Latijn

by
182 Flashcards en notities
4 Studenten

Studeer slimmer met eFaqt samenvattingen

  • Beschikbaar voor computer, tablet, telefoon en op papier
  • Vragen met antwoorden over de leerstof
  • Ongelimiteerde toegang tot 300.000 online samenvattingen
  • Tools voor slim studeren & timers voor betere resultaten

Bekijk deze samenvatting

PREMIUM samenvattingen zijn gecontroleerd op kwaliteit en speciaal geselecteerd om je leerdoelen nog sneller te kunnen bereiken!

Samenvatting - Latijn

  • 1 praesens a-stammen

  • In het Latijn heb je actief en passief. Voorbeeld:

     

    De slaaf ziet de tempel (actief)

    De tempel wordt door de slaaf gezien (passief)

     

    De inhoud van de zinnen is hetzelfde, maar de grammaticale vorm verschilt.

     

     

    De slaaf ziet de tempel (actief) - onderwerp van de zin: slaaf (wie ziet de tempel?)

    De tempel wordt door de slaaf gezien (passief) - onderwerp van de zin: de tempel (wie wordt gezien?)

     

    De actieve zin heet in het Latijns praesens.


    De praesens in het Latijn is onvoltooid tegenwoordige tijd.


    In het Latijn heb je praesens a-stammen. Dat zijn werkwoorden waarvan de stam op -a- eindigt.

    Voorbeeld:

    vocare - roepen

    stam = VOCA-

     

    Het hele werkwoord heet infinitivus.

  • voco - ik roep
    vocas - jij roept
    vocat - hij roept
    vocamus - wij roepen
    vocatis - jullie roepen
    vocant - zij roepen

    Alleen bij ik verandert de -a- in een -o-.

  • Dit zijn de uitgangen:

    -o = ik

    -s = jij

    -t = hij

    -mus = wij

    -tis = jullie

    -nt = zij

     

     

  • Wat is de uitgang voor ik?

    -o

  • Wat is de uitgang voor jij?

    -s

  • Wat is de uitgang voor hij?

    -t

  • Wat is de uitgang voor wij?

    -mus

  • Wat is de uitgang voor zij?

    -nt

  • Wat is de uitgang voor jullie?

    -tis

  • ik roep

    voco

  • jij roept

    vocas

  • hij roept

    vocat

  • wij roepen

    vocamus

  • jullie roepen

    vocatis

  • zij roepen

    vocant

  • voco

    ik roep

  • vocas

    jij roept

  • vocat

    hij roept

  • vocamus

    wij roepen

     

  • vocatis

    jullie roepen

  • vocant

    zij roepen

  • Het Latijn heeft wel persoonlijke voornaamwoorden (ik, jij, hij, wij, jullie, zij), maar gebruikt die alleen voor nadruk.

     

    non voco, at vocas: ik roep niet, maar jij

    ego non voco, at tu vocas : ik roep niet, maar jij roept

     

     

  • 1.1 werkwoorden

  • amare

    houden van, beminnen

  • houden van, beminnen

    amare

  • ambulare

    wandelen

  • wandelen

    ambulare

  • armare

    wapenen, bewapenen

     

  • wapenen, bewapenen

    armare

  • dare

    geven

  • geven

    dare

  • habitare

     

    wonen, bewonen

  • wonen, bewonen

    habitare

  • imperare

     

    heersen, bevelen

  • heersen, bevelen

    imperare

  • notare

     

    opmerken

  • opmerken

    notare

  • orare

     

    smeken, bidden

  • smeken, bidden

    orare

  • ornare

    sieren, versieren

  • sieren, versieren

    ornare

  • pugnare

     

    strijden

  • strijden

    pugnare

  • vocare

     

    roepen, noemen

  • roepen, noemen

    vocare

  • ora et labora

     

    bid en werk

Lees volledige samenvatting
Maak nu je eigen eFaqt account aan voor toegang tot deze en duizenden andere hoge kwaliteit samenvattingen.

Voorbeelden van vragen in deze samenvatting

Mijn
3
Jouw
3
Ons/ onze
3
Jullie
3
Pagina 1 van 45