Leerboek orthopedie

by (3e dr.)
ISBN-10 9031394114 ISBN-13 9789031394111
143 Flashcards en notities
36 Studenten

Studeer slimmer met eFaqt samenvattingen

  • Beschikbaar voor computer, tablet, telefoon en op papier
  • Vragen met antwoorden over de leerstof
  • Ongelimiteerde toegang tot 300.000 online samenvattingen
  • Tools voor slim studeren & timers voor betere resultaten

Bekijk deze samenvatting

PREMIUM samenvattingen zijn gecontroleerd op kwaliteit en speciaal geselecteerd om je leerdoelen nog sneller te kunnen bereiken!

Samenvatting - Leerboek orthopedie

  • 3 Sportletsels

  • Wat is het verschil tussen excentrische, concentrische en isometrische spiercontractie?

    Bij excentrische contractie spant de spier aan terwijl hij verlengd (de trap aflopen). Tegenkracht > spierkracht.

    Bij isometrische contractie spant de spier aan terwijl er geen verkorting of verlenging van de spier optreedt. Tegenkracht = spierkracht.

    Bij een concentrische contractie verkort de spier. Tegenkracht < spierkracht.

  • Wat zijn actieve en wat zijn passieve stabilisatoren van een gewricht?

    Passieve stabilisatoren: de architectuur van de gewrichtskop en –kom en de ligamenten houden het gewricht ‘passief’ op de plaats.

    Actieve stabilisatoren: Bij de meeste gewrichten zijn de spieren de belangrijkste stabiliserende factor. Essentieel voor deze actieve stabiliteit is de artrokinetische of artrokinematische reflex.

  • Wat is het verschil tussen een peritendinitis en een tendovaginitis?

    Peritendinitis heeft betrekking op de (enkele) laag areolair weefsel die de pees bedekt.

    Tendovaginitis heeft betrekking op de dubbele-laag schede van de pees.

  • Wat zijn de locaties en de namen van drie veelvoorkomende tendinopathieen?


    Achillespees

    Degeneratie en ongeorderende ligging van de collageenvezels en een toename in vasculariteit

    -        Patella pees (jumper’s knee)

    Mucoïde degeneratie met variabele fibrose en neovascularisatie

    -        Pees van de extensor carpi radialis brevis (tenniselleboog)

               Zie plaatje, laterale epicondylitis

    -        Rotatorenmanchet

                     Pees van de supraspinatus, degeneratie zonder een inflammatie (ontstekingsreactie)

  • Welke therapieen zijn er voor tendinopathieen?

    Onder een tendinopathie wordt verstaan een toename van tussenstof en het uiteenwijken van collageenvezels met verlies aan onderlinge samenhang en soms breuk. Daarbij is er sprake van een schaarste van ontstekingscellen.

     

    Morfologische uitingen van tendinopathie

    -        Hypoxische degeneratie

    -        Hyaline degeneratie

    -        Mucoïde degeneratie

    -        Fibrinoïde degeneratie

    -        Lipoïde degeneratie

    -        Calcificatie

    -        Fibrocartilage en benige metaplasie

          Kort gezegd: een degeneratie van tenocyten en collageenvezels en een toename in niet-collagene matrix.

     

    Therapie bestaat uit het vermijden van de oorzakelijke activiteit (relative rest) en excentrische oefentherapie. Daarnaast worden er nog vele andere therapieën aangeboden waarvan het effect niet altijd bewezen is.

    -        Ontstekingsremmende middelen

    Kunnen juist negatief werken, omdat de patiënt de vroege symptomen van een tendinopathie negeert en de pees nog slechter kan worden.

    -        Corticosteroïden

                Ter discussie omdat zij de collageensynthese inhiberen en leiden tot celdood.

    -        Fysiotherapie

                Ultrasound, laser en warmte voor een snellere collageensynthese.

    -        Braces

                Bij elleboog en knie, houden de pees warm tijdens het sporten, maar beschermen de pees niet.

    -        Operatie

    Bij hardnekkige gevallen (>1 jaar klachten) met een succesbehandeling van 70% en een lange nabehandeling. Er wordt aangenomen dat de voorzichtige progressie van de rehabilitatie voor meer vooruitgang van de conditie van de patiënt zorgt dan de operatie zelf. 

  • Wat is een chronisch compartimentsyndroom?

    Kan voorkomen in elke door fascie omgeven spierloge, maar het meest in anticusloge van het onderbeen (hardlopen, schaatsen, wielrennen) en soms diepe flexorenloge onderarm (motorcrossers).

    Tijdens fysieke inspanning zwelt de spier binnen zijn fascie, wat leidt tot drukverhoging in het compartiment. Wanneer de weefseldruk groter is dan de capillaire druk ontstaat er een circulatiestilstand en daardoor ischemie van de spier.

    Diagnose              Anamnese en drukmeting (voor, tijdens en na inspanning – criterium na inspanning is weefseldruk nog minstens 6minuten hoger dan capillaire druk).

    Behandeling                    Klieven van de fascie van de betrokken spierloge. 

  • Wat wordt tegenwoordig gezien als de beste behandeling voor chronische tendinopathie?

    Relatieve rust, waarbij de oorzakelijke activiteit wordt vermeden en het versterken van de spieren door excentrische oefeningen. De pees heeft maar 13% van de zuurstofopname van de spier en meer dan 100 dagen nodig om collegeen aan te maken. Dus het is meer een proces van maanden dan van weken. 

  • Beschrijf een voorste schoudluxatie

    Dit is de meest voorkomende vorm van schouderluxatie (>95%) en bijna altijd het gevolg van een indirect trauma (val op uitgestoken elleboog en hand). De luxatie is zeer pijnlijk, waarbij de arm in een lichte abductiestand staat en door de onderarm door de andere hand wordt ondersteund. Humeruskop meestal aan voorzijde van het glenoïd onder de processus coracoideus.

     

    Diagnose  

    -        Adequaat trauma

    -        Patiënt durft de arm nauwelijks te bewegen

    -        Refliëf van m. deltoideus aan laterale zijde van acromion afgeplat

    -        Humerus verplaatst, maar palpabel aan voorzijde van schouder

    -        Passief bewegen van de schouder is onmogelijk

  • Wat zijn de therapeutische mogelijkheden van de voorste schouderluxatie?

    In aansluiting op het stellen van de diagnose moet de acute luxatie gereponeerd worden om verdere beschadiging van de structuren te voorkomen, zoals een overrekking of compressie van de neurovasculaire structuren. De repositie dient zo voorzichtig mogelijk te worden uitgevoerd om deze structuren niet te beschadigen. Daartoe moeten de strak aangespannen spieren rond het schoudergewricht worden ontspannen. Direct in aansluiting op het ongeval lukt het nog wel een de luxatie zonder gebruik van medicatie te reponeren, maar over het algemeen is intraveneuze analgesie in combinatie met een spierrelaxans noodzakelijk. Bij een lang bestaande luxatie is algemene narcose met goede spierverslapping te overwegen.

    Er bestaan verschillende technieken om de schouder te reponeren. De simpelste methode is continue tractie in de lengterichting van de licht geabduceerde arm met wat tegentractie van het lichaam. Er zijn echter ook technieken waarbij de zwaartekracht wordt gebruikt om repositie van de schouder te bewerkstelligen. 

  • Noem de spieren en de functie van de rotator cuff

    Aan het tuberculum minus insereert de m. subscapularis aan het tuberculum majus de m. supraspinatus, de m. infraspinatus en de m. teres minor. Samen vormen deze spieren de musculatuur van de rotatorenmanchet (rotator cuff) van het schoudergewricht , die belangrijk is voor de functie en stabiliteit van de schouder. (blz. 136 Verhaar). Het is bijvoorbeeld de belangrijkste stabilisator van het glenohumerale gewricht. (blz.340 Verhaar). 

  • Benoem de verschillende oorzaken van klachten (Diagnosen) bij een patiënt met een pijnlijke schouder met een bewegingsbeperking

    ·       Acute tendinopathie. Elke beweging van de schouder is extreem pijnlijk. Op een gewone röntgenfoto is een groot kalkdepot zichtbaar boven het tuberculum majus in de pees van de  m. supraspinatus.

    ·       De ‘Frozen shoulder’ (adhesieve capsulitis) is een klinische omschrijving van een sterk verminderde passieve en actieve bewegingsomvang van het glenohumerale gewricht ten gevolge van een verminderde elasticiteit van het kapsel waardoor het gewrichtsvolume is verkleind. De oorzaak is niet duidelijk. Er zijn soms verschillende etiologische factoren aan te wijzen zoals een (gering) trauma en immunologische, inflammatoire of endocriene oorzaken.

    ·       Een aantasting van het kraakbeen en botweefsel van het glenohumerale gewricht, resulterend in een pijnlijk gewricht en verminderde beweeglijkheid, kan worden veroorzaakt door artrose, reumatoide artritis, septische artritis, osteonecrose van de humeruskop, posttraumatische artrose en artrose na een lang bestaande scheur in de rotatorenmanchet, waardoor secundair een craniale translatie van de humeruskop optreedt.

    ·       Artrose: Artrose van de schouder kan geclassificeerd worden als een primaire artrose wanneer er geen duidelijke oorzaak is aan te wijzen, of als een secundaire artrose als gevolg van een trauma, een lang bestaande scheur van de rotatorenmanchet of een aandoening als chrondocalcinose. 

  • Beschrijf het ziektebeeld 'tenniselleboog'

    Epicondylitis lateralis (tenniselleboog) is een aandoening die ontstaat door chronische overbelasting bij de origo van de extensoren van pols en hand op de laterale epicondylus van de elleboog (enthesopathie). Microscopisch laat de oorsprong van de m.extensor carpi radialis brevis soms een abnormale vaatproliferatie en focale hyaliene degeneratie zien.

    - Voorkomen: Meestal tussen het 40e en 50e levensjaarjaar; er is een verband met arbeidsactiviteiten en soms sportactiviteiten.

    - Diagnostiek: Er bestaat lokale drukpijn op de laterale epicondylus. Men kan een provocatietest uitvoeren door de elleboog te extenderen en de onderarm te proneren. Een andere mogelijkheid is de pols te flecteren en daarna met tegendruk de pols te laten extenderen. Hierbij worden de extensoren van pols en hand aangespannen, die hun origo hebben aan de laterale epicondylus.

    - Differentiaal diagnose: Pijn rond  de laterale epicondylus kan soms ‘referred’ pijn zijn van cervicale oorsprong. Er kan ook sprake zijn van pijnklachten door inklemming van de n.interoseus posterior (tak van de n. radialis). Pijnklachten op de radiale epicondylus kunnen ook worden veroorzaakt door artrose van het radiohumerale gewricht.

    - Behandeling: Uitleg, rust en advies om de onderarm zo veel mogelijk in supinatie te belasten en niet in pronatie. Een lokale bandage iets distaal van de laterale epicondylus kan verlichting geven, doordat contractie van de musculatuur en daarmee rek op de insertie wordt verminderd. Lokale injecties met corticosteroiden hebben vaak een goed effect op de pijnklachten. In therapieresistente gevallen kan worden overgegaan tot operatieve behandeling, waarbij de origo van de pols- en vingerextensoren worden losgemaakt van de laterale epicondylus. Het natuurlijke beloop is goedaardig: de meeste patiënten zullen na 2 jaar geen klachten meer hebben.

  • Wat zijn de typische symptomen van het carpaal tunnel syndroom

    Het carpaletunnelsyndroom (CTS) is een veel voorkomende zenuwcompressie (entrapmentneuropathie) aan de volaire zijde van de pols en onderarm, waarbij de n. medianus onder het flexoren-retinaculum beklemt raakt. De oorzaak is een vernauwing van de carpale door bv. een synovitis van het polsgewricht of een tenosynovitis van de polsflexoren of het polsgewricht, of eventueel door een fractuur. De aandoening komt relatief meer voor bij vrouwen tussen de 40 en 50 jaar.

    Onderzoek: kenmerkend voor CTS zijn paresthesieën, vooral ’s nachts, in de middelste 3 vingers en soms de duim. Op den duur treedt motorische uitval op met verzwakking van de m. abductor pollicis brevis en de m. opponens pollicis met atrofie van de duimmuis.

  • Welke gewrichten van de pols en de hand zijn een voorkeurslocatie voor artrose?

    Pols: Fracturen van het os scaphoideum komen relatief vaak voor en worden nogal eens gemiste bij een eerste onderzoek. Ze leiden in een aantal gevallen tot een pseudoartrose (dit treedt op als een fractuur binnen 9 maanden nog niet genezen is). Er bestaat vaak een verminderde dorsiflexie van de pols en pijklachten, gerelateerd aan een ongeluk. Bij röntgenonderzoek is tussen de twee delen van het os naviculare, meestal centraal, een pseudoartrose met lijnvorming en sclerose te zien.

    Hand: Het carpometacarpale gewricht van de duim. CMC1-gewricht is het gewricht in de hand dat het meest frequent getroffen is door artrose (zie Verhaar, figuur 27.10, blz. 357). Deze vorm van artrose komt vaker bij vrouwen dan bij mannen voor en in 20 – 25 % van de gevallen komt CMC1-artrose tegelijkertijd met een carpaletunnelsyndroom voor. In 5% van de gevallen van CMC1 atrose doet zich tevens tenovaginitis van De Quervain voor. Bij onderzoek zijn axiale compressie en translaties van het CMC1-gewricht pijnlijk. Er kan een abductiecontractuur van het CMC1-gewricht ontstaan, alsmede een begeleidende hyperextensiedeformiteit van het MCP-gewricht. 

  • Benoem de anatomie en het beloop van pezen, spieren en zenuwen in de elleboog, pols en onderarm, en wanneer hierin problemen kunnen ontstaan.

    Het ellebooggewricht bestaat uit de distale humerus, de ulna en de radius. Het ulnohumerale deel van het gewricht maakt flexie en extensie mogelijk, het radio-ulnaire deel vooral rotatoire (pronatie en supinatie), terwijl  het radiohumerale gewricht vooral dient als afsteunpunt voor de radius (zie Verhaar, blz. 351, figuur 27.1). Rond de elleboog insereren veel spieren die voor hand- en polsfunctie nodig zijn, waardoor er een relatief groot aantal overbelasingsblessures rond de elleboog kan ontstaan.

    -        intra-articulaire aandoeningen van het ellebooggewricht

    corpora libera ontstaan door synoviale chondromatose en osteochondritis dissecans van de elleboog, met name de ziekte van Panner. Dit laatste is een segmentale avasculaire necrose van het humerale deel van het radiohumerale gewricht (capitulum humeri). Er bestaan pijnklachten en soms lichte extensiebeperkingen van de elleboog. (zie Verhaar, blz. 351, figuur 27.1).

    -        Extra-articulaire aandoeningen van het ellebooggewricht

    De normaal aanwezige bursa olecrani, het stootkussen achter de elleboog, kan door een eenmalig of herhaald trauma (student’s elbow) ontstoken raken. Door secundaire besmetting, via een wond of punctie kan purulente bursitis ontstaan.

         

     

    Er kan ook neuropathie van de n.ulnaris (cubitaletunnelsyndroom) optreden. In deze cubitale tunnel loopt de n. ulnaris onder de mediale epicondylus door. Bij een flexie- of valgusstand wordt de zenuw gerekt. In sommige gevallen kan er een subluxatie of dislocatie van de n.ulnaris uit zijn groeve ontstaan.

    Ook epicondylitis medialis en lateralis zijn intra-articulaire aandoeningen van het ellebooggewricht.

     (Verhaar, blz. 351-353)

     

    Ook in de onderarm kunnen problemen met betrekking tot pezen, spieren en zenuwen ontstaan.

    -        Myo- en tendinogene aandoeningen van de onderarm

    De roeierspols (intersection syndrome, oarsman’s wrist) treedt op wanneer er irritatie optreden bij de kruising van de pezen van enerzijds de m.abductor pollicis longus met m.extensor pollicis brevis en anderzijds de m.extensor carpi radialis longus en brevis. Het gevolg van deze irritatie is een tenosynovitis (zie Verhaar, blz. 353, figuur 27.4)

    Tenovaginitis van De Quervain is een stenoserende peesschedeontsteking op de plaats waar de pezen van de m.abductor pollicis longus en m.extensor pollicis brevis door een nauwe peesschede lopen ter plaatse van de processus styloideus van de radius. Door overbelasting ontstaat een ontsteking met verdikking en stenose van de peesschede. (zie Verhaar, blz. 353, figuur 27.5)

    Een volkmanncontractuur is het late gevolg van een compartimentsyndroom van de onderarm. De contractuur kan ontstaan na een supracondylaire fractuur van de humerus of bij onderarmfracturen, vooral wanneer ook vaatletsel is opgetreden. Bijna altijd is het volaire (flexoren) compartiment van de arm getroffen.

     (Verhaar, blz. 345,355)

     

    De pols is een complex gewricht, bestaande uit acht carpalia (handwortelbeenderen), die in twee rijen gerangschikt zijn. Tussen al deze carpalia, de onderarm (radius en ulna) en de middenhand (metacarpalia) zijn ligamentaire verbindingen aanwezig. De eerste rij van de pols wordt gevormd door het os scaphoideum, het os lunatum, het os pisiforme en het os triquetrum, de tweede rij door het os hamatum, het os capitatum, het os trapezium en het os trapezoideum (zie Verhaar, blz. 354, figuur 27.6). Vooral het os scaphoideum (met het grootste raakvlak met de distale radius) en het os lunatum (dat samen met het os capitatum de lengteas van de pols vormt) zijn bij letsels het meest kwetsbaar.

    -        Pseudoartrose van het os scaphoideum

    -        Ligamentaire instabiliteit van de pols

    Bij een polsletsel, al of niet gepaard gaand met een scafoidfractuur, kan instabiliteit van de pols ontstaan. De meest voorkomende instabiliteit is die tussen het os scaphoideum en het os lunatum. De kans op instabiliteit na een letsel is hoger als de ulna ten opzichte van de radius relatief kort is.

    -        Letsels van het triangulaire fibrocartilagineuze complex (zie Verhaar, blz. 354, figuur 27.7)

    Het triangulaire fibrocartilagineuze complex (TFCC) is eigenlijk het ulnaire vervolg van het radiocarpale gewricht. Het TFCC zorgt voor een eveneens concaaf oppervlak van het gewricht tussen het os lunatum en het os triquertrum en bovendien tussen de ulna en de ulnaire zijde van de radius. Het TFCC bestaat uit fibrocartilagineus weefsel (discus) en heeft een structuur die op de meniscus van de knie lijkt. Door het TFCC lopen het ulnocarpale ligament en de dorsale en volaire radio-ulnaire ligamenten. Het TFCC is de belangrijkste stabilisator van het distale radio-ulnaire gewricht. Daarnaast draagt het bij aan de ulnocarpale stabiliteit. Letsels van het TFCC kunnen ontstaan door verdraaiing van de pols bij sterke ulnaire deviatie. Het risico op laedering van de discus is verhoogd bij een relatief lange ulna ten opzichte van de radius. In veel gevallen ontstaat bij een distale radiusfractuur ook een letsel van het TFCC.

    -        Overige aandoeningen van de pols

    Lunatomalacie (ziekte Kienbock) is een avasculaire necrose van het os lunatum. De aandoening komt meestal eenzijdig voor. In een aantal gevallen zijn (micro)traumata de oorzaak. Lunatomalacie komt namelijk vaker voor bij mensen met een zwaar beroep waarbij veel trillingen optreden en met een relatief korte ulna ten opzichte van de radius.

    Een ganglion is een met heldere mucineachtige vloeistof gevulde cyste nabij een gewricht of peesschede in de pols. Van de ganglia is 60% dorsaal gelokaliseerd over het gewricht tussen os lunatum en os scaphoideum, en 20% volair tussen de m.flexor carpi radialis en de m.abductor pollicis longus.

    Een andere aandoeningen van de pols is het carpaletunnelsyndroom

  • Wat is het meest voorkomende bandletsel van de knie?
    De mediale collaterale band en de voorste kruisband raken het meest beschadigd. 
  • Wat zijn de klachten bij chronische instabiliteit van de knie en tot wat voor problemen leidt dat?
    /
  • Noem indicaties voor een kruisbandreconstructie

    Patiënten bij wie het kniegewricht zwaar wordt belast en patiënten die bij normale activiteiten regelmatig door hun knie gaan.

  • Beschrijf het 'bucket handle' letsel van een meniscus

    Dit is een verticale scheur in de lengte van de meniscus, van anterior naar posterior. De meniscus bestaat dan uit een deel dat normaal vastzit aan het kapsel en een deel dat alleen aan de voor- en achterzijde aan de rest van de meniscus vastzit. Dit laatste deel kan tegen de rest van de meniscus blijven liggen, maar beweegt soms ook naar het centrale deel van de knie, onder femurcondylus door. De knie verliest dan een deel van zijn bewegingsmogelijkheden (kan niet meer recht) en raakt op slot.

  • Welke zijn de symptomen en gevolgen van een meniscuslaesie?

    De symptomen van een meniscusruptuur worden veroorzaakt door de bewegingen van het geruptuurde meniscusdeel in het gewricht. Dit leidt tot mechanische klachten (blokkeren) en tot pijnklachten en zwelling die worden veroorzaakt door de optredende synoviale prikkeling.
    Symptomen/gevolgen:

    -                 pijn

    -                 opzwelling knie

    -                 niet goed kunnen strekken/buigen, slotklachten

    -                  door de knie zakken

    -                 ‘wat voelen verschieten’.

  • Wat voor klinische verschijnselen geeft meniscuslaesie?

                Drukpijn gewrichtsspleet

    -           Hydrops

    -           Lichte atrofie m. vastus medialis

    -           Beperkte extensie

  • Omschrijf de aandoening 'osteochondritis dissecans'

    Bij deze aandoening treedt een aseptische necrose op van een relatief klein deel van het subchondrale bot. Het daarover liggende kraakbeen blijft vitaal (voeding vanuit synovia). Dit komt het meest (80 %) voor in het posterolaterale deel van de mediale femurcondylus. Bij jongens komt de aandoening meer voor dan bij meisjes. De meeste patienten zijn jong, 15-20 jaar. Bij een kwart komt de aandoening beiderzijds voor. De oorzaak van de lokale circulatiestoornis is niet bekend. Het komt voornamelijk in de knie voor. Minder frequente lokaties zijn de elleboog, heup, enkel en patella. Afhankelijk van het stadium kan (gedeeltelijke) loslating van een subchondraal botfragment en het overliggende kraakbeen ontstaan. In een verder gevorderd stadium kan het gehele fragment loslaten en als een corpus liberum in het gewricht zweven.

  • Wat is chondromalacie van de patella?

    Chondropathia/chondromalacie patella is ontleend aan de observatie tijdens artroscopie of andere operaties, dat het retropatellaire kraakbeen wat zachter is (‘verweekt’). Het is een beschrijvende diagnose die niets zegt over de oorzaak of gevolg.

    De naam geeft ten onrechte een label aan adolescentenkniepijn. Pijn rond de knieschijf is met name een probleem bij jonge meisjes rond de pubertijd en enkele jaren erna. Bij belasting van de knie (hurken, fietsen, traplopen) neemt de pijn toe. Deze pijn kan zo heftig zijn dat sportactiviteiten belemmerd worden.

     

    Bij lichamelijk onderzoek:

    -        weinig afwijkingen (geen hydrops, normale beweeglijkheid en stabiliteit)

    -        bewegen van de patella en strekken van de knie tegen weerstand is gevoelig

    -        het mediale facet van de patella is drukgevoelig

    -        aanspannen van de quadricepspees terwijl de knieschijf distaal wordt gedrukt is pijnlijk (rabottest = schaaftest)

    -        soms is er een knisperend geluid onder de patella (crepitaties)

     

    De oorzaak is niet volledig opgehelderd:

    Aangenomen kan worden dat de combinatie van snelle lichaamsgroei in de pubertijdsgroeispurt, de toename van gewicht en spiermassa en mogelijk een direct oestrogeeneffect op het kraakbeen tot een (tijdelijke) overbelasting van het kraakbeen en subchondrale bot leidt.

     

    Bij artroscopieën is waargenomen dat het kraakbeen retropatellair zachter is dan normaal en soms ook scheuren vertoond. De prognose is gunstig, mits er geen hydrops, synovitis of andere afwijkingen ontstaan, verdwijnen de klachten in enkele jaren (meestal 1 à 2 jaar).

     

    Behandeling:

    -        geruststelling en uitleg

    geen artroscopie, omdat de aandoening vanzelf geneest. Bij twijfel kan MRI eventueel uitsluitsel geven.    
  • Welke behandelmogelijkheden zijn er bij gonartrose?

    Conservatieve behandeling:

    - Uitleg en geruststelling

    - Leefregels: afwisseling van activiteiten (zitten, staan en lopen)

    - Gewichtsreductie: reductie van het overgewicht is zeer effectief bij het verminderen van

      artroseklachten

    -           Oefentherapie: isometrische quadricepsoefeningen (met gestrekte knie) bevorderen herstel en

      kunnen geen kwaad.

    -           Loophulp: ontlasten van de gewrichten door lopen met krukken of met een stok kan zinvol zijn.

    -           Pijnstilling: kan in een periode van pijn zinvol en nodig zijn, vaak gebruik van NSAID’s (oppassen

      met het onnodig verleggen van de grens, waardoor artrose snel progressief kan zijn)

    -           Braces: veel diverse soorten, objectief is het effect niet altijd aangetoond

    -           Corticosteroïdinjecties: intra-articulaire injecties kunnen de klachten bij een synovitis aanzienlijk

      verminderen. Echter: terughoudend zijn in gebruik, vanwege een negatief effect op de

      chondrocytenactiviteit, waardoor de artrose kan worden versneld.

    -           Hyaluronzuurinjecties: zouden de klachten tijdelijk kunnen verminderen. Het gebruik neemt in snel

      tempo toe, zonder adequate wetenschappelijke onderbouwing.

    -           Chondroprotectiva: Vooral in de VS zijn er een aantal voedingsmiddelen (met glucosamine of

      chondroïtinesulfaat) op de markt waarvan gezegd wordt dat ze gunstig zijn voor het kraakbeen en

      helpen bij artroseklachten. De stoffen worden via de darm in de bloedbaan opgenomen en kunnen

      zo het gewricht bereiken. De middelen lijken echter weinig effectief.

     

    Chirurgische behandeling:

    - Kraakbeenhersteloperatie: kraakbeen heeft geen bloedvaten en zenuwen. Bij een traumatische

      beschadiging is geen genezing mogelijk. Indien een defect in het kraakbeen de klachten

      veroorzaakt, zijn er een aantal chirurgische opties die tot een zekeren bekleding leiden van het

      defect. Er zijn verschillende methoden waarbij gebruik wordt gemaakt van fibreus kraakbeen,

      hyalienachtig kraakbeen en hyalien kraakbeentransplantaties.

    - Osteotomieën

    o   Bij een artrose beperkt tot het mediale compartiment en een varusbeen: valgiserende

    osteotomie in het proximale deel van de tibia, door het uitnemen van een wig (meestal 10-

    14º).

    o Bij een artrose beperkt tot het laterale compartiment en een valgusstand: variserende osteotomie (< 10º dan in de tibia, > 10º dan in het distale femur).

    - Knieprothese: Bestaat uit een metalen femurdeel en een plastic (polyethyleen) tibiadeel. Ook het

      gewrichtsdeel van de patella wordt soms vervangen door een polyethyleen patellaprothese. De

      delen van de prothese zijn los van elkaar en een goed bandapparaat is nodig voor de stabiliteit. Is dit

      niet meer aanwezig, dan kan een prothese met een scharnier noodzakelijk zijn. De plaatsing en

      vooral revisie van versleten delen is technisch moeilijker dan bij de heup. Na 10 jr. functioneert >

      90% van de prothesen nog goed, bij jongere patiënten is de levensduur korter. Door slijtage kan

      uiteindelijk loslating van de prothese ontstaan. Bij loslating van de prothese is vaak botverlies

      opgetreden. Loslating kan ook door een infectie ontstaan en dit maakt revisiechirurgie nog

      moeilijker.

    - Revisiechirurgie: Bij revisiechirurgie van een prothese wordt de oude endoprothese verwijderd en

      door een nieuwe vervangen.

    - Artrodese: de twee gewrichtsvlakken worden vlak gemaakt en stevig tegen elkaar aangedrukt. Leidt

      tot een pijnvrij gewricht waar men goed mee kan lopen en staan. Zitten en opstaan is lastig. Het is

      niet mogelijk later nog een prothese te plaatsen 

  • Noem de tendinopathieen van de voet en de enkel

    Tendinopathie/disfunctie van de m. tibialis posterior; verkregen platvoet. Bij disfunctie van de m. tibialis posterior pees (DTPP) gaat de voet steeds verder inzakken, met valgusstand van het hielbeen. De voorvoet abduceert ten opzichte van de achtervoet.

     

    Niet bij insertie gelokaliseerde achillestendinopathie. Deze tendinopathie, of beter tendinosis, wordt het meest gezien bij sporters (10% van de hardlopers) en ontstaat in de hypovasculaire zone van de achillespees, ongeveer 4 cm proximaal van de calcaneus. Microscheurtjes als gevolg van mechanische overbelasting veroorzaken degeneratie van het collageen.

     

    Insertietendinopathie van het achillespees (haglunddeformiteit) komt frequenter voor bij de oudere, minder geoefende individuen. Ook bij deze aandoening worden klachten geprovoceerd door mechanische (over)belasting. Uiteindelijk kan een constant aanwezige hielpijn bestaan.

     

    Tendinopathie en (sub)luxatie van de peroneuspezen. Deze tendinopathie is geassocieeerd met een inversiecomponent en laterale instabiliteit van de voet. Patiënten klagen over pijn en zwelling achter en onder de laterale malleolus. Passieve inversie of actieve eversie van de voet provoceert pijn en de pezen kunnen verzwakt zijn.

  • Wat betekent een 'chronische instabiliteit van de enkel'?

    Een jaar na ruptuur van het laterale bandcomplex blijkt 20 – 40% van de patiënten restklachten te hebben. Een van de belangrijkste klachten is ‘het gevoel van instabiliteit’ (44%). Dit kan gepaard gaan met repeterende verzwikkingen en in wisselende mate pijn, zwelling en stijfheid. Dit symptomencomplex wordt chronische laterale instabiliteit (CLI) genoemd. Wanneer passieve factoren de belangrijkste rol spelen, dan spreekt men van mechanische instabiliteit, bij verstoring van de actieve factoren spreekt men van functionele instabiliteit.

     

    Passieve factoren:

    • voetbouw, benige geometrie
    • ligamenten
    • karakteristieken van de weke delen

     

    Actieve factoren (de spierfunctie):

    • proprioceptieve terugkoppeling
    • zenuwgeleiding
    • concentratie
    • visus
    • spierkracht

     

    In de praktijk bestaat de behandeling uit het dragen van een enkelbrace of andere beschermende orthese, en oefeningen gericht op herstel van de motoroische controle. Bij aanhoudende instabiliteitsklachten kan, o.a. afhankelijk van leeftijd, beroep en sportactiviteiten besloten worden tot een operatief herstel van de enkelband(en). Bij zeer ernstige of langlopende gevallen kan reconstructie met behulp van een reep van de peroneus-brevis pees worden aanbevolen.

  • Wat zijn bekende sportletsels, acuut en chronisch, van de enkel?

    Acute sportletsels:

    • Achillespeesruptuur; plotselinge beweging waarbij de m. triceps surae wordt aangespannen. Gevoel dat persoon van achteren op zijn hiel of been wordt getrapt is karakteristiek. Oorzaak meestal weefseldegeneratie, soms trauma, val, in kuil trappen of uitwijkende beweging.
    • Acute enkelbandletsels; 

    Inversietrauma; een enkelverzwikking die kan leiden tot een enkelbanddistorsie, een laterale enkelbandruptuur of een enkelfractuur

    Enkelbanddistorsie; acuut enkelletsel waarbij het laterale kapselbandapparaat intact is. Er is hooguit sprake van enige oprekking

    Enkelbandruptuur; laterale kapselbandapparaat gescheurd

    Enkelvoudige bandruptuur; slechts één van de drie laterale enkelbanden. Vrijwel altijd het ligament talofibulare anterius.

    Meervoudige bandruptuur; twee of drie laterale enkelbanden gescheurd.

    • Enkelfracturen

    Chronische sportletsels: (blz 409 Verhaar)

    • Aanhoudende klachten na enkelverzwikking(en); na ruptuur laterale bandcomplex kunnen restklachten blijven bestaan t.g.v. niet herstelde integriteit van het kapselbandapparaat en/of beschadiging enkelgewricht.

    • Chronische laterale instabiliteit (CLI); instabiliteitsgevoel en doorzakklachten evt. met epeterende inversieletsels van de achtervoet gepaard gaand met pijn, zwelling en stijfheid.

    • Posttraumatische osteochondrale laesies; bij ernstige enkelverzwikking kan osteochondrale laesie van de talusrol ontstaan. Bij aanhoudende activiteitgerelateerde pijn in de enkel met evt. zwelling en stijfheid moet men attent zijn op het bestaan van osteochondrale laesie. Oorzaak beschadiging kraakbeen en subchondrale bot. Losse kraakbeenfragmenten kunnen hapering of blokkade van bep.bewegingen veroorzaken.

    • Voetbalenkel; t.g.v. repeterende (kleinere traumata) kunnen enkel degeneratieve veranderingen ontstaan. (Bij 45% profvoetballers/Athlete’s ankle). Niet altijd klachten. Distorsies hebben geleid tot het ontstaan van kleine verkalkingen in het verloop van het kapselbandapparaat. De calcificaties kunnen zich los in het gewricht, kapsel of buiten gewricht bevinden. Repeterende letsels kunnen leiden tot osteofyt aan mediale onderrand van de tibia

    • Enkelartrose; oorzaken; posttraumatisch (fractuur, secundair aan CLI en transchondrale fracturen; primair/idiopathisch; reumatoïde artritis en andere inflammatoire artropathieën; hemofilie; postinfectieus;neuropatische oseoartropathie;avasculaire necrose talus

    • Spitsvoet; a.g.v. enkelartrose of contractuur van de kuitspieren en het achterste gewrichtskapsel. Meest voorkomend is spasticiteit

    • Tarsale tunnelsyndroom; compressie van de n. tibialis en zijn aftakkingen. Klachten kunnen gerelateerd zijn aan belasting.

  • Beschrijf de Nederlandse Norm Gezond Bewegen
    Op ten minste 5 dagen per week gedurende 30 minuten matig intensief bewegen, kinderen 30 minuten
  • Wat zijn de drie hoofdtaken van een sportarts?
    Preventie, curatie en verbetering
  • Wat is het doel van sportmedisch onderzoek bij sporters en patiënten?
    - kijken hoe belastbaar iemand is --> voorkomen is beter dan genezen
    - het geven van verantwoorde trainings- en bewgingsadviezen
  • Beschrijf het proces van training en supercompensatie?
    Sport = prestatieverbetering door training : het systematisch overbelasten van het lichaam om verbetering te bewerkstelligen 
    De training zorgt voor overlaad, hierna vindt herstel plaats en daarna supercompensatie. door een goede training (frequentie, intensiteit en duur) kan er verbetering optreden
  • Beschrijf het principe van belasting-belastbaarheid in relatie tot overbelastingblessures
    - ontstaan geleidelijk
    - herhaalde microtraumata van het weefsel die onvoldoende herstellen
    • bot
    • pezen
    • divers
    De belasting is dus hoger dan de belastbaarheid
  • Benoem de hoofdprincipes van de behandeling van overbelastingsblessures

    – Load management
    – Oefentherapie
    – Aanvullende behandelingen? – Soms chirurgie? 

  • Noem enkele veel voorkomende spierblessures
    Pattelofemoraal pijnsyndroom, tractus iliotibialis frictiesyndroom, shin-splints, kniebanden, meniscus, golfers elleboog, tenniselleboog
  • Wanneer spreek je van een tendinopathie en wanneer van een enthesopathie?
    Tendinitis is een ontstekings­reactie van een pees zelf. Als ook de peesschede ontstoken is dan noemt men dit een tendovaginitis.

    Enthesitis is een ontstekingsreactie op de plaats waar een of meer pezen vastzitten aan het bot. Vaak is hierbij niet echt sprake van een ontsteking, maar van irritatie en pijn. Daarom gebruikt men ook nogal eens de term enthesopathie.
  • Benoem de positieve effect van lichamelijk activiteit
    - geestelijk
    1. angsten nemen af
    2. gevoel van neerslachtigheid neemt af
    3. betere stemming/vrolijkers
    4. meer zelfvertrouwen
    5. betere acceptatie van de handicap
    - sociaal
    1. meer onder de mensen
    2. actievere houding in de maatschappij
    3. verrijking contacten
    - lichamelijk
    1. betere kwaliteit slagaders
    2. verbetering conditie
    3. voorwaarde voor snellere en betere revalidatie
  • Wat zijn stressfracturen?
    stressfracturen ontstaan wanneer een bot breekt na blootstelling aan herhaaldelijke tractie en compressie die individueel niet in een botbreuk resulteren, dit in patiënten zonder botfragiliteit te wijten aan een onderliggende ziekte
    de snelheid en hoeveelheid waarmee bot remodelleert is evenredig aan frequentie en intensiteit van de krachtsblootstelling. een plotselinge toename in intensiteit, duur, frequentie van fysieke activiteit kan resulteren in pathologische veranderingen in het bot. Hierdoor zal bij intense activiteit de botvorming achterlopen op de resorptie. Microfracturen kunnen ontstaan en aanleiding geven tot stressfracturen. 
  • Welke zijn de klachten bij chronische instabiliteit van de knie en tot welke problemen leidt dat?

    Chronische instabiliteit van de knie leidt tot door de knie zakken bij plotselinge draaibewegingen bij voortbestaande voorste kruisbandlaesie. Zij lopen hierbij sterk verhoogde kans ook een van de menisci te beschadigen. Als het verdraaien van de knie frequent en hinderlijk optreedt, is er een goede reden voor operatieve behandeling (voorste-kruisband-reconstructie).

    Patiënten met een chronische instabiliteit van de knie hebben een positieve Lachman. Daarnaast geeft de Pivotshifttest veel informatie: bij een disfunctie van de voorste kruisband is het mogelijk dat de laterale tibia bij endorotatie naar ventraal subluxeert (pivot shift) ten opzichte van de laterale femurcondylus. Als de knie gebogen wordt, trekt de tractus iliotibialis de tibia bij 30-40 graden flecteren weer op zijn plaats. Dit is zichtbaar als een plotselinge beweging. Patiënten met chronische knie-instabiliteit hebben naast een positieve Lachman, een positieve Pivotshifttest.

    Een unhappy triad (letsel mediale band, ruptuur medial e meniscus en voorstekruisband) is vaak het gevolg van valgus exorotatieletsel.

    Om een voorste kruisbandruptuur in een acute situatie op te sporen is een lachman test betrouwbaarder dan de schuifladetest op 90 graden.

    De collaterale banden moeten altijd licht in flexie worden getest. 

Lees volledige samenvatting
Maak nu je eigen eFaqt account aan voor toegang tot deze en duizenden andere hoge kwaliteit samenvattingen.

Voorbeelden van vragen in deze samenvatting

Wat is het verschil tussen excentrische, concentrische en isometrische spiercontractie?
6
Wat zijn actieve en wat zijn passieve stabilisatoren van een gewricht?
6
Wat is het verschil tussen een peritendinitis en een tendovaginitis?
6
Wat zijn de locaties en de namen van drie veelvoorkomende tendinopathieen?
6
Pagina 1 van 25