Samenvatting Molecular cell biology.

-
ISBN-10 1429203145 ISBN-13 9781429203142
193 Flashcards en notities
8 Studenten
  • Deze samenvatting

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

Dit is de samenvatting van het boek "Molecular cell biology.". De auteur(s) van het boek is/zijn Harvey Lodish. Het ISBN van dit boek is 9781429203142 of 1429203145. Deze samenvatting is geschreven door studenten die effectief studeren met de studietool van Study Smart With Chris.

PREMIUM samenvattingen zijn gecontroleerd op kwaliteit en speciaal geselecteerd om je leerdoelen nog sneller te kunnen bereiken!

Samenvatting - Molecular cell biology.

  • 1 biomembranen

  • prokaryoot vs eukaryoot

  • plasmamembraan

    internal membranes

    cytoskeleton

  • cytoplasma

    cytosol

    lumen

  • amfipatisch (hydrofiel en hydrofoob deel)

    polair en apolair deel

    30-40 angstrom

    glycerofosfolipide = fosfoglyceride = fosfolipide

     

  • micellen

    fosfolipiden dubbellaag

    liposomen

  • rodebloedcel

    haarcellen in slakkenhuis

    myelineschede (zenuwcellen)

     

  • exoplasmatisch blijft exoplasmatisch

    cytosolisch blijft cytosolisch

  • fosfoglyceriden en plasmalogenen

    sfingolipiden

    sterolen

  • triacylglycerol

    diacilglycerol - 3 - fosfaat = fosfatidyl = 2 vetzuurketens + fosfaat

    fosfoglyceride = polaire kopgroep + fosfatidyl

  • ether binding

  • sfingosine - ceramide - sfingolipide

    sfingolipide met een suikergroep = glycosfingolipide

    glycosfingolipide met complexe suikergroepen = ganglioside

    glycosfingolipiden enkel aan de exoplasmatische zijde. dienen als receptoren (antistoffen, toxines, eiwitten,...)

  • cholesterol (amfipatisch)

    cholesterol is een steroide

    - cortisone

    - teroid hormone

    -galzuur

    cholesterol als precursor voor Vit. D3 (calciumopname)

  • FRAP (fluorescence recovery after photobleaching)

    fluorescence labellen van membraanproteinen

    bleachen met laser

    fluorescence recovery

    artificiele dubbellaag 10x sneller herstel

  • energetisch onwaarschijnlijk daarom enzyme vereist dat ATP gebruikt (flippase = ABC-transporter)

    synthetische fosfolipiden toevoegen die fluorescent gelabelt zijn in liposome

    ATP vs geen ATP

    Quencher + licht

    detergent + quencher + licht (vorming micel, alle fluorescentie wordt verwijdert)

    flip-flop kan zorgen voor asymetrische verdeling in een cel

  • fase-transitie (overgang gel naar vloeibaar over een zeer nauwe temperatuursverandering)

    lage temperatuur: gel-achtig, geordend

    hoge temperatuur: vloeibaar, niet geordend

  • zonder hydrofoob effect:

    geen geaggregeerde toestand van de substantie

    water sterk geordend, lage entropie, energetisch ongunstig

    door hydrofoob effect:

    geaggregeerde toestand van substantie

    water rondom substantie minder geordend, hoge entropie, energetisch gunstig

  • kleine kracht en speelt enkel een rol wanneer de atomen zeer dicht bij elkaar

  • onverzadigd: linolzuur (w-6) essentieel vetzuur

    onverzadigde vetzuren maken een knik op de plaats van u-hun dubbele binding waardoor de vetzuurstaarten verder uiteen, een kleinere VDW-kracht, en dus meer vloeibaar.

    hoe groter het vetzuur, hoe meer VDW-kracht, hoe vloeibaarder

  • cholesterol kan in sommige gevallen (fosfatidylcholine PC) de vloeibaarheid doen dalen.

  • konisch vs cilindrisch

  • permeabel voor: gassen (CO2, N, O2)

    licht permeabel voor: kleine ongeladen polaire moleculen (urea, water, ethanol)

    niet permeabel voor: ionen, grote ongeladen polaire moleculen (glucose, fructode), geladen polaire moleculen (AZ, ATP, proteinen,..)

    osmose (lage naar hoge conc.)

    isotoon, hypotoon en hypertoon

     

  • fosfolipidenlaag als opslag plaats voor ladingen

    Q=C.E

  • fosolipasen knippen fosfoglyceriden en vormen zo signaalmolecilen

    PLC knipt tussen fosfaat en glycerol en genereert zo uit PIP2, DAG en IP3

    'universele' signaalmoleculen'

     

     

  • eiwit bevat hydrofiele CO en NH. wanneer zijketens hydrofoob kan je gebruikmaken van de alfa-helix. (single-passe/ multi-pass) (k+kanaal, water/lipiden kanaal)

    hydropathy analyse geeft het aantal transmembranaire helices weer.

    wanneer zijketens hydrofiel is er nog de béta-barrel. aan de ene kant hydrofobe AZ aan de andere kant hydrofiele, zo ontstaat hydrofiele binnenkant.

     

  • GPI-anker:

    -in lipid-rafts

    -aan extracellulaire kant

    -twee vetzuurketens in fosfolipide dubbellaag

    acylation:

    -in lipid rafts

    -cytosolair

    -vast aan N-terlinus via Gly

    prenylation:

    -niet in lipid rafts

    -cytosolisch

    -vast aan C-terminus via 1 of 2 Cysteine residues

  • niet covalent gebonden

  • VDW-kracht

    hydrofobe interactie

    elektrostatische kracht

    waterstofbruggen

  • bv. DAG

    bv. PLA2

    membraaneiwit meert aan op fosfolipiden dubbellaag door interactie pos residues met neg residues van de koppen van dubbellaag. conformatie verandering. kanaal in eiwit afgeleind door hydrofobe AZ. Fosfolipide gaat naar Katalitisch centrum waar het gesplits wordt door PLC2. De los vast interactie wordt geregeld door Ca2+

Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.