Samenvatting Metabolisme

-
ISBN-10 9031382248 ISBN-13 9789031382248
226 Flashcards en notities
13 Studenten
  • Deze samenvatting

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

Dit is de samenvatting van het boek "Metabolisme". De auteur(s) van het boek is/zijn Schuit, F C. Het ISBN van dit boek is 9789031382248 of 9031382248. Deze samenvatting is geschreven door studenten die effectief studeren met de studietool van Study Smart With Chris.

PREMIUM samenvattingen zijn gecontroleerd op kwaliteit en speciaal geselecteerd om je leerdoelen nog sneller te kunnen bereiken!

Samenvatting - Metabolisme

  • 1 Algemene definities

  • Wat zijn ADP en ATP?
    ADP (Adenosinedifosfaat) en ATP (Adenosinetrifosfaat) zijn energiedragers. 
    ADP + P (fosfaat) kan met behulp van energie omgezet worden in ATP.
    De energie ligt opgeslagen in de energierijke binding.    
    Bij de omzetting van ATP in ADP komt energie vrij uit de energierijke binding.

    ATP is chemische energie, die gevormd wordt tijdens katabole wegen, de afbraak van biomoleculen uit de voeding. De ATP wordt gevormd in de mitochondria van de cel. Het is een universele drager van chemische energie in alle cellen op aarde.

    Doel is om zoveel ATP aan te maken als nodig is voor de energievragende processen.
    90% van de ATP ontstaat via oxidatieve fosforylering.
    10% van de ATP ontstaat via fosforyleringopsubstraatniveau waarbij een energierijke fosfaatgroep op ADP wordt overgedragen.
    ATP wordt voortdurend geproduceerd tijdens de verbranding van brandstof zoals glucose en vetzuren.

    ATP wordt voortdurend gevraagd voor vele honderden energievragende processen in cellen zoals alle anabole paden en mechanische arbeid.
    De lichaamsvoorraad ATP is 100 gram (ong. 10 miljoen moleculen).
    Elke 3 minuten wordt de totale voorraad 1 keer gebruikt en weer opnieuw aangemaakt.

    De snelheid van de ATP-synthese is afgestemd op de snelheid van het verbruik.
    ATP-ADP-cyclus draait in levende cellen. ATP wordt verbruikt tijdens allerlei processen. ADP wordt weer omgezet in ATP, vooral via oxidatieve fosforylering.
  • Wat kan er tegenwoordig gedaan worden aan aangeboren metabole ziekten?
    Hier kun je tegenwoordig soms iets aan doen:

    1. Ontbrekende enzymen als recombinant DNA-product toedienen (Ziekte van Pompe, Ziekte van Grauche)
    2. Gentherapie: het defecte gen in aangetaste cellen vervangen door een nieuw, intact, gen.  
  • Wat gebeurt er met ADP en ATP bij assimilatie?
    Tijdens de assimilatie wordt ATP omgezet in ADP + P, waarbij de energie die vrijkomt uit de energierijke binding in ATP wordt vastgelegd in het grote organische molecuul.
    Bij de assimilatie van glucose wordt ATP verbruikt.
  • Wat gebeurt er met ADP en ATP bij dissimilatie?
    Tijdens de dissimilatie wordt ADP + P omgezet in ATP, waarbij de energie die vrijkomt uit de omzetting van het grote organische molecuul wordt vastgelegd in de energierijke binding in ATP.
    Bij de dissimilatie van glucose wordt ATP gevormd.
  • Wat is een apolaire groep?
    Het zwaartepunt van de negatieve lading valt samen met het zwaartepunt van de positieve lading.
    Een geladen deeltje (positief of negatief) zal niet worden aangetrokken of afgestoten door een apolaire verbinding.
  • Wat is assimilatie / anabolisme?
    Assimilatie of Anabolisme is het omzetten van kleine moleculen in grote organische moleculen. Bij deze reactie wordt energie verbruikt.
  • Wat is dissimilatie / katabolisme?
    Het omzetten van grote organische moleculen in kleinere moleculen. 
    Bij deze reactie komt energie vrij.
  • Wat is een biomolecuul?
    Een molecuul wat van nature voorkomt in een organisme en gevormd kan worden door organismen.
    Biomoleculen zijn essentieel om te leven en in leven te blijven.
    Biomoleculen bestaan voornamelijk uit:

    • Koolstof
    • Waterstof
    • Stikstof
    • Zuurstof
    • Fosfor

    Zodra biomoleculen zijn afgebroken tot korte koolstofketens, worden ze in de citroenzuurcyclus (Krebscyclus) verwerkt voor het vrijmaken van energie.
  • Waar gebruikt het organisme energie voor?
    1. BMR / basaal metabolisme / basale metabole snelheid / basal metabolic rate = de stofwisseling die nodig is om de minimale hoeveelheid energie te leveren die noodzakelijk is voor de primaire levensprocessen van een organisme. 60% van de energieuitgave van de BMR gebeurt door 4 organen: lever, hersenen, nieren en hart.
      Dit wordt ook wel rustmetabolisme of energieverbruik in rust genoemd zoals ademen, hartslag, alle processen die op cel- en weefselniveau doorgaan tijdens rust.
    2. De energie die nodig is om voedsel te verteren, op te nemen en te assimileren in het metabolisme (deze energie wordt grotendeels uitgegeven door het spijsverteringsapparaat).
    3. De energie die uitgegeven wordt door de skeletspieren wanneer deze arbeid verrichten.
  • Welke enzymen spelen een rol bij de omzetting van biomoleculen?
    • Oxidoreductasen
    • Transferasen
    • Hydrolasen
    • Lyasen
    • Isomerasen
    • Ligasen
  • Wat is de fosforyleringssnelheid?
    De vorming van ATP.
  • Wat is glucoseverbranding?
    Als glucose wordt verbrand (reageert met zuurstof) ontstaat koolstofdioxide en water. In dit geval wordt een groot organisch molecuul omgezet in kleine anorganische moleculen.
  • Wat is hydrolyse?
    De splitsing van een chemische verbinding onder opname van water.
  • Wat is een molecuul?
    Een molecuul is het kleinste deeltje van een moleculaire stof dat nog de chemische eigenschappen van die stof bezit.
    Wanneer een molecuul opgedeeld zou worden in nog kleinere deeltjes zouden de chemische eigenschappen veranderen. 
    Een molecuul is opgebouwd uit atomen die in een vaste rangschikking van chemische bindingen met elkaar verbonden zijn.   
  • Wat is een monomeer?
    Een enkelvoudige chemische verbinding.
  • Noem 2 natuurlijke monomeren.
    1. Monosachariden
    2. Aminozuren (die als polymeer eiwitten vormen)
  • Wat is een polymeer?
    Een molecuul dat bestaat uit een sequentie van meerdere identieke of soortgelijke delen (monomere eenheden) die aan elkaar zijn gekoppeld.
  • Wat is het mitochondrium?
    krachtcentrale van de cel, hier vindt de energieomzetting plaats. De belangrijkste onderdelen voor het vrijmaken van energie uit voeding vinden hier plaats.
    Als de voedingsstoffen zijn afgebroken tot zeer korte koolstofketens, wordt door middel van oxidatieve fosforylering  de energiebron ATP gevormd.
  • Wat zijn mitochondriën?
    celorganellen die gespecialiseerd zijn in:
    1. Oxidatie van de koolstof van pyrodruivenzuur, vetzuren en aminozuren.
    2. Omzetting van de zo vrijgekomen verbrandingsenergie in ATP.

    Bijna alle zuurstof die de cellen nodig hebben om te leven wordt gebruikt door de mitochondriën.


    De mitochondriale oxidatie van glucosekoolstof en die van andere suikers zoals galactose en lactose begint met de opname van pyruvaat in de mitochondriale matrix.

    Een deel van dit pyruvaat wordt geoxideerd tot acetyl-Coa. Dit proces heeft oxidatieve decarboxylering.

    Na deze stap kan er met acetyl-Coa het volgende gebeuren:
    1. Verdere verbranding tot CO2 in de citroenzuurcyclus.
    2. Synthese van vetzuren, cholesterol of ketonlichamen.
  • Uit welke 3 atomen bestaan organische moleculen?
    Organische moleculen bevatten altijd de atomen:

    1. Waterstof (H)
    2. Koolstof (C)
    3. Zuurstof (O)
  • Noem 3 voorbeelden van organische moleculen.
    1. Glucose
    2. Ethanol
    3. Melkzuur 
  • Wat is oxidatie?
    Een reactie met zuurstof.
  • Wat zijn proteoglycanen?
    Zorgen voor hydratatie, structuur en regeling van groei.
    Bestaan voor 95% uit suiker en 5% uit eiwit.
  • Wat zijn nucleotiden?
    Nucleotiden bestaan uit 3 onderdelen:

    1. Base
    2. Ribose of desoxyribose
    3. Fosfaat
  • Wat zijn nucleïnezuren?
    Nucleotiden zijn bouwstenen die verantwoordelijk zijn voor de synthese van een bijna oneindige verscheidenheid aan nucleïnezuren van 2 soorten:

    1. DNA (desoxyribonucleinezuur)
    2. RNA (ribonucleinezuur)

    De volgorde van de nucleotiden bevat informatie voor de functie van het nucleïnezuur.

    DNA heeft de genetische informatie opgeslagen om alle eiwitten te maken die de cel nodig hebt. Voor replicatie, transcriptie en translatie van DNA zijn er heel veel soorten eiwit nodig.

    RNA zorgt voor een betrouwbare en regelbare omzetting van deze informatie tot eiwitten.
  • Wat is de relatie tussen nucleïnezuren en eiwitten?
    DNA slaat de erfelijke informatie in een stabiele chemische vorm op die betrouwbaar kan worden doorgegeven aan de volgende generaties (=replicatie).
    Om tot uitdrukking te komen moet deze informatie eerst worden overgeschreven tot mRNA (=transcriptie).
    Vervolgens wordt het transcript door ribosomen vertaald tot een specifiek eiwit.
  • Wat is homeostase?
    Het constant houden van alle biochemische processen zoals de glucoseconcentratie en de voorraad triglyceriden. 

    Het geheel wordt strikt gereguleerd.
  • Wat is thermogenese?
    Warmte-ontwikkeling.

    De warmte komt vrij tijdens:
    • Katabolisme
    • Sport
    • Bibberen tijdens de koude   
  • Wat is glykemie?
    Bloedglucoseconcentratie
  • Wat doet het hormoon glucagon?
    Stimuleert de afgifte van glucose
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Voorbeelden van vragen in deze samenvatting

Wat kan er tegenwoordig gedaan worden aan aangeboren metabole ziekten?
3
Wat zijn ADP en ATP?
3
Wat gebeurt er met ADP en ATP bij assimilatie?
3
Wat gebeurt er met ADP en ATP bij dissimilatie?
3
Pagina 1 van 57