Samenvatting leerstijlen

-
185 Flashcards en notities
6 Studenten
  • Deze samenvatting

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

PREMIUM samenvattingen zijn gecontroleerd op kwaliteit en speciaal geselecteerd om je leerdoelen nog sneller te kunnen bereiken!

Samenvatting - leerstijlen

  • 1 leerstijlen

  • Manieren van leren met opklimmende intensiteit:
    • lezen
    • horen
    • zien
    • lezen, zien en horen
    • discussiëren
    • persoonlijk ervaren
    • uitleggen aan anderen
  • Vier leerstijlen volgens Kolb:
    • de doener: doen en voelen
    • de observeerder: kijken en voelen
    • de theoreticus: kijken en denken
    • de pragmaticus: doen en denken
  • Iedereen die begint te studeren, moet er even ‘in komen’.
    Manieren om ‘erin te komen’:
    • focussen op wat je gaat doen
    (Sta voordat je begint, even stil bij wat je gaat doen. Stel je het doel voor dat je wilt bereiken. Bijvoorbeeld, een paragraaf goed en intensief lezen, een schema maken, of iets dergelijks. Stel je voor dat dit goed gelukt is.
    Sta even stil bij hoe je het werk aan gaat pakken.)
    • visualiseren
    (Visualiseren is jezelf iets voorstellen. Voordat je begint te studeren, denk je aan een situatie waarin je zonder moeite geconcentreerd bent.)
  • Soms zit je even vast. Je kunt je niet concentreren, je gedachten dwalen af.
    We geven twee technieken om hiermee om te gaan.
    Manieren om van je verzet af te komen:
    • verzet opgeven
    (Als je merkt dat je aandacht verslapt, zeg je tegen jezelf: ‘wees nu hier’)
    • je afdwalende gedachten turven
  • Je kunt je concentratievermogen bevorderen door je werk af te wisselen. afwisseling:
    • neem op tijd pauze
    • wissel klussen af
    (Werk nooit langer dan een uur aan dezelfde klus. Laat het liggen en ga iets anders doen.Te lang aan dezelfde klus werken, tast je concentratie aan.)
    • wissel technieken af
    (Wissel je manieren van leren af. Ben je bezig een tekst grondig te lezen? Lees de tekst afwisselend hardop en stil. Maak je aantekeningen? Wissel ook dan je aanpak af.)
  • wat is intrinsieke motivatie?
    Intrinsieke motivatie is motivatie die vanuit jezelf komt. Je bent dan gemotiveerd omdat je de taak zelf leuk vindt. Je kunt ook gemotiveerd zijn terwijl je die taak niet leuk vindt.
  • wat is extrinsieke motivatie?
    Extrinsieke motivatie is motivatie die van buitenaf komt. Je bent dan gemotiveerd door factoren die niet vanuit jezelf maar van buiten jou komen. Een beloning, bijvoorbeeld salarisverhoging, kan motiverend voor je zijn. Of simpelweg het feit dat je een taak opgedragen krijgt.
  • Opvattingen over hoe motivatie tot stand komt:
    • Maslow
    • Bandura
  • Basisbehoeften volgens Malow:
    5 ontplooiingsbehoefte: persoonlijke groei
    4 waarderingsbehoefte: eer, respect
    3 sociale behoefte: geborgenheid, contact
    2 veiligheidsbehoefte: bedreiging, zekerheid
    1 fysiologische behoefte: zuurstof, drinken, eten
  • wat is de motivatie theorie van bandura?
    Hij zegt dat je leert door imitatie, door nadoen dus. Je observeert het gedrag van andere mensen. Je kijkt ook naar de consequenties van dat gedrag. De mensen die je observeert, fungeren als jouw model, als jouw voorbeeld. Je kunt ze nadoen. Als het gedrag van jouw model positieve effecten heeft, doe je het na. Je wilt dat positieve effect immers ook wel. Je bent dus gemotiveerd om dat gedrag over te nemen.
  • Bandura zegt dat lerend gedrag vier kenmerken heeft. Die kenmerken zijn:
    • doelgerichtheid;
    • verwachtingen;
    • beoordeling van het resultaat;
    • gelijkstelling ik en de ander.
  • Technieken om je motivatie te verhogen:
    • autonomie
    (Dat betekent bijvoorbeeld, dat je de studie tot op zekere hoogte zelf vorm mag geven.)

    • zelfvertrouwen
    • actief leren
    • beloningen
  • mindmapping heeft 3 niveaus. noem deze drie..
    niveau 1: boom (het centrale thema);
    niveau 2: de omliggende begrippen van het centrale thema ‘boom’: bladeren, CO2, seizoenen en natuur;
    niveau 3: omliggende begrippen van ‘bladeren’: nerven, werken CO2 weg, bladverliezend en bladhoudend.
  • noem 3 soorten informatiebronnen...
    • schriftelijke informatiebronnen
    • beeldinformatiebronnen
    • mondelinge informatiebronnen
  • Vijf leesstrategieën:
    • oriëntatie op de tekst
    (waar gaat de tekst over? waarom lees je deze tekst? hoeveel tijd kost het lezen? eerste aantekeningen maken)
    • wat weet je al en wat verwacht je?
    • de tekst globaal doornemen
    (paragrafen, samenvattingen, definities, formules, trefwoorden, specifieke feiten, moeilijke woorden)
    • de tekst lezen
    • moeilijke alinea’s
  • noem 4 manieren om een tekst te lezen...
    • zoekend lezen
    • globaal lezen
    • diepgaand lezen
    • kritisch lezen
  • Werken in de tekst betekent dat je in het boek werkt. noem 3 manieren om dit te doen...
    • onderstrepen
    • markeren
    • aantekeningen maken in een tekst
  • We onderscheiden verschillende soorten geheugen. noem drie soorten..
    • sensorisch geheugen
    (zintuiglijk)
    • kortetermijngeheugen
    • langetermijngeheugen
  • noem 2 kenmerken van het kortetermijngeheugen..
    • bevat informatie waar je nu mee bezig bent
    • kan vol raken
  • noem 3 kenmerken van het langetermijngeheugen..
    • raakt nooit vol
    • slaat meer op dan noodzakelijk
    • legt verbanden aan
  • Hoe leer je iets van buiten?
    • de context bepalen
    • ankers bepalen
    Ankers zijn brokjes informatie die je al weet
    • groeperen
    • oefenen
    • pauzeren
    • woorden die je niet opgeslagen krijgt
    • hoe lang werk je door?
  • waar bestaat een enkelvoudige tabel uit?
    Een enkelvoudige tabel bestaat uit twee kolommen met gegevens
  • waar bestaat een meervoudige tabel uit?
    Meervoudige tabellen kunnen meer kolommen bevatten en dus ook meer informatie laten zien. In een meervoudige tabel heb je twee zogenoemde ‘assen’. Eén as is de verticale as, de andere is de horizontale as. De verticale as is de eerste kolom. De horizontale as is de eerste rij.
  • wat is intervisie?
    Intervisie is een vorm van werk bespreken waarbij collega's elkaar helpen problemen op telossen en zichzelf verder te ontwikkelen
  • waar gaat het om in een functioneringsgesprek?
    Het gaat om je veiligheid, je gezondheid en je welzijn binnen het werk. Het gaat dus niet om een beóórdeling van je functioneren
  • wat is de bedoeling van een functioneringsgesprek?
    De bedoeling van functioneringsgesprekken is jou te stimuleren om je optimaal te ontwikkelen. Uit de medewerkers halen wat er in zit dus.
  • wat is het doel van een beoordelingsgesprek?
    Het gesprek is bedoeld om je functioneren te sturen in de toekomst
  • wat is 360graden feedback?
    De 360 graden feedback is een methodiek om medewerkers te beoordelen.
    Je onderneemt zelf stappen die ertoe leiden dat je inzicht krijgt in je sterke en zwakke punten
  • wat is het CWI?
    Het Centrum voor Werk en Inkomen,
  • wat kun je doen bij het centrum voor werk en inkomen?
    Je kunt in één gebouw terecht om een uitkering aan te vragen, maar ook om werk te zoeken. Om gebruik te kunnen maken van de diensten, moet je je eerst laten inschrijven als werkzoekend.
  • noem drie verschillen tussen een uitzendbureau en het centrum voor werk en inkomen?
    • Uitzendbureaus zijn commerciële organisaties, ze vragen geld voor hun bemiddeling van de organisaties. Het CWI is gratis.
    • Uitzendbureaus ‘zenden’ jou naar een werkplek. Je bent in dienst van het uitzendbureau. De werkgever betaalt het uitzendbureau uit en het uitzendbureau betaalt jou.
    • Je rechtspositie is meestal minder gunstig, je kunt bijvoorbeeld gemakkelijker ontslagen worden.
  • Organisaties die geen tijd of kennis genoeg hebben om zelf een geschikte medewerker te zoeken, huren ook wel een wervings- en selectiebureau in. Zo’n bureau heeft zich gespecialiseerd in het selecteren van geschikte mensen voor bepaalde werkplekken.
  • De opbouw van een sollicitatiebrief bevat de volgende onderdelen:
    Inleiding:
     • de functie noemen waar je naar solliciteert
    • noemen waar je informatie vandaan komt
    Kern:
    • een eventuele contactpersoon noemen
    • je motivatie aangeven
    • aangeven dat je aan de eisen voldoet
    • aangeven waarom juist jij geschikt bent
    Slot
    • verwijzen naar het CV
    • aanbieden om je sollicitatie mondeling toe te lichten
     • afsluiten
  • Vaardigheden en houdingsaspecten bij deskundigheidsbevordering:
    • nieuwsgierigheid

    (je eigen functioneren, je werkplek, nieuwe ontwikkelingen,de mogelijkheden)




    • informatie kunnen selecteren en bestuderen
    • initiatief nemen
  • Wegen voor deskundigheidsbevordering:
    • de maatschappelijke discussie volgen
    • vakdocumentatie
    • vakbondsbijeenkomsten
    • bijscholing en specialisatie
    • congressen en conferenties
  • Congres, conferentie of symposium:
    • doel
    een actueel thema toelichten en een discussie op grote schaal organiseren. Bijvoorbeeld, de nieuwste inzichten omtrent dementie, of het overheidsbeleid ten aanzien van sportverenigingen / in workshops de laatste methodieken uit de beroepsgroep demonstreren en oefenen /  collega’s uit het hele land met elkaar in contact brengen en samenwerkingsvormen bevorderen.
    • lezingen
    • workshops
    • niet alleen voor jezelf
  • wat is een overheid?
    Een ‘overheid’ is een verzameling van personen en groepen die wij hebben aangewezen om het land te besturen.
  • wat betekend besturen?
    leiding geven.
    De overheid stuurt de gang van zaken op zo’n manier dat problemen aangepakt en opgelost kunnen worden.
  • hoe noemen we het werk van de overheid vaak?
    de politiek.
    De besluiten die de overheid neemt, zijn dus politieke besluiten.
  • Er zijn overheden op verschillende niveaus:
    • De gemeentelijke overheid neemt besluiten die de gemeente aangaan.
    • De provinciale overheid neemt besluiten die een provincie aangaan.
    • De nationale overheid neemt besluiten die het hele land aangaan.
    • En sinds een halve eeuw werken de Europese landen steeds meer samen. Daarom is er nu ook een Europese overheid. Die neemt besluiten die meer landen in Europa tegelijk aangaan.
  • wat betekend decentralisatie?
    Decentralisatie betekent dat besluiten zo dicht mogelijk bij de mensen die ermee te maken hebben, worden genomen. Als een besluit gemeentelijk genomen kan worden, gebeurt dat. Decentralisatie zorgt ervoor dat het bestuur dicht bij de burger staat.
  • Stappen bij politieke besluitvorming:

    • signalering van problemen
    • analyse van het probleem en oplossingen bedenken
    • bespreken, beoordeling en verbeterpunten aandragen
    • besluit
    • uitvoering van het besluit
  • gemeentelijk:
    leiden hun team -> burgemeester
    ontwikkelen voorstellen -> wethouders
    controleren de voorstellen en nemen ze aan of wijzen ze af -> gemeenteraad

    provinciaal:
    leiden hun team -> commissaris van de koning
    ontwikkelen voorstellen -> gedeputeerde staten
    controleren de voorstellen en nemen ze aan of wijzen ze af -> provinciale staten


    landelijk:
    leiden hun team -> minister president
    ontwikkelen voorstellen -> ministers
    controleren de voorstellen en nemen ze aan of wijzen ze af -> parlement 1e en 2e kamer
  • De gemeente wordt geleid door een ‘burgemeester’. Hij wordt bijgestaan door zijn ‘wethouders’, samen noemen we dit het college van burgemeester en wethouders. wat de afkorting van 'het college van burgemeester en wethouders'?
    het college van B&W.
  • Wethouders hebben ieder een eigen ‘portefeuille’. wat betekend dit?
    Dit is een gebied waar hij zich mee bezig houdt. Bijvoorbeeld, een wethouder van sport. Het college van B&W bedenkt voorstellen om problemen op te lossen.
  • Binnen de gemeenteraad worden de taken verdeeld. Mensen met speciale deskundigheid, gaan in een zogenoemde ‘raadscommissie’ zitten. Dit is vergelijkbaar met de portefeuilles van de wethouders. Er zijn commissies voor alle grote gebieden waar zich problemen kunnen voordoen, bijvoorbeeld: de commissie voor onderwijs, de commissie voor jeugdzaken, de commissie voor sport.
  • de gemeente organiseert vaak zogenoemde ‘inspraakrondes’. wat houd dit in?
    Dat betekent dat de burgers mogen vertellen wat ze van het voorstel vinden.
  • De gemeente krijgt voor 90% haar geld van......
    van de landelijke overheid
  • de gemeenten heeft ook eigen inkomsten. noem er 4..
    • de onroerend zaakbelasting. Dit is een belasting voor eigenaren van huizen of bedrijfspanden. De gemeente stelt de hoogte vast en int de belasting;
    • hondenbelasting;
    • parkeergeld;
    • boetes voor overtredingen binnen de gemeente.
  • De provincie krijgt een deel van haar geld van de landelijke overheid. Daarnaast heeft de provincie eigen inkomsten. noem er twee..
    • een deel van de motorrijtuigenbelasting is bestemd voor de provincie;
    • subsidies van het Rijk en van Europa voor van tevoren vastgelegde zaken, bijvoorbeeld jeugdzorg en openbaar vervoer.
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Voorbeelden van vragen in deze samenvatting

Manieren van leren met opklimmende intensiteit:
1
Vier leerstijlen volgens Kolb:
1
Iedereen die begint te studeren, moet er even ‘in komen’.Manieren om ‘erin te komen’:
1
Soms zit je even vast. Je kunt je niet concentreren, je gedachten dwalen af.We geven twee technieken om hiermee om te gaan.Manieren om van je verzet af te komen:
1
Pagina 1 van 40