Samenvatting Geneesmiddeleninformatie

-
ISBN-10 9035232127 ISBN-13 9789035232129
126 Flashcards en notities
4 Studenten
  • Deze samenvatting

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

Samenvatting Geneesmiddeleninformatie

Jordi Bütterhoff; François Opdorp; Marcel Louis Bouvy

(2010)

ISBN-10 9035232127

ISBN-13 9789035232129

Samenvatting - Geneesmiddeleninformatie

  • 8 Antibiotica

  • Samenvatting
  • 8.1 Algemeen

  • Virus bestaat uit 2 componenten: eiwit en nucleinezuur. Hierdoor zijn ze afhankelijk van een gastheer.
    Hierdoor nauwelijks middelen om virus te bestrijden, de middelen die er zijn; antivirale middelen.
  • Schimmels en bacterien > plantaardige organismen
    Protozoa > dierlijke oorsprong 
    Antimycotica > ter bestrijding infecties schimmels
  • Bacterien vermenigvuldigen via celdeling > aanloopfase, groeifase, stationaire fase.

    Verschillende soorten bacterien
    kokken: - pneumokokken
                  - gonokokken
                  - meningokokken
                  - enterokokken
    Komen los voor en soms op een bepaalde manier vast (streepte, stafylo etc)
    Bacillen: - proteus
                   - escherichia coli (normaal in darmen, ergens anders horen ze niet)
                   - pseudonomas
                   - salmonella (tyfus)
                   - haemophilus (luchtweginfecties)
                   - shigella (dysenterie)
  • Kleuringen: grampositief(kokken) en gramnegatief(bacillen)
    milieu: aeroob(o2) of anaeroob(-02)
  • Middelen die gebruikt worden bij infecties veroorzaakt door bacterien
    Antimicrobiele middelen
    - chemotherapeutics (synthetische oorsprong)
    - antibiotica (natuurlijke oorsprong)
       > bacteriostatische middelen; remmen groei van bepaalde cel. Met hulp  
          natuurlijk afweermechanisme lichaam.
       > bactericide middelen (doden bacterie) Geen natuurlijke afweer nodig.
  • Werkzaam tegen een gering aantal bacterien 
    smalspectrumantibioticum
    Alleen op grampositief of gramnegatief, niet beide.
    Anders spreekt men van breedspectrumantibioticum.
  • antibiogram; nagaan welke antibiotica een bepaalde bacterie gevoelig of ongevoelig is.
  • 8.1.1 Resistentie

  • Soorten resistentie (bacterie ongevoelig)
    1) natuurlijke residentie 
    2) chromosomale resistentie; selectie resistente mutanten
    3) extrachromosale resistentie; selectie bacterien die dragers zijn van 
        plasmiden
  • chromosomale resistentie:
    Door mutatie. Er is van de miljoenen bacterien dan een bacterie die sterker is dan de rest. Kan zich (zeker bij kage concentratie) onttrekken aan het  "killingproces" en zich vervolgens weer vermenigvuldigen.
    Hierdoor moet dosering worden verhoogd of gecombineerd worden.

    extrachromosale resistentie
    Meest voorkomend en levert steeds meer problemen op.
    Plasmiden zijn DNA eentjes uit bactericel, dragen erfelijke eigenschappen die niet in chromosomen voorkomen.
    Kunnen via "brug" zich overdragen of via bacteriofaag. 
    Kan meer dan alleen huidige antibioticum resistentie overdragen.
    Doorlaatbaarheid van de wand aanpassen om minder gevoelig te worden.
    Eiwitten die aangrijpingspunt zijn kunnen aangepast worden.
  • Wat is kruisresistentie
    bacterie wordt resistent tegen bepaald antibioticum binnen een bepalde groep.
    bijv. tetracycline is gegeven en de persoon wordt resistent voor alle tetracycline soorten.
  • Als een bacterie gevoelig is voor zowel smal- als breedspectrum:
    Smalspectrum beste keuze. Anders kan groter dat natuurlijke darmflora  verstoord wordt.
  • Alleen bij noodzaak voorschrijven en voldoende hoge dosering en gedurende voldoende lange tijd.
    Strikte indicatie.
  • 8.1.2 Bijwerkingen

  • Belangrijkste bijwerkingen zijn:
    overgevoeligheidsreacties en superinfecties.
    Vooral lokale toediening kan mens sensibiliseren. Vandaar zoveel mogelijk uit zalven weren.
  • Beschrijf een superinfectie
    Breedspectrumantibiotica heeft gevoelige bacterien uitgeroeid, ongevoelige bacterie heeft ongeremd kunnen uitgroeien.
    Schimmels hebben zich vermenigvuldigd bijvoorbeeld, terwijl bacterie is uitgeroeid. 
  • anaerobe bacterien (die meer voorkomen dan aerobe) die natuurlijk in darmen voorkomen bieden bescherming tegen aerobe schadelijke bacterien.
  • 8.2 Antibiotica

  • Verschillende soorten groepen. 
    werkingsbereik, wel of niet resorbeerbaar na orale toediening, verschil in halveringstijd enz.
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Voorbeelden van vragen in deze samenvatting

Bij welke omstandigheden neemt de nier maatregelen om de nierdoorbloeding veilig te stellen en hoe doet ie dat?
1
Wat doet renine?
1
Wat doet het converting enzyme, waar komt het vandaan?
1
Wat doet antiotensine 2?
1
Pagina 1 van 19