D'accord!.

by (3e dr.)
ISBN-10 9034581446 ISBN-13 9789034581440
1 Flashcards en notities
2 Studenten

Studeer slimmer met eFaqt samenvattingen

  • Beschikbaar voor computer, tablet, telefoon en op papier
  • Vragen met antwoorden over de leerstof
  • Ongelimiteerde toegang tot 300.000 online samenvattingen
  • Tools voor slim studeren & timers voor betere resultaten

Bekijk deze samenvatting

Samenvatting - D'accord!.

  • 1.1 Pages Jaunes

  • adapter à = aanpassen aan

    atteindre = bereiken

    avoir lieu = plaats vinden

    en langue originale = in de oorspronkelijke taal

    être content de = blij zijn om

    la région bordelaise = de streek rond Bordeaux

    le professeur d'allemand = de leraar Duits

    les retrouvailles = het weerzien

    par semaine = per week

    terminer = eindigen

    un avantage = een voordeel

    un échange = een uitwisseling

    un inconvénient = een nadeel

    un petit peu de stress = een klein beetje stress

    un voyage scolaire = een schoolreisje

    une heure de cours = een uur les

    une matière obligatoire = een verplicht vak

     

    faire la fête = feest vieren

    mémorable = onvergetelijk

    plein de copains = veel vrienden

    retrouver = terugzien

    se détendre = zich ontspannen

    se réaliser = werkelijkheid worden

    sortir en boîte = naar de disco gaan

    un étranger = een buitelander

    un séjour linguistique = een talencursus

     

    en effet = inderdaad

    être trop occupé = te druk zijn

    eviter = vermijden

    la cause = de oorzaak

    la confiance = het vertrouwen

    le prof principal = de mentor

    les reproches = de verwijten

    prendre des notes = aantekeningen maken

    rattraper un cours = een les inhalen

    un élève doué = een getalenteerde leerling

    une occasion = een gelegenheid

    une raison = een reden

     

    amical, amicale = vriendelijk

    avoir peur de = bang zijn

    dès = vanaf

    différent = anders

    la guerre = de oorlog

    la moyenne = het gemiddelde

    la note = het cijfer

    la seconde = de vierde klas

    la terminale = de examenklas

    le cours = de les

    le lycée = de bovenbouw

    obligé = verplicht

    parfois = soms

    prochain = volgende

    redoubler = bijven zitten

    timide = verlegen

    une amitié = een vriendschap

     

    annoncer = aankondigen

    autant que = zoveel als

    des fois = soms

    ensemble = samen

    finalement = uiteindelijk

    il est assis = hij zit

    l'enfance = de kinderjaren

    obtenir le bac = je eindexamen halen

    pleurer = huilen

    profiter de = genieten van

    prouver = bewijzen

    se faire des amis = vrienden maken

    se rappeler = zich herinneren

     

    aan zee = au bord de la mer

    bruin worden = se faire bronzer

    een nachtmerrie = un cauchemar

    een slaapzak = un sac de couchage

    vrijwillerswerk = du travail volontaire

    in zee zwemmen = se baigner dans la mer

    instappen = monter

    naar het strand gaan = aller à la plage

    onvergetelijk = inoubliable

    op een dag = un jour

    teruggaan naar Spanje = retourner en Espange

    terugkomen = rentrer

    tijdens de hele vakantie = pendant toutes les vacances

    twee jaar geleden = il y a deux ans

    uitgaan = sortir

    zich vervelen = s'ennuyer

    zin hebben in = avoir envie de

    Heb je een fijne vakantie gehad? = Tu as passé de bonnes vacances?

    Heb je niets speciaals gedaan? = Tu n'as rien fait de spécial?

    Is de vakantie goed verlopen? = Ça s'est bien passé les vacances?

    Waar ben je geweest? = Tu as été où?

    Wanneer zijn jullie teruggekomen? = Quand est-ce que vous êtes rentrés?

    Wat hebben jullie gedaan? = Qu'est-ce que vous avez fait?

     

    Dat is vele malen beter = C'est mille fois mieux

    De bovenbouw is veel erger dan de onderbouw = Le lycée est pire que le collège

    de meeste = la plupart de

    de volwassenheid = la maturité 

    doorzetten = s'accrocher

    erger = pire

    Het niveau ligt hoger = C'est plus dur niveau cours

    Het spijt me = Je suis désolé(e)

    het tijdperk = l'époque

    Ik kan haast niet wachten! = Qu'est-ce que j'ai hâte!

    Ik vind dat.. = Je trouve que..

    Men wordt wat volwassener = On prend une certaine maturité

    naar mijn mening = à mon avis

    ontdekken = découvrir

    opgelucht = soulagé

    stomvervelend = barbant

    tegenspreken = contredire

    volgens mij = d'après moi

    wat betreft = par rapport à

     

    cinq sur six = vijf van de zes

    grandir = opgroeien

    le bien-être = het welzijn

    le comportement = het gedrag

    le moins bon = het minst goed

    obtenir une mauvaise note = een slecht cijfer krijgen

    suivi de = gevolgd door

    un adolescent = een puber

     

    croissant = groeiend

    encourager = aanmoedigen

    faire la différence entre = een onderscheid maken tussen

    l'apparence = het uiterlijk

    l'émission = de uitzending

    la demande = de vraag

    le moindre = het minste

    le principal = de belangrijkste

    le quotiddien = het dagblad

    ressembler = lijken op

    selon = volgens

Lees volledige samenvatting
Maak nu je eigen eFaqt account aan voor toegang tot deze en duizenden andere hoge kwaliteit samenvattingen.