Het palet van de psychologie

by (1st)
146 Flashcards en notities
2 Studenten

Studeer slimmer met eFaqt samenvattingen

  • Beschikbaar voor computer, tablet, telefoon en op papier
  • Vragen met antwoorden over de leerstof
  • Ongelimiteerde toegang tot 300.000 online samenvattingen
  • Tools voor slim studeren & timers voor betere resultaten

Bekijk deze samenvatting

PREMIUM samenvattingen zijn gecontroleerd op kwaliteit en speciaal geselecteerd om je leerdoelen nog sneller te kunnen bereiken!

Samenvatting - Het palet van de psychologie

  • 1 Psychoanalyse

  • Psychologen in de Psychoanalyse: 
    -Sigmund Freud, waarschijnlijk de beroemdste psycholoog.
    - Bowlby (hechtingstheorie)
    - Erik Erikson
  • Het id houdt in:

    (onderbewuste) Het eerste ontwikkeld. Verdringingen, driften, dromen, versprekingen, vinden plaats in het Id. 
    Een deel van het irrationele Id verandert in een rationele structuur: Het Ego
  • Het ego is:

    (bewuste) Rede, gezond verstand. Het ego is actief als je bewust redeneert, afweegt, beslissingen neemt etc. Komt al tot ontwikkeling in het eerste levensjaar.
    - Het ego probeert de eisen van het Id en van de realiteit op elkaar af te stemmen.
  • Het superego houdt in:

    (opper-ik of geweten) Het superego ontstaat tijdens het oedipale conflict (4-5
    jaar) Het Superego ontwikkeld zich uit het Ego. 

    Bevat naast de verinnerlijkte eisen van de omgeving ook het Ik-ideaal; ideale beeld waaraan iemand wil voldoen. 

    - Het Superego functioneert als moraal, als geweten.
    - Het superego kan soms (te) sterk zijn (veel schuldgevoelens) of te zwak (weinig schuldgevoelens).
    - Delen van het superego zijn onbewust.


    Tussen het Id en het Superego is altijd sprake van een conflict.

    Het Ego moet dat conflict trachten te beheersen, maar zal het volgens Freud nooit oplossen.
  • De seksuele of lensdrift wordt ook wel ..... genoemd: 

    Eros: de seksuele of lensdrift genoemd (motor van al het gedrag dat als fijn of plezierig wordt ervaren) 
    De driftenergie van Eros = Libido
  • De doodsdrift wordt ook wel ....... genoemd:

    Doodsdrift (Thanatos): agressieve en destructieve driften, en de driften die gericht zijn op vermijding van spanning.
  • Orale fixaties die kunnen voorkomen:

    Bepaalde fase, het kind blijft steken in een bepaalde fase, gaat niet de hele fase door. (veel verbaal geweld) ; afhankelijk, beïnvloedbaar, goedgelovig, gelukkig
  • De anale fase (1-3) houdt in:
    Autonomie en zelfcontrole.
  • De fixaties in de anale fase (1-3):

    anaal-retentieve (vasthouden) persoonlijkheid: verzameldwang, hebzucht,
    spaarzaamheid, schema’s opvolgen, perfectionisme. 

    Anaal-expulsieve persoonlijkheid: opstandigheid alles weggeven, ongeorganiseerd, maakt er een chaos van. 

    - Sadistische neigingen zijn uitingen van verdrongen negatieve gevoelens ten opzichte van de ouders in de anale fase.
  • De fallische fase (3-4)

    Kind ontdekt geslachtsdeel als bron van genot. 
    Kind identificeert zich met ouder van eigen geslacht. 
    Ontstaan van het superego. (Het geweten wordt ontwikkeld)
  • Oedipus conflict:

    Jongens: castratieangst (komt in deze fase erachter dat meisjes geen penis hebben, hij kan dit ‘gemis’ niet verklaren behalve door aan te nemen dat vrouwen ooit een penis gehad moeten hebben, maar dat deze afgenomen is) vervolgens is het jongetje bang dat zijn penis hem afgenomen zal worden. (vader wordt gezien als degene die deze castratie kan verrichten) 

    Hierna volgt het identificatie proces: met zijn oorspronkelijke rivaal; zijn vader
  • Electra complex:

    Electra-conplex: Meisjes: penisnijd (er ontbreekt iets, iets wat zij ook wil hebben (volgens Freud) ze voelt minderwaardigheid ten opzichte van het mannelijk geslacht) (schuld van de moeder, en het meisje richt zich vooral op de vader) Uiteindelijk moet het meisje afstand doen van deze wens. Ook het meisje gaat zich dan identificeren met de ouder van dezelfde sekse; haar moeder.
  • De fixaties in de fallische fase (3-4)

    Fallische persoonlijkheid (man) 
    Zwak superego; met zichzelf bezig, wil onmiddellijk bevrediging van seksuele behoeften. 

    Fallische persoonlijkheid (vrouw) 
    Gedraagt zich als een man, niet werkelijk geïnteresseerd in seks.
  • De latente fase (6-12)

    De basale persoonlijkheid is gevormd. 
    Weinig interesse voor seks. Rustige tijden.
  • Genitale fase 12+

    Ontwikkelingen van intieme relaties met iemand van het andere geslacht.
    - Eerdere conflicten kunnen boven komen.
  • Primitieve afweermechanismen:
    Mechanismen die van kinds af aan al gebruikt worden;
    - Ontkenning
    - Splitsen
    - Projectie
  • Het afweermechanisme --> Ontkenning (primitief) houdt in:

    Ontkennen van wat er daadwerkelijk gebeurd is bijv. een trauma, het overlijden
    van iemand.
  • Het afweermechanisme --> Splitsen (primitief) houdt in:

    Zwart/wit denken over jezelf en over anderen.
    Moeite om een genuanceerd beeld van iemand (met slechte EN goede eigenschappen) te hebben. (borderline, persoonlijkheid stoornis).
  • Het afweermechanisme --> Projectie primitief) houdt in:

    Eigen (onbewuste) gevoelens en behoeften ontkennen en juist toeschrijven aaneen ander. 

    - Splitsen en projectie gaan vaak samen.
  • Neurotische afweermechanismen:
    Op den duur kunnen deze mechanismen psychische klachten/frustraties niet vermijden.
    - Verdringing
    - Verplaatsing
    - Rationalisering
    - Ongedaan maken
  • Het afweermechanisme --> Verdringing (neurotisch) houdt in:

    Angstwekkende gedachten, dromen, wensen wegstoppen. Hierdoor word je ziek en word je behandeld door middel van de behandelmethode; catharsis. 
    (behandelmethode bij hysterie)
  • Het afweermechanisme --> Verplaatsing (neurotisch) houdt in:

    Conflict met vader/moeder op andere personen of op andere momenten
    loslaten.
  • Het afweermechanisme --> Rationalisering (neurotisch) houdt in:

    (heeft te maken met verstand) Cognitieve dissonantie reductie: wegredeneren onderliggende conflicten of angsten. Een soort ‘smoes’ waarmee iemand voorkomt dat een negatieve situatie funeste gevolgen voor hem heeft.
  • Het afweermechanisme --> Ongedaan maken (neurotisch) houdt in:

    Gebruiken van ‘rituelen’ die erge gebeurtenissen op ‘magische wijze' ongedaan maken of bezweren. (obsessief-compulsieve stoornis)
  • Afweermechanismen (volwassenen)
    Gezonde geaccepteerde vormen van afweer.
    - Sublimatie
    - Humor 
    - Altruïsme
  • Het afweermechanisme Sublimatie (volwassen) houdt in:

    Sublimatie: Behoeften/driften omzetten in maatschappelijk geaccepteerd gedrag. (agressie- kickboksen) gezonde wijze afreageren.
  • Afweermechanisme --> humor (volwassen):
    Humor: Ter relativering. Je gaat er met een goede manier mee om.
  • Het afweermechanisme --> Altruïsme (volwassen) houdt in:

    Eigen belangen, driften en behoeften onderschikt maken (onderdrukken) door
    vooral bezig te zijn met die van anderen.
  • Vrij associëren is:
    Stimuleren van de cliënt om vrij zijn beleving te verkennen.
  • Het doel van de psychoanalyse:
    Niet perse gericht op verandering, maar op leren kennen van jezelf.
  • Overdracht houdt in:

    Gevoelens, wensen en ervaringen (uit verleden) projecteren op een ander persoon (hulpverlener bijv.) om ‘foute’ en ‘ongezonde’ relaties van vroeger te herstellen.
    (gevoelens over een belangrijk persoon uit de kindertijd, bijv. boosheid die de cliënt voor zijn vader voelt, worden verplaatst naar de therapeut)

    Hoeft geen probleem te zijn, want het kan onderdeel worden van de analyse.
  • Tegenoverdracht houdt in:

    Gevoelens, wensen en ervaringen die de hulpverlener krijgt bij de cliënt. 
    Dit kan goede hulpverlening in de weg staan.
  • Enkele kritiekpunten over de psychodynamische/analytische stroming:

    - De theorie is erg algemeen en vaag geformuleerd.
    - De vraag is niet OF Freud gelijk had. Hij had niet eens ongelijk.
    - Gesloten karakter van de theorie
    - De psychoanalist staat ‘boven’ de cliënt. In deze rol, samen met vage begrippen en analyses kan hij/zij altijd zijn ‘gelijk’ creëren. 
    - Theorie is niet of nauwelijks gebaseerd op onderzoek.
  • Het mensbeeld van de psychoanalyse is: 

    - Mensen hebben een onderbewuste. Ons gedrag wordt hier (mede) door gestuurd.
    - De mens is eeuwig in conflict met zijn (onderbewuste) driften, dromen, etc. en aangeleerde normen en warden.
    - Al ons gedrag heeft betekenis. Dit komt altijd voort uit enerzijds de wens en anderzijds het verbod. 
    - De eerste levensjaren zijn zeer bepalend voor de ontwikkeling van een persoon (belang ‘levensgeschiedenis’)
    - Deels mechanistisch: Gedrag wordt geanalyseerd, gereduceerd tot zijn essentie.
    - Vooral personalistisch: Psychoanalyse draait vooral om zingeving en bewustwording van mentale processen.
Lees volledige samenvatting
Maak nu je eigen eFaqt account aan voor toegang tot deze en duizenden andere hoge kwaliteit samenvattingen.

Voorbeelden van vragen in deze samenvatting

Psychologen in de Psychoanalyse: 
3
Het id houdt in:
3
Het ego is:
3
Het superego houdt in:
3
Pagina 1 van 37