Hoe ga je om met kinderen op school en met hun ouders ?

by (2014)
ISBN-10 9001831680 ISBN-13 9789001831684
230 Flashcards en notities
42 Studenten
  • Deze samenvatting
  • +380.000 andere samenvattingen
  • Een unieke studietool
  • Een oefentool voor deze samenvatting
  • Studiecoaching met filmpjes
Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

Samenvatting - Hoe ga je om met kinderen op school en met hun ouders ?

  • 1 hoofstuk 5

  • Wat is communicatie?
    Tweerichtingsverkeer 
  • 1.1 Een goede relatie

  • Waarom is een goede relatie tussen leraar en leerling belangrijk?
    Door de relatie voelt een leerling zich veiliger waardoor deze zich verkennend en onderzoekend opsteld.
  • Een goede relatie kent tenminste de volgende 3 elementen:
    - acceptatie
    - ondersteuning
    - betrokkenheid
  • 2 Zelfbeeld : concrete uitwerking

  • Het zelfbeeld wordt bepaald door welke vier aspecten?
    1. emotioneel aspect
    2. sociaal aspect
    3. cognitief aspect
    4. lichamelijk aspect
  • Wat houdt het emotionele aspect van het zelfbeeld in?
    Vooral gevoel van veiligheid, vertrouwen en zekerheid.
    In een vroeg stadium van de ontwikkeling van een kind wordt bepaald of een kind zich veilig kan voelen. In dit stadium ontstaat de grondhouding van het kind, die zich zal ontwikkelen tot vertrouwen of wantrouwen. (Oudshoorn)
  • De motivatie psychologie gaat uit van drie psychologisch basisbehoeften. Welke drie?
    De behoefte aan autonomie, relatie en competentie. (Steven 2002) Deze drie creëren met elkaar de intrinsieke motivatie om jet te ontwikkelen als mens.
  • Wat houdt het sociale aspect van het zelfbeeld in?
    Vooral aardig en lief. Er is een basale behoefte aan relatie, je veilig voelen bij een ander en vertrouwen ontwikkelen in een ander. Is deze sociale grondhouding positief, dan durft een kind relaties aan te gaan.
    Is dit negatief, dan zal het kind naarmate het ouder wordt, moeite hebben met relaties en zich isoleren.

    Als leerkracht moet je laten blijken dat je het kind aardig vindt. Richt je aandacht op de aardige dingen die het kind doet. Benoem het.
  • Wat houdt het cognitieve aspect van het zelfbeeld in?
    Vooral competentie, het bekwaam zijn. Het vertrouwen hebben in eigen kunnen. Bv door het opdoen van succeservaringen.
    Onderzoek heeft uitgewezen dat mensen die denken dat ze bekwaam zijn:
    • graag willen leren
    • beter problemen kunnen oplossen
    • beter opgewassen zijn tegen problemen.
    • betere resultaten hebben op school

    Als leerkracht moet je de leerling het gevoel geven dat het wat kan. Belonen, stimuleren, complimenten geven.
  • Wat houdt het zelfbeeld het lichamelijk aspect in?
    Het vertrouwen hebben in je lichamelijke mogelijkheden.
    Lichamelijke afwijkingen en gezondheidsproblemen kunnen deze basiszekerheid aantasten.
    Het kind moet vertrouwen hebben in zijn eigen lichaam.
    Het kind moet tevreden zijn met zijn uiterlijk.
  • Wat wordt er bedoeld met: 'Ik ben de moeite waard.'
    Dit is een optelsom van de vier aspecten ( emotioneel, cognitief, sociaal, lichamelijk) die het zelfbeeld bepalen, met alle goede en minder goede eigenschappen en vaardigheden.
    Het kind denkt positief over zichzelf. Hij heeft een positief zelfbeeld.
  • Wanneer is er sprake van een negatief zelfbeeld?
    Als een kind één of meer aspecten van het zelfbeeld zodanig negatief ervaart dat het hierdoor een totaal negatief zelfbeeld krijgt.
    Hij voelt zich 'Niet de moeite waard.'
    Hij zal proberen zich zo te gaan gedragen, dat zijn omgeving hem positieve reacties zal geven. Komen er geen positieve reacties, dan heeft het kind geen perspectief dat zijn gedrag het bedoelde effect heeft. (perspectief op verandering)
  • Wat is compensatiegedrag?
    Als een kind een negatief zelfbeeld heeft, zal het kind blijven zoeken naar manieren om toch een positief zelfbeeld te ervaren.
  • Er zijn twee vormen van compensatiegedrag. Beschrijf ze.

    • Een kind kan compensatiegedrag vertonen binnen het negatief ervaren aspect. Bv. Hij ervaart een sterke min op sociaal gebied, dan kan hij op nadrukkelijke manier aandacht vragen van kinderen in de klas. Zo probeert hij van het min gevoel een plus te maken.

    Als het niet lukt om van het min gevoel een plus te maken, zoals hierboven beschreven is dan,


    • zal het kind proberen één van de andere aspecten te versterken. Bv. het lichamelijke aspect als min ervaren wordt, dan zal het kind dit willen compenseren door hele goede cijfers te halen. Alle aandacht gaat dan naar het leren van huiswerk en wordt niet meer buiten gespeeld.
  • Feit: Compensatiegedrag is natuurlijk gedrag.
    Feit: Compensatiegedrag gaat om het krijgen of houden van een goede balans tussen de positieve en negatieve aspecten van het zelfbeeld. Zodat je een positief zelfbeeld hebt.
  • Feit: Compensatie gedrag lukt niet altijd.
    Feit: Een kind op school bevindt zich immers in een situatie waarin hij van alles moet:
    • Hij moet naar gym, ook al is hij er slecht in.
    • Hij moet rekenen, ook al kan hij dan niet.
    • Hij zit in die bepaalde groep, ook al heeft hij moeite met de sociale contacten.

    Hij kan de situaties waarin hij zijn zelfbeeld als negatief ervaart niet vermijden.
    Hierdoor wordt zijn zelfbeeld nog negatiever. Zijn compensatiegedrag kan uitmonden in probleemgedrag.
  • Geef eens concrete voorbeelden van compensatiegedrag.  3 x
    1. Joost is niet goed in rekenen, maar wel in taal. Zijn inzet voor taal is beduidend groter dan bij rekenen.
    2. Kees merkt dat de kinderen niet graag met hem spelen. Hij zoekt kinderen op die wel met hem willen spelen en doet extra zijn best om aardig bij hen te zijn.
    3. Selma is niet lenig, maar wel mooi. Zij vestigt de aandacht op haar uiterlijk, vooral in situaties waarin zij met haar 'tekort' wordt geconfronteerd.
  • Geef voorbeelden van problematisch compensatiegedrag
    • overdreven lief doen
    • overdreven stoer
    • overdreven opscheppen

    De omgeving accepteert dit gedrag niet.
  • Feit: Een kind met een negatief zelfbeeld, kan 2 soorten gedrag vertonen:
    1. dat op de omgeving gericht is
    2. dat op zichzelf gericht is
    Feit: Een kind met een negatief zelfbeeld, kan 2 soorten gedrag vertonen:
    1. dat op de omgeving gericht is
    2. dat op zichzelf gericht is
  • Welk gedrag vertoont een kind met een negatief zelfbeeld op het emotionele aspect?
    Maak onderscheid tussen het gedrag op de omgeving en het gedrag op zichzelf.
    Op de omgeving:
    • zich afhankelijk van anderen opstellen
    • veel hulp en bevestiging vragen
    • onzekerheid tonen

    Op zichzelf:
    • weinig ondernemen
    • passief
    • gaat niet op onderzoek uit
    • erg gehoorzaam
  • Welk gedrag vertoont een kind met een negatief zelfbeeld op het sociale aspect?
    Maak onderscheid tussen het gedrag op de omgeving en het gedrag op zichzelf.
    Op de omgeving:
    • agressief gedrag
    • grote mond
    • van zich afbijten
    • kan niet tegen zijn verlies

    Op zichzelf:
    • vermijdt sociale contacten
    • speelt niet mee
    • gedraagt zich teruggetrokken
    • is ontoegankelijk
  • Feit: een kind met een negatief zelfbeeld op emotioneel gebied is wel in staat om sociaal gedrag te vertonen, als het zich voldoende veilig voelt.
    Feit : een kind met een negatief zelfbeeld op sociaal gebied is niet in staat om sociaal gedrag te vertonen. Het trekt zich terug.
  • Welk gedrag vertoont een kind met een negatief zelfbeeld op cognitieve aspect?
    Maak onderscheid tussen het gedrag op de omgeving en het gedrag op zichzelf.
    Op de omgeving:
    • uitsloven
    • bij instructie roepen: 'Oh, dat is makkelijk.'
    • regelmatig zeggen, wat het allemaal weet.

    Op zichzelf:
    • wegdromen
    • niet opletten
    • door weg te dromen en niet op te letten, heeft het kind voor zichzelf een verklaring waarom zijn prestaties niet goed zijn. Hij wist immers niet waarover het ging, of wat hij moest doen.
  • Welk gedrag vertoont een kind met een negatief zelfbeeld op het lichamelijke aspect?
    Maak onderscheid tussen het gedrag op de omgeving en het gedrag op zichzelf.
    Op de omgeving:
    • de clown uithangen tijdens de gymles (bij negatief beeld sportgebied)
    • extra slordige kleding dragen en ongewassen zijn. (bij negatief beeld over uiterlijk)
    • aandacht vestigen op wat het allemaal niet kan, of het nog erger doen lijken. (bij gezondheid- of lichamelijke beperkingen)

    Op zichzelf:
    • Het kind wil zich zo min mogelijk bewust zijn van zijn eigen lichaam
    • weinig opvallende kleding dragen
    • verwaarlozing van lichaam
    • ineengedoken lichaamshouding, krom, in elkaar zitten
  • Er zijn kinderen die op alle aspecten een negatief zelfbeeld hebben.
    Wel gedrag vertonen zij?
    Maak onderscheid tussen het gedrag op de omgeving en het gedrag op zichzelf.
    Op de omgeving:
    • opstandig
    • het gevoel hebben, als het niet op een positieve manier kan, dan maar op een negatieve. Zij lijken zich met opzet negatiever te gaan gedragen.
    • met dit gedrag stoot het kind letterlijk zijn omgeving af.

    Op zichzelf:
    • voelt zich lamgeslagen
    • keert zich tegen de leerkracht en klasgenoten
    • passiviteit. iedere actie van kind is weer een kans op mislukking.
    • kan leiden tot depressiviteit. Professionele hulp is dan noodzakelijk.


    Nb. Als er een keer iets lukt, schrijven ze dit toe aan de omgeving en niet aan zichzelf.
  • Wat is een eenzijdig zelfbeeld?
    Een zelfbeeld waar maar één aspect als positief ervaren wordt.
  • Hoe kan een eenzijdig zelfbeeld ontstaan? Op twee manieren.
    Van jongs af aan os geleidelijk.
  • Beschrijf het eenzijdige zelfbeeld van jongs af aan.
    De positieve eigenschappen van een kind zijn erg opvallend.
    Bv. zeer intelligente of zeer motorisch vaardige kinderen.
    Alle aandacht gaat uit naar deze bijzondere vaardigheden. De andere aspecten staan als het ware in de schaduw. In dit geval is er geen sprake van een negatief beeld van de andere aspecten, maar de andere aspecten leveren geen bijdrage aan het zelfbeeld.
  • Beschrijf het eenzijdig zelfbeeld dat geleidelijk is ontstaan.
    In eerste instantie had het kind een positief zelfbeeld. Door mislukkingen, gaat het kind zich focussen op één aspect om negatieve ervaringen te vermijden.
    Hij vertoont zoveel compensatiegedrag, dat het de negatieve ervaringen op de andere gebieden blokkeert.
  • Een eenzijdig zelfbeeld is reden tot zorg. waarom?
    Een kind met een eenzijdig zelfbeeld is:
    1. kwetsbaar. Zijn positieve gevoelens zijn afhankelijk van één aspect. Als in dat aspect zich problemen voordoen, kan dit leiden tot een negatief zelfbeeld.
    2. krijgt achterstand in de ontwikkeling. De andere aspecten worden niet verder ontwikkeld. 
    3. problemen op sociaal opzicht. alle energie gaat naar dat éne aspect. Het kind heeft moeite om aansluiting te vinden met zijn omgeving.
  • Feit: Een eenzijdig zelfbeeld bestaat op alle vier de aspecten.
    Feit: Op school kom je vooral het eenzijdige zelfbeeld op het cognitieve en lichamelijke aspect tegen.
  • Beschrijf het eenzijdige cognitieve zelfbeeld.
    Dit betreft vooral de hoogbegaafde leerling. Het kind ervaart alleen het cognitieve aspect als positief. Hij ervaart de volgende problemen:
    • Andere kinderen kunnen hem cognitief niet bijhouden en laten hem links liggen. Het komt ook voor dat deze leerling andere kinderen links laat liggen, omdat hij op een ander niveau functioneert.
    • De omgeving heeft problemen om hem het juiste 'leervoer' te geven. Materialen zijn bijv. niet voorhanden. Zijn eenzijdige zelfbeeld op het cognitieve aspect wordt niet herkend.

    Dit geldt natuurlijk niet voor alle hoogbegaafde kinderen.
  • Beschrijf het eenzijdige lichamelijke zelfbeeld.
    Dit zijn kinderen die lichamelijk alle op alles zetten om goed op lichamelijk gebied te presteren. een voorbeeld hiervan zijn topsporters. Dit kennen we vooral uit de V.S. Komt in Nederland ook voor. Ook hier geldt de omgeving ervoor moet zorgen, dat de andere aspecten van het zelfbeeld in balans komen.
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Voorbeelden van vragen in deze samenvatting

Waarom is een goede relatie tussen leraar en leerling belangrijk?
15
Wat is communicatie?
14
Het zelfbeeld wordt bepaald door welke vier aspecten?
14
Wat houdt het emotionele aspect van het zelfbeeld in?
14
Pagina 1 van 54