Samenvatting Kijk op spel drama voor de pabo

-
ISBN-10 9001809324 ISBN-13 9789001809324
40 Flashcards en notities
57 Studenten
  • Deze samenvatting

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

Dit is de samenvatting van het boek "Kijk op spel drama voor de pabo". De auteur(s) van het boek is/zijn Holger de Nooij. Het ISBN van dit boek is 9789001809324 of 9001809324. Deze samenvatting is geschreven door studenten die effectief studeren met de studietool van Study Smart With Chris.

Samenvatting - Kijk op spel drama voor de pabo

  • 1 Drama inhoudelijk

  • Dramatische verbeelding: verbeelding ten dienste van een dramatisch product, innerlijke beelden.
    Dramatische vormgeving: de wijze waarop het spel wordt gepresenteerd d.m.v. kostuums, rekwisieten, etc.
    Dramatisch inzicht (Theatraal inzicht): aanknopingspunten om je eigen functioneren binnen de dramales in te schatten, je kijk op de wereld te vernieuwen en je daardoor verder te ontwikkelen.
    Daarnaast is het bij drama belangrijk om een discussie op te roepen. Je hoeft bij drama niet per se de waarheid te achterhalen, maar je moet wel vraagtekens kunnen zetten bij de waarheid. De leerkracht hoort bij een drama les niet te vertellen ‘hoe het zit’, maar de juiste vragen te stellen zodat er een discussie ontstaat.
  • Drama in het basisonderwijs:
    1. Drama als cultuurgoed.
    2. Drama als didactisch hulpmiddel voor leerinhouden van andere vakken.
    3. Drama als pedagogisch middel.
    Procesgericht: hoe verloop het proces, hoe ontwikkelen de kinderen zich binnen het proces, hoe laat je het proces zo goed mogelijk verlopen.
    Productgericht: het kom je tot een zo goed mogelijk eindresultaat, hoe wordt het product zo goed mogelijk.
  • Drama wordt op de pabo voornamelijk ingezet om de non-verbaliteit te stimuleren. Non-verbaliteit maakt meer dan 50% van je communicatie en is dus erg belangrijk wanneer je leert goed te communiceren. Zo moet je als docent dus bewust zijn van je eigen non-verbaliteit. Dit zorgt ervoor dat je goed kunt communiceren met en voornamelijk naar de kinderen toe.
    Een reden om drama te geven om de basisschool is dus ook om de non-verbaliteit van kinderen te verbeteren. Door ze er met drama bewust van te maken, zullen ze dit buiten de lessen ook gaan gebruiken. Dit zorgt ervoor dat de kinderen beter met elkaar zullen gaan communiceren wanneer ze dramalessen krijgen op school.
  • Ook zijn statussignalen erg belangrijk in je communicatie. Iemand die hogestatussignalen afgeeft, communiceert vaak beter dan iemand die lagestatussignalen afgeeft.
    Lagestatussignalen: voeten naar binnen gedraaid, weinig ruimte innemen, gebaren naar je lichaam toe of die het eigen lichaam aanraken, springerige bewegingen maken, je hoofd bewegen als je spreek, kort in- en uitademen, korte, stotende ‘euh’ wanneer je spreekt, lachen met alleen je boventanden, kort aankijken.
    Hogestatussignalen: voeten naar buiten gedraaid, veel ruimte innemen, gebaren van het lichaam af, vloeiende bewegingen maken, je hoofd stilhouden als je spreekt, diep in- en uitademen, langgerekte ‘euh’ gebruiken bij het spreken, lachen met veel tanden bloot, lang oogcontact houden.
    Kernwoorden bij drama: fantasie, creativiteit en zelfvertrouwen.
  • 2 Drama nader bekijken

  • Drama en de drie basisbehoeften:
    1. Autonomie: de kinderen mogen zelf in hoge maten beslissingen nemen bij drama. Hoe ouder ze worden, hoe meer de structuur wordt gegeven en hoe minder de inhoud.
    2. Competentie: Door een opbouwende benadering en applaus zullen de kinderen steeds zelfverzekerder zijn in hun dramaspel.
    3. Relatie: De kinderen moeten goed samen kunnen werken, maar ze moeten ook de leerkracht vertrouwen dat er een sociale veiligheid is bij drama.
  • Drama en coöperatief leren:
    1. Positieve wederzijdse afhankelijkheid: Ieder kind kan zijn/haar eigen unieke bijdrage leveren en zo in een groep tot een goed eindproduct komen.
    2. Individuele aanspreekbaarheid: De kinderen kunnen verbeteren in hun dramaspel, omdat de leerkracht de plus- en minpunten op een goede manier aan elke leerling kan vertellen.
    3. Directe interactie: De kinderen kunnen elkaar goed zien (bijvoorbeeld door in een kring te zitten) en hebben op deze manier goed contact onder de dramales.
    4. Aandacht voor de ontwikkeling van sociale vaardigheden en het groepsproces: Drama gaat om het ontwikkelen van inzicht en vaardigheden die met theater te maken hebben, maar via drama kunnen de kinderen ook veel leren over normen en waarden en het omgaan met elkaar.
  • Drama en directe instructie:
    1. Een goede structuur in de opbouw van de leerstof: Dit bestaat uit de tweedelige warming-upfase, een kern en een slot.
    2. Het juist niveau van de leerstof: Dit is afhankelijk van het pedagogisch werkklimaat, de sociale cultuur binnen de groep en de ontwikkelingsfase van de kinderen.
    3. Betekenis geven: Waarom de kinderen deze stof op dit moment leren, moet duidelijk zijn wanneer je de dramales geeft.
    4. Individuele aanspreekbaarheid: De kinderen kunnen verbeteren in hun dramaspel, omdat de leerkracht plus- en minpunten op een goede manier aan elke leerling kan meegeven als feedback.
    5. Zichtbaarheid: In het product en de nabespreking kun het leerproces betreft inzicht en spelontwikkeling meteen ontdekken.
    6. Motivatie: Wanneer de kinderen concreet weten wat de werkvorm inhoudt, zich kunnen verbinden met de inhoud van de les en de eerder genoemde basisbehoeften, zullen ze eerder mee willen doen met het dramaspel.
  • Drama en actief leren:
    1. Leren gericht op wendbaar gebruik: Het is belangrijk dat wat je bijvoorbeeld in de eerste warming-up doet, wordt meegenomen in de tweede warming-up en dat dat aansluit op de kern van de les.
    2. De betekenisvolle taak: De inhoud die je kiest voor een dramales moet voor de kinderen vanzelfsprekend relevant zijn en binnen hun belevingswereld vallen.
  • Drama en meervoudige intelligenties:
    1. Interpersoonlijke intelligentie: Wanneer de persoon goed met anderen om kan gaan, heeft vaak de leiding en kan goed rekening houden met de ander.
    2. Intrapersoonlijke intelligentie: Wanneer de persoon zichzelf en zijn/haar emoties goed kent, grote kans op zelfbewustzijn, goed inschattingsvermogen en vaker op de achtergrond te vinden is.
    3. Lichamelijk-motorische intelligentie: Wanneer de persoon bewust zijn/haar lichaam kan gebruiken, vaak goed met non-verbale communicatie, gebruikt beweging om iets op te lossen en leert veel van het doen.
    4. Verbaal-linguïstische intelligentie: Wanneer de persoon goed is met taal, mensen kan overhalen met zijn/haar woorden, goed verhalen kan vertellen en zich over het algemeen goed weet uit te drukken met woorden.
    5. Visueel-ruimtelijke intelligentie: Wanneer de persoon het beeld goed kan uitbeelden, veel denkt in beelden en kan onthouden door er een beeld bij te bedenken.
  • Vakspecifieke doelstellingen:
    - Inzicht ontwikkelen in de eigen spelkwaliteit en die van anderen.
    - Het ontwikkelen van kwaliteiten wat betreft spreken en spelen voor publiek.
    - Inzicht ontwikkelen in de verschillende werkvormen en het hanteren daarvan.
    - Het ontwikkelen van publieksgerichtheid en gevoel van toneelbeeld oftewel mise-en-scène.
    - Het ontwikkelen van gevoel voor en inzicht in dramatische vormgeving.
    - Het leren beoordelen wat theatraal waardevol is en wat niet.
    - Inzicht ontwikkelen in een dramatische lijn (een verhaal of presentatie helder kunnen opbouwen en er een goede afronding aan geven).
    - Het leren kijken naar en op waarde schatten van theatervoorstellingen voor kinderen.
  • Pedagogische doelstellingen:
    - Het ontwikkelen van vermogen tot samenwerken.
    - Het activeren van het vermogen tot inleving in anderen.
    - Het ontwikkelen van het vermogen om respect te hebben en te tonen ten opzichte van anderen.
    - Het stimuleren van fantasie en creativiteit.
    - Het ontwikkelen van communicatieve vaardigheden, zoals flexibiliteit betreffende eigen standpunten en gevoelens, benevens het helder en verstaanbaar verwoorden van standpunten en gevoelens (mondelinge taalvaardigheid).
    - Het vergroten van het fysieke bewustzijn, ter stimulering van de motoriek en ter bevordering van een effectieve communicatie.
    - Het ontwikkelen van verbale en non-verbale uitdrukkingsmogelijkheden.
    - Het vergroten van zelfstandigheid.
    - De bewustwording van eigen en andermans gedrag en  handelen binnen een sociale omgeving, wat neerkomt op het verhogen van de emotionele intelligentie (het zogenoemde EQ of emotioneel quotiënt).
    - Conflicthantering.
    - Het verlagen van de speldrempels en het vergroten van het zelfvertrouwen.
    - Het leren geven en ontvangen van feedback.
    - Het leren omgaan met eigen en andermans normen en waarden in een multiculturele samenleving.
    - Het vergroten van het concentratievermogen.
  • De verschillende taalaspecten bij drama:
    1. Drama en taal
    - Woordenschatuitbreiding: Kinderen leren elkaar nieuwe woorden of de leerkracht leer de kinderen door een themales nieuwe woorden.
    - Begrip van grammatica, bijvoorbeeld bijvoeglijke naamwoorden, voorzetsels en dergelijke door het formuleren van opdrachten en nabesprekingsvragen.
    2. Drama en eigen opstellen
    - Kinderen krijgen inzicht in de opbouw van een verhaal door de kernaspecten van de algemene verhaalstructuur te analyseren.
    - Opstellen kunnen worden geënsceneerd; de leerkracht legt in zijn begeleiding de accenten, zodanig dat de kinderen bij het schrijven van eigen verhalen beter uit de voeten kunnen.
    3. Drama en jeugdliteratuur
    De kinderen maken een top 3 van boeken. Op basis daarvan worden groepjes gevormd die allemaal een eigen boek vertegenwoordigen. Het mooiste fragment uit het boek kiezen ze en spelen ze na.
    4. Drama en poëzie
    - Tijdens het voordragen wordt extra op de presentatie gelet. Je kijkt dan naar houding, gebaar, mimiek, stemgebruik, etc.
    - De kleding moet aansluiten op het gedicht.
    - Bij het voordragen letten de kinderen op de sfeer door bijvoorbeeld licht, rekwisieten en muziek.
    - De inhoud van een gedicht kan ook het uitgangspunt zijn voor een in te studeren presentatie.
  • Aanwijzingen bij een dramales:
    - Thema's: Van dieren tot beroepen tot media.
    - Werkvormen: Van acteerspel tot improviseren tot opdrachtkaarten.
    - Materialen: Van handpoppen tot afbeeldingen tot verkleedkleren/maskers.
    - Duur: van 25 tot 45 tot 90 min.
  • Een leerlijn voor drama bestaat uit twee elementen:
    1. Werkvormen: Op elke leeftijd werk je hierin op een ander niveau.
    2. Aandachtspunten: Deze zijn cruciaal op te begrijpen hoe theater als kunstvorm werkt.
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Voorbeelden van vragen in deze samenvatting

Wat is een dubbele warming-up?
22
Beschrijf de instructie van een dramales;
22
Beschrijf de afsluiting van de dramales;
22
Noem 8 specifieke lesstructuren:
22
Pagina 1 van 6