Diagnostische vaardigheden Markus van Alphen

by
124 Flashcards en notities
1 Studenten

Studeer slimmer met eFaqt samenvattingen

  • Beschikbaar voor computer, tablet, telefoon en op papier
  • Vragen met antwoorden over de leerstof
  • Ongelimiteerde toegang tot 300.000 online samenvattingen
  • Tools voor slim studeren & timers voor betere resultaten

Bekijk deze samenvatting

PREMIUM samenvattingen zijn gecontroleerd op kwaliteit en speciaal geselecteerd om je leerdoelen nog sneller te kunnen bereiken!

Samenvatting - Diagnostische vaardigheden Markus van Alphen

  • 1 Diagnostische vaardigheden Markus van Alphen

  • Wat betekend klinisch?
    betreft (het veranderen van) abnormaal, afwijkend of problematisch gedrag.
  • Wat houdt een klinische cyclus in en welke stappen heeft deze?
    alle bemoeienissen van een professional om cliënten te helpen van hun abnormaal, afwijkend of problematisch gedrag af te komen (het hele contact). Kortom: het begeleiden van het veranderproces totdat cliënten zelfstandig verder kunnen (regulatieve cyclus).

    Aanmelding -> Diagnostiek -> Advies -> Behandeling -> Evaluatie ->
  • Wat is een interventie?
    een bewuste actie van een professional met de intentie een effect te sorteren bij cliënten.

    - Kleinschalig; bijvoorbeeld iemand bewustmaken van wat hij precies zegt.
    - Grootschalig; zoals een behandeling.

    In de klinische setting wordt een interventie meestal gezien als onderdeel van een behandeling: tijdens een behandeling zal de psychologe meerdere interventies inzetten, elk met zijn eigen doel, die uiteindelijk het doel van de hele behandeling zal dienen.
  • Wat is een behandeling?
    een verzameling van interventies om bepaalde behandeldoelen te bewerkstelligen.
  • Wat houdt de therapeutische cyclus in?
    het behandelen, inclusief het evalueren en bijsturen van de behandeling (onderdeel van de klinische cyclus).
  • Wat doet de Routine Outcome Monitoring (ROM)?
    het effect meten van alle behandelingen die door een psychologe worden gegeven om haar effectiviteit in kaart te brengen.
  • Welke 7 stappen komen aanbod in het diagnostisch proces?
    1. Aanmelding: op zijn plaats? (ontvankelijkheid controleren)
    2. Inventariseren: waar heeft client last van? (verhelderen)
    3. Hulpvragen: wat zijn de verwachtingen van de client naar mij? (structureren)
    4. Probleemdefinitie: wat is er aan de hand? (onderkennen) (in psychologische termen beschrijven)
    5. Verklaren: waarom is het aan de hand? (verklaren)
    6. Mogelijkheden: hoe kan dit worden aangepakt? (indiceren)
    7. Advies: client keuze laten maken. (motiveren, activeren)

    * Hypotheses worden constant getoetst in het diagnostische proces.
  • Wat houdt empirisch in en welke 5 stappen heeft de empirische cyclus?
    gebaseerd op controleerbare feiten, oftewel dat wat op ervaring of proefneming berust (gebruikt bij het opdoen van kennis).

    Observatie -> Inductie -> Deductie -> Toetsing -> Evaluatie ->
  • Wat betekend inductie?
    van het bijzondere naar het algemene.
  • Wat betekend deductie?
    het één uit het ander afleiden.
  • Wat houdt regulatief in en welke 5 stappen heeft de regulatieve cyclus?
    letterlijk: regel volgend. In goede banen leidend, ordelijk verlopend (in de klinische praktijk), gebruikt bij veranderprocessen.

    Probleem formulering -> Diagnose ->  Planning -> Actie -> Evaluatie ->
  • Wat houdt het hypothese toetsend model (HTM) in en welke 5 stappen heeft deze?
    een werkwijze waarin vermoedens omgezet worden in toetsbare hypothesen, die dan systematisch en zo objectief mogelijk worden getoetst (in het diagnostische proces).

    Hypothese -> Operationaliseren -> Toetsing -> Vergelijking -> Conclusie
  • Wat is een paradigma?
    een overkoepelend denkschema of uitgangspunt.
  • Wat houdt het begrip hypothese in?
     een hypothese vloeit voort uit een vermoeden. Dit vermoeden wordt uitgesproken als een feitelijke stelling. Dus een stelling alsof het waar is.
  • Wat is een onderkennende hypothese?
    wanneer de stelling een staat van zijn aangeeft, dan wordt het een onderkennende hypothese genoemd.

    Bijvoorbeeld: ‘Mevrouw Aalster is dominant’, ‘Meneer Aalster is submissief’ of ‘Cliënte lijdt aan een depressie.’
  • Wat is een verklarende hypothese?
    als de stelling een oorzaak-gevolgrelatie aangeeft, dan wordt het een verklarende hypothese genoemd.

    Bijvoorbeeld: ‘Cliënte is depressief doordat zij relatieproblemen heeft.’

    Woorden zoals ‘doordat’, ‘omdat’ en ‘daarom’ zijn kenmerkend bij verklarende hypothesen.
  • Wat is een deelhypothese?
    wanneer een hypothese opgesplitst kan worden in meerdere hypothesen die elk apart getoetst kunnen worden, dan worden deze deelhypothesen genoemd.

    Pas als alle deelhypothesen worden aangenomen, wordt de oorspronkelijke (volledige) hypothese aangenomen.
  • Wat houdt operationaliseren in?
    het omzetten van een begrip-zoals-bedoeld tot een begrip-zoals-gemeten (soms ook ‘begrip-zoals-bepaald’ genoemd).

    Dus: het meetbaar maken van dat wat men wil meten.
  • Wanneer verwerp je een hypothese?
    op het moment dat door toetsing duidelijk wordt dat de hypothese niet houdbaar is.
  • Wanneer neem je een hypothese aan?
    wanneer toetsing alleen maar steun geeft voor de hypothese, kan zij op een gegeven moment worden aangenomen.
  • Wanneer houd je een hypothese aan?
    tijdens de toetsing, wanneer er nog niet voldoende steun is om de hypothese aan te nemen of er redenen zijn om de hypothese te verwerpen, wordt de hypothese aangehouden.
  • Wat houdt falsifiëren in?
    het zoeken naar informatie die tegen de hypothese pleit. Wordt deze informatie gevonden, dan wordt de hypothese verworpen.

    Stap 1 - Falsifiëren: bewust zoeken naar tegensprekende informatie
    Stap 2 - Verificatie: steun zoeken (valkuilen: bescheiden en bewust zijn, primacy effect)
  • Wat houdt triangulatie in?
    het gebruiken van meerdere bronnen of middelen om dezelfde informatie in te winnen om daarmee de validiteit van de informatie te verhogen.
  • Wat is een heuristiek en welke 2 behandeld het boek?
    een vuistregel die wordt gebruikt om snel en met zo weinig mogelijk inspanning betekenis te geven aan een situatie.

    Verankeringsheuristiek: de beginwaarden van verwachte uitkomsten zijn afhankelijk van wat men gewend is tegen te komen (in de dagelijkse praktijk).  

    Beschikbaarheidsheuristiek: de neiging om een situatie te beoordelen op basis van gegevens die in het geheugen gemakkelijk beschikbaar zijn, door het gemak waarmee voorbeelden ervan bedacht kunnen worden.
  • Wat is een algoritme?
    een oplossingsstrategie die uitgaat van bepaalde logische regels, waardoor deze (altijd) leidt tot een juiste oplossing.
  • Wat houdt een eerste indruk in?
    een eerste inschatting van een persoon of situatie die leidt tot een strategie om daarmee om te gaan.
  • Wat is een klinische blik?
    intuïtief beeld, gebaseerd op ervaring met soortgelijke problematiek en soortgelijke cliënten uit de (klinische) praktijk.
  • Wat houdt de causale actor-observer attributieneiging in?
    de neiging eigen gedrag te verklaren uit instabiele, externe (dus: situationele) factoren..

    ..en het gedrag van anderen te verklaren uit stabiele, interne (dus: eigenschappen van de persoon) factoren.

    * ookwel fundamentele attributiefout
  • Wat is een attributie?
    waar mensen de oorzaak van een situatie plaatsen, hoe zij deze verklaren.

    - Intern: de situatie is een resultaat van eigen handelen of persoonseigenschappen

    - Extern: de omgeving of anderen hebben de situatie veroorzaakt
  • Wat houdt gedragsconfirmatie in?
    het uitlokken van responsen die de eigen vooronderstelling ondersteunen.

    * Bijvoorbeeld: een typische kenmerk van autisme is dat deze mensen zich afsluiten van de buitenwereld, vooral wanneer zij zich overprikkeld voelen. Een psychologe vuurt allerhande vragen een naar de ander af bij een nogal verlegen kind, waardoor hij volledig blokkeert. De psychologe vermoedt dat het kind autistisch is, omdat het zich afsluit voor haar vragen.
  • Wat is een respons?
    een reactie op een bepaalde prikkel.
  • Wat houdt de confirmatorische teststrategie in?
    de neiging alleen informatie te zoeken die overeenkomt met de eigen vooronderstelling.
  • Wat houdt representativiteit in?
    het oordeel over de kans van optreden van een fenomeen is afhankelijk van wat als daarvoor typerend wordt opgevat: wat representatief is voor deze situatie.
  • Wat houdt regressie naar het gemiddelde in?
    de noviteitswaarde van een fenomeen went: gewenning treedt op, waardoor het nieuwe fenomeen steeds gewoner wordt.
  • Wat is regressie?
    het terugvallen naar (regressie in statische zin betekent het bepalen van de mate waarin een factor de uitkomst verklaart).
  • Wat houdt een risiconeiging in?
    mensen gaan anders om met risico dan met winst:

    - in een situatie met een hoog risico zullen zij meer risico’s nemen dan

    - in een situatie waarin winst is gegarandeerd, zelfs wanneer de uitkomst hetzelfde is.
  • Wat houdt framing in?
    de manier waarop iets gesteld wordt, beïnvloedt de manier waarop een persoon het zal interpreteren.
  • Wat houdt prescriptief in?
    hoe dingen voorgeschreven staan, oftewel hoe dingen gedaan zouden moeten worden (het diagnostische proces is prescriptief).
  • Wat houdt descriptief in?
    beschrijvend, hoe dingen in de praktijk gaan.
  • Wat houdt methodologie in?
    de wetenschap van de methode of de manier waarop dingen gedaan worden.
  • Wat houdt psychometrie in?
    de wetenschap van hoe zaken gemeten worden in de psychologie.
  • Wat is een primaire illusie?
    iedereen leeft in de vooronderstelling dat anderen dingen ervaren precies zoals hij of zij dat doet.
  • Wat zijn waarden?
    de onderliggende vooronderstellingen die men erop nahoudt over wat goed of fout is.
  • Wat zijn normen?
    de gedragsregels die uit deze waarden afgeleid worden.
  • Wat houdt congruent in?
    ‘in overeenstemming met’. In de psychologie wordt deze term gebruikt om aan te geven dat het uiterlijk (waarneembaar) gedrag overeenstemt met de innerlijke motieven, houdingen en gedachten.
  • Wat zijn de voorwaarden voor vertrouwen?
    Transparantie en echtheid.
  • Wat houdt de afkorting (wees een) OEN in?
    Onwetend
    Echt
    Nieuwsgierig (houding)
  • Wat is client-centered therapie?
    een therapiestroming waarin de cliënt leidend is en de therapeute volgend.
  • Wat houdt directief / non-directief in?
    directief betekent aanwijzend. Een directieve aanpak houdt in dat er (expliciet) aanwijzingen en adviezen aan de cliënt worden gegeven (bij non-directief dus niet).
  • Wat houdt self-actualization in?
    het uitgangspunt dat de mens een zelf-sturend wezen is op zoek naar zelf-vervulling, oftewel een natuurlijke drang heeft om zich te ontwikkelen tot het beste van wat mogelijk is.
Lees volledige samenvatting
Maak nu je eigen eFaqt account aan voor toegang tot deze en duizenden andere hoge kwaliteit samenvattingen.

Voorbeelden van vragen in deze samenvatting

Wat betekend klinisch?
1
Wat is een interventie?
1
Wat is een behandeling?
1
Wat houdt de therapeutische cyclus in?
1
Pagina 1 van 30