Het palet van de psychologie

by (1st)
149 Flashcards en notities
6 Studenten

Studeer slimmer met eFaqt samenvattingen

  • Beschikbaar voor computer, tablet, telefoon en op papier
  • Vragen met antwoorden over de leerstof
  • Ongelimiteerde toegang tot 300.000 online samenvattingen
  • Tools voor slim studeren & timers voor betere resultaten

Bekijk deze samenvatting

PREMIUM samenvattingen zijn gecontroleerd op kwaliteit en speciaal geselecteerd om je leerdoelen nog sneller te kunnen bereiken!

Samenvatting - Het palet van de psychologie

  • 1 Psychologie: een palet vol theorieën

  • Waardoor is er binnen de psychologie zowel intern als extern geen eenduidigheid over het object en de definitie van psychologie?
    Intern: veel verschillende theoretische stromingen en dus meningsverschillen
    Extern: psychologie kent veel raakvlakken met andere wetenschappen
  • Welke definitie geeft Jakop Rigter aan psychologie?
    Psychologie is een wetenschap waarbij zowel het gedrag van mensen wordt bestudeerd als de gevoelens en gedachten die mensen hebben bij het ervaren van hun gedrag en de omstandigheden waarin dat plaatsvindt. 
  • Wat zijn de 3 functies van wetenschappelijke theorieën?
    1. Systematiseren of ordenen
    2. Verklaren en voorspellen
    3. Heuristische functie = nieuwe voorspellingen gedaan worden
  • Wat zijn de 2 aspecten van een mensbeeld?
    - een beschrijving van de kenmerkende eigenschappen
    - een verwijzing hoe mensen behoren te zijn 
  • Wat zijn de uitgangspunten van het mechanistische mensbeeld? (5)
    - geen principieel onderscheid tussen dieren en mensen
    - delen van mensen kunnen zelfstandig bestudeerd worden (reduceren) en los van hun omgeving
    - verklaringsmodel is lineair causaal
    - het geheel is gelijk aan de som der delen
    - mensen worden door externe krachten voortbewogen
  • Wat zijn de uitgangspunten van het organistische mensbeeld? (5)
    - wel vergelijkingen tussen mensen en dieren, maar er is een verschil: mensen hebben een sociale of culturele omgeving
    - verklaringsmodel is circulair causaal
    - het geheel is meer dan de som der delen
    - mensen zijn niet los van hun omgeving te bestuderen: interne dynamiek = de onderdelen beïnvloeden elkaar en zijn niet los van elkaar te zien, externe dynamiek = organisme staat in wisselwerking met zijn omgeving
    - mens is een groeiend organisme
  • Wat zijn de uitgangspunten van het personalistische mensbeeld? (5)
    - mensen en dieren zijn niet gelijk
    - mensen moeten als een geheel bestudeerd worden
    - mensen handelen doelgericht en zijn verantwoordelijk voor eigen gedrag
    - unieke karakter van mensen wordt benadrukt
    - de mens wordt gezien als een geheel dat niet alleen in wisselwerking staat met de omgeving, maar er mede vorm aan geeft
  • Wat zijn de 3 methoden van kennisverwerving in de psychologie? Met welk mensbeeld corresponderen zij?
    - Verklarende: objectiviteit en controleerbaarheid staan centraal, kennis moet verkregen worden door objectieve verbanden aan te tonen door algemeen geldende wetten te formuleren. -> mechanistisch mensbeeld
    - Verstehende (begrijpende): in de huid van de ander kruipen om te proberen te begrijpen wat hem motiveert en emotioneert.-> orgastisch mensbeeld
    - Hermeunistische: interpreteren staat centraal, zoekt naar wat gebeurtenissen, situaties, etc. betekenen voor mensen. -> personalistisch mensbeeld
  • Wat zijn de uitgangspunten van de Algemene Systeemtheorie (AST)? (5)
    - de werkelijkheid wordt onderscheiden in hiërarchische niveaus
    - elk niveau wordt opgevat als een systeem met als kenmerk dat het zichzelf in stand houdt en interacteert met zijn omgeving (open systeem)
    - een hiërarchisch hoger niveau is complexer van aard dan de niveaus eronder, het geheel is meer dan de som der delen
    - geen enkel niveaus is te herleiden aan de andere niveaus
    - de mens is zowel een biologisch organisme als een symbolisch wezen
  • Wat zijn de 6 kenmerken van een open systeem in vergelijking met een ding?
    - dynamisch
    - open voor omgeving
    - zichzelf zijn via het andere
    - werkwoord
    - functioneel (hoe)
    - relaties primair
  • 2 Psychoanalyse

  • Wat zijn de basisuitgangspunten van de psychoanalyse? (6)
    1. subjectieve ervaringen van mensen
    2. mensen sturen niet altijd hun gedrag bewust aan
    3. mensen hebben een onbewuste die het gedrag actief beïnvloedt
    4. conflictmodel: al ons gedrag is te zien als een compromis tussen een wens en een verbod
    5. al ons gedrag heeft betekenis, niks is toevallig
    6. ervaringen uit de eerste levensjaren bepalen in belangrijke mate de persoonlijkheid van een persoon
  • Door welke 2 wetenschapstheorieën werd Freud zijn werk beïnvloed?
    - de natuurwetenschappelijke: Freud probeerde psychische processen te verklaren met fysiologische wetten, hij zocht naar eenduidige oorzaken van gedrag. (voorbeeld: mensen hebben aangeboren driften) -> mechanistisch
    - de romantische: er ontstond aandacht voor het onbewuste, gedrag van cliënten bleek doelgericht te zijn en Freud probeerde de (onbewuste) oorzaken van dit gedrag begrijpelijk te maken. Aan gedrag en dromen werd een betekenis toegekend waardoor ze begrijpelijk werden gemaakt (hermeunistische methode) -> personalistisch
  • Wat bedoelde Freud met dat een dergelijke klacht een symboolfunctie heeft? voorbeeld geven
    het symptoom beeld iets anders uit en verwijst naar een probleem of innerlijk conflict, bijvoorbeeld: Freud beweerde dat reële traumatische gebeurtenissen de achtergrond waren van neurotische symptomen. 
  • Waarom nam Freud al snel afstand van hypnose?
    Niet alle Patienten bleken gevoelig voor hypnose en de gehypnotiseerde patiënten herinnerden zich lang niet altijd de trauma's. 
  • Wat is de droomtheorie van Freud?
    de droominhoud die iemand zich herinnert (de manifeste inhoud) is een vermomming van de onbewuste innerlijke wensen (de latente inhoud)
  • Wat houdt het pessimistische en het optimistische mensbeeld in? Wat is er pessimistisch (4) en wat is er optimistisch (1) aan de psychoanalyse?
    Pessimistische mensbeeld = mensen zijn geen baas in eigen huis, driften besturen ons leven
    Optimistische mensbeeld = mensen kunnen zich bewust worden van hun (onbewuste) wensen en driften en zo hun leven in eigen hand nemen

    Pessimistisch:
    - conflictmodel benadrukt dat ons leven mede door meerdere deels irrationele en onbewuste wensen bepaalt wordt
    - aangeboren driften: de seksualiteitsdrift (Eros) en de agressiedrift (Thanatos)
    - ons gedrag wordt bepaald door onze levensgeschiedenis
    - glijdende schaal: er is geen duidelijk onderscheid te maken tussen normaal en gestoord gedrag omdat ze met dezelfde principes zijn te verklaren

    Optimistisch:
    - doel van de techniek van de psychoanalyse is bewustwording van de onderliggende oorzaken van gedrag
  • Wat verstaat Freud onder het bewuste, het voorbewuste en het onbewuste?
    bewuste = dat deel van het psychische dat alles omvat wat zich op een bepaald moment onder  de aandacht afspeelt
    voorbewuste = kennis, emoties, etc. die niet op dat moment onder de aandacht spelen, maar die wel op te roepen zijn 
    onbewuste = dat deel van het psychische waarvan men niet weet. Het bevat kinderlijke wensen en herinneringen die te veel angst opwekken om zich bewust van te zijn 
  • In het functioneren van het psychische apparaat onderscheidt Freud het primaire en het secundaire proces, wat bedoeld hij hiermee?
    Primaire proces = het onbewuste, kent alleen maar wensen en streeft naar verwerkelijking van de wensen: lustprincipe. Het is irrationeel.
    Secundaire proces = het (voor)bewuste, is gericht op doelmatigheid, is rationeel, overwegingen: realiteitsprincipe.
  • Hoe ontstaat de psychische structuur? (3 stappen)
    1. Een pasgeboren baby bestaat alleen uit het Id (het onbewuste), bevat alleen nog de driften, gericht op het lustprincipe (primaire proces). Conflict: de omgeving kan niet op tijd reageren op de lustwensen van de baby waardoor aanpassing nodig is, het kind moet zelf leren zijn behoeftebevrediging uit te stellen. 
    2. Een deel van het irrationele Id verandert in een rationele structuur: het Ego. Het Ego staat voor rede en gezond verstand, functioneert volgens secundaire proces. Het Ego probeert de eisen van het Id en de realiteit op elkaar af te stemmen. Een deel van het Ego is onbewust, namelijk de verdedigingsmechanismen. 
    3. Het Superego ontwikkelt zich vanuit het Ego. Vermaatschappelijken: het kind gaat de normen en waarden van de ouders internaliseren. Het Superego bevat het Ik-ideaal: ideale beeld waaraan iemand wil voldoen. Het Superego is deels bewust deels onbewust. Tussen het Id en het Superego is altijd conflict, het Ego moet dat conflict zien te beheersen, maar zal het nooit kunnen oplossen. 
  • Freud onderscheidt een aantal fasen in de psychische ontwikkeling van kinderen, elke fase is verbonden met een bepaald conflict dat het kind moet zien op te lossen. Wat gebeurd er als een conflict niet goed wordt opgelost? (2)
    - Fixatie: kind blijft steken in een fase en weet het conflict onvoldoende op te lossen, de oplossingen van problemen en conflicten in latere fasen wordt gekleurd door dit onopgeloste conflict
    - Regressie: een kind kan door allerlei oorzaken terugvallen in een eerdere fase, oorzaak is vaak angst of spanning bij het kind
  • Welke fases (6) onderscheidt Freud in de psychoseksuele ontwikkeling van kinderen? 
    - Orale fase: mond, conflict gaat om afhankelijkheid
    - Anale fase: anus, conflict gaat om autonomie en zelfcontrole
    - Fallische fase: geslachtsdeel
    - Oedipale: oedipuscomplex, conflict gaat om rivaliteit 
    - Latentiefase: emotionele rust en sublimatie van de seksuele interesse
    - Genitale fase: ontwikkeling intieme relaties met iemand van andere geslacht
  • Wat zijn de verschillen tussen de hechtingstheorie en de klassieke psychoanalytische theorie? (4)
    - hermeunistisch vs. mechanistisch 
    - subjectief vs. objectief 
    - herinnering vs. observatie
    - hechtingstheorie maakt gebruik van kennis uit andere wetenschappen/benaderingen in de psychologie
  • Wat is attunement?
    Wanneer er afstemming is tussen de signalen van ouder en kind. Hiervoor moet zowel het kind als de ouder emotioneel beschikbaar zijn. 
  • Wat zijn de verschillende hechtingsstijlen? (4)
    - de zekere stijl: zeker van zichzelf en van anderen
    - de vermijdende stijl: zeker van zichzelf maar niet van anderen
    - de gepreoccupeerde stijl: niet zeker van zichzelf, wel van anderen
    - de angstige stijl: niet zeker van zichzelf en ook niet van anderen
  • Wat is de objectrelatietheorie? Wat zijn de 3 uitgangspunten?
    Men maakt onderscheid tussen het subject (de persoon die iets beleeft) en objecten (andere personen bij wie je iets beleeft). 
    - tot 5 mnd: symbiotische relatie tussen moeder en kind, intense betrokkenheid en kind ervaart zich nog niet als een zelfstandig individu.
    - 5 mnd tot 3 jaar: kind gaat relaties aan met andere personen, deze objectrelaties worden verinnerlijkt. Kind kan nog niet het complete beeld van een persoon opslaan, maar wel beelden van deelaspecten. Dergelijke beelden gaan gepaard met een beeld van zichzelf, een beeld van het object en een beeld van de emotionele ervaring. 
    - vanaf 3 jaar: emotionele objectconstantie= kind is in staat innerlijk beeld van de moeder vast te houden, ongedaan maken splitsing, integratie goede en slechte eigenschappen. Constante zelfbeleving ontstaat met zelfbeeld. 
  • Verschillen objectrelatietheorie en klassieke psychoanalyse? (3)
    - minder nadruk op fantasie
    - afstand genomen van het biologische driftmodel
    - psychosociale ontwikkeling kinderen anders, meer aandacht besteed aan de periode voor het oedipusconflict en kinderen beseffen veel eerder seksuele identiteit
  • Hoe worden psychische stoornissen opgevat volgens de psychoanalyse?
    Als uitingen van onbewuste conflicten. Bij het ontstaan ervan spelen vroegkinderlijke ervaringen een grote rol. 
  • Welke verklaringen geeft de psychoanalyse voor depressie? (3)
    - Depressie zou ontstaan bij het symbolische verlies van een persoon
    - Depressies zouden veroorzaakt kunnen worden doordat een streng Superego schuldgevoelens produceert (voorbeeld: als er onbewuste agressieve gevoelens zijn naar een in bewuste ervaring geliefd persoon)
    - Depressie zou veroorzaakt kunnen worden door het verschil tussen het onbewuste ik-ideaal uit het Superego en de werkelijkheid.
  • Welke verklaring geeft de psychoanalyse voor angststoornissen?
    Angst is een symptoom van het onbewuste conflict tussen onbewuste seksuele of agressieve impulsen uit het Id en de daarmee corresponderende dreigingen van straf uit het Superego. De verdedigingsmechanismen vermommen dit conflict, en deze vermomming is de klacht die een persoon ervaart. 
  • Wat zijn verdedigingsmechanismen?
    ze moeten zorgen dat onbewuste, bedreigende gedachten niet aan de oppervlakte komen, zo verhinderd het het herinneren van onbewuste wensen, impulsen en trauma's.
  • Welke soorten verdedigingsmechanismen zijn er? (9)
    - Verdringing: worden uit het bewuste gebannen
    - Verplaatsing: gevoelens worden gericht op andere situatie of persoon
    - Reactieformatie: het wordt geneutraliseerd door het gerat te tonen dat er lijnrecht tegenover staat
    - Isoleren van gevoel: emoties kunnen niet opgehaald worden bij de herinnering
    - Ongedaan maken: door rituelen (OCD)
    - Somatiseren: uitdrukking in lichamelijke klachten
    - Vermijding: gedachten/situaties die confronterend zijn worden vermeden
    - Ageren: als iemand niet over iets kan praten
    - Rationaliseren: een smoes waarmee iemand voorkomt dat een negatieve situatie funeste gevolgen voor hem heeft
  • Wat zijn 3 voorbeelden van nuttige verdedigingsmechanismen?
    - sublimatie: onaanvaardbare wensen worden omgezet in sociaal aanvaardbaar gedrag 
    - altruisme: het ondergeschikt maken van eigen belangen aan die van anderen
    - humor
  • Waardoor zijn de verdedigingsmechanismen moeilijk te behandelen? (3 voorbeelden)
    - ontkenning
    - splitsen: tegengestelde gevoelens worden gescheiden
    - projectie: gevoelens toeschrijven aan een ander
  • Wat zijn de begrippen overdracht en tegenoverdracht? Wat is de vuistregel?
    Overdracht = gevoelens uit de kindertijd worden door de client verplaatst naar de therapeut. Ze is een herhaling van een gedragspatroon uit het verleden en ze is inadequaat. 
    Tegenoverdracht = Het gedrag van een hulpvrager kan bepaalde gevoelens bij een hulpverlener losmaken waarvan hij zich nog niet bewust was. 
    Vuistregel = de hulpverlener moet zich bewust worden van de gevoelens die een patiënt bij hem oproept.
  • Wat zijn de zwakke punten (3) en het sterke punt van de psychoanalyse?

    Zwak:- gesloten karakter, toepasser creëert zijn eigen gelijk
    - gaat moeizaam gecombineerd met wetenschappelijk onderzoek
    - weinig aandacht voor de ontwikkeling van kinderen buiten het gezin
    Sterk:
    - aandacht voor de subjectiviteit
Lees volledige samenvatting
Maak nu je eigen eFaqt account aan voor toegang tot deze en duizenden andere hoge kwaliteit samenvattingen.

Voorbeelden van vragen in deze samenvatting

Waardoor is er binnen de psychologie zowel intern als extern geen eenduidigheid over het object en de definitie van psychologie?
3
Welke definitie geeft Jakop Rigter aan psychologie?
3
Wat zijn de 3 functies van wetenschappelijke theorieën?
3
Wat zijn de 2 aspecten van een mensbeeld?
3
Pagina 1 van 38