Essential cell biology

by (3rd ed.)
ISBN-10 081534130X ISBN-13 9780815341307
318 Flashcards en notities
88 Studenten

This summary is one of the 380.000 other summaries available on this platform. Learn more about your Study Smart Package.


Meer info

PREMIUM samenvattingen zijn gecontroleerd op kwaliteit en speciaal geselecteerd om je leerdoelen nog sneller te kunnen bereiken!

Samenvatting - Essential cell biology

  • 1 Chapter 1, Introduction to Cells

  • Wat is het verschil tussen levende en niet levende dingen?

    Levende dingen zijn opgebouwd uit cellen

  • Wat zijn organellen?
    Een groep cellen met een eigen functie
  • Wat is een cel?
    De cel is de basis van alle levende organismen. Een cel is een kleine, met een membraan omgeven unit gevuld met een waterige oplossing met organische moleculen, die het vermogen heeft om kopieën van zichzelf te maken door te groeien en zich in tweeën te delen.
  • Hoe wordt de tak van de biologie genoemd waarin cellen bestudeerd worden?
    Celbiologie
  • Wat zijn organellen?
    Organellen zijn delen van een cel met een eigen vorm en functie. 
  • 1.1 Unity and diversity of cells

  • zenuwcel in czs - uitgebreid met uilopers, elektrische signalen ontvangen/verzendenparmecium bedekt met cilia (trilhaarcellen, vooruitgang cel dmv rondraaien)cel in oppervlak plant - cellulose eromheen, watervaste laag eromheen, immobielBdellovibrio bacterium - gaat vooruit mbv flagellum (kurkentrekker achtig, soort propellor)neutrofiel/macrofaag - ''kruipt'' door weefgsel, andere vormen, ruimt vuil en andere onherkenbare microorganismen uit de weg en  ruimt dode cellen op. sommige hebben enkel een membraa, anderen nog een laag: de celwand en soms zelfs met hard gemineraliseerd materiaal (zoals in bot)hebben andere dingen nodig om te overleven en om te doen. zuurstof/geen zuurstof, zon/geen zon, water/geen water. elke functie wordt uitgeoefdend door één bepaalde cel. * wat maakt een organisme levend: - homeostase is te waar te nemen - georganiseerd vergeleken andere objecten - reproductie - groeien en ontwikkelen vanuit een simpel begin - nemen energie op en kunnen dit verbruiken/gebruiken - reageren op stimulus  - passen zich aan aan omgeving overeenkomsten cellengenen (zelfde 20 aminozuren, replicatie enz. hierbij krijgen de eiwitten elk een eigen driedimensionale vorm ''confirmatie'' en eenzelfde basis van elke cel) virus: pakje DNA of RNA in een eiwit, maar kunnen zichzelf niet reproduceren met enkel eigen onderdelen: alleen door parasiteren. inactief vanaf de buitenkant maar eenmaal in een gastcel op een slechte manier actief. * een dochtercel lijkt op de oudercel: enkel door foute kopieen, combinaties en mutaties worden de cellen niet identiek. mutaties kunnen maar hoeven niet altijd negatief te zijn. de sterkste cellen zullen zich voortplanten. Genetische verandering en selectie is de basis van de evolutie. waarom zijn hedendaagse cellen hetzelfde in fundamentele basis: ze hebben dezelfde instructies van hun overeenkomstige voorvader ( 3,5-3,8 miljoen jaar geleden ). alles wat leeft op aarde stamt hiervan af en door het verspreiden van organismen heeft elk gebied op aarde er (totaal) andere bijgekregen. *genoom = alle genetische informatie in DNAalle gedifferentieerde cellen afkomstig van dezelfde bevruchte eicel, met allemaal exact dezelfde DNA kopie. andere cellen laten andere genen tot uiting komen, oiv omgeving en functie. * 17e eeuw --> uitvinding (licht)microscoop1930 --> uitvinding elektronenmicroscoop: geen licht- maar een elektronenstraal, nog preciezer.* ontwikkeling lichtmicroscoop afhankelijk van glaslens productie. 19e eeuw: wereldwijd onderzoek naar cellenofficiele geboorte van celbiologie was in 1838/1839 door matthias Schleiden/Theodor Schwann --> cellen zijn bouwstenen voor organismenceltheorie: alle cellen zijn gevormd door de splitsing van al bestaande cellen. 1860: Louis Pasteur -> levende cellen ontstaan niet uit het nietsEvolutietheorie van Darwin : 1859 * extracellulaire matrix: scheiding tussen cellencel is 5-20 micrometer. celonderdelen worden vaak gekleurd om ze te onderscheiden onder de microscoop. kern (nucleus) ligt in het cytoplasma. tegenwoordig is men bezit met een nieuwe manier van microscopie (fluoriscerend) om details tot op de nanometers te kunnen onderzoeken. iets onderzoeken kost veel tijd (voorbereiding).In de cellen worden dan organellen zichtbaar. externe membraan heet plasmamembraan en het membraan om de organellen heet het interne membraan. Scannende elektronen microscoop: schraapt elektronen van het celoppervlak, kijkt naar details op het oppervlak van cellen. We kunnen de individuele atomen nog steeds niet bekijken. 

  • Definieer µm (micrometer) in meters.
    1 µm = 10^-6 m
  • Wat is een cilium?
    Een cilium is een ander woord voor trilhaar. Door de beweging van de trilhaartjes kan de cel zich voortbewegen. Trilhaarcellen kunnen ook een rol spelen bij het transport van andere stoffen (zoals slijm uit de luchtwegen of het transport van een eicel in de eileider). 
  • Wat is een andere benaming voor trilhaardiertjes?
    Ciliaten
  • Wat is een flagellum?
    Een flagellum is een lang, op een zweep gelijkend aanhangsel. Door het slaan van de flagellum kan een cel zich door een vloeistof voortbewegen.
  • Wat is een andere benaming voor een zweepstaartdiertje?
    Een flagellaat
  • Noem twee verschillen tussen een cilium en een flagellum bij eukaryote cellen.
    • Een flagellum is veel langer dan een cilium.
    • Een flagellum beweegt op een andere manier dan een cilium (zie http://www.bioplek.org/animaties/celtotaal/trilharen.html). 
  • Zijn flagella bij eukaryote cellen hetzelfde als bij bacteriën?
    Nee, bij eukaryote cellen zijn flagella een grotere versie van de cilia. Bij bacteriën zijn de flagella compleet anders,ze zijn namelijk kleiner en simpeler in  de bouw.
  • Wat is een celwand? En bij welk soort organismen komt het voor?
    Een celwand is een stevige wand rondom het celmembraan. Het bestaat uit cellulose (een soort zetmeel) en eiwitten. Het komt voor bij de meeste planten, bacteriën, algen en schimmels. Maar het ontbreekt bij de meeste dierlijke cellen.
  • Wat is een gen?
    Een gen bevat de informatie voor één erfelijke eigenschap. Een gen is meestal verantwoordelijk voor het specificeren van één proteïne of RNA-molecuul.
  • Waaruit zijn een nucleotiden opgebouwd?
     Nucleotiden bestaan uit drie bestanddelen:
    • Een fosfaatgroep
    • Een suiker (ribose bij RNA en desoxyribose bij DNA)
    • Een stikstofbase (adenine, thymine (uracil bij RNA), guanine, cytosine)
  • Wat is de functie van mRNA?
    De streng mRNA die bij transcriptie in de celkern gevormd wordt, heeft als functie om deze informatie over te brengen naar de ribosomen waar aan de hand van deze informatie een proteïne wordt gesynthetiseerd.
  • Noem 6 verschillen tussen DNA en RNA.
    • RNA bevat als suiker ribose, DNA bevat desoxyribose.
    • RNA heeft uracil als stikstofbase in plaats van thymine.
    • RNA bestaat meestal uit één streng nucleotiden, DNA uit twee strengen.
    • RNA kan de celkern verlaten, DNA niet.
    • RNA bestaat uit enkele honderden nucleotiden, DNA uit duizenden.
    • RNA wordt steeds afgebroken, maar de hoeveelheid DNA staat vast (de chromosomen).
  • Uit welke monomeren bestaat een proteïne?
    Aminozuren
  • Waardoor hebben proteïne elk een afzonderlijke conformatie?
    De driedimensionale bouw van elke proteïne is anders doordat de volgorde van de aminozuren anders is. 
  • Worden virussen gerekend tot de levende wezens? Zo nee, waarom niet?
    Nee, virussen kunnen niet zelfstandig in leven blijven en zich niet zelfstandig voortplanten. Ze hebben een 'gastheer' nodig om te kunnen overleven.
  • Wat is een mutatie?
    Een mutatie is een erfelijke verandering in de volgorde van de nucleotiden in het DNA.
  • Wat verstaan we onder 'survival of the fittest'?
    Door mutaties kunnen er organismen verkregen worden die slechter, beter of hetzelfde kunnen functioneren als hun soortgenoten. De individuen met een gunstig genotype hebben de meeste kans op het verkrijgen van veel nakomelingen. Zo zal het gunstige genotype doorgegeven worden aan steeds meer nakomelingen (dit hoeft natuurlijk niet te gelden bij geslachtelijke voortplanting, aangezien hier door het toeval wordt bepaald welke eigenschappen door worden gegeven, tenzij beide ouders homozygoot zijn voor de gunstige eigenschappen).
  • Wat is evolutie?
    Het geleidelijke proces waarbij levende organismen modificeren en zich aanpassen aan hun omgeving op steeds geavanceerdere wijzen. Deze aanpassingen hebben geleid tot het ontstaan van nieuwe soorten.
  • Wat is het genoom?
    Het genoom bestaat uit alle genetische informatie in het DNA.
  • Hoe kan het dat cellen in één organisme toch van elkaar verschillen?
    Elke cel bevat wel al het DNA, maar niet alle informatie wordt gebruikt. Sommige proteïnen worden wel gesynthetiseerd en andere niet (genexpressie), welke genen wel en welke genen niet gebruikt worden hangt af van welke signalen de cellen van hun omgeving hebben gekregen.
  • Noem zeven eigenschappen waardoor we zeggen dat iets leeft.
    • Zeer georganiseerd in vergelijking met natuurlijke levenloze objecten
    • Vertonen homeostase
    • Kunnen zichzelf voortplanten
    • Groeien en ontwikkelen zich vanuit een simpele basis
    • Nemen energie en producten op uit hun omgeving en transformeren het.
    • Reageren op stimuli
    • Passen zich aan aan hun omgeving
Lees volledige samenvatting
This summary is one of the 380.000 other summaries available on this platform. Learn more about your Study Smart Package.

Voorbeelden van vragen in deze samenvatting

Wat is het verschil tussen levende en niet levende dingen?
10
Wat zijn organellen?
9
How did they call the vital force that animals contained?
8
Why is the chemistry of life a special kind?
8
Pagina 1 van 62