Samenvatting Neurologie : structuur, functie en dysfunctie van het zenuwstelsel

-
ISBN-10 9031343560 ISBN-13 9789031343560
309 Flashcards en notities
5 Studenten
  • Deze samenvatting

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

Dit is de samenvatting van het boek "Neurologie : structuur, functie en dysfunctie van het zenuwstelsel". De auteur(s) van het boek is/zijn E Ch Wolters, H J Groenewegen ( van J G E Weerts). Het ISBN van dit boek is 9789031343560 of 9031343560. Deze samenvatting is geschreven door studenten die effectief studeren met de studietool van Study Smart With Chris.

PREMIUM samenvattingen zijn gecontroleerd op kwaliteit en speciaal geselecteerd om je leerdoelen nog sneller te kunnen bereiken!

Samenvatting - Neurologie : structuur, functie en dysfunctie van het zenuwstelsel

  • 8 Visualisatie van structuur, funcite en dysfunctie van het zenuwstelsel

  • Waarvoor kan EEG allemaal worden toegepast?

    o   Epilepsie: bevestigen diagnose en vaststellen vorm

    o   Traumata: bij lichte traumata cerebrale beschadigingen vaststellen

    o   Intoxicaties: EEG is hier zeer gevoelig voor

    o   Ontwikkelingsstoornissen: bij sommige vormen van mentale retardatie

    o   Cerebrovasculaire insufficiëntie: aanvullende informatie bij lichte stoornis

    o   Ontstekingen: bij encefalitis

    o   Slaapstoornissen: EEG is enige methode om diverse slaapstadia vast te stellen en stoornissen tijdens slaap te bestuderen

    o   Cerebrale dood: alle EEG activiteit verdwenen

  • Waarvoor kan Somatosensible evoked potential (SEP) worden toegepast?

    o   ): reactie van somatosensibele cortex op elektrische prikkels van zenuwen of huidgebieden. Bij bijvoorbeeld MS

  • 10.7 De reflectoire functies van de nervus trigeminus

  • Wat is de masseterreflex en hoe loopt deze?
    Het loopt afferetn via proprioceptieve sensibele banen van n. trigeminus (nV) en efferent via motorische banen van n. trigeminus (nV). Bij deze reflex wordt er indirect op de licht geopende onderkaak geslagen. Hoort geen reactie te zijn. bij individuen met pseudobulbaire verschijnselen (multiple sclerose, myasthenia gravis, ziekte van Parkinson, progressieve supranucleaire parese enz.) of personen met hyperreflexie schiet de kaak snel dicht door het reflexmatig aanspannen van de kauwspier (musculus masseter).

  • Wat is de corneareflex?
    Dient als bescherming van de ogen. Bij aanraking van de cornea treedt reflextoir een contractie van de m. orbicularis oculi op.  Afferent de n.ophtalmcius (nII), efferent de n. facialis (nVII).
  • Wat is het fenomeen van Bell?
    Bij uitval van de n. facialies met parese van m. orbicularis oculi ziet men de oogbol na aanraking van de cornea naar boven wegdraaien.
  • Hoe verloopt de niesreflex?
    Afferetnt via de n. trigeminus (n. maxillaris) en efferent via nn. facialis, glossopharyngeus en vagus.
  • 13 Reuk en smaak

  • De smaak als geheel is het eindresultaat van een drietal verschillende sensibele prikkels:

    1) de chemische prikkeling van de smaakreceptroen in de smaakpapillen

    2) de prikkeling van de chemsich-gevoelige vrije zenuwuiteinden van de n. trigeminus in het slijmvlies van de mondholte en keelholte

    3) de prikkeling door de geurstoffen van olfactorische receptoren

  • Hoe bereiken de smaaksensaties de hersenstam?
    • voorste tweederde deel van de tong via n. lingualis, de chorda tympanie en dan n. facilais.
    •  Achtserste gedeelte van tong en keeltholte en epiglottis: via n. glossopharyngeus.
  • 14 Zien en horen

  • Uit welke componetnen bestaat het visuele systeem?
    oog, n. opticus, thalamus  (corpus geniculatum laterale), hypothalamus (nucleus suprachiasmaticus), mesencephalon (colliculus superior), thalamus
  • Hoe wordt kijken naar links gecoordineerd?
    Door linker pontiene blikcentrum dat tegelijkertijd de linker nucleus IVen rechter nucleus III aanstuurt via de FLM, zodat geconjugeerd abducite van het linker en adductie van het rechteroog gebeurt. Linker pontiene blikcentrium wordt bestuurt door rechter frontale blikcentrum
  • HOe wordt kijken naar boven gecoordineerd?
    Door verticale blikcentrum in colliculi superiores in het tectum. Ook sturing vanuit cortex: gebieden daarvoor liggen parietaal.
  • Wat zijn optokinetische reflexbewegingen?
    Zorgt voor beweging van de ogen waardoor bewegende voorwerpen op de retina gestabiliseerd worden zonder het hoogd te bewegen. Reflex gereguleerd via de oculomotorische hersenstamcentra, net als bij de vestibulo-oculaire reflexen, maar de afferente signalen zijn visueel ipv vestibulair. Visuele cortex en occipitatle blikcentrium spelen een belangrijke rol
  • N. oculomotorius: M. levator palpebra, M. rectus inferior, m. rectus medialis, m. rectus superior, m. olbiquus inferior.

    N. trochlearis: m. obliquus superior

    N. abducens: m. rectus lateralis

  • 14.1 Het visuele systeem

  • Wat doen de retinale pigmentcellen?
    Aborberen het licht dat door e laga van fotoreceptroen heen treedt (tussen fotoreceptoren en choroidea) en biedt metabole ondersteuning van de fotoreceptoren.
  • Staafjes gevoeliger voor licht dan kegeltjes. VIsuele pigemnt is rodopsine, vitamine A is essentieel, zonder -->nachtblind
  • kegeltjes het talrijkst in macula lutea, recht tegenover de ppil in de oogas. Visuele beelden het scherpst geprojecteerd. centrium uitgehotlo, wordt fovea centralis genoemd (zijn geen bloedvaten). Om macula heen grotere dichtheid aan staafjes.
  • Waardoor komt het bewuste zien tot stand?
    Het corpus geniculatum laterale van de thalamus en verbindingen naar de cortex cerebri.
  • Wat is van belang voor visuele reflexen en ruimtelijke orientatie van het lichaam?
    colliculus superior (voorste deel tectum van mesencephalon en rostraal gelegen pretectale gebied
  • Wat zorgt voor biologische klok van het lichaam (circadiane ritme)?
    nucleus suprachiasmaticus
  • De meeste vezels eindigen in het CGL, wat bestaat uit 6 lagen. In het CGL ontspringen de visuele thalamocorticale vezels die via de radiatio optica naar de occipitaalkwab lopen en eindigen in de visuele cortex.
  • Vanuit de visuele associatiegebieden gaan projecties naar andere delen van de cortex. Voor objectidentificatie (wat):

    verbindingen met temporale gebieden en limbische structuren als de hippocampus
  •  Vanuit de visuele associatiegebieden gaan projecties naar andere delen van de cortex. Voor beweging en ruimtelijke orientatie:

    Verbindingen op parietale cortex

  • Hoe verloopt de dreigreflex?
    exteroceptieve reflex die loopt via nn. II en VII
  • Hoe verloopt de corneareflex?

    exteroceptieve reflex die loopt via nn. V en VII

  • Stuwingspapil = papiloedeem : vaak door verhoogde liquordruk en daarom vaak dubbelzijdig

    Atrofie van de n. opticus :  door degeneratie of compressie van de zenuw

    Bloedingen aan de retina kunnen optreden bij arachnoïdale bloeding, papiloedeem en maligne hypertensie

Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Voorbeelden van vragen in deze samenvatting

 Wat is kwantitatief bewustzijn en hoe is deze te testen?
1
Wat is kwalitatief bewustzijn? En hoe is deze te testen?
1
Waardoor kan een coma onstaan?
1
Wanneer heeft iemand een coma
1
Pagina 1 van 54