Hoorcolleges Goederenrecht

by
111 Flashcards en notities
1 Studenten

Studeer slimmer met eFaqt samenvattingen

  • Beschikbaar voor computer, tablet, telefoon en op papier
  • Vragen met antwoorden over de leerstof
  • Ongelimiteerde toegang tot 300.000 online samenvattingen
  • Tools voor slim studeren & timers voor betere resultaten

Bekijk deze samenvatting

PREMIUM samenvattingen zijn gecontroleerd op kwaliteit en speciaal geselecteerd om je leerdoelen nog sneller te kunnen bereiken!

Samenvatting - Hoorcolleges Goederenrecht

  • 1 Verhaal en voorrang algemeen

  • Seminaar Privaatrecht 1.

     

    Wij gaan ons verdiepen in het zekerhedenrecht. We richten ons op 1 specifiek goederenrechtelijk recht: zekerheidsrechten als pandrecht, eigendomsvoorbehoud, reclamerecht, retentierecht, hypotheek, fiscus etc. Daarna gaan we over op genotsrechten in de laatste weken.

     

    Eggens: “In waarheid geldt de eigendom – als rechtsbetrekking van persoon tot zaak – in de

    rechtsbetrekkingen van die persoon (als eigenaar betrokken) tot andere personen, en wel als de betrekkingen tot die anderen bepalend, en wel aldus bepalend dat in en door (middel van) de eigendomsbetrekking het subject daarvan zich tot de andere verhoudt als eigenaar tot niet-eigenaren van de betrokken zaak.”

     

    Wat is er anders/ moeilijker aan het goederenrecht dan het verbintenissenrecht? Het ziet op rechten die mensen op goederen hebben en niet op rechten tegenover anderen. Je hebt als persoon een rechtsbetrekking tot een zaak, niet tot andere personen.

     

     

    Belang goederenrecht weergegeven door middel van arresten Nebula en Megapool.

  • Arrest HR 3 november 2006, NJ 2007 155 (Nebula)?

    Nebule à Econ. Overdracht à Donkelaar à Econ.Overdracht à Walton  à Huur Mulders/Welleman

    > 24/12/91 Economische eigendomsoverdracht Nebula-Donkelaar

    > 27/12/91 Economische eigendomsoverdracht Donkelaar-Walton

    > 23/03/99 Faillissement Nebula

    > 01/07/00 Verhuur WaltonMulders/Welleman

    > Curator vordert ontruiming van Mulders en Welleman

    > Mulders en Welleman beroepen zich op Waltons gebruiksrecht

     

    Vennootschap Nebula is eigenaar van een winkelpand in Amsterdam. Ze draagt op 24-12-1991 de economische eigendom over aan Donkelaar Supermarkt vennootschap, Donkelaar is gerechtigd om het huis te gebruiken, verkopen etc. Donkelaar draagt de economische eigendom vervolgens over aan vennootschap Walton op 27-12-1991 (Walton had de sleutels daardoor en kon ermee doen wat hij wilde). Op 23-03-1999 gaat Nebula failliet. De juridische eigendom zit nog steeds bij Nebula. Op 01-07-2000 verhuurt Walton de bovenwoning aan Mulders en Welleman, twee huurders. Deze twee betalen de huur aan Walton. De curator ontdekt dat het pand in de boedel valt, de juridische eigendom is namelijk nooit overgedragen en dus is de failliet eigenaar van het pand. De curator vordert van Mulders en Welleman dat zij het pand ontruimen, curator beroept zich op 5:1 eigendom. Maar de twee heren zeggen dat ze recht hebben op het huren van het pand ivm huurovereenkomst. Walton was bevoegd om het pand te verhuren ivm de overeenkomst met Nebula. Ze beroepen zich op Waltons gebruiksrecht. De economische eigendomsoverdracht geldt namelijk nog steeds. Het is een regel dat het contract bestaat, zo zegt ook de Fw.

    Hof: de twee heren kregen gelijk en de vordering van de curator werd afgewezen.

     

    Wat is het oordeel van de HR in het arrest Nebula?

    Maar de HR gaat de andere kant op:

    > overeenkomst blijft bestaan;

    > maar dat betekent niet dat de wederpartij zijn rechten kan uitoefenen alsof er geen faillissement was.

    > Beginsel van gelijkheid van schuldeisers brengt mede dat wederpartij geen voortgezet gebruik kan verlangen.

    > Mulders en Welleman moeten ontruimen.

    De overeenkomst blijft bestaan, maar de twee heren hebben een vordering; een verbintenisrechtelijk recht. De heren hebben een overeenkomst, maar dat wil nog niet zeggen dat Walton die rechten kan uitoefenen alsof er geen faillissement was. Het beginsel van gelijkheid van schuldeisers brengt mee dat de wederpartij geen voortgezet gebruik kan verlangen. Dus Walton en indirect Mulders en Welleman, kunnen niet verlangen van de curator dat ze er mogen blijven zitten. Ze moeten ontruimen. Er wordt dan schade geleden omdat Walton wel recht had op het pand, maar er zat niets goederenrechtelijks aan. Je moet je schade maar indienen in het faillissement en dan krijg je voldaan wat iedereen voldaan krijgt: niets. Een concurrente schuldeiser krijgt namelijk een uitkeringspercentage van minder dan 4,5 % als het mee zit.

     

    Uit Nebula zijn 3 dingen te leren:

    §         het is van belang om een goederenrechtelijk recht te hebben. Alleen een verbintenisrechtelijk recht is zwak.

    §         beginsel van gelijkheid van schuldeisers komt hier aan de orde. 277 Fw. Het beginsel gaat veel verder dan het paritas creditorum.

     

    §         belangrijk om kennis te hebben van het goederenrecht. Hadden ze hun positie beter kunnen bepalen.

  • Wat is het oordeel van de HR in het arrest Nebula?

    Wat is het oordeel van de HR in het arrest Nebula?

    Maar de HR gaat de andere kant op:

    > overeenkomst blijft bestaan;

    > maar dat betekent niet dat de wederpartij zijn rechten kan uitoefenen alsof er geen faillissement was.

    > Beginsel van gelijkheid van schuldeisers brengt mede dat wederpartij geen voortgezet gebruik kan verlangen.

    > Mulders en Welleman moeten ontruimen.

     

    De overeenkomst blijft bestaan, maar de twee heren hebben een vordering; een verbintenisrechtelijk recht. De heren hebben een overeenkomst, maar dat wil nog niet zeggen dat Walton die rechten kan uitoefenen alsof er geen faillissement was. Het beginsel van gelijkheid van schuldeisers brengt mee dat de wederpartij geen voortgezet gebruik kan verlangen. Dus Walton en indirect Mulders en Welleman, kunnen niet verlangen van de curator dat ze er mogen blijven zitten. Ze moeten ontruimen. Er wordt dan schade geleden omdat Walton wel recht had op het pand, maar er zat niets goederenrechtelijks aan. Je moet je schade maar indienen in het faillissement en dan krijg je voldaan wat iedereen voldaan krijgt: niets. Een concurrente schuldeiser krijgt namelijk een uitkeringspercentage van minder dan 4,5 % als het mee zit. 

  • Had Walton in het arrest Nebula zijn positie kunnen verbeteren?        

    Wat had Walton moeten doen op het moment van economische eigendomsoverdracht. Ze hadden een hypotheekrecht moeten hebben om op terug te vallen. Nebula en Walton zouden moeten afspreken: als ik niet een eigendom geleverd krijg als ik er om vraag dan ben je mij een boete verschuldigd van wat het pand ook waard is. En voor die boete vestig je dan een hypotheekrecht. Als je dan met een faillissement te maken krijgt, heb je de mogelijkheid om de boete te verhalen op dat pand. Dan is er nog een andere mogelijkheid, maar die komt in een volgend college. 

  • Nog een arrest van rechtbank Leeuwarden om het belang van het goederenrecht duidelijk te maken: Er was een schuldsanering (lees hier: faillissement).

    Electronics partners retail (EPR) hebben diverse ondernemingen onder zich, zo ook de onderneming van Troelstra. Troelstra (betrokkene 1) gaat failliet.

     

    Troelstra kocht zijn spullen van de contractleveranciers. EPR verleende faciliteiten op dit gebied, zie r.o. 2.5. De leverancier is verplicht steeds een eigendomsvoorbehoud te bedingen. Dus als er dingen aan Troelstra worden geleverd is dat met eigendomsvoorbehoud. EPR zorgde voor de betalingen en deed dat voor de leveranciers, en zou dit uiteindelijk bij Troelstra halen. Het eigendomsvoorbehoud is een opschortende voorwaarde van betaling. EPR betaald de leveranciers die dus geen vordering meer hebben. Het voorbehoud vervalt omdat de leveranciers geen vordering meer hebben. Troelstra wordt eigenaar en EPR staat met lege handen want hij kan het eigendomsvoorbehoud niet hebben gekregen. Ze hadden dus uiteindelijk geen zekerheidsrecht en moesten aansluiten bij de andere schuldeisers. 

  • Verhaal en voorrang algemeen

  • Wat doe je als je verhaal hebt? Situatie: A leent X 20.000, zodat X een auto daarvan kan kopen. X had al een huis en een bankrekening. X betaald A niet terug. Wat nu?  

    Tussen A en X bestaat een verbintenis. X betaald niet en A heeft automatisch het materiele recht op betaling van 20.000. 3:276 BW zegt dat A kan verhalen op alle goederen van X/schuldenaar. Dus hij kan beslag leggen onder de bank of op het huis. X staat in met zijn gehele vermogen. 

  • Wat kun je halen uit 3:276?

    §      iedere schuldeiser (contract gesloten of uit onrechtmatige daad dus uit de wet ontstaan of belastingschuld die ontstaat ook uit de wet: allen hebben het recht dat 3:276 hen geeft) heeft een verhaalsrecht. Als je een verbintenis hebt, heb je een verhaalsrecht en

    §      dat kun je uitoefenen op alle goederen  

     

    §      van de schuldenaar. Niet van iemand anders, van de ouders of suikertante van de schuldenaar bijv.  

  • Uitzonderingen 3:276? Er zijn schuldeisers die zich niet op gehele vermogen de schuldenaar kunnen verhalen of zich helemaal niet kunnen verhalen? 

    §      Denk aan een natuurlijke verbintenis; iemand die zijn vordering laat verjaren. Het materiele recht is niet weg, maar hij kan niet meer worden afgedwongen.

    §      Soms kun je je niet op alle goederen verhalen. Misschien hebben A en X afgesproken dat ze zich niet op elkanders huis zullen verhalen. Of art. 447 Rv: je kunt geen beslag op het bed leggen.

    §      Sommige schuldeisers, bijv de fiscus, kunnen soms jouw vermogen uitwinnen voor schulden van je buurman (komt in week 7 aan bod). Het bodemrecht.  

     

    §      Retentor: als je een retentierecht hebt kun je je soms op de goederen van een derde verhalen. 

  • Arrest Megapool HR 12 april 2013 NJ 2013,224?

    Megapoolpas waarmee je ook pas na 6 maanden hoefde te betalen. Maar langer dan 6 maanden betekende rente betalen. Financieringsmaatschappij Laser betaalde dan Megapool en als de klant na 6 maanden niet betaalde, betaalde de klant rente aan Laser. Megapool bracht zo veel klanten aan bij Laser en kreeg daarover commissie om de zoveel tijd. Contract M en L bevatte een vreemde bepaling: M heeft recht op provisie, maar in bepaalde omstandigheden niet, zo ook niet als M failleert.

    M ging failliet en de curatoren constateren dat ze een vordering van 2 miljoen hebben op L. Hadden ze die afspraak in de overeenkomst kunnen/mogen maken?

    Wat is het goed van 3:276; alle goederen? Het is een vordering met een vlek, een vordering onder ontbindende voorwaarde. Namelijk je hebt 2 miljoen te vorderen onder de ontbindende voorwaarde dat je failliet wordt verklaart.

    Hof: niet in strijd met 3:276. HR was het eens met het Hof. Voorwaarde is in werking getreden, dus de vordering is weg. Maar HR zegt deze vordering kan een inbreuk geven op 20 Fw (gehele vermogen valt onder faill., dus schuldeisers kunnen verhalen op het gehele vermogen). Een afspraak zoals hier tussen M en L kan inbreuk opleveren op 20 Fw. Het is makkelijk om zo’n afspraak te maken voor M, want zelf ben je dan failliet en zal het jou een zorg zijn wie het geld krijgt.

     

    Strijd met 3:40 BW. Nietigheidsleerstuk. 

  • A heeft 20.000 te vorderen van X en B 10.000. X heeft een auto en die wordt executoriaal beslagen door A en B. Auto brengt op 15.000. Wie krijgt wat?

    Wijze van verhaalsuitoefening buiten faillissement

    §      Executoriale titel is vereist, art. 430 Rv.

    §      Daarna kun je executoriaal beslag leggen, art. 439 Rv.

    §      Vervolgens komt er een openbare verkoop (roerende zaken), art. 463 Rv 

    §      De opbrengst wordt verdeeld tussen de schuldeisers, art. 480 Rv. Soms zijn er meerdere schuldeisers en hier komt de paritas creditorum aan de orde zoals die in art. 3:277 lid 1 BW is geregeld. De opbrengst wordt verdeeld naar evenredigheid van ieders vordering. Behoudens wettelijke regels van voorrang.

    §      Voorbeeld A en X: Stel de opbrengst van de auto is 15.000. Verdeling schuldeiser A (20.000) en B (10.000) zal dan zijn: A ontvangt (20.000/30.000) x 15.000=10.000 en B ontvangt (10.000/30.000) x 15.000=5.000.

     

    §      Wat als je niet alle schuldeisers kunt betalen? Elke schuldeiser kan jouw faillissement aan vragen. 

  • Wijze van verhaalsuitoefening binnen faillissement? 

    §      Toestand te hebben opgehouden te betalen, art. 1 Fw.

    §      Het hele vermogen van de schuldenaar wordt uitgewonnen, art. 20 Fw.

    §      Schuldenaar verliest beheer en beschikking over zijn vermogen, art. 23 en 24 Fw.

    §      De individuele beslagen vervallen, 33 Fw.

    §      De curator beheert en vereffend het vermogen ten behoeve van de gezamenlijke schuldeisers, art. 68 Fw.

    §      Schuldeisers dienen hun vordering in ter verificatie, art. 108 Fw.

     

    §      Uitkering van de opbrengst van het gehele vermogen, na aftrek van de faillissementskosten, naar gelang van ieders rang op basis van uitdelingslijst, art. 180 Fw. 

  • Beginsel van gelijkheid van schuldeisers is niet helemaal gelijk aan het paritas creditorum, heeft de HR bepaald. 

  • Art. 3:278 lid 1 BW?

    §      gesloten stelsel van voorrangsrechten

    §      andere in de wet aangegeven gronden (zijn er bijna niet, voorbeeld is retentierecht)

    §      voorrecht

     

    §      pand en hypotheek. 

  • Wat zijn voorrechten?

    Deze ontstaan uit de wet en je hebt 2 soorten: ze rusten op bepaalde goederen of op alle goederen. 

  • Voorbeeld voorrecht A en X: B is erbij gekomen met een vordering van 10.000. Stel B heeft het voorrecht ex art. 3:285 Bw i.v.m. reparatie auto. Wie krijgt wat? 

    B heeft dan een voorrecht en daarom ontvangt B zijn gehele vordering. Het restant ontvangt A.  

  • Het voorrecht heeft een verbeterde positie, maar het geeft louter voorrang en niets anders. Nog steeds moet je daarvoor een executoriale titel hebben als je wilt gaan verhalen.

    Als er een faillissement komt moet je nog steeds de vordering indienen in het faillissement.

    Het voorrecht heeft geen zaaksgevolg. Stel de auto is verkocht en overgedragen voordat beslag is gelegd, dan staan A en B nog met lege handen. Het voorrecht is dus niet eens zo sterk.

     

    De bank moet een goederenrechtelijk recht zien te verschaffen als pand of hypotheek. Dat zijn sterke goederenrechtelijke rechten met zaaksgevolg. De voorrang is heel hoog, nog hoger dan voorrechten en ze hebben het recht van parate executie. Je hoeft niet eerst een titel te hebben, je kunt meteen overdragen en jezelf uit de opbrengst voldoen. 

  • Voorrecht:geeft voorrang, executoriale titel nodig, bij faillissement moet je vordering indienen, geen zaaksgevolg

    Pand of hypotheek: hoge voorrang, hogere voorrang dan voorrechten, geen titel nodig, recht van parate executie,  wel zaaksgevolg

  • Hoe is de rangorde m.b.t. pand/hyp, bijzondere voorrechten en  algemene voorrechten? 

    > Pand en hypotheek gaan voor voorrecht (art. 3:279 BW)

    >Bijzondere voorrechten gaan voor algemene voorrechten (art. 3:280 BW)

    >Bijzondere voorrechten op hetzelfde goed staan gelijk in rang (art. 3:281 lid 1 BW)

     

    >Algemene voorrechten nemen onderling rang naar gelang van plaatsing in de wet (art. 3:281 lid 2 BW)

  • Regels van voorrang zijn anders in WSNP, leg uit.

    Welk voorrecht je ook hebt, je krijgt twee keer zoveel voldaan als andere schuldeisers.

     

    Aparte in WSNP is dat concurrente schuldeisers al iets betaald kunnen krijgen voordat iets betaald is aan de bevoorrechte schuldeisers. Let op art. 349 lid 2 Fw.! 

Lees volledige samenvatting
Maak nu je eigen eFaqt account aan voor toegang tot deze en duizenden andere hoge kwaliteit samenvattingen.

Voorbeelden van vragen in deze samenvatting

Arrest HR 3 november 2006, NJ 2007 155 (Nebula)?
1
Wat is het oordeel van de HR in het arrest Nebula?
1
Had Walton in het arrest Nebula zijn positie kunnen verbeteren?        
1
Wat doe je als je verhaal hebt? Situatie: A leent X 20.000, zodat X een auto daarvan kan kopen. X had al een huis en een bankrekening. X betaald A niet terug. Wat nu?  
1
Pagina 1 van 24