Grondrechten

by (2011-2012)
124 Flashcards en notities
1 Studenten

Studeer slimmer met eFaqt samenvattingen

  • Beschikbaar voor computer, tablet, telefoon en op papier
  • Vragen met antwoorden over de leerstof
  • Ongelimiteerde toegang tot 300.000 online samenvattingen
  • Tools voor slim studeren & timers voor betere resultaten

Bekijk deze samenvatting

PREMIUM samenvattingen zijn gecontroleerd op kwaliteit en speciaal geselecteerd om je leerdoelen nog sneller te kunnen bereiken!

Samenvatting - Grondrechten

  • 1 EHRM Vo vs Frankrijk

  • Wat is de kernvraag van dit arrest?
    Heeft Frankrijk art. 2 EVRM geschonden doordat zij niet heeft voorzien in wetgeving die doodslag op ongeboren kinderen strafbaar stelt?
  • Wat is het antwoord op de kernvraag en waarom is dit het antwoord?
    Frankrijk heeft art. 2 EVRM niet geschonden. Er is een zekere appreciatiemarge van nationale organen, waardoor de Staat zelf bepaald wanneer er sprake is 'leven' in de zin van art. 2 EVRM. Blijkbaar heeft Frankrijk bepaald dat er bij het ongeboren nog geen sprake is van 'leven' in de zin van art. 2 EVRM en daarom heeft zij geen wetgeving op grond van dit artikel hoeven stellen.
  • Wat is de reden voor dergelijke appreciatiemarge?
    1) Er is nog geen meerderheid van de aangesloten partijen bij het EVRM die het met elkaar eens zijn over bescherming van het ongeboren kind
    2) Er bestaat geen Europese algemene consensus over de wetenschappelijke en legale definitie van wanneer het leven daadwerkelijk begint
  • Mevrouw Vo bezoek op 27 november 1991 het ziekenhuis te Lyon voor een medisch onderzoek in de zesde maand van haar zwangerschap. Op dezelfde dag is gepland dat bij een andere mevrouw Vo een spiraaltje zal worden verwijderd. Wanneer in de wachtkamer "mevrouw Vo" wordt geroepen, treedt mevrouw Vo de dokterskamer binnen. Aangezien zij in Vietnam geboren is en nauwelijks Frans spreekt, poogt de arts zonder voorafgaand onderzoek bij de vrouw een spiraaltje te verwijderen (hetgeen bij haar niet aanwezig is). Hierbij doorboort hij het vruchtvlies, waardoor vruchtwaterontsnapt. Ten gevolge van dit verlies van vruchtwater moet de zwangerschap op 5 december 1991 beëndigd worden.


    Mevrouw Vo en haar echtgenoot proberen voor de Franse rechter een veroordeling van de betrokken arts te verkrijgen op grond van onbedoelde doodslag van de ongeboren vrucht. De rechtbank van Lyon spreekt de arts vrij, in hoger beroep wordt hij alsnog veroordeeld, doch het Hof van Cassatie, de hoogste Franse rechterlijke instantie spreekt hem uiteindelijk vrij. Het cassatiehof oordeelt in 1999 dat de ongeboren vrucht geen persoon is en derhalve niet onder de bepaling uit het Franse strafwetboek valt.


    Mevrouw Vo begint vervolgens een klachtenprocedure tegen Frankrijk bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. Zij stelt dat Frankrijk artikel 2 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens heeft geschonden door niet in wetgeving te voorzien die de onbedoelde doodslag op de ongeboren vrucht strafbaar stelt. Het hof verklaart de klacht ontvankelijk. Het hof laat zich niet uit over de vraag of de foetus een persoon is in de zin van artikel 2, doch laat dit over aan de appreciatiemarge van nationale organen


    Ten aanzien van de door mevrouw Vo aangevoerde leemte in wetgeving stelt het hof dat er wel een mogelijkheid bestaat een bestuursrechtelijke procedure wegens verwaarlozing te voeren. Aangezien deze procedure in Frankrijk wel mogelijk is, heeft de Franse staat volgens het EHRM in dit geval artikel 2 van het EVRM niet geschonden.
  • Op welk grond deed mw. Vo een beroep?
    Mw. Vo deed een beroep op het recht op leven (art. 2 EVRM)
  • Welke gedraging van de overheid maakte volgens de klaagster inbreuk op dit grondrecht?
    De overheid had geen mogelijkheid in de wet om de in haar specifieke gebeurde situatie strafbaarstelling te laten plaatsvinden. Zij zag dit als het schending van art. 2 EVRM. De overheid heeft hier volgens haar nagelaten te handelen dit recht te beschermen.
  • Is het Hof van oordeel dat het grondrecht geschonden is?
    Art. 2 benoemd het recht op leven. Wanneer er sprake is van leven is niet gepositiveerd. Hier zijn dan ook veel verschillende inzichten over binnen Europa en er is al helemaal niet een meerderheid die een consensus vormen hierover. Daarom geeft het Hof hier een marge of appreciation aan de lidstaten. De lidstaten mogen zelf bepalen wanneer er sprake is van leven. In frankrijk was er in dit geval nog geen sprake van leven. En dus is art. 2 EVRM niet geschonden. Er waren voor mw. Vo wel andere mogelijkheden om de arts te vervolgen.
  • 2 HR Rasti Rostelli I

  • Welke grondrecht is van toepassing?
    Vrijheid van meningsuiting
  • Wat is de rechtsvraag?
    Schendt de gemeente de vrijheid van meningsuiting (art. 7 lid 3 GW) door in de uitoefening van haar privaatrechtelijke bevoegdheid als beheerder van het Parkgebouw te weigeren genoemde zaal voor een hypnoseshow te verhuren?
  • Wat is het belang van dit arrest?
    Het arrest Rasti Rostelli I laat zien dat de overheden ook bij de uitoefening van hun privaatrechtelijke bevoegdheden de grondrechten van burgers dienen te respecteren.
  • Wat is het antwoord op de kernvraag?
    De gemeente schendt de vrijheid van meningsuiting wanneer zij op grond van de inhoud van de show het verhuren van de zaal verbiedt. Het verbieden van een vertoning op grond van de inhoud heeft namelijk in de gegeven omstandigheden het feitelijke effect va neen preventieve beperking van meningsuiting. Ook bij privaatrechtelijke handelingen moet de gemeente de beginselen van behoorlijk bestuur in acht nemen.
  • De gemeente Rijssen beheert en exploiteert het Parkgebouw/Multifunctioneel Centrum Rijssen. Een beheerscommissie draagt zorg voor het beheer volgens taak en bevoegdheden die bij gemeentelijke verordening zijn vastgesteld. De beheerscommissie heeft in haar algemene voorwaarden opgenomen dat activiteiten niet godslasterlijk, zedenbedervend of provocerend mogen zijn, geen liederlijke taal/uitbeelding mogen bevatten en niet beledigend mogen zijn voor het Koninklijk Huis. Universal Star Production GmbH houdt zich bezig met de verkoop van hypnoseshows van Rasti Rostelli. De firma doet een aanvraag om het Parkgebouw te huren voor een hypnosevoorstelling. Deze wordt door de beheerscommissie geweigerd.


    Universal vordert in kort geding de gemeente te veroordelen om Universal het gebruik van het Parkgebouw toe te staan tegen de geldende tarieven. Deze vordering wordt afgewezen. In hoger beroep wijst het hof de vordering toe. De gemeente gaat in cassatie.


    De rechtsvraag die voorligt is of de gemeente de vrijheid van meningsuiting (art. 7 lid 3 Gw) schendt door in de uitoefening van haar privaatrechtelijke bevoegdheid als beheerder van het Parkgebouw te weigeren genoemde zaal voor een hypnoseshow te verhuren.


    De contractvrijheid waar de gemeente Rijssen als privaatrechtelijke partij een beroep op deed werd in het onderhavige geval door de Hoge Raad ondergeschikt geacht aan de beginselen van behoorlijk bestuur en het respect voor de grondrechten dat de gemeente Rijssen in casu in acht had moeten nemen. De Hoge Raad besluit tot veroordeling van het beroep.


    Het arrest Rasti Rostelli I laat zien dat de overheden ook bij de uitoefening van hun privaatrechtelijke bevoegdheden de grondrechten van burgers dienen te respecteren.
  • Op welk grondrecht deed Universal Star Production GmbH een beroep?
    Universal Star Production GmbH deed een beroep op vrijheid van meningsuiting (art. 10 EVRM, art. 7 Gw)
  • Was in dit geval sprake van 'horizontale werking'van dit grondrecht?
    Hoewel de overheid of andere staatsrechtelijke instanties privaatrechtelijke overeenkomsten kan sluiten, moeten zij altijd het algemeen belang behartigen en daarom kan de uitoefneing van de contractsvrijheid door de overheid niet op één lijn gesteld worden met die door een particulier. Zij moeten altijd de beginselen van behoorlijk bestuur in acht nemen. Er was daarom in dit geval ook geen sprake van horizontale werking van dit grondrecht, maar van een verticale werking.
  • Had de gemeente Rijssen haar beleid kunnen rechtvaardigen door zich te beroepen op haar eigen vrijheid van godsdienst?
    De gemeente is ten alle tijden gehouden het algemeen belang te dienen. Dit betekent dat zij niet uit mag gaan van haar eigen godsdienst, maar neutraal moet zijn. De gemeente had de beperking op deze grond dus niet kunnen rechtvaardigen.
Lees volledige samenvatting
Maak nu je eigen eFaqt account aan voor toegang tot deze en duizenden andere hoge kwaliteit samenvattingen.

Voorbeelden van vragen in deze samenvatting

Wat is de kernvraag van dit arrest?
1
Wat is het antwoord op de kernvraag en waarom is dit het antwoord?
1
Wat is de reden voor dergelijke appreciatiemarge?
1
Welke grondrecht is van toepassing?
1
Pagina 1 van 24