Inleiding in de psychologie

by (4)
575 Flashcards en notities
44 Studenten
  • Deze samenvatting
  • +380.000 andere samenvattingen
  • Een unieke studietool
  • Een oefentool voor deze samenvatting
  • Studiecoaching met filmpjes
Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

PREMIUM samenvattingen zijn gecontroleerd op kwaliteit en speciaal geselecteerd om je leerdoelen nog sneller te kunnen bereiken!

Samenvatting - Inleiding in de psychologie

  • 1 Wat is psychologie

  • Welke 3 bronnen van kennis benoemt Brysbaert als oorzaak voor het globaal en stereotiep beeld over psychologen dat in de samenleving lijkt te leven?
    1. Populaire boeken die vaak door pseudopsychologen geschreven zijn en zelden bijdragen aan een beeld van Psychologie als wetenschap.
    2. Films en boeken waarin 'de psycholoog' figureert.
    3. Verslaggeving over misdaad en rechtszaken waarbij geoordeeld moet worden over toerekeningsvatbaarheid en verzachtende omstandigheden.
  • psychologie
    de wetenschap die gericht is op het bestuderen van de aard en de mogelijke oorzaken van de gevoelens, opvattingen, wensen en gedragingen van mensen.
  • welke vier kenmerken heeft dit boek?
    Het beoogt: de klassieke theorieën over psychologie over te brengen, het beoogt een goed beeld te schetsen van de recente ontwikkelingen, het beoogt een overzicht te geven van de stavaza in de benelux, ze hebben ook gepropbeerd zo min mogelijk referentie materiaal te gebruiken op de traditionele manier.
  • klinische psychologie

    •diagnostiek en behandeling van mensen met mentale- en gedragsproblemen
    •Bijvoorbeeld relatieproblemen, depressie, angststoornis
  • ontwikkelingspsychologie

    •Bestudering van de lichamelijke en geestelijke ontwikkeling van mensen vanaf de geboorte tot met de ouderdom
  • sociale psychologie

    •Bestudering van de invloed van de socialeomgeving op ons denken, voelen en handelen.
    •Maw hoe gedragen we ons als er anderen bij zijn?
    •Hoe ontwikkelen relaties tussen mensen zich?
  • arbeids- en organisatiepsychologie

    •Bestudering van het gedrag van mensen in werk situaties en hoe dit gedrag beinvloed word door kenmerken van het werk of de werksituatie
  • functieleerpsychologie

    •Onderzoekt de psychologischefuncties van mensen, zoals het denken, voelen, bewegen, geheugen, leren, waarnemenenaandacht.
    •Vb: de invloed van alcohol op rijgedrag
  • gezondheidspsychologie

    •Bestudering van relatie tussen omstandigheden en gedragen de gezondheid van mensen
    •Vb: relatie voeding en gezondheid, bewegen en gezondheid, stress en gezondheid
  • mediapsychologie

    •Bestudeert de invloed van media op onsgedrag
  • wat zijn doelen van een psychologisch onderzoek?

    •Beschrijven en classificeren (wat is het gedrag?)
    •Verklaren (waardoor wordt het veroorzaakt?)
    •Voorspellen (wat betekent dit voor toekomstig gedrag?)
    •Effecten bepalen
  • methoden van psychologische onderzoeken

    •Observatie
    •Interviewen
    •Vragenlijsten
    •Tests
    •Fysiologischemetingen (bijvhersengolven)
    •Documentenstudie/desk research 
  • 3 oorzaken van gedrag
    - biologische oorzaken
    - omgevingsfactoren
    - psychologische factoren
  • biologische oorzaken van gedrag (aanleg)

    •Hersenbeschadiging
    •Hersenafwijking
    •Hormonen
    •Erfelijkheid/genen
    •Zwangerschap
  • omgevingsfactoren bij gedrag

    •Opvoeding
    •Gezinssituatie
    •Buurt
    •School (klasgenoten, docenten)
    •Verenigingen
  • psychologische oorzaken bij gedrag

    •Motivatie en volharding om optimale uit potentie te halen.
    •Ervaringenen de manier waarop die verwerkt worden zijn van invloed op de manier waarop we tegen anderen en de wereld aankijken
    –De keuzes die je maakt
    –Hoe je de wereld ziet en daarop reageert
  • functies van emoties: angst
    veiligheid
  • functies van emoties: boosheid
    afweer
  • functies van emoties: vreugde
    je prettig voelen
  • functies van emoties: verbazing
    orienteren
  • functies van emoties: interesse
    ontdekken
  • wat is een emotie? (3 componenten)

    •Cognitieveaspecten (gedachten, nietzichtbaar)
    •Lichamelijkereacties (deelszichtbaar)
    •Gedrag (zichtbaar) 
  • 7 elementaire emoties
    1. boosheid
    2. verbazing
    3. teleurstelling
    4. verdriet
    5. minachting 
    6. blijdschap
    7. angst 
  • emotie theorieën: Nico Frijda
    “Emoties initiëren een actietendens; een tendens om iets te veranderen in de omgeving of juist om niets te doen en zich terug te trekken. “
    “Een emotie wordt veroorzaakt door een gekleurde (niet objectieve) waarneming.“
  • emotie theorieën: james- lange theorie
    emoties of gevoelens volgen op de   gewaarwording of beleving van deze   lichamelijk reacties
      DUS: eerst fysieke reactie dan emotie
  • emotie theorieën: cannon bard theorie

    1.Eerst een gebeurtenis/ situatie (valsehond)
    2.Dan pas een emotie en tegelijkertijd de fysieke reactie (angst en zweten)
  • RET-RationeelEmotieveTheorie

    1.Mensen kunnen denken en redeneren.
    2.Mensen voelen zoals ze denken.
    3.Irrationele ideeën zorgen voor negatieve gevoelens.
    • over de invloed van ons denken op het gedrag
  • sigmund freud theorie

    ►Twee aangeboren drijfveren:
    –Seksualiteit > liefde, sensualiteit, seksuele gedragingen, streven naar plezier en hechten aan anderen.
    –Agressie > schade en vernietiging
    ►Hoe gaan mensen met die drijfveren om? àPersoonlijkheidsstructuur:
    -Id (Es)
    -Ego (Ich)
    -Superego (Uber-ich)
  • kenmerken freud theorie: Id/Es

    –Onbewust
    –Primitief
    –Impulsief
    –Streeft naar onmiddelijke bevrediging van de drijfveren seksualiteit en agressie (lustprincipe)
    –Reeds bij geboorte aanwezig
  • kenmerken freud theorie: ich

    –Grotendeelsbewust
    –Zoekt naar midden weg(regulering) tussen id en superego, tussen driften en sociale omgeving
    –Bevat cognitieve functies, ratio
  • kenmerken freud theorie: uber ich

    –Zowel bewust al onbewust
    –Bevat morele lessen van ouders, maatschappij
    –Aangeleerd
    –“Geweten” (onderscheid goed en kwaad)
    –Beoordelendeinstantie
    –Ik-ideaal (streven naar ideale zelf)
    –Vanafongeveer 5 jaarontwikkeld
  • afweermechanismen

    –Verdringing (vbeen trauma)
    –Ontkenning
    –Rationalisatie (goedpraten)
    –Projectie (onacceptabel gedrag op iets of iemand anders projecteren)
    –Reactievorming (tegengesteld gedrag)
    –Verplaatsing (bv van een persoon naar voorwerp)
    –Sublimatie (omzetten in positiviteit)
  • 3 temperamenten

    –Activiteit: energieniveau (actief vs inactief)
    –Emotionaliteit (gevoelsmatig vs rationeel)
    –Sociabiliteit (op contact gericht vs terughoudend)
  • the big 5 theorie

    ►De theorie van de Big Five geeft vijf dimensies waarmee het karakter, ofwel de persoonlijkheid, van personen beschreven kan worden door van elk van die dimensies aan te geven of die meer of minder van toepassing is op die persoon.
  • psychopathologie

    •Psychopathologie is de leer van de psychische ziekte (geestelijk en psychologisch) of psychisch lijden  
  • psychodiagnostiek

    •Psychodiagnostiek is het uitzoeken van wat er aan de hand is met een persoon. Het omvat een breed scala aan handelingen:
    –Gesprek met de persoon
    –Soms een gesprek met familieleden
    –Testen en vragenlijsten
    –Observatie
  • DSM- 5

    •DSM 5 is een handleiding voor psychische stoornissen
    •Omvat definities, symptomen, meetwijzen en criteria om stoornis vast te kunnen stellen
  • bordeline

    -Instabiliteit
    -Impulsiviteit
    -Onvoorspelbaar gedrag
    -Lage frustratie drempel
    -Zwart-wit denken
    -Extreem reageren
    -Moeite met het onderhouden van relaties
  • waarnemingen van anderen

    •Etiketteren: snel karakteriseren (globaal persoonsschema)
    •Categoriseren: eigenschap geven op basis van welke groep je behoort- (ambtenaren, allochtonen) of welke kleding iemand draagt. Individuele verschillen tussen mensen worden genegeerd- al die mensen zijn hetzelfde
    •Vooroordelen: oordeel over eigenschappen staat al bij voorbaat vast, zonder bewijs 
  • waarnemingen van jezelf

    –Positief gedrag van jezelf wordt toegeschreven aan je eigen kwaliteiten
    –Negatief gedrag van jezelf komt door de omstandigheden
  • functies sociale relaties

    1.Informationele steun
    2.Instrumentele steun
    3.Waardering en steun
    4.Emotionele steun
  • interpersoonlijk attractie: wat bepaald dat wij vrienden/verliefd worden?

    –Nabijheid en contact
    –Aantrekkelijkheid
    –Gelijkheid
  • conformisme

    •De neiging van mensen om gedragingen, houding en meningen van andere groepsleden over te nemen
    •Wie blijft afwijken wordt als deviant gezien en wordt buiten de groep geplaatst.
  • kans op conformisme is het grootst als:

    •De rest van de groep unaniem is
    •De meerderheid een grote groep is
    •Het verkeerde antwoord niet heel erg afwijkt van het juiste antwoord
    •De proefpersoon denkt dat de andere groepsleden deskundig zijn/ogen
    •De antwoorden openlijk moeten worden gegeven, dus niet anoniem
  • 2 groeispurten vanaf de geboorte:

    -Eerste 2 levensjaren; hoofd groeit het snelst
    -Tijdens de puberteit Motorische ontwikkeling gaat van grof (benen, armen, hoofd) naar fijn (gebruik handen)
  • morele ontwikkelingen (vanaf 2 jaar)

    •Gevoelens van schuld, schaamte en trots komen tot stand
    •Kennis van goed en kwaad
    •Stadia:
  • perceptuele ontwikkeling

    -Tastzin en zuigreflex: al bij geboorte goed ontwikkeld
    -Reuk en smaak: Voorkeur voor zoet boven zuur en bitter. Ontwikkeling van eenvoudig naar complex.
    -Zicht: eerst nog nauwelijks (max halve meter), maar verbetert tijdens eerste levensjaren, zodat steeds meer details worden onderscheiden
    -Ruimte (diepte zien)- met 6 maanden ontwikkeld
  • taalontwikkeling

    -Pre linguale ontwikkeling: klanken maken (kirren en brabbelen)
    -Vroeg linguale ontwikkeling: peuter leert allerlei woorden
    -Differentiatie periode: woorden worden tot zinnen samengevoegd (vanaf 3 jaar)
    -Rond 5 a 6 jaar heeft woordenschat veel overlap met volwassenen
  • zelfbesef

    -Ontwikkeld rond 2 jaar
    -De kennis over de eigen kenmerken en kwaliteiten bepaalt het zelfbeeld
  • puberteit

    -Verhoging productie geslachtshormonen
    -Geslachtsgebonden groei
    -Grote groeispurt: op eind is volwassen lengte bereikt
    -Geslachtsgebonden groei
    -Vragen over eigen identiteit en zelfstandigheid
    -Sterk gevoelig voor oordeel peers- meeloopgedrag
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Voorbeelden van vragen in deze samenvatting

Noem een reden waarom de psychologie moeilijk van de grond kwam.
4
Descartes; van welke 2 principes ging hij uit en wat betekende deze?
4
Waarmee heeft Descartes nog meer invloed gehad op de ontwikkelingen?
4
Waarom was Darwins theorie belangrijk voor de psychologie?
4
Pagina 1 van 143