Samenvatting Ethiek in sociaalagogische beroepen

-
ISBN-10 9043014508 ISBN-13 9789043014502
172 Flashcards en notities
16 Studenten
  • Deze samenvatting

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

Dit is de samenvatting van het boek "Ethiek in sociaalagogische beroepen". De auteur(s) van het boek is/zijn Jacquelien Rothfusz. Het ISBN van dit boek is 9789043014502 of 9043014508. Deze samenvatting is geschreven door studenten die effectief studeren met de studietool van Study Smart With Chris.

Samenvatting - Ethiek in sociaalagogische beroepen

  • 1 Moraal en ethiek

  • Morele vragen gaan over goed en kwaad, over de manier waarop mensen zouden moeten leven.

    Morele opvattingen
    Morele opvattingen gaan over hoe men zich als mens goed en verantwoordelijk kan gedragen. 

    Fatsoensnormen
    Fatsoensnormen zijn regels en afspraken waar je je aan moet houden, het is echter niet verplicht. Voorbeeld: niet bellen tijdens college of niet mensen bezoeken als ze aan het eten zijn.

    Juridische normen
    In deze normen is wettelijk vastgelegd dat cliënten hun dossier mogen inzien. Deze wetgeving bepaalt de kaders van waaruit de hulpverlener kan werken.

    Morele kwestie - niveaus
    Morele kwesties spelen op verschillende niveaus. We onderscheiden er drie:

    Microniveau: Microniveau typeert de manier waarop je van mens tot mens met elkaar om zou moeten gaan.

    Macroniveau: Macroniveau zegt iets over de manier waarop de samenleving zou moeten worden ingericht. Het gaat over vragen over de verdeling van de welvaart, opvang van vluchtelingen etc. Waarden die hierbij een rol kunnen spelen zijn: vrijheid, gelijkheid en rechtvaardigheid.

    Masoniveau: Masoniveau gaat over de opvattingen met betrekking tot de missie van een instelling en de manier waarop ze daaraan wil werken. Voorbeeld: een instelling die ervoor kiest om alleen met vrijwilligers te werken.
  • Wat moet je doen als je als hulpverlener te maken krijgt met morele vragen? 
    voor jezelf en voor anderen verantwoorden wat je doet en waarom je dat doet (transparant zijn in je keuzes).
  • Wat zijn waarden?
    Waarden zijn begrippen die omschrijven wat mensen waardevol vinden en waarnaar zij streven. Het zijn idealen die wezenlijk zijn voor de kwaliteit van het leven. 
    Voorbeelden van waarden: rechtvaardigheid, vrijheid, autonomie, gezondheid, solidariteit en betrouwbaarheid.
  • Wat kun je gebruiken om transparant te zijn?
    • persoonlijke moraal
    • je eigen moraal als beroepsbeoefenaar
    • normen en waarden van de instelling waar je werkt
    • professionele normen en waarden die voor verschillende beroepen zijn vastgelegd in beroepscodes en de wetgeving
  • Wat zijn normen?
    Normen zijn handelingsvoorschriften, die laten zien hoe je je in een bepaalde situatie moet gedragen/handelen. 

    De waarde trouw kan als norm krijgen dat iemand in een relatie niet vreemdgaat.
    De waarde naastenliefde kan als norm krijgen dat iemand dagelijks voor zijn zieke vader zorgt.
  • Waarom is het, buiten je eigen moraal, belangrijk als sociaal-agogisch werkende om ook de visie van andere sociaalagogische professionals te kennen?
    omdat sociaalagogische beroepsgroepen steeds meer samenwerken en er daardoor meer overlap is in de werkzaamheden
  • Wat zijn deugen?
    Deugden zijn goede eigenschappen die de handelswijze van een mens bepalen. 

    Voorbeelden van deugden: moed, zorgzaamheid, naastenliefde, hoop, respect, integriteit en zuinigheid. 

    Veel deugden komen overeen met waarden of zijn daaraan gekoppeld. Het verschil is dat waarden abstracte cognitieve begrippen zijn en dat deugden aan een specifiek persoon gekoppeld zijn in die zin dat de waarden zijn verinnerlijkt. Ze zijn onderdeel geworden van het karakter van de persoon.
  • Waarden: Waarden zijn begrippen die omschrijven wat mensen waardevol vinden en waarnaar zij streven. Het zijn idealen die wezenlijk zijn voor de kwaliteit van het leven. 
    Voorbeelden van waarden: rechtvaardigheid, vrijheid, autonomie, gezondheid, solidariteit en betrouwbaarheid.  

    Normen:
    Normen zijn handelingsvoorschriften, die laten zien hoe je je in een bepaalde situatie moet gedragen/handelen. 

    De waarde trouw kan als norm krijgen dat iemand in een relatie niet vreemdgaat.
    De waarde naastenliefde kan als norm krijgen dat iemand dagelijks voor zijn zieke vader zorgt. 

    Deugden: Deugden zijn goede eigenschappen die de handelswijze van een mens bepalen. 

    Voorbeelden van deugden: moed, zorgzaamheid, naastenliefde, hoop, respect, integriteit en zuinigheid. 

    Veel deugden komen overeen met waarden of zijn daaraan gekoppeld. Het verschil is dat waarden abstracte cognitieve begrippen zijn en dat deugden aan een specifiek persoon gekoppeld zijn in die zin dat de waarden zijn verinnerlijkt. Ze zijn onderdeel geworden van het karakter van de persoon. 


  • Wat is Ethiek?
    Onder Ethiek verstaat men de wetenschap die morele vragen bestudeert.
  • Wat is descriptieve ethiek?
    Descriptieve ethiek beschrijft het moraal in een gemeenschap. Descriptief betekend beschrijvend. Het gaat hier over feiten: hoe gedragen mensen zich in morele kwesties en welke argumenten hebben ze daarvoor?
  • Wat is normatieve ethiek
    Normatieve ethiek beschrijft HOE mensen zich zouden moeten gedragen. Vanuit deze vorm van ethiek kan bepaald worden welke algemene principes moreel juist zijn en tot voorbeeldig gedrag lijden.
  • Wat is meta-ethiek?
    Meta-ethiek gaat over de morele vraagstukken van een hoger abstract niveau. De vraag hoe vrij mensen zijn in hun handelen en in hoeverre ze dus moreel verantwoordelijk zijn te houden voor hun daden.
  • Ethiek:
    Onder Ethiek verstaat men de wetenschap die morele vragen bestudeert. 

    Descriptieve ethiek: 
    Descriptieve ethiek beschrijft het moraal in een gemeenschap. Descriptief betekend beschrijvend. Het gaat hier over feiten: hoe gedragen mensen zich in morele kwesties en welke argumenten hebben ze daarvoor? 

    Voorbeeld: onderzoek doen naar opvattingen over eerwraak, abortus, doodstraf etc. 

    Normatieve ethiek:
    Normatieve ethiek beschrijft HOE mensen zich zouden moeten gedragen. Vanuit deze vorm van ethiek kan bepaald worden welke algemene principes moreel juist zijn en tot voorbeeldig gedrag lijden.  

    Prescriptieve ethiek:
    Prescriptieve ethiek is voorschrijvende ethiek. Prescriptieve ethiek gaat over een ideale situatie, over de manier waarop mensen met elkaar moeten omgaan. Dit ideaal kan blijven bestaan als blijkt dat de werkelijkheid er anders uitziet.

    Voorbeeld: Als je vind dat mensen eerlijk tegen elkaar moeten zijn dan hoef je die norm niet bij te stellen als blijkt dat mensen tegen je hebben gelogen. 

    Meta-ethiek:
    Meta-ethiek gaat over de morele vraagstukken van een hoger abstract niveau. De vraag hoe vrij mensen zijn in hun handelen en in hoeverre ze dus moreel verantwoordelijk zijn te houden voor hun daden.
  • Wat is subjectivisme?
    Subjectivisme is de opvatting dat morele principes individueel zijn en dat een morele handeling juist is als de persoon hem zelf goedkeurt.
  • Cultureel relativisme: Het cultureel relativisme gaat er vanuit dat er geen algemene universele (voor iedereen geldende) principes. Binnen het cultureel relativisme zijn er drie verschillende standpunten:

    -Descriptief ethisch relativisme:
    Hierin stel je feitelijk vast dat er in verschillende culturen andere normen en waarden gelden. Je beschrijft een situatie zonder daarin een oordeel te geven.

    -Normatief ethisch relativisme:
    Volgens dit standpunt zijn normen en waarden altijd contextueel bepaald. Hierin wordt niet alleen feitelijk vastgesteld dat er verschillen zijn, maar men vindt daar ook iets van. 
    Vanuit dit standpunt moet moraal altijd geformuleerd worden in relatie tot de omgeving.
    Voorbeeld: In de sociaalagogische beroepen is dit standpunt relevant omdat je als werker steeds moet bepalen hoe je omgaat met de culturele verschillen. Hoeveel begrip toon je voor andersdenkenden? 

    -Meta-ethisch relativisme:
    Dit vertegenwoordigt het standpunt dat de morele regels van een andere cultuur in principe onbegrijpelijk zijn. Het denken van mensen is zo sterk gevormd door de situatie waarin ze zijn opgegroeid, dat ze nooit echt doorgronden hoe iemand denkt die met andere normen en waarden is opgegroeid. 

    Subjectivisme:
    Subjectivisme is de opvatting dat morele principes individueel zijn en dat een morele handeling juist is als de persoon hem zelf goedkeurt.  

    Kritiek op het ethisch cultureel relativisme. 
    -
    Je kan er moeilijk kritiek mee geven. De jodenvervolging in de Tweede Wereldoorlog zou je er mee goed kunnen praten onder het mom van; het paste binnen de in die tijd en die samenleving heersende opvattingen.
    -Het maakt hervorming onmogelijk omdat het tegen de hedendaagse culturele opvattingen ingaat.

  • Wat betekend universalisme?
    Universalisme betekend dat men er van uit gaat dat fundamentele principes universeel geldig zijn en toepasbaar op vergelijkbare mensen in vergelijkbare situaties, ongeacht de plaats en de tijd waarin ze leven.
  • Wat betekend empirisch universalisme?
    Empirisch universalisme stelt dat overal dezelfde waarden gelden, dat is een feitelijke bewering.
  • Wat betekend normatief universalisme?
    Normatief universalisme streeft ernaar dat bepaalde centrale waarden, zoals in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, wereldwijd worden aanvaard. Het gaat hier om een ideaal.
  • De tegenhanger van het cultureel relativisme is het Universalisme.

    Universalisme: 
    Universalisme betekend dat men er van uit gaat dat fundamentele principes universeel geldig zijn en toepasbaar op vergelijkbare mensen in vergelijkbare situaties, ongeacht de plaats en de tijd waarin ze leven. 

    Universalisme kan ook zijn dat er een algemeen principe moet komen die toepasbaar moet zijn op alle morele kwesties, zodat we al de andere regels niet nodig hebben. Voorbeeld: Wat hij niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet.

    Empirisch universalisme:
    Empirisch universalisme stelt dat overal dezelfde waarden gelden, dat is een feitelijke bewering. 

    Normatief universalisme:
    Normatief universalisme streeft ernaar dat bepaalde centrale waarden, zoals in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, wereldwijd worden aanvaard. Het gaat hier om een ideaal.
  • Wat is verlichting?
    Verlichting is de manier van denken waarbij de mensheid mondig wordt. Dat betekend dat men zelfstandig denkt en niet op basis van religie, traditie, vooroordelen of onder druk. Het redelijk denken staat hierin centraal.
  • Verlichting:
    Verlichting is de manier van denken waarbij de mensheid mondig wordt. Dat betekend dat men zelfstandig denkt en niet op basis van religie, traditie, vooroordelen of onder druk. Het redelijk denken staat hierin centraal. 

    Wilsvrijheid:
    Wilsvrijheid betekent dat de menselijke wil niet wordt bepaald door invloeden, zoals erfelijkheid, opvoeding, omgeving. Een mens die wilsvrijheid heeft, bepaalt zijn eigen wil. 

    Deterministen
    Deterministen geloven niet in wilsvrijheid en stellen dat het gedrag van de mens wordt gestuurd door externe invloeden, bijvoorbeeld God.
    Een determinist vindt dat je mensen nooit moreel verantwoordelijk kunt houden. 
    Voorbeeld: Als iemand moreel verwerpelijke dingen doet kan hij zich beroepen op deterministische opvattingen, misdadigers die zeggen te hebben gehandeld door hun trauma en psychische gesteldheid.

    Interdeterministen:
    Interdeterministen zeggen dat in ieder geval een deel van het menselijk gedrag niet voorspelbaar is. Ook al hebben mensen aanleg of is het binnen hun sociale omgeving een gewoonte, dan nog hebben mensen de keuze om iets wel of niet te doen.
  • Wat betekend negatieve vrijheid?
    Negatieve vrijheid is een situatie waarin je niet door anderen wordt gehinderd in wat je wilt doen. De vrijheid wordt gedefinieerd door afwezigheid van dwang. Je bent vrij van de bemoeienis van anderen.
  • Wat betekend positieve vrijheid?
    Positieve vrijheid is gericht op het bereiken van bepaalde doelen. De vrijheid om je leven in te richten zoals je dat wilt en je fundamentele doelen na te streven. Zeggenschap hebben over je leven.
  • Mensen die geloven in een vorm van positieve vrijheid gaan ervan uit dan anderen niet altijd inzien dat de wil van de gemeenschap ook voor hen het beste is.
  • Wat betekend Autonomie?
    Autonomie betekend het vermogen om zelf na te denken en zelf te bepalen wat je wilt met je leven.
  • Wat betekend het difference principle?
    Het difference principle houdt in dat ongelijkheid is gerechtvaardigd als het ten goede komt aan de minst bedeelde. Dit principe is gebaseerd op de solidariteit van de burgers.
  • Rechtvaardigheid uitgewerkt door filosoof Rawls.

    -Rawls heeft een sociale theorie ontwikkeld die gebaseerd is op rechtvaardigheid. Hij gaat uit van een gedachte-experiment. 

    -Volgens Rawls kiezen mensen, als ze een ideale samenleving mogen kiezen, een oplossing waarbij de minst bedeelde er zo goed mogelijk van af komt. Hij gaat er van uit dat mensen in deze situatie redeneren vanuit eigen belang.

    Difference principle:
    Het difference principle houdt in dat ongelijkheid is gerechtvaardigd als het ten goede komt aan de minst bedeelde. Dit principe is gebaseerd op de solidariteit van de burgers. 

    De principes van Rawls sluiten goed aan bij de verzorgingsstaat. Daarin is een sociaal vangnet gecreëerd voor de minst bedeelden.
  • Vermogen:
    Vermogen is de capaciteit om bepaalde dingen te doen, die belangrijk zijn voor de persoon. 

    Vermogensbenadering:
    Mensen die hierin geloven stellen dat de kwaliteit van het leven wordt bepaald door de mate waarin mensen kunnen doen wat ze willen doen, en kunnen zijn wie ze willen zijn.
  • Nussbaum sluit aan bij de theorie van Rawls maar wijst op een paar essentiële  beperkingen. 
    Volgens Nussbaum worden verschillende groepen buitengesloten bij het opstellen van het sociale contract:
    -gehandicapten
    -dieren
    -verstandelijk gehandicapten.

    Nussbaum pleit ervoor om naar wereldwijde rechtvaardigheid te streven. Daarin stelt ze dat dieren ook het recht hebben op een menswaardig bestaan.
  • Wat is schaamte?
    Dat is het gevoel wat men krijgt als men zich niet aan de normen en waarden van de maatschappij houdt.
  • Wat is schuld?
    Schuld is een individueel gevoel, iemand handelt in strijd met zijn geweten. Schuld is altijd individueel en schaamte altijd gebonden aan een individu.
  • De theorie van Kohlberg.

    Kohlberg hanteert drie niveaus. Elk niveau maakt onderscheidt tussen twee stadia.

    -Preconventionele niveau
    Men beoordeelt de juistheid op basis van de gevolgen. Dit niveau komt vooral voor bij kinderen. Mensen zijn egocentrisch: ze houden geen rekening met anderen en denken puur vanuit zichzelf.

    1. Gehoorzaamheid en straf
    Een kind doet iets om daarvoor beloont en/of gestraft te worden.
    2. Voor wat hoort wat
    De actor kan zich inleven in anderen. Hij ziet dat andere mensen doelen hebben en gebruikt dit inzicht om zijn eigen doelen te bereiken.

    -Conventionele niveau
    De morele actor houdt rekening met zijn omgeving. Hij is in staat om te bedenken hoe de situatie er voor een ander uitziet.

    3. Oriëntatie op sociale omgeving
    De actor wil worden gewaardeerd, sociale interacties belangrijk. Hij wil graag dat familie, vrienden en collega's hem zien als een goed persoon. "Wat gij niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet".

    4. Oriëntatie op regels en wetten
    De actor wil zich gewoon aan de regels en wetten houden omdat dit de sociale structuur in stand houdt.

    -Postconventionele niveau
    Op dit punt kan de actor afstand nemen van de feitelijke situatie en zelf bedenken wat de juiste normen en waarden zijn. Universele principes.

    5. Mensenrechten
    De actor baseert zich op de rechten die voor iedereen zouden moeten gelden.

    6. Universele waarden
    De actor gaat uit van universele morele principes. 

    Kritiek op Kohlberg.
    -Proefpersonen krijgen een denkbeeldige situatie voorgelegd, het is nog maar de vraag of ze in het echt ook daadwerkelijk zo handelen.
    -Kohlberg is niet neutraal in zijn theorie. Hij stelt dat het hoogste niveau gelijk staat aan de situatie los zien van de context.
  • Gilligan.
    Deed gelijkwaardig onderzoek, onder vrouwen, om te kijken welke keuzes ze maken in specifieke situaties. Het wel of niet plegen van abortus bijvoorbeeld.

    -Preconventioneel niveau
    Doel: individuele overleving, wat is goed voor de actor zelf? Bij abortus: actor kiest voor zichzelf en niet voor het welzijn van het ongeboren kind.

    -Conventioneel niveau
    Hier is het doel zelfopoffering, de moeder die zichzelf wegcijfert voor haar man en kinderen is daar een goed voorbeeld van. In het abortus geval wordt afgewogen wat goed is voor het ongeboren kind.

    -Postconventioneel niveau
    Op dit niveau probeert de actor een balans te vinden tussen wat goed is voor hemzelf en de ander. 

    De ontwikkelingsfasen helpen je om te herkennen hoe kinderen, maar ook volwassenen op verschillende manieren moreel reageren.
  • Wat is prescriptieve ethiek?
    Prescriptieve ethiek is voorschrijvende ethiek. Prescriptieve ethiek gaat over een ideale situatie, over de manier waarop mensen met elkaar moeten omgaan. Dit ideaal kan blijven bestaan als blijkt dat de werkelijkheid er anders uitziet.

    Voorbeeld: Als je vind dat mensen eerlijk tegen elkaar moeten zijn dan hoef je die norm niet bij te stellen als blijkt dat mensen tegen je hebben gelogen.
  • Gesloten maatschappij:
    Een maatschappij waarin informatie van buitenaf wordt tegengehouden, want die zou mensen op ideeën kunnen brengen die in strijd zijn met de staatsideologie. Geen ruimte voor vernieuwing, de maatschappij versteent. 

    Open maatschappij:
    Maatschappijvorm waarin wel ruimte is voor discussie en input van buitenaf. Samenleving ontwikkeld zich doordat mensen met verschillende visies samenkomen en daardoor hun denkbeelden bijstellen. 

    Autonomie:
    Autonomie betekend het vermogen om zelf na te denken en zelf te bepalen wat je wilt met je leven.

    Natuurlijke gelijkheid:
    Natuurlijke gelijkheid betekend dat mensen van nature gelijk zijn. 
    In werkelijkheid is er geen gelijkheid, er zijn genoeg verschillen tussen mensen op basis van kracht, leeftijd, sekse, intelligentie etc.

    Economisch-culturele gelijkheid:
    Houdt in dat mensen qua inkomen en maatschappelijke mogelijkheden gelijk aan elkaar zijn.

    Rechtsgelijkheid:
    Houdt in dat alle mensen gelijk zijn voor de wet.
  • Schaamte:
    Dat is het gevoel wat men krijgt als men zich niet aan de normen en waarden van de maatschappij houdt.

    Schuld:
    Schuld is een individueel gevoel, iemand handelt in strijd met zijn geweten. Schuld is altijd individueel en schaamte altijd gebonden aan een individu.

    -Binnen individualistische culturen spelen het persoonlijk geweten en schuldgevoelens een grote rol. Schaamte en schuld dragen eraan bij dat mensen zich moreel juist gedragen.
  • Maatschappelijke vrijheid (macroniveau):
    De vrijheid van het individu binnen de samenleving. Maatschappelijke vrijheid bestaat uit twee soorten:
    -negatieve vrijheid
    -positieve vrijheid

    Negatieve vrijheid:
    Negatieve vrijheid is een situatie waarin je niet door anderen wordt gehinderd in wat je wilt doen. De vrijheid wordt gedefinieerd door afwezigheid van dwang. Je bent vrij van de bemoeienis van anderen.  

    In de hulpverlening betekent negatieve vrijheid dat de hulpverlener afziet van paternalisme; hij respecteert de keuzes van de cliënt. 

    Als een hulpverlener handelt vanuit het idee van negatieve vrijheid betekent dit dat hij er vanuit gaat dat persoonlijke groei niet kan worden opgelegd door anderen (hemzelf) maar alleen kan ontstaan vanuit de persoon zelf.

    Positieve vrijheid:
    Positieve vrijheid is gericht op het bereiken van bepaalde doelen. De vrijheid om je leven in te richten zoals je dat wilt en je fundamentele doelen na te streven. Zeggenschap hebben over je leven.

    Bij positieve vrijheid bestaat het gevaar van manipulatie: Je kunt op zo'n manier op iemand in praten dat hij/zij gaat denken dat het goed voor hem is. Reclamemakers hebben daar een handje van.

    Rousseau & Marx hebben een belangrijke rol gespeeld in het bereiken van positieve vrijheid. 

    Rousseau:
    Rousseau vraagt zich af waar de ongelijkheid van mensen vandaan komt, volgens hem zijn mensen van nature gelijk.

    -De natuur is van iedereen. Er zijn wel verschillen tussen mensen, maar dat zijn enkel natuurlijke verschillen. De 1 is sterker en dan ander slimmer. De 1 kan beter schieten en dan anders is weer intelligenter etc.

    -Rousseau vindt dat mensen vrij zijn als ze hun eigen belang opgeven en kiezen voor het belang van de gemeenschap waar ze bij horen. Deze keuze noemt hij algemene wil.

    -Het sociale contract houdt in dat mensen afspraken maken met elkaar zodat ze veilig kunnen samenleven. In dit contract staat dat ze gezamenlijk het welzijn van de gehele gemeenschap verdedigen.

    -Volgens Rousseau is het individu echt vrij als hij zich aanpast aan de afspraken van de samenleving en zich realiseert dat daarmee eigenlijk wordt uitgedrukt wat hij zelf wil. > participeren aan het democratisch proces. 

    -Volgens Rousseau zal de gemeenschap vanuit een redelijke overtuiging tot een verstandige keuze komen.


    Marx:
    Marx ziet de mens als sociaal wezen. Hij gaat er vanuit dat de maatschappelijke verhoudingen de denkbeelden van mensen bepalen. 

    -Arbeid is de sleutel tot maatschappelijke veranderingen. 

    Marx onderscheidt verschillende soorten maatschappijtypen die elkaar historisch opvolgen:
    -antieke slavenmaatschappij
    -feodale maatschappij
    -kapitalistische maatschappij
    -het socialisme
    -het communisme

    De klasseloze maatschappij is ontstaan door een botsing tussen arbeiders en kapitalisten. In deze maatschappij zijn de productiemiddelen gemeenschappelijk bezit en niet meer privé-eigendom. 
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Voorbeelden van vragen in deze samenvatting

wat is microniveau?
6
wat is macroniveau?
6
wat is mesoniveau?
6
Wat zijn waarden?
5
Pagina 1 van 22