Geschiedeniswerkplaats De Republiek in een tijd van vorsten

by
409 Flashcards en notities
6 Studenten

Studeer slimmer met eFaqt samenvattingen

  • Beschikbaar voor computer, tablet, telefoon en op papier
  • Vragen met antwoorden over de leerstof
  • Ongelimiteerde toegang tot 300.000 online samenvattingen
  • Tools voor slim studeren & timers voor betere resultaten

Bekijk deze samenvatting

PREMIUM samenvattingen zijn gecontroleerd op kwaliteit en speciaal geselecteerd om je leerdoelen nog sneller te kunnen bereiken!

Samenvatting - Geschiedeniswerkplaats De Republiek in een tijd van vorsten

  • 1.1 De koningen van Engeland en Frankrijk

  • Wat is centralisatie?
  • Waarom de jaartallen 1477 en 1702?
    In 1477 moest Maria de Rijke onze vrijheden accepteren = Groot Privilege en waren we onder Habsburg gezag. In 1702 de dood van Willem van Oranje.
  • In 1485 stopten de gevechten om macht, omdat Engelse koning was omgekomen --> Hendrik Tudor = Hendrik VII kreeg nu de macht.
  • M.b.v. centralisatie verstevigde Hendrik VII zijn positie t.o.v. de edelen en de steden. 
  • De steden hielden zelfbestuur, maar minder zelfstandig --> lagere adel heerste (gentlemen), kregen steeds meer instructies vanuit de centrale regering in Londen.
  • Het parlement was het enige sterke tegenwicht voor de koning. Bestond uit het Hogerhuis en Lagerhuis(=lage adel en steden).
  • Door welke gebeurtenis kwam er een eind aan een lange periode van chaos en geweld?
    De troonsbestijging van Lodewijk XI in 1461 in Frankrijk.
  • Wat zijn de overeenkomsten tussen Hendrik en Lodewijk?
    Beiden versterkten ze het koninklijke leger en maakten ze een eind aan de privélegers van de edelen.
  • Wat is een verschil tussen het beleid van Engeland en Frankrijk?
    In theorie had Lodewijk XI absolute macht en Hendrik VII werd nog tegengehouden door het parlement.
  • In Frankrijk wel Staten-Generaal, maar hadden weinig te zeggen. Koning kon eigenlijk alles zonder ze besluiten. Steden en provincies in praktijk nog best zelfstandig en hoge edelen altijd nog veel macht.
  • In 16e eeuw macht van koningen bedreigd door de geloofsverdeeldheid. Door de reformatie splitste christendom op: 
    -rooms-katholieke kerk
    -protestantse kerk
    Koningen wilden maar 1 geloof in het land en vervolgden mensen die anders dachten
  • Waarom vervolgden de koningen andersdenkenden?
    Omdat ze meenden dat geloofsverdeeldheid alleen maar kon leiden tot chaos en burgeroorlog.
  • In 1509 Hendrik VII opgevolgd door Hendrik VIII
  • 1531 Na eerste scheiding hoofd van de Engelse kerk = Anglicaanse kerk = staatskerk.
  • D.m.v. de nieuwe staatskerk was de breuk met de kerk van Rome een feit.
  • In 1547 werd pas een protestantse kerkleer ingevoerd, daarvoor werden de ketters nog steeds vervolgd. --> Omwenteling, de katholieken werden nu vervolgd in plaats van de protestanten
  • De Franse koningen bleven wel katholiek, zij hadden niks te klagen. In 1516 recht om de belangrijkste geestelijken te benoemen in de Franse kerk --> macht.
  • Koning Frans I eerst nog tolerant tegenover de protestanten, maar in 1534 liet hij ze vervolgen. Hij voelde zich bedreigd door de aanplakbiljetten tegen het rooms-katholicisme. Hendrik II, zijn zoon, voerde in 1551 de strijd op, omdat er steeds meer aanhang voor protestantisme was. Er werden maatregelen genomen zoals een lijst met verboden boeken.
  • 1.2 De Nederlanden onder de Bourgondiërs en de Habsburgers

  • In de Nederlanden was de hoogste machthebber de hertog of de graaf van het gewest en regeerde samen met de Staten (vergadering waarin steden, adel en geestelijkheid van het gewest waren vertegenwoordigd). De steden waren grotendeels zelfstandig en de adel bestuurde het platteland.
  • In de 15e eeuw gingen de Nederlanden behoren tot het Bourgondische rijk.
  • Bourgondiërs wilden ook centralisatie - Brussel regeringscentrum. De Grote Raad(hoogste rechtbank) + centrale Rekenkamer. In 1466 Staten-Generaal.
  • Met de Staten-Generaal maakte de vorst afspraken over het geld dat de gewesten moesten opbrengen voor de centrale kas.
  • Karel V:
    1515 Heer van de Nederlanden
    1516 Koning van Spanje
    1519 Keizer van Duitsland en hertog van Oostenrijk
  • Karel V in Duitsland niet heel veel macht, omdat het rijk bestond uit zelfstandige vorstendommen, onafhankelijke steden en kerkelijke staatjes, die zich van de keizer vaak weinig aantrokken.
  • Karel V in Spanje wel heel veel macht --> 'een rijk waar de zon nooit onder ging'. Grote delen van Italië (rijkdommen uit het oosten) en Amerika (zilver)
  • Karel V zette de centralisatiepolitiek van de Bourgondiërs in de Nederlanden voort en respecteerde de privileges van de gewesten, maar voerde centrale bestuursinstellingen in:
    -Raad van State = hoogste adviescollege
    -Geheime Raad = stelde wetten op en hield toezicht op de gewestelijke en lokale besturen
    -Raad van Financiën = geldzaken
  • Karel V was niet vaak in de Nederlanden, dus stelde een landvoogd aan als zijn vervanger. Was een familielid --> vertrouwen.
    Hij koos ook leden van de hoge adel, die stadhouder waren van gewesten.
  • Waarom kwamen er vaste belastingen onder Karels bewind?
    Karel zat altijd in geldnood, omdat hij zoveel oorlog voerde en hij moest dat geld ergens vandaan halen.
  • In 1548 bracht Karel alle 17 Nederlanden onder in één staatkundige eenheid. Nu een afzonderlijk en onafhankelijk deel van het Duitse Rijk.
  • 1555 - afstand Karel V van de troon. Filips II nu heer der Nederlanden en koning van Spanje.
Lees volledige samenvatting
Maak nu je eigen eFaqt account aan voor toegang tot deze en duizenden andere hoge kwaliteit samenvattingen.

Voorbeelden van vragen in deze samenvatting

Wat is centralisatie?
2
Waarom kwamen er vaste belastingen onder Karels bewind?
2
Wat is moedernegotie?
2
Waarom, wanneer en door wie werd de Unie van Atrecht opgericht?
2
Pagina 1 van 68