Samenvatting Goed gebekt 3

-
ISBN-10 9080516236 ISBN-13 9789080516236
602 Flashcards en notities
15 Studenten
  • Deze samenvatting

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

Dit is de samenvatting van het boek "Goed gebekt 3". De auteur(s) van het boek is/zijn Dick Pak Rona van der Zwan. Het ISBN van dit boek is 9789080516236 of 9080516236. Deze samenvatting is geschreven door studenten die effectief studeren met de studietool van Study Smart With Chris.

PREMIUM samenvattingen zijn gecontroleerd op kwaliteit en speciaal geselecteerd om je leerdoelen nog sneller te kunnen bereiken!

Samenvatting - Goed gebekt 3

  • 1 Taak1

  • Hoe groter geest hoe groter beest

    begaafde mensen leven er vaak op los

  • Pact: verdrag tussen bv. twee landen

    Parodie: het namaken/nadoen met de bedoeling te spotten

    Boycot: uitsluiting van bv. handel

    Bulletin: een korte bekendmaking van iets

    Gedoogd: oogluikend toegestaan

    Rapaille: tuig

    Randgemeente: gemeente die aan een grote stad grenst

    Prominent: opvallend

    Geciviliseerd: beschaafd

    Abominabel: heel slecht

    Snob: iemand die zich beter/rijker/kunstzinniger voordoet dan hij is

    Remedie: oplossing

    Circulaire: brief aan een bepaalde groep mensen

    Coulant: toegeeflijk

    Charlatan: iemand die de boel oplicht

    Op rantsoen stellen: vastgestelde hoeveelheid van iets geven

    Pre: pluspunt

    Nochtans: evenwel

    Significant: veelbetekenend

    Supplement: aanvulling

    Antipathie: afkeer

    Averij: schade

    Duplicaat: afschrift

    Dispensatie: ontheffing

    Monopolie: alleenrecht om te handelen

    Relikwie: een overblijfsel van een heilige

    Commerciële: op de handel betrekking hebbende

    Gemêleerd: gemengd (allerlei soorten mensen)

    Legio: heel veel

    Pittoresk: schilderachtig

    Penibel: moeilijk; pijnlijk

    Familiair: ongedwongen

    Laakt: spreekt zijn afkeuring erover uit

    Kadaver: dode lichaam

    Continuïteit: voortgang

    Reciteren: voordragen

    Honoreren: belonen

    Tarten: uitdagen

    Accelereren: versnellen

    Labyrint: een doolhof

    Voyeurisme: ziekelijke drang mensen te begluren

    En bloc: met z'n allen

    Timide: verlegen

    Clandestien: in het geheim

    Staat ter discussie: gaat misschien niet door

    Hilariteit: algemene vrolijkheid

    Persifleren: spotten door overdreven na te doen

    Abusievelijk: per ongeluk

    Veinzen: doen alsof

    Het reçu: ontvangstbewijs

    Agglomeratie: Een stad met zijn voorsteden

    Souffleren: Iemand iets influisteren/voorzeggen

    Chargeren: Overdrijven om iets belachelijk te maken

    Corpulent: dik

    Staan in dubio: niet zeker weten wat te moeten doen

    Gedetacheerd: uitgeleend aan een andere werkgever

    Beducht: bang

    Operationeel: werkend

    Pedant: verwaand

    Verpauperd: verarmd

    Expertise: uitstel

    Relaas: uitleg

    Clausules: bepalingen

    Charteren: hulp van iemand inroepen

    Gesticuleren: gebaren maken

    Additionele: bijkomende

    Rivaliteit: het streven elkaar te evenaren en overtreffen

    Referendum: volksraadpleging

    Plaquette: gedenkplaat

    Teneur: strekking

    Prestige: aanzien

    Boude: zelfverzekerde

    Schampere: beetje bespottende

    Geagiteerd: zenuwachtig/opgewonden

    Tanende: aan het afnemen

    Onbetwiste: algemeen erkende

    Exceptionele: heel bijzondere

    Usance: gewoonte

    Zonder schroom: zonder aarzeling

    Kolossaal: heel groot

    Sadist: iemand die het fijn anderen te pijnigen

    Magnaat: machtig en rijk persoon

    Gerant: bedrijfsleider restaurant

    Pauper: iemand die zeer arm is

    Locoburgemeester: plaatsvervangende burgemeester

    Fnuikend: noodlottig

    Antiquair: handelaar in oude kunst

    Capituleren: ons overgeven

    Noviteit: iets nieuws

    Geaffecteerd: gemaakt

    Badinerend: heel duidelijk

    Ad rem: raak

    Pamflet: papier met tekst over actueel onderwerp

    Principieel: uit overtuiging

    Prospectus: klein drukwerk met informatie

    Constructief: opbouwend

    Intolerant: onverdraagzaam

    Melancholiek: zwaarmoedig

  • De kaarten zijn geschud

    de uitslag ligt vast

  • Absurd: dwaas

    Acclamatie: zonder hoofdelijke stemming

    Gratificatie: extra uitkering

    Precair: hachelijk, onzeker

    Eminent: voortreffelijk, uitstekend

    Cholerisch: heftig

    Epiloog: slotrede

    Geëquipeerd: van het nodige voorzien

    Grootscheeps: zeer royaal

    Interventie: tussenkomst

    Reproductie: nabootsing

    Debacle: grote mislukking

    Recessie: teruggang

    Emolumenten: bijkomende verdiensten

    Gerenommeerd: goed bekendstaand

    Fiducie: vertrouwen

    Genuanceerd: niet eenzijdig

    Notoire: algemeen bekend

    Plenaire: voltallige (voor iedereen)

    Inferieure: minderwaardige

    Integreren: samenvoegen

    Lobbyen: invloed uitoefenen

    Kalligraferen: heel mooi en kunstig schrijven

    Flatteren: iets te gunstig voorstellen

    Flankeren: aan twee zijden vergezeld

    Gracieus: sierlijk

    Eclatant: opzienbarend

    Soeverein: oppermachtig

    Emitteren: uitgeven

    Intrinsieke waarde: waarde op basis van bezittingen

    Speculeren: handelen met kans op grote winst of verlies

    Obligatie: rentelening

    Incourante aandelen: aandelen waarin weinig wordt gehandeld

    Solvabel: in staat te betalen

    Liquiditeit: verhandelbaarheid

    Krach: beurscrisis

    Provocatie: uitdaging

    Controverses: tegenstellingen

    Pacifisten: mensen die vrede nastreven

    Reviseren: delen vervangen

    Demoraliseren: ontmoedigen

    Acquireren: klanten werven

    Insinueren: door opmerking verdacht maken

    Recommandatie: aanbeveling

    Exorbitant: buiten proporties

    Ambitieus: eerzuchtig

    Dispensatie: ontheffing

    Fiatteren: goedkeuren

    Parasiteren: leven op kosten van een ander

    Parool: leus

    Vademecum: klein, beknopt, verklarend handboek

    Surrogaat: iets wat iets anders moet vervangen

    Liquidatie: opheffing van een onderneming

    Ratificatie: bekrachtiging door bv overheid

    Pacificatie: herstel van vrede

    Bagatel: kleinigheid

    Auspiciën: toezicht

    Redigeren: een tekst goed in elkaar zetten

    Marginaal: ondergeschikt (gering)

    Dissidenten: andersdenkenden

    Alliantie: bondgenootschap

    Analoog: overeenkomstig

    Autonoom: onafhankelijk

    Joviaal: hartelijk

    Ludiek: grappig

    Vitaal: wezenlijk

    Consistent: samenhangend

    Prozaïsch: alledaags

    Querulant: ruziemaker

    Rancuneus: haatdragend

    Sinister: duister

    Suprematie: hoogste gezag

    Parodie: spottende nabootsing

    Vulgaire: onbeschaafde

    Virtuoos: technisch begaafd

    Secundair: ondergeschikt

    Denigrerende: minachtende, kleinerende

  • Allemans vriend is allemans gek

    wie veel vrienden wil hebben wordt vaak voor de gek gehouden

  • Aforisme: korte, bondige spreuk

    Cynisme: verbitterende gevoel

    à titre personnel: op persoonlijke titel

    Ascetisch: onthoudt zich van genotsmiddelen

    Apotheose: schitterende slotscène

    Demagoog: iemand die mensen ophitst en misleidt

    Despoot: iemand die veel macht heeft en die ook onverbiddelijk gebruikt

    Polemiek: discussie op papier

    Triviaal: platvloers

    Devoot: vroom

    Erudiet: ontwikkeld

    Inherent: nauw verbonden

    Delegeren: bevoegdheden overdragen

    Persisteren: in een standpunt volharden

    Verdisconteren: op nota verrekenen

    Sonderen: iets goed uitzoeken of onderzoeken

    Seconderen: iemand bijstaan bij bv. een spel

    Nepotisme: het verdelen van banen onder vrienden en familie

    Retorische vraag: vraag die als mededeling is bedoeld

    Contradicto in terminis: gebruik van tegenstrijdige woorden

    Fourneren: storten

    Linguïst: taalgeleerde

    Simulant: iemand die doet of hij een ziekte heeft

    Happy few: groep van bevoorrechte personen

    Aureool: om zich heen hangende sfeer

    Ontluisterend: van alle glans en eer ontdaan

    Anciënniteit: rangorde naar dienststijd

    Repercussies: ongunstige gevolgen

    Frictie: onenigheid

    Indoctrineren: systematisch beïnvloeden

    Rigide: strenge

    Meesmuilen: spottend glimlachen

    Apert: heel duidelijk

    Latent: onderhuids

    Orangerie: de grote kas

    Ponton: de drijvende aanlegplaats in een haven

    Portee: strekking

    Rabbijn: joodse godsdienstleraar

    Annalen: jaarboeken

    Merites: waarde

    Scrupules: gewetensbezwaren

    Ambigu: dubbelzinnig

    Ultimatum: laatste voorstel tijdslimiet

    Panacee: oplossing/wondermiddel

    Essay: soort opstel van wetenschappelijke of letterkundige aard

    Establishment: leidinggevenden

    Hypothese: veronderstelling die als waarheid wordt aangenomen

    Katheder: spreekgestoelte

    Arbitrage: bemiddeling

    Farce: zinloze vertoning

    Machiavellisme: zonder geweten handelen of leiding geven

    Quasi: schijnbaar

    Repressieve: onderdrukkende

    Liquideren: iets of iemand uitschakelen

    Assembleren: verschillende onderdelen samenvoegen

    Censureren: teksten schrappen of verbieden

    Annonceren: iets aankondigen

    Epigoon: navolger

    Exodus: uittocht

    Mandaat: machtiging

    Louche: onbetrouwbare

    Lumineus: schitterend

    Compromitteren: iemand in opspraak brengen

    Nuanceren: verfijnd onderscheid maken

    Amortiseren: aflossen van schulden

    Demoraliseren: laten ontmoedigen

    Provoceren: uitdagen te reageren

    Excerperen: uittreksel maken

    Sophisticated: beschaafd en ontwikkeld

    Nestor: oudste

    Snobisme: beschaafder en ontwikkeld voordoen dan je bent

    Compassie: medelijden

    Autodidact: iemand die zichzelf door zelfstudie ontwikkelt

    Pathetisch: aandoenlijk

    Discrepantie: het verschil

    A priori: bij voorbaat

    Deviant: afwijkend

    Deficit: nadelig saldo, tekort

    Gimmicks: bijzonderheden

    Risee: iemand die vaak uitgelachen wordt

    In licentie: met toestemming van patenthouder

    Represailles: vergeldingsmaatregelen

    Heilzaam: goed voor gezondheid

    Doctrine: leerstelling

    Deining: drukte, onrust

    Pregnant: overdreven lovende woorden

    Anarchie: zonder regering, leiding of bestuur

    Predicaat: bepaalde benaming voor iets

    Ambivalent: tegenstrijdig

    Vigerend: geldend

    Amorf: vormloos

    Ostentatief: overdreven de aandacht trekkend

    Navenant: evenredig

    Ex aequo: gelijk

    Causerie: onderhoudende voordracht (praatje)

    Diffuus: vaag

    Geaccidenteerd: ongelijk

     

  • Een lange arm hebben

    Veel macht invloed hebben

  • graag aan bacchus offeren

    veel drinken (alcohol)

     

  • barbertje moet hangen 

    terecht of onterecht iemand moet en zal de schuld krijgen 

     

  • hij kijkt of hij zijn laatste oortje versnoept heeft

    hij kijkt heel erg teleurgesteld

     

  • nog niet droog achter de oren

    nog niet volwassen zijn

  • de schellen vielen hem van de ogen

    iets ineens begrijpen

  • een scheve schaats rijden

    iets doen wat niet mag of hoort

  • zwijnenpan

    bende

  • capaciteit

    kracht

  • kwintessens

    essentie

  • kwinkslag

    grapje

     

  • symptoom

    kenmerk

  • acquisitie

    klantenwerving

  • bottleneck

    knelpunt

  • dynastie

    vorstenhuis

  • dividend

    winstaandeel

  • oppositie

    tegenpartij

  • dat komt hem duur te ...

    staan (dat kost hem veel inspanning of geld)

  • zich in de kaart laten ...

    kijken ( de plannen bloot geven)

  • aan lagerwal ...

    geraken (financieel en maatschappelijk hard achteruitgaan)

  • de kat op spek ...

     

    binden (iemand in verleiding brengen)

  • man en paard ...

    noemen ( alles vertellen niets verzwijgen)

  • iemand de mantel ...

    uitvegen ( iemand een standje geven )

  • iets onder de pet ...

    houden (iets geheim houden)

  • in eigen staart ...

    bijten (zichzelf benadelen)

  • beren en wolven ...

    zien ( bang zijn voor (denkbeeldig) gevaar)

  • iets op de kaart ...

    zetten (iets van de grond krijgen)

Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Voorbeelden van vragen in deze samenvatting

Hoe groter geest hoe groter beest
2
De kaarten zijn geschud
2
Allemans vriend is allemans gek
2
Een lange arm hebben
2
Pagina 1 van 150