Samenvatting Mens en Dierkunde twee

-
995 Flashcards en notities
1 Studenten
  • Deze samenvatting

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

Dit is de samenvatting van het boek "Mens en Dierkunde twee". De auteur(s) van het boek is/zijn HAP. Deze samenvatting is geschreven door studenten die effectief studeren met de studietool van Study Smart With Chris.

PREMIUM samenvattingen zijn gecontroleerd op kwaliteit en speciaal geselecteerd om je leerdoelen nog sneller te kunnen bereiken!

Samenvatting - Mens en Dierkunde twee

  • 1.1 College H17

  • Wat zijn de basis functies van het zenuwstelsel?

    Sensorische input, intergratie, motorische output. 

  • Hoe wordt sensorische input ontvangen?

    Door een sensorische receptor (zintuig) , welke de interne en externe omgeving monitort. 

  • Wat gebeurt er tijdens intergratie?

    De verkregen informatie verwerken en intergreren met de al opgeslagen informatie. 

     

  • Wat is motorische output?

    Response op de voorgaande stappen (indien nodig)  door effector organen. Dit is een gedragshandeling (mechanisme)

  • Wat is radiare symetrie als we het over de fylogenie van het zenuwstelsel hebben? 
    Een diffuus zenuwstelsel hebben, een 'nerve net' zoals bij de kwal. 
  • Wat is bilaterale symetrie als we het over de fylogenie van het zenuwstelsel hebben?

     

    Centralisatie en cefalisatie. Dit betekend dat er een zenuwstelsel is met 'nerve cords' die uitkomen in een centraal punt, een soort primitief brein. 

  • Hoe is een 'eenvoudig brein' zoals bij een regenworm opgebouwd?

     

    Er is aggregratie van neuronen tot ganglia in het kopgebied, met een compact gelegen ventraal zenuwstelsel (touwladder).

     

  • Wat voor zenuwstelsel hebben vertebraten?

     

    Een hol, dorsaal gelegen zenuwstelsel, waarbij de vijf hersenblaasjes en ruggenmerg zijn ontwikkeld. 

     

  • Wat is het gevolg van een complexer brein?

    Complexer gedrag, zoals leren en redeneren. 

  • Waaruit is de somatische schil van het zenuwstelsel opgebouwd?

    Dit is een deel van het perifere zenuwstelsel (PNS) wat willekeurig is en bestaat uit somato-sensorische neuronen (ss) en somato-motorische neuronen. 

     

  • Waaruit is de viscerale schil van het zenuwstelsel opgebouwd?

    Dit is een deel van het perifere zenuwstelsel (PNS) wat autonoom is en bestaat uit viscero-sensorische neuronen (vs) en viscero-motorische neuronen. 

  • Waaruit is de coördinatie en intergratie schil van het zenuwstelsel uit opgebouwd?
    Dit is het centrale zenuwstelsel (CNS), dus de hersenen en ruggenmerg. 
  • Het viscerale deel van het PNS heeft een parasympatisch en sympatisch deel en is orgaan gebonden. Dit betekend onder andere dat het bestaat uit het enteric nervous systen (ENS) en dat het hart gereguleerd wordt (met pacemaker systeem). 

  • Primaire indeling                                          Secundaire indeling
    1. Proscencefalon (forebrain)                        Telencefalon en Diencefalon
    2. Mesencefalon (midbrain)                            Mesencefalon
    3. Rhombencefalon (hindbrain)                    Metencefalon en Myelencefalon

     

  • Welke breinstructuren en ventrikels horen bij het telencefalon?

     

    De cerebrale hemisferen, ventrikels I en II

     

  • Welke breinstructuren en ventrikels horen bij het diencefalon?

    (Hypo) thalamus, hypofyse en epifyse. Ventrikel III

     

  • Welke breinstructuren en ventrikels horen bij het mesencefalon?

     

    Hersenstam (middenhersenen) en 'het aquaduct'

     

  • Welke breinstructuren en ventrikels horen bij het metencefalon?

    Hersenstam, (pons) en cerebellum. Ventrikel IV

     

  • Welke breinstructuren en ventrikels horen bij het myelencefalon?

    Hersenstam, (medulla oblongata). Ventrikel IV. 

     

  • Uit hoeveel cellagen bestaat de grijze stof van de neocortex?

    Zes

  • Neuronen beginnen met een simpele dendrietboom, die met leeftijd toeneemt in het aantal synapsen en complexiteit. 

  • In welke vijf delen differentieert het telencefalon na inversie? 

    1. Septum; septale nuclei, limbisch systeem.
    2. (corpus) striatum; basale kernen, motorische gewoonte patronen en spierspanning. 
    3. Lateraal pallium; oorspronkelijk reukcentrum (archipallium)
    4. Dorsaal pallium; neocortex
    5. Mediaal pallium; embr. meest dorsaal, zoogdieren hippocampus

     

  • Wat is het corpus callosum?

     

    De hersenbalk die de commisuur is voor de links-recht verbindingen tussen de twee hemisferen (grote hersenhelften)

     

  • Wat zijn de twee hoofdcategorieën in gedrag?

    Aangeboren gedrag en aangeleerd gedrag

  • Wat is habituatie en sensitisatie?

     

    Verlies en herstel van een respons na herhaling van een niet relevante prikkel

     

  • Wat is spatieel leren?

    Complex aangeboren stereotyp gedrag met series van reflexen (bijendansen)

     

  • Wat is de hippocampus?

     

    Ligt diep in de voorhersenen en vormt de centrale structuur van het limbisch systeem. 

     

  • Wat is imitatie?

     

    Aangeleerd gedrag door observatie en imitatie van anderen. 

     

  • Wat doet het dorsale pallium?

    Dit is verantwoordelijk voor complex leergedrag. 

  • Wat is problem solving (reasoning)?

     

    Inventief gedrag dat ontstaat als response op nieuwe situaties (bedenken van oplossingen)

     

  • Wat is morfologie?
    De bouw-functie relatie
  • Wat zijn de hoofdtaken van het brein?
    Intergratie en associatie
  • Uit het neurale lijst materiaal ontstaat het perifere zenuwstelsel
  • Hoe komt de sensorische input binnen?
    Via een sensory receptor
  • Waar vindt intergratie plaats?
    In the brain and spinal cord (het centrale zenuwstelsel_
  • Waar is de motorische output?
    In de effector (het perifere zenuwstelsel)
  • Wat is somatisch sensorisch?
    Onwillekeurig, afferent (naar PNS/CNS toe). Voorbeelden zijn: gehoor, gezicht, druk, vibratie, proprioreceptie
  • Wat is visceraal sensorisch?
    Onwillekeurig afferent (naar PNS/ CNS toe). Voorbeelden zijn: rek, temperatuur, pijn, honger en smaak.
  • Wat is somatisch motorisch?
    Willekeurig efferent (naar effector toe). Voorbeeld; innervatie alle skelet spieren
  • Wat is visceraal motorisch?
    autonoom efferent (naar effector toe). Voorbeeld: innervatie gladde spieren, hart en klieren
  • Wat voor functies bevinden zich in de linker hemisfeer?
    - Taalkundig
    - Analytisch
    - Taalklank (lezen)
    - Fijne motorische vaardigheden
    - Spraak en uitspraak (fonotiek)
    - Verbaal geheugen
    - Volledige woordenschat
  • Wat voor functies bevinden zich in de rechter hemisfeer?
    - Complexe vormen; ruimtelijke relaties en gezichten
    - Beschouwend (holistisch)
    - Muziek en kleuren
    - Ruimtelijke beweging
    - Zinsopbouw en emotionele inhoud
    - Niet verbale geheugen
    - Beperkte woordenschat (tot ong 10 jaar)
  • Wat is habituatie?
    Gewenning; er is minder transmitterstof in de synapsen van de sensorische neuralen beschikbaar
  • Wat is sentisatie?
    Reflex weer versterkt; door versnelde aanmaak neurotransmitter in de synapsen van de sensorische neuronen
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Voorbeelden van vragen in deze samenvatting

Wat zijn de basis functies van het zenuwstelsel?
1
Hoe wordt sensorische input ontvangen?
1
Wat gebeurt er tijdens intergratie?
1
Wat is motorische output?
1
Pagina 1 van 150