Samenvatting Kabinetten, galerijen en musea

-
115 Flashcards en notities
3 Studenten
  • Deze samenvatting

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

Dit is de samenvatting van het boek "Kabinetten, galerijen en musea". De auteur(s) van het boek is/zijn Bergvelt, Ellinoor, Meijers Debora, Rijnders Mieke. Deze samenvatting is geschreven door studenten die effectief studeren met de studietool van Study Smart With Chris.

PREMIUM samenvattingen zijn gecontroleerd op kwaliteit en speciaal geselecteerd om je leerdoelen nog sneller te kunnen bereiken!

Samenvatting - Kabinetten, galerijen en musea

  • 1 De vorstelijke Kunst- und Wunderkammer

  • Waar gaat dit boek globaal over? (Inl p7)
    Over de geschiedenis van het verzamelen van zowel voorwerpen van kunst als objecten uit het rijk van de natuur. Het biedt een overzicht van verschillende soorten collecties die in de loop van de eeuwen zijn gevormd.
  • Waardoor wordt het onderwerp van het boek begrensd? (Inl p7)
    Geografisch: (vrijwel) geen verzamelingen van buiten Europa.
    Tijd: Oudste besproken verzamelingen zijn uit de tweede helft 14de eeuw (van Karel V, koning van Frankijk en van zijn broer Jean, hertog van Berry).
    De laatst besproken verzamelingen dateren uit de laatste decennia van de 20ste eeuw (Museum of Modern Art, NY; Musée National dÁrt Moderne. Centre Pompidou in Parijs; Tate Modern in London. Ook het in 2012 geopende Louvre-Lens).
  • Welke twee typen verzamelingen zijn er? (Inl p8)
    1. encyclopedische verzameling; bloei 16de-17de eeuw; doel is de totale kennis van de wereld te omvatten; eerste 6 hoofdstukken van dit boek;
    2. gespecialiseerde verzameling; domineert in de moderne tijd; overige hoofdstukken behandelen 4 gespecialiseerde verzamelingen: natuurhistorisch museum (h7), etnografische museum (h8), kunstnijverheidsmuseum (h9) en het kunstmuseum (h10-15)
  • Noem enkele verzamelmotieven (Inl p11-13)
    1 streven naar kennis (aard vd kennis was anders dan nu): vormen van alomvattende encyclopedie (bibliotheek en Kunstkammer als visuele bron van kennis met aanvulling van schriftelijke bronnen); Albertus
    2 behoefte aan decoratie en variatie (Albertus);
    3a middel om vorstelijke status te verwerven (De Medici);
    3b bron van genoegen en middel om keizerlijke waardigheid te weerspiegelen (keizer Rudolf II)
    4 creëren van een wereld in het klein, een microkosmos (Antoine Schnapper);
    5 Kunstkammer als visuele geheugensteun (Kaltemarckt);
    6a voorbeeldfunctie van afbeeldingen (Kaltemarckt);
    6b artistiek-ambachtelijk educatief motief: verzameling als leermiddel voor in kunst geïnteresseerden en aankomende kunstenaars;
    7 sieraad voor het hof en als bijdrage aan de luister ((Kaltemarckt);
    8 onderscheidend karakter van een Kunstkammer, verschaft bezitter eeuwige roem (Kaltemarckt);
    9 religieus motief
    Motieven om een verzameling op te richten zijn relatief goed gedocumenteerd.
  • Zwaartepunt in dit boek ligt bij het kunstmuseum (Inl p21) en de ontwikkeling daarvan in de 19de en 20ste eeuw. Aandachtspunten: samenstelling van de museale collecties, ordening en presentatie en de principes die daaraan ten grondslag liggen. De oorsprong ligt bij de vorstelijke verzamelingen in de 16de en 17de eeuw, maar het huidige kunstmuseum moet eerder gezien worden als een voortzetting van het instituut dat zich in de 19de eeuw ontwikkelde.
  • Wanneer was de eerste vermelding van een 'Kunstkammer'?
    1550 m.b.t. keizer Ferdinand I
  • Wanneer komt de term 'Wunderkammer' voor het eerst voor en waarin?
    1564-1566; in de kroniek van de graven von Zimmern
  • Wanneer en door wie en waarin werd er voor het eerst een onderscheid gemaakt tussen de begrippen 'Kunst- en Wunderkammer'?
    1565; Samuel Quiccheberg in zijn museumtheoretische werk Inscriptiones vel tituli theatri amplissimi (Opschriften of titels van het meest rijke theater).
  • Wanneer en waar komt de combinatie van Kunst- en Wunderkammer voor het eerst voor?
    1594 in het testament van Ferdinand II van Oostenrijk ivm zijn 'museum' in Schloss Ambras.
  • Wanneer en door wie werd het thema Kunst- en Wunderkammer voor het eerst wetenschappelijk behandeld?
    1908; Julius von Schlosser in Die Kunst- und Wunderkammer der Spätrenaissance.
  • Wat was de voorganger van de Kunst- und Wunderkammer?
    middeleeuwse schatkamer
  • 1.1 Voorlopers van de Kunst- und Wunderkammer

  • Waarom worden Koning Karel V en zijn broer Jean van het type verzamelaar uit de nieuwe tijd genoemd?
    Omdat zij behalve interesse voor het materiële aspect, ook interesse hadden voor de artistieke vorm, de inhoudelijke waarde en de wetenschappelijke en didactische functie van de voorwerpen.
  • 1.1.1 De verzameling van de hertog van Berry

  • Inventaris ingedeeld naar gebruik en materiaal, met precieze opgave van waarde en materialen, onderverdeeld naar herkomst. Deze objectgerichte zakelijkheid doet denken aan moderne ideeën over museumdocumentatie.
  • Welke voorwerpen zaten in de verzameling van de hertog van Berry?
    In de verzameling waren zowel onbewerkte naturalia als kostbare artificialia:
    • nadruk lag op eigentijds goudwerk (afb 1.2: Reliquiarium, Parijs, 1397);
    • antieke voorwerpen, zoals cameeën (afb 1.3: Gemma Augustea, 9/10 n Chr), geprezen door Filarete – Trattato di archtettura (1463-1464), gouden/zilveren munten en antiek vaatwerk;
    • wetenschappelijke instrumenten (kompas, kwadrant en klok);
    • curiosa, sinds eind 18de eeuw in de geringschattende betekenis gebruikt. Dit betreft minuscuul snijwerk, een beer van goud en email, spelen, wierookvaatjes, spiegels, enz.
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Voorbeelden van vragen in deze samenvatting

Welke twee typen verzamelingen zijn er? (Inl p8)
1
Waar gaat dit boek globaal over? (Inl p7)
1
Waardoor wordt het onderwerp van het boek begrensd? (Inl p7)
1
Noem enkele verzamelmotieven (Inl p11-13)
1
Pagina 1 van 28