Engels

by
354 Flashcards en notities
12 Studenten

Studeer slimmer met eFaqt samenvattingen

  • Beschikbaar voor computer, tablet, telefoon en op papier
  • Vragen met antwoorden over de leerstof
  • Ongelimiteerde toegang tot 300.000 online samenvattingen
  • Tools voor slim studeren & timers voor betere resultaten

Bekijk deze samenvatting

PREMIUM samenvattingen zijn gecontroleerd op kwaliteit en speciaal geselecteerd om je leerdoelen nog sneller te kunnen bereiken!

Samenvatting - Engels

  • 1 Word order

  • We zouden de zending vorige week nauwkeurig in de haven hebben moeten controleren.
    Last week we should have checked the consignment carefully in the harbour.
  • Ik zal je voor het eind van de maand het geld betalen.

    I will pay you before the end of the month.
  • Hij is nu al vijf maanden in zijn studie aan het werk aan een nieuw ontwerp.

    For five months now he has been working on a new design in his studio.
  • Het door hem vertaalde boek wordt niet meer gedrukt.
    The book translated by him is out of print.
  • Sinds oktober dalen de rentetarieven.

    Since October interrest rates have been falling steadily.
  • Ik zou de opmerking die ik eerder maakte willen herroepen.

    I would like to withdraw the remark I made earlier.
  • Af en toe komt hij te laat vanwege het verkeer.

    He is occasionally late because of the traffic.
  • Gisteren sprak de raad van bestuur over de fusie.

    Yesterday the Board talked about the merger.
  • Ik zag hem gisteren in ons filiaal; hij was daar voor zaken.

    Yesterday I saw him in our branch; he was there on business.
  • Dit bedrijf leed in 2005 verlies.

    In 2005 this company suffered a loss.
  • De door deze band uitgebrachte cd's zijn van uitstekende kwaliteit.

    The CDs released by this band are by excellent quallity.
  • 2 Word order

  • Hij verkoopt vaak veel.
    He often sells a lot.
  • Hij investeert nooit in aandelen.

    He never invest in shares.
  • Zij ontslaan zelden werknemers.

    They rarely dismiss employees.
  • 3 Past time mentioned

  • Zij hebben gisteren hun bedrijf verkocht.
    They have sold their company yesterday.
  • Hij is jarenlang mijn baas geweest.
    He was my boss for years.
  • We hebben lang in Brussel gewerkt.

    We worked in Brussels for a long time.
  • Zij hebben dit bedrijf in 1994 opgericht.

    They started the company in 1994.
  • Hij heeft tien jaar lang op die afdeling gewerkt.
    He worked in that department for ten years.
  • Hij is vijf jaar lang ons hoofd verkoop geweest.

    He was our Sales Manager for five years.
  • We hebben vorig jaar minder eenheden verkocht.

    We sold fewer units last year.
  • We hebben vijf jaar vlakbij het hoofdgebouw van Sony gewoond.

    We lived near Sony's head office for five years.
  • Hij is drie week geleden naar Londen verhuisd.

    He moved to London three weeks ago.
  • We hebben vorig jaar een filiaal in Manchester geopend.
    We opened a branch office in Manchester last year.
  • Wij hebben vorig jaar veel winst gemaakt.

    We made a lot of profit last year.
  • Vorige maand hebben ze nieuwe maatregelen genomen.

    Last month they took new measures.
  • Ik heb jarenlang een Renault gehad.

    I had a Renault for years.
  • Hij heeft in mei veel onroerend goed aangekocht.

    He bought a lot of real estate in May.
  • Gisteren heeft hij ons goed advies gegeven.

    Yesterday he gave us good advice.
  • Wij hebben jarenlang bij die dochteronderneming gewerkt.

    We worked with that subsidairy for years.
  • Zij hebben vorige maand ons bedrijf overgenomen.

    They took over the company last month.
  • Ik heb jaren met hem samengewerkt.

    I worked with him for years.
  • Mary, ons hoofd inkoop, heeft me gistermiddag laat opgebeld.

    Marry, our Purchasing Manager, phoned me late yesterday afternoon.
  • They (remit) the money two days ago.

    They remitted the money two days ago.
  • In your letter of 23rd May you (refer) to our special offer.

    In your letter of 23rd May you referred to our special offer.
  • Last month inflation (fall).... 2% (add preposition)

    Last month inflation fell by 2%.
  • Last summer we (rent) a holiday cottage.

    Last summer we rented a holiday cottage.
  • Just when they had bought the shares, the Nasdag (fall).

    Just when they had bought the shares, the Nasdag fell.
  • We (receive) your letter on 2 August last.

    We received your letter on 2 August last.
Lees volledige samenvatting
Maak nu je eigen eFaqt account aan voor toegang tot deze en duizenden andere hoge kwaliteit samenvattingen.

Voorbeelden van vragen in deze samenvatting

We zouden de zending vorige week nauwkeurig in de haven hebben moeten controleren.
3
Ik zal je voor het eind van de maand het geld betalen.
3
Hij is nu al vijf maanden in zijn studie aan het werk aan een nieuw ontwerp.
3
Het door hem vertaalde boek wordt niet meer gedrukt.
3
Pagina 1 van 89