Inleiding letterkunde literatuurgeschiedenis

by (1st)
ISBN-13 9789491465505
441 Flashcards en notities
3 Studenten

Studeer slimmer met eFaqt samenvattingen

  • Beschikbaar voor computer, tablet, telefoon en op papier
  • Vragen met antwoorden over de leerstof
  • Ongelimiteerde toegang tot 300.000 online samenvattingen
  • Tools voor slim studeren & timers voor betere resultaten

Bekijk deze samenvatting

PREMIUM samenvattingen zijn gecontroleerd op kwaliteit en speciaal geselecteerd om je leerdoelen nog sneller te kunnen bereiken!

Samenvatting - Inleiding letterkunde literatuurgeschiedenis

  • 1 Middeleeuwen en rederijkers

  • Het gaat vooral om afbakening: in tijd, in plaats en in genre
    Maar het gaat ook om de bronnen waarin deze literatuur is overgeleverd. En natuurlijk gaat het om de mensen die in de middeleeuwen leefden, dus om de maatschappelijke orde waarin zij verkeerden
  • 1.1 De middeleeuwen - wanneer was dat?

  • Historici laten de middeleeuwen over het algemeen beginnen in het jaar 500 na christus 
    - toen was het Romeinse Rijk uiteindelijk vernietigd door Germaanse aanvallen 
    - kort nadat keizer Constantijn het christendom tot de Romeinse staatsgodsdienst had verklaard
  • Beide gebeurtenissen worden als belangrijke ijkpunten gezien voor het begin van de middeleeuwen, want met het verdwijnen van het machtigste rijk in heel Europa was de politieke, economische en culturele situatie ineens volkomen veranderd: in plaats van de overheersende Romeinse cultuur konden nu de lokale culturen, zoals de Germaanse of Gallische, tot bloei komen, zonder zich aan de zeden en gebruiken van de veroveraars te moeten onderwerpen.


    -> in plaats van de klassieke veelgoderij klom het christendom op tot het enige geloof. Dit geloof drukte de middeleeuwen zo nadrukkelijk zijn stempel op, dat een afgrenzing ten opzichte van de klassieken met recht geplaatst kan worden omtrent het jaar 500
  • Waar wordt de grens tussen klassieken en middeleeuwen dus over het algemeen aan opgehangen?
    Aan belangrijke politieke en religieuze gebeurtenissen, die zowel in de tijd samenvallen als op grote schaal invloed hebben op de ontwikkeling van volkeren woonachtig op een heel continent 
  • Rond 1500 vonden eveneens een aantal belangrijke gebeurtenissen plaats, vergelijkbaar ijkpunt voor het einde van de middeleeuwen. 
    Noem 3 gebeurtenissen
    1. De uitvinding van de boekdrukkunst met losse letters van Gutenberg in 1452
    (Daarvoor op 1 houtblok, eenmalig) dit was goedkoper en sneller, kon dus aan meer mensen verkocht worden
    2. Publicatie van 95 stellingen van Maarten Luther, in 1517. Het geloof begeleidde de mensen hun gehele leven. Maarten Luther maakte gebruik van de boekdrukkunst en dat leidde uiteindelijk tot de splitsing van de kerk in een katholieke en een protestantse belijdenis
    3. Het betreft het wereldbeeld van de middeleeuwers: omtrent de aard en de afmetingen van de continenten die zij kenden. In 1492 de ontdekking van Amerika door Columbus. Het oude wereldbeeld moest grondig worden herzien.
  • Deze grote gebeurtenissen zijn van groot belang, en wel op internationaal niveau. Rond 1500 viel dus een opeenstapeling van gebeurtenissen te constateren die tot de conclusie kon leiden dat de middeleeuwen op dat moment echt afgelopen waren
  • De tijd na circa 1500 verschilde zo zeer van de tijd voor 1500,  met betrekking tot het middeleeuwse wereldbeeld, de cultuur, de wetenschap en het geloof, dat zij eenvoudig niet meer 'middeleeuws' genoemd kan worden
    .
  • Deductie historicus Jauss heeft in dit verband het begrip alterität, het anderszijn ingevoerd
    Hij definieert alterität als belangrijkste kenmerk voor bepaalde periodes: men kan pas echt van een nieuw tijdperk spreken als het zozeer van het voorgaande verschilt dat het met het daarbij behorende instrumentarium van termen en definities nietmeer adequaat beschreven kan worden

    -> dankzij Jauss definitie kan men over ontwikkelingen spreken die niet aan jaartallen gebonden zijn, maar die vooral als verschijnselen begrepen worden die in een bepaalde tijd hebben plaatsgevonden
  • Waarom kan men de grenzen van de periode 'middeleeuwen' niet precies op bepaalde jaren vastleggen?
    De grenzen zijn niet precies vast te leggen omdat er steeds sprake is van bepaalde ontwikkelingen die niet op een jaar of een decennium dateerbaar zijn. Men kan niet zeggen dat in een bepaald jaar alles totaal veranderd is
  • 1.2 Maatschappelijke orde

  • tussen 500 en 1500 zijn er veel ontwikkelingen gaande, ook wat de maatschappelijke orde betreft
    de europese maatschappij was vooral gebaseerd op akkerbouw en veeteelt. Landbezit speelt een grote rol
  • er bestonden hierarchische verschillen tussen de mensen; van oudsher kende men de verschillen tussen maatschappelijke groepen, de standen.
    Men ging ervan uit dat deze maatschappelijke orde ooit door God gecreeerd was . Het was weliswaar mogelijk om binnen een stand meer status te verwerven en andersom, maar echt wisselen van stand was zeer moeilijk, want dat ging in tegen Gods wil
  • de vroegmiddeleeuwse maatschappij kende drie standen
    1. de geestelijkheid of clerus, die stond in de hierarchie bovenaan omdat zijn leden, de clerici, voor het zilenheil van de mensen moesten zorgen, onder meer door voor hen te bidden en hen de biecht af te nemen. 
    -> het doel was; een leven na de dood in de nabijheid van God, zoals de Bijbel het verkondigde.
    Geschreven teksten waren zeer belangrijk, omdat alle kennis over de Bijbel, de uitleg daarvan en alle teksten die men voor de mis nodig had op schrift vastgelegd was. Zo kon de kennis die de geestelijken over een lange tijd hadden verzameld, worden bewaard en doorgegeven.

    2. de  adel, beschikte over de wereldlijke macht. Edellieden waren niet alleen bekwaam in politieke zaken, maar ook in de krijgskunst. Hun leven speelde zich in vredestijden af op de vorstenhoven. De vorsten heersten over hun grondbezit
    -> veel edelen konden lezen en schrijven, maar dit te kunnen was niet zo vanzelfsprekend als bij de clerici

    3. de boeren; veel groter dan de eerste 2 standen samen, meer dan 90 procent van de bevolking was boer en bijnadoorgaans ongeletterd. Boer bleef men een leven lang, want verandering van stand was zo goed als uitgesloten
  • in de eerste twee standen was het makkelijker van stand te veranderen, want edellieden konden bijvoorbeeld wel geestelijke ambten vervullen, terwijl geeeestelijken vaak van adel waren. 
  • de verhoudingen tussen de standen waren precies geregeld, in het bijzonder wanneer het om de relatie tussen hogere en lagere adel ging, respectievelijk tussen adel en boeren.
    de regels voor de omgang met elkaar werden vastgelegd in het leenstelsel 
  • de basis van het leenstelsel lag in de verdeling van bezit en de relatie tussen mensen die zich daaruit afleidde.
    wie grondbezit had (de leenheer, meestal van hoge adel, maar ook ranghoge geestelijken) kon dit aan een of meer personen geven om dat bezit in zijn opdracht te beheren.
    Deze leenmannen of vazallen (meestal van lagere ade) mochten relatief vrij beslissen wat op hun land gebeurde. Ze konden zelf weer een stuk aan vrije boeren geven voor wie zij dan de leenheer waren, of ze waren in bezit van horigen, boeren die een status haadden die op die van slaven leek. Die moesten uitsluitend voor de leenheer op zijn grond werken.
  • Vrije boeren kregen een eigen stuk land en moesten naast het werk daar ook op het land van de leenheer werken en een deel van de eigen opbrengst aan hem geven (meestal een tiende deel, vandaar de 'tiende')
    .
  • de leenmannen waren door een eed van trouw aan hun leenheer gebonden
    op die manier stelde men veilig dat zij niet uit eigen motieven tegen het belang van hun leenheer in zouden werken. Zij waren verplicht tot consilium et auxilium, dus om de leenheer met raad (vb in politieke zaken) en daad (vb in de oorlogsvoering door het leverenvan soldaten) te ondersteunen. In ruil voor de diensten van de leenmannen moest de leenheer zijn vazallen beschermen (vb bij aanvallen door een vijand) en rechtvaardig over hen heersen
  • Het systeem werkte vooral daar waar grondbezit met macht gelijkgesteld was en waar niet veel geld in omloop was.
    macht over grond en daarmee over de mensen te krijgen die daar leefden, was een belangrijke drijfveer voor het voeren van oorlogen. 
  • een vreedzame manier om zijn grondbezit uit te breiden, was daarentegen gelegen in een kloeke huwelijkspolitiek. Familiebanden tussen leenheren garandeerden dat men elkaar niet aanviel en dat men elkaar hielp als een derde een aanval op hen plande.
    dit stelsel bleef eeeuwen door stabiel, tot er vanaf de 12e verandering in kwam met de opkomst van de steden. 
  • met het verkrijgen van stadsrechten kregen de steden het recht om zichzelf te beheren zonder al te zeer afhankelijk te zijn van de vorst. En bovendien wie in een stad leefde, was vrij, waardoor een leven in de steden voor boeren, vooral voor horigen, uitermate aantrekkelijk werd
    in de steden ontstond de nieuwe stand van de burgerij. Burgers verdiende hun geld vaak als kooplieden. Vooral de vlaamse steden werden al vroeg rijk dankzij hun uitstekende handelsverbindingen, en daardoor werden ze machtig. 
  • de middeleeuwers hechtten aan een vaste, hierarchische orde van de samenleving, uitgedrukt in de standenmaatschappij. Binnen een stand kon men opklimmen naar invloedrijkere posities. Toch was het niet vanzelfsprekend dat iemand die ooit bijvoorbeeld koning was geworden, dat ook voor alle tijd zou blijven, want snel kon het weer voorbij zijn met macht en invloed. Hoe wisselvallig het lot was, maakten middeleeuwers graag duidelijk met behulp van het 'rad van fortuin'
  • de afbeelding toont zo een rad. De persoon achter het raddd is Fortuna, dus het geluk of het lot en naamgever voor de afbeelding. Op het rad zelf wordt het verhaal verteld van 1 persoon. Leg uit wat de afbeelding precies laat zien
    de afbeelding toont hoe wisselvallig het lot kan zijn; wie nu koning is, kan zijn macht verliezen en diep vallen, maar hij kan ook weer uit het diepe dal opstijgen naar nieuwe macht. Het ligt allemaal in de handen van het lot dat actief het rad draait. De mens heeft er geen invleod op maar ondergaat de invloed van het lot
  • geef aan in hoeverre het 'verhaal' achter deze afbeelding overeenkomt met de idee dat de maatschappelijke orden van God gewild is.
    god heeft bepaald wie de machgt heeft en wie tot welke stand behoort. Ook daarop heeft demens dus geen invloed. Hij moet ondergaan wat God en het lot voor hem hebben bedacht.
Lees volledige samenvatting
Maak nu je eigen eFaqt account aan voor toegang tot deze en duizenden andere hoge kwaliteit samenvattingen.

Voorbeelden van vragen in deze samenvatting

Het gaat vooral om afbakening: in tijd, in plaats en in genre
3
Historici laten de middeleeuwen over het algemeen beginnen in het jaar 500 na christus 
3
Waar wordt de grens tussen klassieken en middeleeuwen dus over het algemeen aan opgehangen?
3
Rond 1500 vonden eveneens een aantal belangrijke gebeurtenissen plaats, vergelijkbaar ijkpunt voor het einde van de middeleeuwen. Noem 3 gebeurtenissen
3
Pagina 1 van 51