fasen genoemd.

    Fasen waarin de stof verkeerd:
    (s) solid=vast
    (l) liquid=vloeibaar
    (g) gaseous=gasvormig
  • Wanneer spreek je van een chemische reactie?
    de beginstoffen verdwijnen en er worden nieuwe stoffen (reactieproducten) gevormd)
  • Je spreekt van een chemische reactie als de beginstoffen verdwijnen en er nieuwe stoffen (reactieproducten) gevormd worden. 

    Een chemische reactie kun je weergeven met een reactieschema.
    Links in het schema staan de beginstoffen en rechts en reactieproducten 

  • Hoe maak je ijzer?
    Beginproducten= ijzererts + houtskool + lucht>> gaan in over>> ijzererts/houtskool/ lucht verdwijnen en er ontstaat ijzer + koolstofdioxide (reactieproducten)
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Voorbeelden van vragen in deze samenvatting

noem voorbeelden van mengsels
14
noem 6 stofeigenschappen?
13
ander woord voor scheikunde
13
  waar op kun je de verschillende stofeigenschappen van een stof vinden?
13
Pagina 1 van 93