Ethiek en recht in kort bestek

by
ISBN-10 9089745734 ISBN-13 9789089745736
228 Flashcards en notities
25 Studenten

Studeer slimmer met eFaqt samenvattingen

  • Beschikbaar voor computer, tablet, telefoon en op papier
  • Vragen met antwoorden over de leerstof
  • Ongelimiteerde toegang tot 300.000 online samenvattingen
  • Tools voor slim studeren & timers voor betere resultaten

Bekijk deze samenvatting

Samenvatting - Ethiek en recht in kort bestek

  • 1 Moraliteit en ethiek

  • Rechtspsychologie, bestaat uit:

    - gedragstechnologie

    - gedrag onder invloed van het recht

    Bij rechtspsychologie kijken ze hoe men zich gedraagt en welke invloed dat heeft. Ook kijken ze hoe men vind hoe andere zich gedragen / zouden moeten gedragen.

     

    Men gebruikt een rationeel criterium voor nut maximalisatie. Men denkt aan zichzelf. (afwegen --> wat is het nut --> waarom wel, waarom niet?

     

    Altruïsme : zelf heb je er geen belangen bij, maar je doet het voor de samenleving.

     

    Soorten regels bij rechtspsychologie.

    1. maximale nut uit situatie halen.

    2. orde creëren en handhaven --> zorgen voor regelmaat.

     

    De regels van rechtspsychologie worden aangeleerd in fasen ; socialisatie proces.

    1. aanpassen aan wensen van de groep.

    2. identificeren met anderen (sociale controle).

    3. internalisatie, acceptatie sociale invloed.

    Fasen 1 en 2 komen van buitenaf, en fase 3 komt van binnen uit.

     

    De regels van rechtspsychologie opvolgen wordt bepaald door:

    1. Je houding tegenover iets --> rationele keuze ( eigen belang ).

    2. De sociale norm --> directe omgeving (vrienden, familie etc.).

    3. Sociale oriëntatie --> voor jou en de rest op de wereld.

     

    -----

    een sociale norm = ongeschreven regel

    een rechtsregel = geschreven regel

    -----

     

    Schuld:

    Attributietheorie: de manier waarop wij gebeurtenissen en het gedrag van onszelf en anderen aan oorzaken toeschrijven. Oorzaken zijn : intern, extern, stabiel ( permanent ) en niet stabiel ( tijdelijk ).

     

    Intern of extern atribueren.

    1. gedifferentieerdheid (eerdere ervaring).

    2. consistentie ( herbevestiging ).

    3. consensus ( andere bevestigen ).

     

  • Omschrijf het begrip moraliteit:

    Het gedrag van mensen en hoe er gehandeld moet worden in de omgang met anderen.

  • Leg het verschil uit tussen 'smalle' en 'brede' moraal:

    Smalle moraal: in hoeverre moet er rekening worden gehouden met de belangen en welzijn van anderen?

    Brede moraal: een zinvol en gelukkig leven.

  • Wat is altruïsme

    zelf weinig belangen er bij, maar je doet het voor de rest van de bevolking.

  • Wat wordt er bedoeld met "moraliteit is normatief"?

    Er wordt voorgeschreven hoe gehandeld moet worden in de omgang met anderen.

  • 2 regels voor rechtspsychologie.

    maximale nut uit situatie halen en orde creëren / handhaven.

  • Wat zijn normen en waarden en wat zijn de verschillen?

    Normen betekent regel of richtlijn. Ze gebieden of verbieden een bepaald gedrag.

    Waarden zijn abstract. Ze beschrijven een doel, maar niet per se de weg die ernaar leidt.

  • Wat is de attributietheorie?

    de manier waarop wij gebeurtenissen en het gedrag van onszelf en anderen aan oorzaken toeschrijven.

  • Tunnelvisie: kijken naar alle aanwijzingen vanuit een al aangenomen hypothese. Hierdoor worden alle andere verklaringen over het hoofd gezien.

    De politie heeft vaak tunnelvisie, wanneer ze zo graag een dader opgepakt willen hebben.

     

    De getuigen van zo'n zaak Zijn die getuigen betrouwbaar of niet?

    We hebben getuigen die af en toe falen; verschillende soorten getuigen.

    De onbetrouwbare getuige:

    Mensen die niet meer precies weten hoe iemand er uit ziet, gaan plaatjes vormen. Bijvoorbeeld: de crimineel die je hebt gezien leek op iemand. Je gaat linken leggen met diegene die je al kent, terwijl de details altijd anders zijn. Jij maakt een link met iemand met blauwe ogen en denkt hierdoor dat die dader ook blauwe ogen heeft terwijl die misschien wel bruine ogen heeft.

    De functionele getuige:

    De functionele getuige denkt met zijn semantische geheugen. Je semantische geheugen bevat informatie die wij hebben onthouden omdat het mogelijk van nut kan zijn voor ons overleven en functioneren.

    Ook denken ze soms met hun autobiografische geheugen. Dit is dat wij concrete gebeurtenissen opslaan die wij zelf meemaakten en kort gezegd de toppen en dalen van ons leven vormen.

    De dynamische getuige:

    Dit is een getuige die zich een persoon of zaak kan herinneren aan de hand van cues. Zodra er een cue komt die de getuige herkent, krijgt hij of zij een idee over hoe die dader er uit ziet, of hoe de daad ging. Mensen nemen in het algemeen situaties in fragmenten waar en maken een compleet verhaal door de gaten in te vullen. In het algemeen weten wij nu dat je het beste een getuige direct na het misdrijf kan verhoren.

    De zekere getuige:

    Een getuige die zo zeker is van zijn verklaring dat sommige politie gelijk zoiets heeft van; dit is het beeld dit moet het zijn !

     

    -------------

    Slechte getuigen, die onjuiste verhalen vertellen omdat zij slecht waarnamen, het niet goed hebben onthouden of zich laten beïnvloeden door de buitenwereld, lijken eerder uitzondering dan regel Dan maakt dat soort getuigen niet minder lastig. Maar het is wel een goede reden om rechtspsychologen met doemverhalen over getuigen niet altijd serieus te nemen.

  • Noem drie verschillen tussen moraliteit en religie:

    1. religie omvat meer dan morele regels

    2. moraliteit heeft geen centraal betekenisverlenend verhaal, terwijl religie heilige boeken heeft.

    3. Religie heeft meestal een bovennatuurlijk opperwezen die de oorsprong is van alle morele regels.

  • Noem 4 verschillen tussen moraliteit en recht:

    1. Recht onderscheidt zich van morele regels doordat het recht geschreven bronnen heeft.

    2. Rechtsregels kunnen worden afgedwongen. Bij overtreding van een morele regel bestaat er geen sanctie.

    3. Het recht bestaat niet alleen uit regels van rechten en plichten, maar ook regels mbt bevoegdheden van instanties en procedures. Ook wel secundaire regels van het recht genoemd.

    4. Het recht is ingebed en heeft een sociaal systeem. De wet kent instanties waarin mensen in dienst zijn om recht te handhaven. Moraliteit heeft geen eigen apparaat.

  • Morele regels kunnen niet afgedwongen worden, maar kennen wel sancties. Noem er twee:

     

    Moord, stelen: gevangenisstraf.

  • Wat is het verschil tussen descriptieve en normatieve ethiek?

     

    Descriptief: beschrijven en verhelderen van morele begrippen.

    Normatief: het voorschrijven van gedrag. Het beschrijven van het pad dat leidt tot een zinvol en juist leven.

Lees volledige samenvatting
Maak nu je eigen eFaqt account aan voor toegang tot deze en duizenden andere hoge kwaliteit samenvattingen.

Voorbeelden van vragen in deze samenvatting

Omschrijf het begrip moraliteit:
6
Leg het verschil uit tussen 'smalle' en 'brede' moraal:
6
Wat wordt er bedoeld met "moraliteit is normatief"?
6
Wat zijn normen en waarden en wat zijn de verschillen?
6
Pagina 1 van 20