Samenvatting medisch theorie 2

-
208 Flashcards en notities
3 Studenten
  • Deze samenvatting

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

Samenvatting medisch theorie 2

suzan elguzali

(2014)

PREMIUM samenvattingen zijn gecontroleerd op kwaliteit en speciaal geselecteerd om je leerdoelen nog sneller te kunnen bereiken!

Samenvatting - medisch theorie 2

  • 1 bloed

  • word bloed als steunweefsel beschouwd?
    ja
  • uit welke samenstelling bestaat bloed uit?

    45% bloedcellen

    55% bloedplasma

  • welke stoffen worden niet door de capillarien gewisseld?
    grote stoffen: eiwitten en cellen
  • welke stoffen worden door de capillairen uitgewisseld?

    kleine stoffen zoals; water , zouten, glucose, aminozuren


  • beschrijf de samenstelling van weefselvocht;


    kleurloos , grotendeels uit water

    zout oplossing (na,cl,k ect)

    zuustof, koolstof,stikstof

    kleine eiwitten

    granulocyten,monocyten

  • welke twee krachten spelen een belangrijke rol bij de  uitwisseling van stoffen tussen de capillairen?

    1.bloeddruk--> bloed word door de wand van het capillair geduwd

    2.osmotische druk--> osmitsche zuigkracht waardoor vloeistof juist in het capillair getrokken wordt.

  • waar vind de uitwisseling van stoffen plaats?
    in de cappliaren
  • verklaar het term trombose?

    ons systeem is bedoeld om het bloedverlies bij wonden te voorkomen. als het systeem in werking treed zonder dat er sprake is van een bloeding, dan ontstaat in het bloedvat een bloedstolsel ook wel trombose.

    trombose zorgt ervoor dat het bloedvat afgesloten word.

  • wat is wondvocht?
    bloedplasma zonder fibrinogeen, het stolsel word dikker en droger en verandert in een korst.
  • wat is hemostase?
    lokale vasoconstrictie, propvroming,bloedstolling,
  • wanneer een bloedvat kapot gaat treed er een reeks mechanismen in werking om de bloedverlies te beperken en het  beschadigde weefsel te herstellen benoem deze fases!


    1.lokale vasoconstrictie--> beperkt het bloedverlies

    2.propvorming-->trombocyten hechten aan de wond, om het te dichten

    3.bloedstolling--> het vrij komen van tromboplastinogeen

    4. weefselherstel--> na hemostase kan het lichaam beginnen met het weefselherstel, onder invloed van histamine.



  • benoem de 3 typenen leukocyten met hun bouw, fucntie,productie

    1. Granulocyten

    bouw: grote, gelobde kern

    functie: het fagocyteren van de bacterien

    productie: rode beenmerg


    2. monocyten

    bouw: zijn de grooste leukocyten, met een vrij grote c-vormige kern.

    functie: bij een infectie kunnen monocyten door middel van leukodiapedese de bloedbaan verlaten, waarna ze veranderen in macrofagen die ziekte verwekkers bactieren en dode lichaamscellen kunnen fagocyteren.

    productie: rode beenmerg


    3. Lymfocyten

    bouw: zijn relatief kleine cellen, met grote celkern.

    functie: lymfocyten zorgen voor de specifieke oftewel immuniteit van het lichaam.

    productie: ze worden zowel in het rodebeenmerg als in het lymfatisch weefsel geproduceerd. hun aantal kan sterk toenemen, wanneer het lichaam bezig is een infectie te bestrijden.

  • wat is de levensduur van de leukocyt?
    enkele dagen tot enkele weken
  • benoem de kenmerken, productie, bouw van de leukocyten?

     leukocyten zijn  minder talrijk dan de erytrocyten 5.00-10.00 per mm3 bloed.

    bouw: ze zijn relatief groot, hebben een kern en organellen.

    productie: rodebeen en lymfatsich weefsel

    fucntie; afweer

  • wat is bloedserum?
    is bloedplasma waaruit fibrinogeen is verwijdert.
  • benoem de kenmerken,productie, bouw van de trombocyten?

    trombocyten zijn kleine celfragmenten en hebben een onregelmatige, grillige vorm.

    hun aantal bedraagt gemiddeled 250.00-400.00 per mm3 bloed.

    productie--> rodebeenmerg

    functie--> ze bevatten tromboplastingogeen, een stof die een belangrijk rol speelt bij de bloedstolling.

  • wat blijft erover na de afbraak van de erytrocyt?
    bilirubine
  • zijn de schijfvormige erytrocyten vervormbaar?
    ja
  • door de platte dubbele ingedeukte vorm van de erytrocyt is de diffusieafstand tussen hemoglobine<--> en zuustof over groot /klein?
    overal klein
  • waarmee is de rodebloed cel mee opgevuld?
    hemoglobine
  • wanneer je te hoge hematocriet hebt wat betekend dit?
    bloed word visceuser/dikker kans op hart en vaatziekten is groter
  • wanneer je te lage hematocriet hebt wat betekend dit?
    dan is er sprake van bloedarmoede
  • hoelang leeft de rodebloedcel?

    120 dagen


  • welke 3 groepen bloedcellen zijn er en wat is hun functie in een woord?

    1. erytrocyten(rodebloedcellen) --> zuurstof transport

    2.leukocyten(wittebloedcellen)--> afweer

    3. trombocyten(bloedplaatjes) geen echte cellen maar uit een gevallen cellen ze spelen een belangrijke rol bij de bloedstolling.

  • plasma eiwitten bestaan uit 7% benoem hierbij de eiwitten.

    albumine--> handhaving colliod osmotische waarde

    fibrinogeen--> bloedstolling

    globulinen--> afweer

  • benoem de functie , kenmerken, productie van de rodebloed cel

    95 % van de totale hoeveelheid bloed word door de erytrocyten ingenomen.--> hematocriet

    bouw: biconcave dubbele schijfje zonder celkern en mitohondrien. hierdoor vertonenn ze nauwelijks stofwisseling.

    productie: rode beenmerg

    afbraak: milt,lever, beenmerg

  • benoem de functie, kenmerken, productie van de trombocyten

    trombocyten zijn  kleine celfragmenten en hebben een onregelmatige ,grillige vorm. hun aantal bedraagy 250.00-400.00 pe rmm3 bloed.

    productie; ze worden in de rodebeenmerg geproduceerd

    functie: de trombocyten bevatten tromboplastinogeen , een stof die een belangrijke rol speelt bij de bloedstolling. bij beschadiging van de celmembraan komt deze stof vrij.

  • wat is bloedserum?
    bloedplasma zonder fibrinogeen
  • benoem de functie, kenmerken , productie van de leukocyten

     zijn minder talrijk van de erytrocyten 5.00- 10.00.

    ze zijn relatief groot hebben een kern en organellen.

    productie: ze worden in de rodebeen en lymfatisch weefsel geproduceerd.

  • benoem de drie typen leukocyten

    1. granulocyten

    bouw: grote , globde kern

    functie: het fagocyteren van de bacterien

    productie: beenmerg


    2.monocyten

    bouw: zijn de grootste leukocyten een c-vormige kern..

    functie: bij een infectie kunnen monocyten door middel van leukodiapedese de bloedbaan verlaten waarna ze veranderen in macrofagen die ziekteverwekkede bacterien en dode lichaamscellen kunnen fagocyteren.

    productie: rodebeenmerg


    3. lymfocyten

    bouw. zijn realtief kleine cellen met een grote celkern.

    fucntie: zorgen voor de specifieke afweer of te wel immuniteit van het lichaam.

    productie: rodbeenmerg lymfatisch weefsel


  • welke leukocyten zorgen voor de specifieke afweer of te wel immunitiet van het lichaam?
    lymfocyten
  • wanneer een bloedvat kapot treed er 4 mechanismen inwerking om de bloedverlied te beperken benoem deze 4.

    1. lokale vasoconstrictie--> beperkt het bloedverlies

    2.propvorming-->trombocyten hechten op de plek van beschadiging en zorgen voor fibrine draden

    3.bloedstolling: tromboplastinogeen komt vrij

    4. weefselherstel: na hemeostatse begingt weefsel hersel onderinvloed van histamine.

  • wat is hemostase?
    lokale vasoconstrictie,propvormng, bloedstolling
  • wat is het nut van bloedstelping?
    wanneer een bloedvat kapot gaat treed er een mechanisme om bloedverlies te beperken en het beschadigde weefsel te herstellen.
  • wat is trombose?
    ons systeem van bloedstolling is bedoeld om bloedverlies te voorkomen bij verwondingen. als het systeem treed zonder dat er sprake is van bloeding dan onstaat in het  bloedvat een stolsel--> trombose. trombose heeft het gevolg dat de het bloedvat geheel of ten dele word afgeslotem
  • waar vind de uitwisseling van stoffen tussen het bloed en het weefselvocht plaats?
    via de dunne wanden van de cappilairen
  • welke twee soorten druk spelen een rol bij de uitwisseling van stoffen tussen de capillairen?

    1.bloeddruk--> bloed word als het ware uit de wand van de cappilair geduwd.

    2.osmotische druk-->osmotische zuigkracht waardoor vloeistof juist in het capillair getrokken word.

  • beschrijf de samenstelling van weefselvocht.

    -kleurloos bestaat grotendeels uit water

    -zouten in oplossing(ka, na cl,k mg2,HC3)

    -koolstof, zuustof, stikstof

    -kleine bloedeiwitten

    -granulocyten en monocyten

  • welke stoffen worden door de capillairen getransporteerd?

    kleine stoffen zoals; water zouten, glucose, aminozuren


  • welke stoffen worden niet door de capillairen getransporteerd?
    grote stoffen zoals; eiwitten en cellen
  • wat is leukodiapedese?
    is de passage van immuuncellen( monocyten,macrofagen,granulocyte)
  • beschrijf het vershil tussen de as-speciefieke afweer en de specifieke

    `1ste systeem -as-speciefiek het richt zich tegen alle mogelijke ziekte verwekkers zonder hierbij een onderscheid te maken in de type belager.

    het is aangeboren, dus altijd aanwezig.


    2de systeem is de specifieke afweer

    het richt zicht tegen de belager

  • wat is een andere naam voor de specifieke afweer?
    imuunsysteem
  • wanneer word de 2de afweer systeem actief?
    zodra de ziekteverwekkers het lichaam binnengedrongen zijn en als niet lichaamseigen zijn herkend.
  • wat is een belangrijke mechanisme van de as-specifieke afweer?
    ontstekingreactie
  • welke afweerlinie behoort tot de aspecifieke afweer?
    1ste en 2de
  • welke hulptroepen spelen een belangrijk rol bij de 2de afweerlinie?

    -neutrofiele granulocyten --> fagocyteren van de bacterien

    - macrofagen--> fagocyteren van de bacterien

    -eosinofiele granulocyten--> celbrekende enzymen ze vertonnen nauwelijks fagocytose.

    -killercellen--> T-lymfocyt, ze doden de cellen de met virussen geinfecteerd zijn

    -complementsysteem--> bestaat uit een groep eiwitten

    interferonen--> eiwitten die geproduceerd worden door lichaamscellen zodra zij geinfecteerd zijn met virussen.

  • wat is een killer cel?
    T-lymfocyt, ze oden de cellen die met virussen geinfecteerd zijn
  • wat zijn interferonen?
    zijn eiwitten die geproduceerd worden door lichaamscellen , zodra zij geinfecteerd zijn met virussen
  • beschrijf de 3de afweerline

    wordt geactiveerd door de t-helper cel.

    de t-helper cel activeerd e b-lymfocyt ( deze veranderen in plasmacellen)

    b-lymfocyt activeert de cytotoxische T-cellen --> deze ruimen de cellen op.

    cytotoxische bevordert het ontstaan van de geheugen cellen

Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Voorbeelden van vragen in deze samenvatting

word bloed als steunweefsel beschouwd?
1
uit welke samenstelling bestaat bloed uit?
1
welke 3 groepen bloedcellen zijn er en wat is hun functie in een woord?
1
plasma eiwitten bestaan uit 7% benoem hierbij de eiwitten.
1
Pagina 1 van 52