Samenvatting Mobiliteit

-
87 Flashcards en notities
3 Studenten
  • Deze samenvatting

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

Samenvatting - Mobiliteit

  • 1 Schaarste en ruil

  • Wat moet er gebeuren voordat we ons kunnen verplaatsen?
    Aanleg van infrastructuur
    Productie Vervoersmiddelen
    Productie van brandstof als energiebron 
    Productie van ruwe grondstoffen
    Productie van aanvullende goederen en diensten
  • Wat is schaarste?
    De spanning tussen oneindig veel behoeften en beperkte middelen.
  • Wanneer is een product schaars?
    Als er middelen moeten worden opgeofferd om het te maken.
  • Hoe verminderen mensen schaarste?
    Door goederen en diensten te produceren.
  • Wat is het verschil tussen goederen en diensten?
    Goederen zijn stoffelijk en diensten zijn onstoffelijk. 
  • Wat zijn vrije goederen?
    Producten die niet schaars zijn, er zijn geen offers voor nodig.
  • Wat houdt arbeidsdeling in?
    Mensen specialiseren zich door zich toe te leggen op één activiteit. Mensen doen meer ervaring op waardoor de bekwaamheid toeneemt. Men wordt vaardiger en maakt minder fouten. Zo ontstaan beroepen.
  • Wat is ruil van goederen?
    Een directe ruil of een ruil in natura.
  • Wat zijn transactiekosten?
    Alle kosten die gemaakt worden om een ruil tot stand te brengen en af te wikkelen.
  • Wat is een indirecte ruil?
    Een algemeen begeerd goed is een ruilmiddel, zoals geld. 
  • Wat voor middelen is geld?
    Een ruilmiddel, een rekenmiddel en een spaarmiddel.
  • Wat is het zwarte circuit?
    Transacties worden verzwegen voor de belastingdienst. Dit hoort bij de informele economie.
  • Wat is het witte circuit?
    Ook wel de formele economie. Transcties worden opgegeven aan de belastingdienst.
  • Waarom kun je activiteiten van de overheid en de non-profitsector rekenen tot de niet-marktsector?
    Omdat er voor de overheidsdiensten geen marktprijs wordt berekend of omdat de prijs niet bepaald wordt door vraag en aanbod.
  • Wat is het grijze circuit?
    Dit behoort tot de informele economie. Klusjes in huis, vrijwilligerswerk en directe ruil zijn hier voorbeelden van.
  • Noem een voorbeeld van de formele economie in de marktsector en in de niet-marktsector.
    Marktsector: bedrijfsleven
    Niet-marktsector: overheid en non-profitsector.
  • Noem een voorbeeld van informele economie in de marktsector en in de niet-marktsector.
    Marktsector: zwarte circuit
    Niet-marktsector: grijze circuit.
  • 1.1 De vervoerssector

  • Wat moet er gebeuren voordat we ons kunnen verplaatsen?
    Aanleg van infrastructuur
    Productie van vervoersmiddelen
    Productie van brandstof als energiebron
    Productie van ruwe grondstoffen
    Productie van aanvullende goederen en diensten.
  • 2 Ruiltransacties en welvaart

  • Waaruit bestaan de kosten?
    De kosten bestaan uit de warde van de opgeofferde schaarse middelen.
  • Waaruit bestaan de baten?
    De baten worden gevormd door de mate van behoeftebevrediging. 
  • Wat is een kosten-batenanalyse?
    Deze gebruikt de overheid. Er wordt gekeken of de baten opwegen tegen de kosten.
  • Wanneer is de totale welvaart pareto-efficiënt?
    Als de welvaart van één persoon niet kan toenemen zonder dat de welvaart van iemand anders afneemt. 
  • Hoe ontstaat welvaart volgens de welvaartstheorie?
    Welvaart ontstaat door een ruiltransactie. Het kijkt alleen naar de formele economie en houdt geen rekening met schade aan het milieu.
  • Wat is het individuele consumentensurplus?
    Het verschil tussen het bedrag dat een koper maximaal bereid is te betalen en de prijs die hij in werkelijkheid betaalt.
  • Wat is het individuele producentensurplus?
    Het verschil tussen de ontvangen prijs en de minimale prijs waartegen je het product wil aanbieden.
  • Waar hangt de grootte van het consumentensurplus van af?
    De betalingsbereidheid.
  • Wat is het totale surplus?
    De som van het consumentensurplus en het producentensurplus. 
  • Wanneer is de welvaart maximaal?
    Bij de evenwichtsprijs, er is dan sprake van pareto-efficiëntie. 
  • Wat zijn de kenmerken van een markt van volkomen concurrentie?
    Vraag en aanbod bepalen het loon en de gelegenheid
    Arbeid is homogeen
    De arbeidsmarkt is transparant
    Vrije toe- en aftreding.
  • Wat is het werknemerssurplus?
    Het verschil tussen het evenwichtsloon en het minimale loon waartegen je arbeid wilt leveren.
  • Wat is het werkgeverssurplus?
    Het verschil tussen de betalingsbereidheid en het evenwichtsloon.
  • Wat is een pareto-efficiënt evenwicht?
    Een evenwicht waarbij de totale welvaart maximaal is, dus bij de evenwichtsprijs.
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Voorbeelden van vragen in deze samenvatting

Wat moet er gebeuren voordat we ons kunnen verplaatsen?
2
Wat moet er gebeuren voordat we ons kunnen verplaatsen?
2
Wat is schaarste?
2
Wanneer is een product schaars?
2
Pagina 1 van 22