Samenvatting Cognitive Neuroscience

-
ISBN-10 0393922286 ISBN-13 9780393922288
264 Flashcards en notities
5 Studenten
  • Deze samenvatting

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

Dit is de samenvatting van het boek "Cognitive Neuroscience". De auteur(s) van het boek is/zijn Michael S Gazzaniga Richard B Ivry George Ronald Mangun. Het ISBN van dit boek is 9780393922288 of 0393922286. Deze samenvatting is geschreven door studenten die effectief studeren met de studietool van Study Smart With Chris.

PREMIUM samenvattingen zijn gecontroleerd op kwaliteit en speciaal geselecteerd om je leerdoelen nog sneller te kunnen bereiken!

Samenvatting - Cognitive Neuroscience

  • 1.1 Introduction

  • Thomas Willis
    Found out about Anne Green being alive together with William Petty. He coined the term neurology and was the first anatomist to link abnormal human behaviours to changes in brain structure. He was also the first to link specific behavioural deficits to specific brain damage. He also theorised about how the brain transfers information (neuronal conduction). Willis was the founder of cognitive neuroscience
  • 1.2 A Historical Perspective

  • The term cognitive neuroscience
    cognition - the process of knowing (what arises from awareness) Neuroscience - the study of how the nervous system is organised and functions. It describes the question of understanding how the functions of the physical brain can yield the thoughts and ideas of an intangible mind
  • 1.3 The Brain Story

  • Franz Joseph Gall
     The brain is the organ of the mind and innate faculties are localised in specific regions of the cerebral cortex. He thought that the brain was organised around 35 specific functions.
  • Anatomical Personology
    A skull can describe the personality of the person inside the skull. Idea was developed by Gall, his disciple Johann Spurzheim and some other colleagues. Spurzheim said that by using one of the faculties with greater frequency, the part that would represent that faculty would grow and cause a bump in the overlying skull.
  • Phrenology
    character can be divined through palpating the skull
  • 1.4 De instrumenten van de neurowetenschap

  • Het elektroencephalogram (ECG) is oorspronkelijk bedacht door Richard Canton om spontane elektrische activiteit van de cerebrale cortex te meten.
  • Vallebona ontwikkelde de tomografische radiografie: een techniek waarin een serie van dwarse secties genomen wordt.
  • Hounsfield: voerde als eerste een succesvolle CAT-scan uit. Echter laat dit niet veel zien over de functie van het brein -> PET-scan: kon informatie verschaffen over het functioneren van de brein -> PETT
  • Isidor Rabi 1938: MRI-scan: verandering in bloedvolume gemeten.
  • fMRI: een toename in levering van zuurstof word gemeten (BOLD)
  • 2.1 De structuur van neuronen

  • Een neuron bestaat uit drie belangrijke onderdelen:
    - een cellichaam (soma)
    - dendrieten
    - een axon
  • Het cellichaam zorgt voor de productie van eiwitten en andere cellulaire macromoculen.
  • Aan het cellichaam zitten dendrieten: ontvangen informatie van andere neuronen via synapsen (postsynaptisch). Kleine knobbeltjes waarmee signalen ontvangen kunnen worden, noemen we spines.
  • Axonen: verzenden informatie via synapsen (presynaptische)
  • Neuronen verschillen van elkaar in functie, vorm, locatie, interconnectiviteit.
  • Veel axonen zijn gewikkeld in lagen van een vettige substantie: myeline. Soms zitten hier gaten in: knopen van Ranvier.
  • 2.2 Neuronale communicatie

  • Neural signaling: de communicatie tussen 2 neuronen
  • Neuron signaling:
    1. neuron ontvangt een signaal, chemisch of fysiek van aard.
    2. Geeft verandering in het membraan van de postsynaptische neuron.
  • Het neuron dat het chemische signaal ontvangt wordt post-synaptisch genoemd.
  • Het neuron dat het signaal ontvangt wordt pre-synaptisch genoemd.
  • Membranen van neuronen bestaan uit liptiden en dus kunnen stoffen opgelost in water er moeilijk doorheen (eiwitten en ionen).
  • Het membraan bevat naast lipitiden ook transmembraan proteïnen: vervoeren bepaalde moleculen in en uit neuronen: ionkanalen / ionpompen. Passief: sommige kanalen staan altijd open. Andere worden gesloten en geopend door elektrische, chemische of lichamelijke stimuli.
  • Wat is doorlaatbaarheid van een membraan?
    De mate waarin een bepaald ion een membraan kan doorkuisen door een bepaald ionkanaal.
  • Wat is een selectief permeabel kanaal?
    Er zijn meer open/passieve kanalen voor een bepaald ion dan een ander. (Bijvoorbeeld meer Kalium dan Natrium.)
  • Hoe werkt een actieve transporter (bijvoorbeeld natrium-kaliumpomp)?
    De natrium-kaliumpomp gebruikt adenosine trifosfaat (ATP) om zich te openen en te sluiten. De pomp is een eiwit dat met ATP energie kan vrijmaken en met deze energie kan een natrium ion uit de cel en een kalium ion erin. Met 1 ATP-molecuul worden 3 natrium ionen naar buiten gepompt en 2 kalium ionen naar binnen gepompt.
  • Hoe ontstaat het elektrochemisch equilibrium bij de natrium-kaliumpomp?
    Tijden rust van het membraan (rustpotentiaal) zijn er meer kalium ionen binnen het neuron en meer natrium ionen buiten het neuron. Het neuron wil een gelijke verdeling. Het membraan is voor kalium beter doorlaatbaar, dus er gaan kalium ionen naar buiten, waardoor de buitenkant positiever geladen wordt.  Het verschil in lading is een elektrische gradiënt. De binnenkant van het neuron probeert als gevolg meer kalium binnen te houden, waardoor er uiteindelijk een balans ontstaat: het elektrische gradiënt is gelijk aan de concentratie gradiënt.
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Voorbeelden van vragen in deze samenvatting

Thomas Willis
3
The term cognitive neuroscience
3
Franz Joseph Gall
3
Anatomical Personology
3
Pagina 1 van 57